Dossier

Klassieker van de maand

Tekst Redactie Didactief
Gepubliceerd op 20-02-2020 Gewijzigd op 05-10-2021
Welk onderwijsonderzoek móét je kennen? Didactief gidst je in dit dossier door kernartikelen uit de afgelopen vijftig jaar. 

2021

 

Oktober: Weloverwogen ongelijkheid

Hoe kun je aan gelijke kansen werken in een klas vol verschillen? Onderwijskundige Carol Ann Tomlinson zag bijna twintig jaar geleden leraren ook al met deze vraag worstelen. Haar conclusie: wie alle leerlingen gelijke kansen wil geven, moet ze juist ongelijk behandelen.

Tomlinson, C. A., et al. (2003). Differentiating instruction in response to student readiness, interest, and learning profile in academically diverse classrooms: A review of literature. Journal for the Education of the Gifted, 27 (2-3), 119-145.


September: Handel met voorkennis

David Ausubel was in 1960 een van de eersten die de rol en het belang van voorkennis voor leren onder de aandacht bracht. Drie jaar na dit artikel schreef hij een van de belangrijkste boeken uit de onderwijspsychologie, The Psychology of Meaningful Verbal Learning. Zijn onderzoek geeft inzicht in waarom het activeren van voorkennis zo belangrijk is.

Ausubel, D. P. (1960). The use of advance organizers in the learning and retention of meaningful verbal material. Journal of Educational Psychology, 51, 267-272.

 

 

Juni: Zinvolle leesstrategieën 

Nell Duke en David Pearson zetten in deze reviewstudie helder uiteen waarom leesstrategieën wél zinvol zijn, welke effectief zijn gebleken en vooral: hoe je ze op een zinvolle, niet geestdodende manier kunt onderwijzen.

Duke, N. K., & Pearson, P. D. (2008). Effective practices for developing reading comprehension. Journal of Education189(1/2), 107-122.

 

 

Mei: Wie geef je de beurt?

Jere Brophy en Thomas Good toonden in dit artikel aan dat leraren via het geven van beurten en hun reacties op antwoorden van leerlingen verwachtingen overdragen. Verwachtingen waarnaar, zo weten we sinds de beroemde Pygmalion-studie uit 1968, leerlingen zich vervolgens gaan gedragen.

Brophy, J. E., & Good, T. L. (1970). Teachers’ communication of differential expectations for children’s classroom performance: Some behavioral data. Journal of Educational Psychology61(5), 365-374.

 

 

April: Voorkom de leesdip 

Jarenlang onderzocht Jeanne Chall de leesontwikkeling van leerlingen. De Amerikaanse leesonderzoeker was in het bijzonder geïnteresseerd in wat zij de 'fourth grade slump' termde, de beruchte leesdip in grade four, oftewel groep 6. In het onderzoek dat ze samen met Vicki Jacobs en Luke Baldwin deed, toonde Chall aan waar deze leesdip door wordt veroorzaakt én hoe je die dus kunt voorkomen.

Chall, J. S., Jacobs, V. A., & Baldwin, L. E. (1990). The reading crisis: why poor children fall behind. Cambridge, Mass.: Harvard University Press.

 

 

Maart: Afhaken of doorzetten

Als iets niet lukt, proberen we vaak de oorzaak van ons falen te achterhalen. De Amerikaanse psycholoog Bernard Weiner zette in een artikel uit 1985 alle soorten verklaringen die we voor succes of falen hebben op een rijtje. Zijn zogeheten attributietheorie maakt inzichtelijk waarom sommige leerlingen afhaken en andere er juist voor gaan.

Weiner, B. (1985). An attributional theory of achievement motivation and emotion. Psychological Review92(4), 548-573.

 

 

Januari/februari: Meer dan goede bedoelingen

In mei 2020 kwam de zwarte Amerikaan George Floyd om door politiegeweld, wat wereldwijd leidde tot de hashtag #BlackLivesMatter. Ook in ons land laaiden de discussies over het slavernijverleden en institutioneel racisme op. Met verschillende culturen samenleven: het blijft een uitdaging.

Hoe kun je je er op school toch voor inzetten? Daarover heeft lerarenopleider en onderzoeker James Banks ons al in 1993 handzame adviezen gegeven. De bottomline: goede bedoelingen zijn niet genoeg.

Banks, J. A. (1993). Multicultural education: Historical development, dimensions, and practice. Review of Research in Education19, 3-49.

 


 

2020


December: Geloof in eigen kunnen.

Zou het niet supermakkelijk zijn als leerlingen gewoon een trechter op hun hoofd hadden waar je kennis in kon gieten? Tja, lesgeven is geen kwestie van hoofden vullen. Of iemand leert, hangt niet (alleen) af van wat jij aanbiedt, maar vooral van wat een leerling daarmee doet. En wat hij dénkt te kunnen doen, voegde psycholoog Albert Bandura daaraan toe.

Bandura, A. (1993). Perceived self-efficacy in cognitive development and functioning. Educational Psychologist28(2), 117-148.

 

November: De jongens tegen de meisjes. 

Begin oktober publiceerde de Onderwijsraad het advies Een verkenning van sekseverschillen in het onderwijs. Met als bottomline: er heersen in het klaslokaal nog steeds seksistische stereotypen. Jongens en meisjes zitten wel samen in één klas, maar dat betekent nog niet dat ze ook echt hetzelfde onderwijs krijgen.

Het klinkt als een echo van wat onderwijssocioloog Paul Jungbluth zo’n veertig jaar geleden al aan de kaak stelde, eerst in zijn proefschrift (1982) en twee jaar later in een internationaal artikel. Hij liet zien hoe onderwijs maatschappelijke sekseongelijkheid bestendigt.

Jungbluth, P. (1984). Covert sex-role socialization in Dutch education: A survey among teachers. The Netherlands Journal of Sociology, 20, 43-57.



Oktober: Wat jouw gezicht verraadt

Leerlingen voelen haarfijn aan hoe jij over hen denkt, of je bijvoorbeeld een hoge pet van hen op hebt of juist niet. Sterker nog, ze lezen het van je gezicht af.

Onderwijspsychologen Elisha Babad, Frank Bernieri en Robert Rosenthal hebben dat onomstotelijk aangetoond. Ze lieten leerlingen en leraren kijken naar video’s van hun totaal onbekende leraren. Toch spraken de gezichtsuitdrukkingen, houding, gebaren en woorden van deze leraren boekdelen: ze vertelden precies of de gefilmde leraar een leerling slim, leuk of hopeloos vond.
 

Babad, E., Bernieri, F., & Rosenthal, R. (1991). Students as judges of teachers’ verbal and nonverbal behavior. American Educational Research Journal, 28(1), 211-234.

 

September: Beter inprenten

Hoe breng je stof dusdanig over dat leerlingen die ook onthouden?

Precies de vraag waar psycholoog Allan Paivio ook antwoord op wilde hebben. Hij redeneerde: als we weten hoe ons brein informatie verwerkt, kunnen we daarop inspelen en leerlingen zo helpen beter te leren. Met zijn beroemde Dual Coding Theory (DCT, theorie over dubbel coderen) heeft hij hier helder licht op geworpen.

Paivio, A. (1969). Mental imagery in associative learning and memory. Psychological Review, 76(3), 241-263.

 

Juni: Ons Soort Mensen

Waarom vooral ongelijkheid zo’n hardnekkig probleem is in het onderwijs, hebben de sociologen Pierre Bourdieu en Jean-Claude Passeron al in 1970 glashelder gemaakt. In hun spraakmakende boek La reproduction ontrafelen ze de mechanismen: scholen zijn geen neutrale omgeving, maar een doorgeefluik van gevestigde belangen. Kinderen uit lagere sociale klassen hebben daardoor het nakijken. 

Bourdieu, P., & Passeron, J.-C. (1970).
La reproduction. Éléments pour une théorie du système d’enseignement.
Paris, FR: Éditions de Minuit.
Engelse vertaling (1977): Reproduction in education, society and culture. London, UK: Sage/Theory, Culture & Society.


Mei: Verplaats je in een beginner 
Experts hebben veel meer herkenningspunten tot hun beschikking dan beginners en van meet af aan gaan ze daardoor anders te werk. Dat heeft dus alles te maken met een verschil in voorkennis.

Chi, M. T. H., Feltovich, P. J., & Glaser, R. (1979). Categorization and representation of physics problems by experts and novices. Cognitive Science5, 121-152.


April: Taal is een klasse apart

Lang is gedacht dat kinderen uit arbeidersgezinnen dommer waren en het daarom minder goed deden op school. Taalsocioloog Basil Bernstein heeft in de jaren zeventig van de vorige eeuw laten zien dat dit onzin is en dat er iets anders aan de hand is: een mismatch tussen de taal op school en de taal die kinderen uit laagopgeleide milieus van huis uit meekrijgen. 

Bernstein, B. (1971). Class, codes and control: Theoretical studies towards a sociology of language. London: Routledge.


 

Maart: Jij bent de geheugenmanager

Het allerbelangrijkste dat je als leraar moet weten. Zo bestempelde Dylan Wiliam in 2017 op Twitter de cognitive load theory (CLT, letterlijk: cognitieve-belastingtheorie). Sindsdien hebben hijzelf en vele andere onderzoekers de principes van de CLT keer op keer aangetoond en verder uitgewerkt. De kern ervan luidt: om leerlingen tot leren te brengen, moet je overbelasting van het werkgeheugen voorkomen.

Sweller, J. (1988). Cognitive load during problem solving: Effects on learning. Cognitive Science, 12(2), 257-285.

 

Januari-februariLoon naar werken: een valse belofte

We nemen het zo gemakkelijk in de mond: als je maar goed je best doet, kom je er wel. Wat we daarmee zeggen is dit: niet afkomst of bezit bepaalt je plek in de samenleving, maar je eigen prestaties en capaciteiten. Loon naar werken dus of, met een duurder woord, meritocratie. Klinkt goed, maar de praktijk is een stuk weerbarstiger en minder rooskleurig.

Mijs, J. J. B. (2016). The unfulfillable promise of meritocracy: Three lessons and their implications for justice in education. Social Justice Research, 29, 14-34.

 

 

Click here to revoke the Cookie consent