Jan versus Jan (9)

Tekst Jan Bransen en Jan Tishauser
Gepubliceerd op 27-08-2020
Goed nieuws: Jan Bransen en Jan Tishauser gaan door met hun briefwisseling. De eerste is hoogleraar filosofie aan de Radboud Universiteit, zijn naamgenoot Jan Tishauser is programmadirecteur van de Nederlandse ResearchEDconferenties en van onderwijsadviesdienst B&T. Zij schrijven voortaan over actuele onderwijsthema's. Vandaag: de lesurentabel en het lesrooster.  



Beste Jan,

Fijn dat we van Didactief door mogen gaan en leuk dat ik dit keer mag beginnen. Ter zake, dus. Ik wil het hebben over één van de gedrochten die het voortgezet onderwijs onleefbaar maakt: de lesurentabel.

Natuurlijk kun je daar de gebruikelijke bezwaren tegen hebben. De lesurentabel maakt iedereen een slaaf van de klok, zorgt voortdurend voor inefficiënte, omvangrijke, tijdverspillende verplaatsingen, versnippert de aandacht van de leerlingen over een waaier onderwerpen en put ze uit omdat ze iedere keer weer voor korte tijd hun spanningsboog moeten zien op te bouwen.

Belangrijker dan dat vind ik echter de vervorming van de interactie tussen leerling en leraar die een lesurentabel aan scholen opdringt. Ik vat die vervorming samen aan de hand van de tegenstelling tussen passanten en bezitters. Zoals je weet, gebruik ik een dramaturgisch model van het menselijk handelen. (1) Wat we doen, kan het best begrepen worden door ons gedrag te beschrijven als een bijdrage aan het verloop van een scenario, een reeks scènes met een begin en een eind, waarin iedereen telkens een rol heeft en doet wat de rol van haar of hem vraagt. De lesurentabel zorgt voor een opeenvolging van scènes in klaslokalen, afgewisseld met allerlei korte scènes op de gang, in de kantine of het fietsenhok, op het schoolplein en de straat.

Kun je je nog herinneren hoe dit scenario er voor jou als leerling uitzag? Ik zwierf tussen de lesuren door over de gang van lokaal naar lokaal. Vanuit mijn perspectief als leerling hoorden de leraren en de lesstof bij de lokalen waar ik heen moest. Het was één van de grote verschillen tussen de basisschool en de middelbare school, dat mijn klas geen eigen lokaal meer had, dat we zwervers waren geworden, nomaden, passanten.

Leerlingen komen en gaan. Dat is hun rol. Terugkijkend doet het me denken aan wat  een collega  eens zei over het vriendje van zijn dochter: ‘Tot hun vijfentwintigste zijn het allemaal passanten. Gewoon uitnodigen en mee laten eten!’ Niet teveel in investeren, bedoelde hij.

En zo is het voor de leraar. Klassen komen en gaan. De lesstof is in zijn handen. Ook voor hem schakelen de scènes met een specifieke klas zich met flinke hiaten aan elkaar. Steeds moet hij weer even afstemmen, de koppeling weer leggen tussen de vorige les met deze klas en de les die nu begint. Als leraar heb je wel het voordeel dat de lesstof een gemakkelijk voorhanden constante is. Het is immers jouw vak. En vaak is het ook jouw lokaal. Als leraar leg je de koppeling daarom gemakkelijk. Overigens wel met de klas, een groep leerlingen, niet per se met de individuele leerlingen op zich.

Voor de leerlingen versterkt dit volgens mij het vanzelfsprekende gegeven dat ze hun leraar de rol van bezitter toeschrijven. Dat omvat meer dan het in onderwijskringen populaire ‘eigenaarschap’. Het is ook degene die blijft, die zit, die verstokt en geworteld is – iemand met vaste grond onder de voeten, die zich niet hoeft te verplaatsen. Een conservatief, dat ook. Herken je dit?

Voor mij was dit vroeger volstrekt duidelijk: leraren waren blijven zitten. Ze hadden levenslang.
Als dit voor leerlingen hun scenario is, dan is het duidelijk dat het bij hun rol hoort om in de les in te voegen. Aan het begin van iedere les voelen zij zich een bezoeker van een plek waar al iets aan de gang is. Even afwachten, dus, even zien aan te haken, even afstemmen op wat al gaande is. Het is niet aan hen om het initiatief te nemen. De leraar is altijd als eerste aan zet.

Zo zie ik dat. Zo zag ik dat vroeger. Mijn dagen op school versnipperden. Als ik van mijn leven één scenario had moeten maken, dan was daarin voor de eenheid en de eigenheid van de diverse schoolvakken geen enkele plaats. Dat waren allemaal losse snippers.

Ik denk niet dat leraren dat goed kunnen invoelen. Zij hebben immers één vak en één lokaal.

Vandaar mijn verzet tegen de lesurentabel: die maakt het onmogelijk voor leerling en leraar om in gezamenlijkheid één leertraject te realiseren. Ze zijn antagonisten, geen metgezellen, geen compagnons.

Gelukkig hebben wij alleen een woordlimiet, geen lesurentabel. Wat jij?

Groeten – Jan Bransen 

 

 

-----


Hallo Jan,

Het is een genoegen om onze briefwisseling voort te zetten. We beginnen onze briefwisseling met het beschouwen van de zegening voor elke school: de lessentabel, de vertaling van het curriculum naar een concreet aantal lessen per leerjaar per vak. Op basis daarvan wordt er een wekelijks lesrooster opgesteld. Iedereen is aan het begin van het jaar benieuwd naar het rooster.

Ik maak in deze brief een onderscheid tussen de lessentabel en het rooster. De lessentabel bepaalt hoeveel uren er in een specifiek leerjaar aan een vak worden besteed. Ook in het primair onderwijs is er sprake van een lessentabel en een weekrooster.

In jouw brief lees ik dat je het vooral hebt over het rooster. Het rooster is echter niets anders dan de manier waarop de lessentabel wordt georganiseerd. Dat kan op vele manieren: cursorisch, zoals dat bijvoorbeeld in het Canadese middelbaar onderwijs gebeurt en in Nederland voor de zogenoemde ‘kleine vakken’ of in de vorm van projectonderwijs.

Je beschrijft de feitelijke gang van zaken waar je vervolgens een fantasie aan toevoegt over passanten en bezitters. Het lijkt erop dat niet alleen schoonheid besloten ligt in de blik van de toeschouwer, maar ook een lelijk vervormde werkelijkheid.

De Lessentabel

De lessentabel is strikt noodzakelijk om te helpen waarborgen dat onze kinderen de belangrijke basisvaardigheden leren die zij nodig hebben om in deze maatschappij mee te kunnen.

Je mag verwachten dat ik deze stelling onderbouw. Inmiddels weten we dat 24% van onze 15-jarigen functioneel analfabeet is. Om dit te herstellen concentreren we ons zowel in het primair  als in het voortgezet onderwijs terecht op de kwaliteit van de leesinstructie. Waar we al te gemakkelijk overheen kijken, is de relatie tot de lessentabel. We weten dat meer instructietijd voor een vak leidt tot leerwinst. Ik heb mij vaak kritisch uitgelaten over de lengte van de schoolweek in Nederland, vergeleken met andere landen. Nederland behoort tot de wereldtop als het gaat om het aantal uren dat onze kinderen in de schoolbanken doorbrengen. Kijk je echter naar het aantal uren per week voor de kernvakken, dan zie je dat andere landen daar juist meer tijd voor uittrekken. Waar we in Nederland moeite mee hebben, is het maken van keuzes: wat doet er echt toe en wat kunnen we missen? Het gevolg is dat er kostbare onderwijstijd verspild wordt aan biologisch primaire vaardigheden zoals ‘leren samenwerken’. Wij slagen er blijkbaar niet in om het kaf (denk ook aan ‘burgerschap’) van het koren te scheiden.


Het Rooster

Het gebruikelijke rooster in Nederlandse vo-scholen met aanvangstijden voor half negen, vormt een nodeloze aanslag op de lichamelijke en geestelijke gezondheid van Nederlandse adolescenten en draagt bij aan een verminderde leerwinst.

Het relevante onderzoek laat een andere conclusie toe. Een latere start van de schooldag levert een stevige gezondheidswinst op voor onze kinderen. Denk daarbij aan meer kinderen die acht uur slaap per nacht krijgen, minder kinderen met angsten of depressies en een verminderd gebruik van verslavende middelen. En ja, ook een significante leerwinst.

Een school is een complex systeem dat eigenlijk alleen goed kan functioneren door ingeslepen routines en gewoontes. Soms moeten we de moed opbrengen om onze vaste patronen te doorbreken, zeker als de gezondheid van onze kinderen in het geding is. Er is altijd een spanningsveld tussen de noodzaak om in een school het leren te organiseren en de lichamelijke en geestelijke behoeften van de leerlingen. Scholen voor voortgezet onderwijs kunnen echter mijns inziens aanvangstijden voor 8:30 uur niet verantwoorden.

Jan, het zal je niet verbazen dat ik een totaal andere kijk heb op het weekrooster. Voor onze  adolescenten kan het helemaal geen kwaad dat zij regelmatig overeind moeten komen om zich te verplaatsen. Voor de effectiviteit van het lesgeven is het juist goed als leraren zoveel mogelijk in een vast lokaal werken. Ik heb eens in een school gezien wat het effect is als het onderwijs zo wordt georganiseerd dat de leraren juist van lokaal naar lokaal moeten: desastreus, zowel voor de kwaliteit van de lessen als de geestelijke gezondheid van de leraar. Dit is uiteraard anekdotisch bewijs, maar volgens mij is het een onderzoek waard.

Voor scholen heb ik twee tips:

Kijk kritisch naar je lessentabel: hoe kun je, met name voor lees- en taalonderwijs in de breedste zin, meer ruimte maken? Kwantiteit doet er namelijk ook toe.

Hoe kun je een latere start van de schooldag organiseren? Kun je bijvoorbeeld vergaderingen en afspraken vroeg in de ochtend plannen en de leerlingen later aan de schooldag laten beginnen?

Groeten, Jan Tishauser 

 

Een greep uit relevant onderzoek:

Battistin, E., & Meroni, E. C. (2016). Should we increase instruction time in low achieving schools? Evidence from Southern Italy. Economics of Education Review, 55, 39-56.

Rivkin, S. G., & Schiman, J. C. (2015). Instruction time, classroom quality, and academic achievement. The Economic Journal, 125(588), F425-F448.

Andersen, S. C., Humlum, M. K., & Nandrup, A. B. (2016). Increasing instruction time in school does increase learning. Proceedings of the National Academy of Sciences, 113(27), 7481-7484.

Wahistrom, K. (2002). Changing times: Findings from the first longitudinal study of later high school start times. Nassp Bulletin, 86(633), 3-21.

Wahlstrom, K., Dretzke, B., Gordon, M., Peterson, K., Edwards, K., & Gdula, J. (2014). Examining the impact of later high school start times on the health and academic performance of high school students: a multi-site study.

Dunster, G. P., de la Iglesia, L., Ben-Hamo, M., Nave, C., Fleischer, J. G., Panda, S., & Horacio, O. (2018). Sleepmore in Seattle: Later school start times are associated with more sleep and better performance in high school students. Science advances, 4(12), eaau6200.

 

Voetnoot

1)  Jan Bransen, Gevormd of vervormd? Leusden: ISVW Uitgevers, 2019, pp 29-32. Zie ook deze klassiekers: Martin Hollis, Models of Man. Cambridge: Cambridge University Press, 1977, en Rom Harré, Social Being. A Theory for Social Psychology. Oxford: Blackwell, 1979.

 

Verder lezen

1 Jan versus Jan (1)
2 Jan versus Jan (2)
3 Jan versus Jan (3)
4 Jan versus Jan (4)
5 Jan versus Jan (5)
6 Jan versus Jan (6)
7 Jan versus Jan (7)
8 Jan versus Jan (8)
9 Urennorm wereldwijd

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent