Dossier

Burgerschap

Tekst Jessie van den Broek
Gepubliceerd op 20-03-2015 Gewijzigd op 31-05-2017
Sinds de aanslagen in Parijs en berichten over radicalisering van jongeren is het belang van burgerschap op school helderder dan ooit. Maar het gaat niet vanzelf: burgerschapsonderwijs ontwikkelt zich met vallen en opstaan. In dit dossier zetten we de belangrijkste onderzoeksresultaten, opinies en ontwikkelingen van de afgelopen jaren op een rij.

Burgerschapseducatie is niet meer weg te denken uit het onderwijs. Recente gebeurtenissen hebben aangetoond dat burgerschapsonderwijs niet alleen een wettelijke taak is, maar ook een morele noodzaak, zoals ook Ahmed Marcouch laat zien in zijn blog. In het afgelopen jaar waren twee op de drie docenten getuige van moslimdiscriminatie in de klas, blijkt uit onderzoek van de Anne Frank Stichting. Toch voelen sommige leraren zich belemmerd om politiek gevoelige gebeurtenissen in de klas te bespreken: ze vinden het niet de taak van de school, of zijn bang dat er een vijandige sfeer ontstaat in de klas. Dat blijkt uit een enquête die Henk ter Haar en Alderik Visser hielden naar aanleiding van de aanslagen in Parijs. Ook het ITS deed onderzoek naar het bespreken van gevoelige maatschappelijke thema's in de klas. Conclusie: veel leraren hebben daarbij behoefte aan meer ondersteuning, zowel van de schoolleiding als van buitenaf. En dan zijn er nog de verontrustende bevindingen van de Utrechtse gedragswetenschapper Jellie Sierksma: kinderen blijken al vanaf jonge leeftijd de neiging te hebben te discrimineren. Al met al reden genoeg om burgerschapseducatie bovenaan de agenda te zetten.

Sinds 2006 hebben scholen de wettelijke taak actief burgerschap en sociale integratie van leerlingen te bevorderen. Maar de wet laat onderwijsinstellingen veel vrijheid om hun eigen invulling te geven aan burgerschapsvorming. Hoe pak je zoiets aan als school? In hun artikel Werk gericht aan burgerschap geven UvA-onderzoekers Bram Eidhof en Hessel Nieuwelink scholen handvatten om een schoolbrede visie te bepalen. Scholen moeten zelf aan de slag om hun visie op burgerschapseducatie te formuleren, maar dat is lang niet altijd een eenvoudige taak. 'Burgerschap is een te vaag begrip voor de onderwijspraktijk', stelt onderzoeker Femke Geijsel in Didactief, 'leraren vinden burgerschap een saai en vaag thema.'

In 2012 constateert ook de Onderwijsraad dat het burgerschapsonderwijs nog niet goed van de grond komt; het ontbreekt vaak aan structuur. De raad vindt dat burgerschapseducatie een gemeenschappelijke kern heeft waaraan álle scholen zouden moeten werken: het leren functioneren in een democratie en het werken aan de identiteitsontwikkeling van de leerling. Om deze inhoudelijke kern beter tot uitdrukking te brengen, stelt de raad voor de met burgerschap verbonden kerndoelen te herzien.In 2015 schrijven minister Jet Bussemaker  en staatssecretaris Sander Dekker een kamerbrief over de voortgang van de versterking van het burgerschapsonderwijs. Hieruit blijkt dat het burgerschapsonderwijs nog volop in ontwikkeling is.  

Dat burgerschapseducatie in Nederland nog niet volgroeid is, blijkt ook in uit de resultaten van de International Civics and Citizenship Education Study, waarin leerlingen uit 38 landen bevraagd werden op hun maatschappelijke betrokkenheid. De Nederlandse jongeren scoren beduidend slechter dan hun leeftijdgenoten elders in de wereld; ze denken bijvoorbeeld veel negatiever over migranten. Verontrustend, vindt GION-onderzoeker Ralf Maslowski, maar we moeten niet meteen naar de scholen wijzen: 'Burgerschap is niet alleen een kwestie van kennis, maar vooral ook van attitude. En op die attitude heb je als school niet gek veel invloed, daarvoor zijn ouders en de peer group waarschijnlijk belangrijker.'

Toch kan het onderwijs wel iets doen, schrijven Eidhof en Nieuwelink. Nederlandse jongeren staan welwillend tegenover democratie, maar het ontbreekt ze vaak aan politieke kennis. Ga in de klas dieper in op democratische principes (bijvoorbeeld door je leerlingen casussen voor te leggen), adviseren de onderzoekers in hun artikel Welwillend maar onwetend?. En gelukkig zijn er ook hoopgevende berichten: zo concluderen onderzoekers Harm Naayer en Guuske Ledoux naar aanleiding van cohortonderzoek COOL 5-18 dat burgerschap wel degelijk telt in de klas. Vooral allochtone leerlingen in groep 8 blijken er veel mee bezig te zijn.

Maar UvA-onderzoeker Herman van de Werfhorst is kritisch over het Nederlandse burgerschapsonderwijs. Uit de resultaten van een NWO-studie die hij samen met collega's uitvoerde, blijkt het schooltype veel uit te maken voor het burgerschapsonderwijs dat leerlingen krijgen voorgeschoteld. 'Op havo/vwo wordt jongeren kritische reflectie en maatschappelijke verantwoordelijkheid bijgebracht, terwijl vmbo'ers vooral hun sociale vaardigheden oefenen omwille van hun eigen beroepsuitoefening.' Schokkend, vinden de onderzoekers. Ook Eidhof en Nieuwelink wijzen op de belangrijke taak van scholen om leerlingen kennis over politiek en democratie bij te brengen. Jongeren worden gevormd door allerlei invloeden, schrijven de onderzoekers, zoals de media en hun familie, maar 'de school heeft de centrale taak om al deze verschillend gesocialiseerde jongeren kennis over politiek en democratie aan te leren.' In een overzichtsstudie bespreken Eidhof en Nieuwelink welke inzichten het onderzoek naar burgerschapsonderwijs in de afgelopen jaren heeft opgeleverd.

In de afgelopen jaren is burgerschapseducatie wat meer op de achtergrond geraakt. Taal en rekenen staan weer volop in de schijnwerpers, de nadruk ligt op meetbare leeropbrengsten. Onverstandig, vindt hoogleraar Pedagogiek Micha de Winter: 'Dat economisch fundamentalisme, dat onderwijs reduceert tot een soort veredelde beroepsopleiding zonder aandacht voor morele vorming, is op den duur schadelijk voor onze democratie.' Hoogleraar Burgerschap Anne Bert Dijkstra is minder kritisch over de koerswijziging: 'Er is om goede redenen extra aandacht gegeven aan het cognitieve kerncurriculum. De vraag is: drukt het een het ander uit de markt? Ik denk dat het elkaar niet hoeft te bijten.'

Geert ten Dam sprak in haar Amsterdamlezing van 27 februari 2017 over bugerschapsvorming in relatie tot sociale ongelijkheid en emancipatie. Beluister de podcast van haar lezing. 

De Hogeschool van Amsterdam, Hogeschool Rotterdam, Katholieke hogeschool Zwolle en Universiteit Tilburg ontwikkelden samen met het ministerie van OCW een methodiek om de dialoog aan te gaan over maatschappelijke thema's. Lees hier de methodiek vol met praktische werkvormen en stappenplannen.

Verder lezen? Lees ook ons dossier over radicalisering.

Verder lezen

1 Werk gericht aan burgerschap
2 Burgerschap: van saai naar spannend
3 Burgerschap dieper in de kerndoelen
4 ‘Denk scherper na over burgerschap’
5 Welwillend maar onwetend?
6 Onderwijs kneedt vmbo’er tot andere burger dan vwo’er
7 Aanpassen aan de maatschappij
8 Je kunt niet niet opvoeden
9 Anne Bert Dijkstra: ‘De xenofobe houding springt eruit’
10 Radicalisering
11 Jonge burgers

Click here to revoke the Cookie consent