Jan versus Jan (16)

Tekst Jan Bransen, Jan Tishauser
Gepubliceerd op 26-05-2021
Elke maand wisselen Jan Bransen en Jan Tishauser op deze plek brieven met elkaar uit. Bransen is hoogleraar filosofie aan de Radboud Universiteit, zijn naamgenoot Tishauser de programmadirecteur van de Nederlandse ResearchED conferenties en van onderwijsadviesdienst B&T. Zij schrijven over actuele onderwijsthema's. Vandaag zijn ze het oneens, en behoorlijk ook, over de leerachterstanden.





Hallo Jan,

We leven nog steeds in bizarre tijden. Het onderwijs is deels weer op gang, maar het gaat met horten en stoten. Zoals je weet, hecht ik zeer aan het bieden van betere kansen aan meer kinderen. Zeker aan degenen die al voor het begin van hun schoolloopbaan op achterstand zijn gekomen, bijvoorbeeld omdat er thuis minder wordt gelezen of omdat er gewoon sprake is van armoede. De domste, bijna misdadige, uitspraak die ik tegen ben gekomen over de schade die de schoolsluiting toebrengt, luidt ‘dat je niet op jezelf kunt achterlopen’. Het is een domme uitspraak omdat we weten dat elk jaar op school intelligentie toevoegt. Het logische gevolg hiervan is dat elke schooldag telt. Lestijd is groeitijd. Als we kinderen niet of minder te eten geven, dan zeggen we toch ook niet dat ze niet op zichzelf kunnen achterlopen? Uit de gegevens van het Nationaal Cohort Onderzoek blijkt dat de schade ongelijk verdeeld is. Sommige kinderen leren thuis zelfs sneller, terwijl andere kinderen stilstaan of achteruitgaan. Uit eigen waarneming weet ik dat de kwaliteit van het online onderwijs ook wisselend is, sommige kinderen hebben een school/leraar die het goed voor elkaar heeft, terwijl anderen het moeten doen met kwalitatief slechter onderwijs.

Het goede nieuws is dat de minister 8,5 miljard euro beschikbaar heeft gesteld om de achterstanden te lijf te gaan, hetgeen neerkomt op € 700 per leerling. Uiteraard is het te betreuren dat het slechts een eenmalige investering is en geen structurele impuls om ons onderwijs naar een hoger niveau te tillen. Je zult begrijpen dat ik uitermate verheugd ben over de menukaart met effectieve interventies die het ministerie beschikbaar heeft gesteld. Het is voor zover ik weet voor het eerst dat er vanuit OCW een poging wordt gedaan om vanuit een wetenschappelijk kader aan te geven wat zou kunnen werken. Uiteraard zit de angel in het woordje ‘kunnen’. Om met Dylan William te spreken: ‘Niets werkt overal en alles werkt wel ergens’. Scholen staan nu voor de opdracht om die € 700 euro per leerling zo te besteden dat hun leerlingen er optimaal van profiteren. Het probleem hierbij is dat de menukaart aangeeft welke interventies gemiddeld genomen een positief effect hebben. We weten echter dat dezelfde interventie in het ene onderzoek een mooi positief effect laat zien en in het andere onderzoek juist een negatief effect. De verklaring hiervoor is eenvoudig: het doet er veel minder toe wat je doet. Waar het om gaat, is hoe je het doet. Zo is het positieve effect van zomerscholen en verlengde schooldagen gemiddeld genomen wel (licht) positief, maar het moge duidelijk zijn dat de kwaliteit van de lessen bepaalt of er een positief effect wordt gehaald.

Dit brengt mij bij mijn punt: de menukaart brengt je op het spoor van mogelijk effectieve interventies; de praktijkkaarten die erbij zijn gemaakt geven hele duidelijke handvatten voor een effectieve toepassing. Als je echter als school zeker wilt weten dat je je doelen gaat halen, dan investeer je een deel van het budget in het scholen van je leraren. Gelukkig is daar ook een praktijkkaart voor gemaakt!

Jan, er is in het afgelopen jaar enorm veel schade aangericht. Er zijn naar schatting 25.000 mensen overleden door corona en 80% van de mensen die het hebben gehad, houden langdurige klachten. Er is economische schade bij ondernemers en kinderen hebben leerachterstanden opgelopen. Toch gloort er nu weer hoop. Ik heb mijn eerste prik al gehad en over een paar maanden is heel Nederland, op de wappies na, gevaccineerd.

Voor mij is de slagroom op de taart dat er in het onderwijs nu eindelijk aandacht is ontstaan voor een goede onderbouwing van de didactische keuzes die we maken. Dat er steeds minder ruimte komt voor het mishandelen van kinderen met leerstijlen en meervoudige intelligenties. De menukaart is een mooie eerste stap die de afgelopen week werd aangevuld met de ‘Doorloopjes’ waar leraren een keur van didactische tips kunnen vinden met een goede onderzoeksbasis. Ik hoop dat we door het verschijnsel ‘wappie’ ons ervan bewust zijn geworden hoe belangrijk een kennisrijk curriculum is. Laten we onze kinderen inenten met kennis van natuurkunde, scheikunde en biologie en hen niet op te jonge leeftijd voorselecteren voor een onderwijssector, maar laten we ze allemaal de kennis meegeven die ze zo broodnodig hebben om feit van fictie te kunnen onderscheiden.

Ik ben benieuwd, Jan. naar jouw inzichten rondom de 8,5 miljard en het Nationaal Onderwijs Programma.

Jan Tishauser

 

           Tips:

---------------------------------------------------------------------

Beste Jan,

Je zet wel heftig in, zeg, door de opmerking ‘dat je niet op jezelf kunt achterlopen’ de domste, en zelfs ‘bijna misdadige’”, uitspraak te noemen. Het is niet mijn uitspraak, maar ik had hem kunnen doen en zal het in deze brief voor die uitspraak opnemen. Om te beginnen zou ik je willen vragen of je het ook zo dom zou vinden als ik tegen de tekenaar van Lucky Luke zou zeggen dat hij zich wel moet vergissen, omdat niemand sneller kan schieten dan zijn schaduw?


Als één van je redenen kom je met een vergelijking tussen schooldagen en eten. Dat vind ik wel grappig, omdat ik die vergelijking in Gevormd of vervormd? ook zelf gebruik, maar dan om precies het omgekeerde te betogen van wat jij doet. Ik ben het met je eens dat elke schooldag telt, net als iedere boterham. Maar iemand die, zeg, al tien boterhammen op heeft, die geef je natuurlijk geen elfde boterham meer. Klinkt logisch, toch. Maar pas op, want het hangt er natuurlijk helemaal van af wanneer je die elfde boterham geeft. Ik gok dat jij in je leven inmiddels zo’n vijftigduizend boterhammen hebt gegeten. Toch zal ik je met alle plezier nog een boterham geven als je bij mij zou komen lunchen. Mijn punt is dit: het hangt er maar vanaf wanneer je iemand te eten geeft, of – want daar hebben we het natuurlijk over – wanneer je kinderen die extra schooldag geeft.

Zoals je weet ben ik een voorstander van een leven lang leren. Dat betekent voor mij dat er geen bepaalde leeftijd is waarop het meeste of het fundamentele leren voltooid moet zijn. Je bent nooit te oud om te leren, zoals het gezegde klinkt. Vanwege de Tweede Wereldoorlog behaalde mijn vader pas op zijn éénentwintigste zijn gymnasiumdiploma. Liep hij drie jaar achter? Nee. Op zichzelf? Natuurlijk niet. Dat is echt flauwekul. Je hoort mij niet zeggen dat dat dom is of misdadig. Nee. Het is vooral betekenisloos. En onnadenkend.

Leerachterstand kun je alleen maar hebben als je denkt dat er vaste momenten bestaan waarop een bepaalde hoeveelheid leerstof verwerkt moet zijn. Wie dat denkt, neemt stilzwijgend aan dat het leerstofjaarklassensysteem een onontkoombare noodzakelijkheid is. Maar dat is het helemaal niet. Het is in de zeventiende eeuw ontstaan, pas in de negentiende eeuw algemeen doorgevoerd, maar ook al sinds de zestiger jaren van de vorige eeuw fel bestreden met een veelheid aan doorslaggevende argumenten. Die argumenten staan in het boekje Onderwijs na COVID-19 van de Taskforce Ontwikkelingsgericht Onderwijs, waarvan ik, zoals je weet, lid ben.

Wij moeten onze kinderen geen leerachterstand aanpraten. Haast is nergens voor nodig. Ze worden veel ouder dan wij. Ze hebben alle tijd van de wereld om te leren wat de moeite van het leren waard is. Ze hebben een zware tijd achter de rug vanwege de corona-pandemie. Ze zitten echt niet te wachten op een inhaalrace vol effectieve instructie. Kom op, zeg. Ze willen vooral weer gezien worden, echt gezien, door hun vrienden en door hun leraren.

Wat dat betreft vind ik het vreselijk dat de minister éénmalig 8,5 miljard euro beschikbaar heeft gesteld om zogenoemde achterstanden weg te werken, terwijl er zoveel behoefte is aan structurele oplossingen voor het enorme lerarentekort en voor de 15.000 tot 20.000 thuiszitters. Ik ben dan ook bang dat ik het in deze brief hartgrondig oneens ben met jou, want ik zie helemaal niets in die focus op zogenaamd wetenschappelijk onderbouwde interventies. Daar heb ik verschillende redenen voor, waarvan de meest fundamentele gaat over de ongewenste hiërarchie die we in het sociale domein inbouwen door de stem van de wetenschap doorslaggevend te maken. Ik schreef daar een boek over. Een tweede reden gaat over de nadelen van een instrumentele visie op onderwijs. Ik schreef daar uitgebreid over in Gevormd of vervormd? maar onlangs ook in een veelgelezen blog waarin ik kritiek heb op de menukaart, omdat die gebaseerd is op de economisering van het onderwijsbeleid en de medicalisering van de onderwijswetenschappen.

Laten we toch alsjeblieft inzien, Jan, dat onderwijs mensenwerk is. Daarbij zijn de lerenden wat mij betreft de hoofdrolspelers, maar laat ik daarbij benadrukken dat voor mij de leraren ook lerenden zijn. Wat dat betreft kan ik het met je eens zijn dat het prima is om te investeren in de ontwikkeling van de leraren. Hun onderzoekende houding zou ik graag versterken, maar vooral ook hun pedagogische, empathische en medemenselijke kwaliteiten. Ik zou die 8,5 miljard euro dus vooral inzetten om het beroep van leraar intrinsiek betekenisvol, waardevol en sociaal aantrekkelijk te maken.

Groeten – Jan Bransen

Verder lezen

1 Jan versus Jan (1)
2 Jan versus Jan (2)
3 Jan versus Jan (3)
4 Jan versus Jan (4)
5 Jan versus Jan (5)
6 Jan versus Jan (6)
7 Jan versus Jan (7)
8 Jan versus Jan (8)
9 Jan versus Jan (9)
10 Jan versus Jan (10)
11 Jan versus Jan (11)
12 Jan versus Jan (12)
13 Jan versus Jan (13)
14 Jan versus Jan (14)
15 Jan versus Jan (15)

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent