Onderzoek

Hoe ons hoofd woorden leert herkennen

Tekst Bea Ros
Gepubliceerd op 04-04-2024 Gewijzigd op 29-03-2024
Beeld Shutterstock
Besteed niet pas aandacht aan tekstbegrip als leerlingen vloeiend lezen. De betekenis van tekst moet altijd aandacht krijgen. Dat is immers de reden waarom we lezen. Praat dus met leerlingen over wat ze lezen of wat jij voorleest. Zo draag je over dat leren lezen geen kunstje is, maar iets wat je nodig hebt om kennis te vergaren en van verhalen te genieten.  

Het is elk schooljaar weer een klein wonder: dat jonge kinderen opeens overal letters gaan zien en ontdekken dat die krabbels samen iets betekenen. Dat kleine wonder heeft Charles Perfetti proberen te vangen. En met succes. Hij heeft tot in de puntjes beschreven hoe beginnende en ervaren lezers woorden herkennen. Zijn model geeft inzicht in wat er precies in ons hoofd gebeurt als we lezen. Door zijn verhaal begrijp je ook beter wat het betekent om beginners in te wijden in de kunst van het lezen.
 

Moeiteloos lezen

Onderzoekers en leraren maken vaak een onderscheid tussen technisch lezen en lezen met begrip. Maar dat is eigenlijk oninteressant, stelt Perfetti. Die leesprocessen gaan namelijk moeiteloos in elkaar over. Nee, de echt belangrijke kwestie is hoe een beginner een ervaren lezer wordt, iemand die moeiteloos een tekst leest.

Beginners vergroten
al lezend hun
mentale lexicon…

Om dat te kunnen, moet je woorden snel herkennen. Hoe gaat dat in zijn werk? Hoe strikt ons hoofd letters tot woorden? Perfetti ontvouwt daarvoor, op basis van inzichten uit eerder leesonderzoek, een cognitief model. Dit beschrijft hoe ons brein woorden opslaat, hoe een lezer toegang heeft tot dat mentale lexicon en hoe de beginner een ervaren lezer wordt.
Lang is gedacht dat geschreven woorden als kant-en-klare pakketjes in ons brein zaten. De lezer zou hele woorden in één oogopslag herkennen. Maar dat klopt niet. Het zou ook een hoogst inefficiënt opbergsysteem zijn, want het aantal woorden is in principe oneindig. Het is dus veel handiger om een beperkt aantal klanken en lettersymbolen op te slaan.
Als ervaren lezer heb je wel het idee dat je hele woorden herkent – totdat je op een onbekend woord stuit, bijvoorbeeld xenoglossofobie (fobie voor vreemde talen). Dan ben je bijna weer even die beginner die letter voor letter leest.

Het direct herkennen van woorden door ervaren lezers is een autonoom proces: verwachtingen op basis van context en algemene kennis oefenen daar geen invloed op uit. In die zin is het proces van woordherkenning terughoudend (restrictief) in het toelaten van informatie van buitenaf. Maar bij woordherkenning maken we wel gebruik van informatie in ons mentale lexicon. Alles wat een lezer bijvoorbeeld weet over klanken (fonemen), letters (grafemen) en woordbetekenissen, helpt bij de herkenning. Daarom noemt Perfetti zijn model voor woordherkenning restrictief-interactief.
 

Voorspelbaar

Beginners vergroten al lezend hun mentale lexicon én verbeteren de representatie van woorden in dat lexicon. Ze maken zich regelmatigheden over klank-lettercombinaties eigen, bijvoorbeeld dat een woord minstens één klinker telt of dat, in het Nederlands tenminste, na de ‘z’ zelden een medeklinker volgt.

...én verbeteren
meteen de kwaliteit
van dat lexicon

Woordrepresentaties worden steeds preciezer. Beginnende lezers zijn goed in beginletters en medeklinkers (die kun je goed horen), maar wat slordiger in klinkers en tussenletters. Een woord als ‘bak’ zit bijvoorbeeld in hun hoofd eerst nog opgeslagen als ‘bk’. Als ze maar vaak genoeg ‘bak’ (en ook ‘bok’) lezen, wordt het ‘bak’, niet te verwarren met ‘bok’. Hoe meer oefening, hoe voorspelbaarder letterreeksen worden. Die voorspelbaarheid helpt bij het lezen van onbekende woorden en het snel herkennen van bekende woorden.
 

Vloeiend lezen

Op een gegeven moment raakt woordherkenning geautomatiseerd en vergt die geen cognitieve inspanning meer. Zoals Perfetti het mooi formuleert: het mentale lexicon is niet langer een open kroeg, maar een eliteclub geworden. Er zijn niet meer tig mogelijkheden, nee, met de juiste klanklettercombinatie als sleutel opent het lexicon zich en komt precies het goede woord naar boven. Dat is vloeiend lezen.

Beginnende lezers hebben nog moeite met die sleutels. Ze gissen in plaats van dat ze echt lezen. Dat kost meer tijd en vergroot het aantal leesfouten. Zolang dat slechts een fase is, kun je gerust zijn: leerlingen zijn druk bezig om hun lexicon te vullen.

Als de fouten blijven, als een leerling bijvoorbeeld steevast de ‘p’ en de ‘b’ verwisselt, moet je alert zijn. Dat geldt ook als leerlingen in de hogere groepen nog steeds gissend lezen. In die gevallen zijn extra instructie en oefening nodig.

Of woordherkenning geautomatiseerd is, kun je meten met onder meer de Drie-Minuten-Toets. Let daarbij wel op dat snel lezen geen doel op zich wordt, maar zie de test vooral als signaal: leest deze leerling vloeiend of worstelt hij nog met technisch lezen? Dat betekent dus ook dat je deze toets niet standaard bij alle leerlingen hoeft af te nemen. Ook een spellingsoefening biedt inzicht. Lezen en spellen zijn namelijk vaardigheden die bouwen op dezelfde lexicale representaties. Als een leerling moeiteloos en zonder nadenken woorden telkens goed spelt, is dat deel van het lexicon geautomatiseerd. In de vorige zin staat bewust ‘dat deel’, want ons lexicon blijft work in progress. Je kunt immers steeds weer nieuwe woorden tegenkomen, ook als volwassene. Of een nieuwe taal leren (als je tenminste niet lijdt aan xenoglossofobie).
 

Hand in hand

Perfetti’s model leert ons twee dingen over effectief leesonderwijs. Het eerste is dat klankbewustzijn weliswaar belangrijk is voor beginnende lezers, maar geen voorwaarde. Leerlingen hoeven niet eerst alle fonemen bewust te kennen voor ze toe zijn aan leesonderwijs. Je kunt in de kleuterklas wel speels aandacht besteden aan klanken (door bijvoorbeeld rijmspelletjes), maar systematische instructie in foneemherkenning is niet nodig.

De tweede les is dat technisch lezen en lezen met begrip bij elkaar horen. Nederland is een van de weinige landen die deze vaardigheden als aparte vakken op het rooster heeft staan. Maar technisch lezen is, net als fonemisch bewustzijn, een doorlopend proces dat hand in hand gaat met de ontwikkeling van woordenschat en tekstbegrip. Het is niet af halverwege of eind groep 4, maar blijft in ontwikkeling en vergt dus blijvende aandacht.

Omgekeerd is het onverstandig om pas aandacht aan tekstbegrip te besteden als leerlingen vloeiend lezen. De betekenis van tekst moet altijd aandacht krijgen. Dat is immers de reden waarom we lezen. Praat dus met leerlingen over wat ze lezen of wat jij voorleest. Zo draag je over dat leren lezen geen kunstje is, maar iets wat je nodig hebt om kennis te vergaren en van verhalen te genieten.
 

Gratis download


Dit artikel is gebaseerd op het hoofdstuk ‘Hoe ons hoofd woorden strikt’ over het wetenschappelijke kernartikel van Charles Perfetti uit het boek Leer ze lezen.

Ga voor de volledige tekst met praktische tips en extra bronnen naar leerzelezen.nl.

 

Bron:

Charles Perfetti, The representation problem in reading acquisition. In P.B. Gough, L.C. Ehri & R. Treiman (Eds.), Reading acquisition. Erlbaum, 1992.

 

Dit artikel verscheen in Didactief, april 2024.

 

Verder lezen

1 Trucje technisch lezen faalt
2 Beter technisch lezen

Click here to revoke the Cookie consent