Jan versus Jan (11)

Tekst Jan Bransen en Jan Tishauser
Gepubliceerd op 17-11-2020
Jan Bransen en Jan Tishauser - Elke maand wisselen Jan Bransen en Jan Tishauser brieven met elkaar uit. De eerste is hoogleraar filosofie aan de Radboud Universiteit, zijn naamgenoot Jan Tishauser is programmadirecteur van de Nederlandse ResearchEDconferenties en van onderwijsadviesdienst B&T. Zij schrijven over actuele onderwijsthema's. Vandaag: de vrijheid van onderwijs.  



Beste Jan,

Onze minister, Arie Slob, heeft zich deze week laten verleiden tot een akelige uitglijder die de grondwettelijke onderwijsvrijheid weer eens stevig in het centrum van de discussie heeft geplaatst. Voor de enkeling onder onze meelezers die het ontgaan is: Slob heeft in reactie op kritische kamervragen gezegd dat scholen ouders mogen vragen een verklaring te ondertekenen waarin ze een homoseksuele levenswijze afkeuren, als die scholen er vervolgens maar wel op toezien dat er voor alle leerlingen een veilig leerklimaat blijft bestaan. Ik las een mooie vergelijking van Annet Stegeman: ‘dat is een beetje hetzelfde als zonder parachute uit een vliegtuig springen, als er maar wordt toegezien op een veilige landing.’

De onderwijsvrijheid die hier in het geding is, is vastgelegd in artikel 23 van onze Grondwet. Dat artikel dateert grotendeels uit 1917 en was het gevolg van een politiek compromis dat na een jarenlange strijd bereikt werd over de gelijke financiering van het bijzonder en het openbaar onderwijs. De vrijheid betreft het geven van onderwijs, de richting van het onderwijs, de keuze der leermiddelen en de aanstelling der onderwijzers.

Een leerling zal zich terecht afvragen: ‘En mijn vrijheid dan, wordt die ook door de grondwet behartigd?’ Je zult begrijpen, Jan, dat ik met het perspectief van de leerling kom aanzetten. Je kent me ondertussen wel.

Ik vind de discussie zoals die doorgaans door volwassenen over onderwijsvrijheid gevoerd wordt, tekenend voor de vervorming waarvan ik ons denken over onderwijs beticht. In feite was de leerplichtwet van 1901 nog wel echt een wet die over de vrijheid van leerlingen ging. Die wet perkte namelijk de vrijheid van de ouders in. Zij kregen een naar-school-breng-plicht waardoor de leerlingen de vrijheid kregen zich te kunnen onttrekken aan kinderarbeid en te mogen werken aan hun eigen ontwikkeling. Inmiddels is de samenleving echter zo van grondstructuur veranderd dat de leerplicht vooral een plicht voor leerlingen geworden is, een last, een juk dat hun vrijheid ernstig inperkt. En de grondwettelijke onderwijsvrijheid heeft hen daarin niets te bieden. De strijd die nu weer aanwakkert naar aanleiding van Slobs onnavolgbare draaikonterij is voor leerlingen een onbeduidend achterhoedegevecht. Of het nu de overheid, de schoolbesturen of de ouders zijn die de vrijheid genieten om bepaalde grondrechten op te mogen eisen… Het gaat geen enkel verschil maken voor de vrijheid die leerlingen in het onderwijs nodig hebben. En ik haast me daaraan toe te voegen dat wij in het onderwijs uiteindelijk allemaal leerlingen zijn, als we tenminste durven toe te geven dat ieder van ons, in welk scenario dan ook, altijd zal blijven leren.

De grondwet heeft het wat dat betreft helemaal bij het verkeerde eind. Het gaat niet om het geven van onderwijs, niet om de keuze van onderwijzers en leermiddelen en ook niet om het verlenen van de vrijheid van onderwijsrichting aan de volwassenen. Onderwijsvrijheid zou moeten gaan over de vrijheid om te leren, om je te ontwikkelen.

De ontscholers* zouden het zo zeggen: onderwijsvrijheid betreft de vrijheid van onderwijs. Dat je als kind gevrijwaard bent van de school, dat je uit het onderwijs mag ontsnappen, omdat het schoolse leren het spontane leren gevangen houdt. Maar als ik meer rekening houd met jou, Jan, dan zou ik het minder confronterend formuleren. Dan zou ik de positieve vrijheid benadrukken, het vrij zijn om, en niet de negatieve vrijheid, het vrij zijn van **. Ik gun kinderen vooral die positieve onderwijsvrijheid: dat zij vrij zijn om te leren, om zich te ontwikkelen, om het onderwijs te genieten dat hen sterkt in het besef dat zij een vrij leven waard zijn en aan kunnen.

Als de grondwet deze onderwijsvrijheid zou garanderen, dan zouden daar leerzame plichten uit voortvloeien voor alle volwassenen, niet alleen voor Slob en de bestuurders van reformatorische en islamitische scholen. In welke kast onze kinderen ook zitten, volwassenen hebben de plicht om de deur van die kast te openen, om ruimte te creëren voor ieder kind, om maatwerk te bieden aan ieder kind, maatwerk dat hen aanmoedigt om uit de kast te komen, om met vertrouwen in de wereld te durven zijn, om daar de eigen weg te mogen verkennen, aangemoedigd, uitgedaagd en omarmend losgelaten.

Durf jij die vrijheid aan, Jan? Of blijf je liever zitten waar je zit, veilig tussen de kennis die je meent over te moeten dragen?

Met uitnodigende groeten -- Jan Bransen

*Ontschoolers: Zie bijvoorbeeld Van Eeckhout & Bonnu, Leven zonder school. Een pleidooi om het leren te ontscholen. Amsterdam: SWP, 2018

** Het onderscheid tussen negatieve en positieve vrijheid komt van Isaiah Berlin. Zie ‘Two concepts of Liberty’, in Isaiah Berlin, Four Essays On Liberty. Oxford: Oxford University Press, 1969, 118-172.

 

 

Hallo Jan,

Waar ik mij in kan vinden is dat je kiest voor het perspectief van de leerling. Tenslotte hebben we als land ervoor gekozen om het leren van onze kinderen te organiseren en dat leidt, zoals overal elders, tot het inrichten van scholen waar kinderen en adolescenten bij elkaar komen om onderricht te ontvangen.

Thorbecke liet in 1848 bewust geen ruimte voor (door de staat bekostigd) bijzonder onderwijs. Hem was de scheiding tussen kerk en staat lief. Je wijst in je brief terecht op de balans tussen vrijheid en onvrijheid. De vrijheid van richting ging ten koste van de vrijheid van inrichting. De kwaliteit van het bijzonder onderwijs kwam onder staatstoezicht te staan. In mijn ogen is dat een goede zaak. Tegenwoordig kennen we nog steeds vormen van religieus onderwijs die zich onttrekken aan het toezicht van de staat. Wij weten niet wat daar wordt onderwezen en hoe daar met kinderen wordt omgegaan. Arie Slob sloeg de plank mis toen hij meende dat een school de seksuele geaardheid van een kind kan afwijzen en tegelijkertijd een veilig leerklimaat kan bewerkstelligen. Daar vinden wij elkaar: een kind moet zich veilig voelen op school. In haar lezing voor researchED Arnhem/Nijmegen liet Anouke Bakx zien wat kinderen vragen van school: ‘een leraar die mij ziet, die mij begrijpt.’ Zij wijst op de noodzaak van pedagogische sensitiviteit. Anton Horeweg vertelde op researchED Den Bosch over de trauma-sensitieve school. Scholen kunnen zorgen voor een veilige omgeving voor kinderen, ongeacht de manier waarop zij kennis overdragen.

Ik lees in jouw brief de gedachte dat leren een spontaan, natuurlijk proces is waarbij de school eerder belemmerend werkt dan bevorderend. Het valt mij op dat je pleit voor een vrijheid om te leren, een vrijheid om te ontwikkelen. Het komt mij voor als een pleidooi om water nat te laten zijn. Mensen leren en ontwikkelen zich altijd. Eerlijk gezegd hebben we daar geen scholen voor nodig; de mens zit nu eenmaal zo in elkaar. Onze moedertaal, inlevingsvermogen, effectief communiceren en samenwerken leren we vanzelf. Ze zijn voor onze voortplanting en overleving belangrijk en dus is ons brein ingericht om deze zaken moeiteloos te leren. Daar hebben we geen scholen voor nodig; het betreft zaken die niet aan te leren zijn (maar ook niet af te leren). We noemen dat ‘ongevoelig voor instructie’. Waar het uiteindelijk om gaat, is niet of we leren, maar wat we leren.

We hebben scholen ingericht voor cultuuroverdracht. De mens onderscheidt zich van andere dieren door onze hoogontwikkelde cultuur die het gevolg is van de eerste technologische doorbraak: het vermogen om verhalen te vertellen. In essentie is dat wat we op school doen: verhalen vertellen. Met die verhalen beogen we volgens E.D. Hirsch*** het resultaat dat kinderen die het funderend onderwijs verlaten een kwaliteitskrant kunnen lezen en ingeleid zijn in de grote vraagstukken van de belangrijkste wetenschapsgebieden.

Wat zou hier van terecht komen als we jouw wens in vervulling doen gaan en het spontane leren bevrijden van de juk van het schoolse leren? Dat is een vraag die zich makkelijk laat beantwoorden: de kinderen van hoogopgeleide ouders met een goed inkomen vormen de toekomstige elite terwijl het aantal laaggeschoolde mensen die op achterstand staan toeneemt. Er is een grote kans dat de collectieve achterstand die we op die manier scheppen, leidt tot een totalitaire staat geleid door een glad pratende populist. Uiteindelijk wordt dan iedere vorm van afwijkend gedrag of elke afwijkende gedachte de kast ingejaagd. Zo brengt de vrijheid onvrijheid voort.

Joop den Uyl wilde een spreiding van kennis, macht en inkomen realiseren. Niet voor niets staat kennis voorop; de andere twee zijn afgeleiden daarvan.

Mijn mening over de vrijheid van onderwijs is dat de vrijheid van richting, binnen de grenzen van artikel 1 van de grondwet, in stand moet blijven, maar dat de vrijheid van inrichting aan staatstoezicht moet zijn onderworpen. Anders gezegd: er hoeft geen staatspedagogiek te komen, maar een staatsdidactiek is zeer gewenst.

Jan Tishauser

*** E.D. Hirsch Cultural Literacy: What Every American Needs to Know, 1987

 

Praktische Tips

Zet in je onderwijs kennis voorop. Kies binnen de wettelijke kaders voor een kennisrijk curriculum, zodat kinderen over meer voorkennis beschikken als ze een met een nieuwe tekst in aanraking komen. Breng eerst en vooral je leesonderwijs op orde. Stop niet te vroeg met technisch lezen en ga door met inhoudelijk leesonderwijs op de middelbare school. Leer kinderen na te denken over wat ze lezen door veel denkvragen te stellen.

 

Leestips

Anton Horeweg: Dit is een verschrikkelijk boek met een gouden boodschap;

Marita Eskes: Technisch Lezen in een Doorlopende Lijn;

E.D. Hirsch: Why Knowledge Matters;

E.D. Hirsch: How to Educate a Citizen;

Anouke Bakx, Gaby Jacobs, Linda van den Berg, Karin Diemel: Werken aan pedagogische sensitiviteit in je team.

 

Kijktips

Anouke Bakx, researchED Arnhem Nijmegen: Signaleren van de leer-kracht van de (hoog)begaafde leerling;

Anton Horeweg researchED Den Bosch: De trauma-sensitieve school;

Linda Vaessen, researchED Heerlen: Door lezen de wereld ontmoeten;

David Didau en Martin Robinson hebben onlangs een uitgebreid interview met de inmiddels 92-jarige Don Hirsch opgenomen:https://bit.ly/2K6NCiw;

N.B. De researchED sessies worden in de week na 19 november publiek toegankelijk.

 

Verder lezen

1 Jan versus Jan (1)
2 Jan versus Jan (2)
3 Jan versus Jan (3)
4 Jan versus Jan (4)
5 Jan versus Jan (5)
6 Jan versus Jan (6)
7 Jan versus Jan (7)
8 Jan versus Jan (8)
9 Jan versus Jan (9)
10 Jan versus Jan (10)

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent