Jan versus Jan (15)

Tekst Jan Bransen en Jan Tishauser
Gepubliceerd op 07-04-2021
De maandelijkse briefwisseling tussen Jan Tishauser en Jan Bransen neemt een bizarre wending. Beide heren stellen zich voor dat de ander zojuist tot minister van Onderwijs is benoemd. En wat zeg je dan?

Waarschuwing: fake news


Beste Jan Tishauser,

Het is onbegrijpelijk, maar ik wil je niettemin toch van harte feliciteren met je benoeming als de nieuwe minister van Onderwijs. Wat een prachtige kans voor je om nu ook via het centrum van de macht – die naargeestige, Haagse slangenkuil – iets te kunnen betekenen voor het onderwijs. En ik prijs me gelukkig en voel me vereerd dat ik al een traditie met jou heb opgebouwd om elkaar geregeld een brief te schrijven. Het geeft me het gevoel dat ik je nu als een soort vertrouweling goede adviezen mee kan geven.

En dat doe ik graag. Daarbij is mijn eerste advies om overal waar je komt rond te bazuinen dat het de hoogste tijd is om het onderwijsbestel aan te pakken. Het harde oordeel van de commissie Dijsselbloem in 2008 heeft in de neoliberale context waarin het geveld werd, vooral geleid tot een politieke veronachtzaming van het belang van een fundamentele visie op de betekenis van het onderwijs voor mens en samenleving. Er is sindsdien alleen maar met de kaasschaaf bezuinigd, zonder ook maar enigszins na te denken over ‘het wat’, ‘het hoe’ en vooral ‘het waarom’ van onderwijs. De weeffouten in het bestel zijn daardoor niet aangepakt, maar toegedekt, en hebben verder kunnen woekeren, verder kunnen etteren, met de gevolgen die we nu overal om ons heen in het onderwijs zien.

De meest kwalijke zaak is wat mij betreft de dominantie in het hart van het hele bestel van de eindtoets basisonderwijs. Die toets beoogt een rechtvaardiging te bieden voor het sturen op ongelijke onderwijsuitkomsten, zonder dat die toets ook maar enigszins in staat is die definitieve scheiding onderbouwd te verantwoorden (lees het interview met Karen Heij in het meinummer van Didactief, n.a.v. haar proefschrift Van de kat en de bel, tellen en vertellen met de eindtoets basisonderwijs, Tilburg University 2021). Kinderen van elf, twaalf jaar worden aan de hand van die toets geordend van laag naar hoog, en dat gebeurt met een rigiditeit die een levenslange tweedeling van de samenleving tot gevolg heeft. En omdat we op zo vroege leeftijd zo definitief selecteren, is het primaire onderwijs totaal afgestemd geraakt op die eindtoets, met vreselijke controlerende en disciplinerende uitwassen van dien. Ga je alsjeblieft inspannen om die eindtoets zo snel mogelijk de wereld uit te helpen.

Dat is natuurlijk nog maar een begin. Het hele bestel heeft zich rondom dat selectiemoment georganiseerd. Vandaar mijn tweede advies: schaf het onderscheid tussen po en vo af. Vorm brede onderwijscentra waarin kinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar kunnen leren en zich kunnen ontwikkelen. Laat leerlingen soepel overgaan van de voorschoolse kinderopvang naar dat wat nu nog po heet en daarna, even soepel, naar dat wat nu nog vo heet. Dat betekent dus ook, en dat is dan wellicht een apart, derde advies: hervorm het voortgezet onderwijs. Schaf de categorale gymnasia af. Maar schaf vooral het onderscheid af tussen enerzijds het beroepsgerichte, praktische, lage vmbo en het algemeen vormende, theoretische, hoge havo/vwo. Zorg voor een brede middenschool, waarbij ik jou slim genoeg acht om de politiek bezoedelde term ‘middenschool’ te vermijden en te vervangen door iets beters. Maar waar het om gaat is een scholengemeenschap waarin er voor alle jongeren tot 18 jaar plaats is.

Natuurlijk zul je in die middenschool drastisch moeten differentiëren. Je kent mij. Ik ben voorstander van een gepersonaliseerde, passende aanpak. Zorg voor een grote variatie van verschillende soorten groepen. Familiegroepen, waarin leerlingen van 0 tot 18 jaar bij elkaar zitten. Misschien maar een paar keer per week een uur, maar toch. Dan stamgroepen, waarin kinderen van ongeveer vergelijkbare leeftijd en vergelijkbare ontwikkeling bij elkaar zitten, zoals nu bijvoorbeeld de onderbouw, middenbouw en bovenbouw op Jenaplanscholen. Daarnaast instructiegroepen voor rekenen en taal, themagroepen, ateliergroepen, stagegroepen, sectorgroepen, en wie weet heb je zelf op dit punt ook nog wat ideeën. Zorg er in ieder geval voor dat de jongeren vanaf een jaar of 11 minstens een dag of twee niet in het schoolgebouw zijn. Laat ze ergens in de samenleving in een goede educatieve setting meedoen aan het maatschappelijke leven – in een beroepsveld of in het vrijwilligerswerk.

Een laatste advies: ga je als minister van Onderwijs bemoeien met alle andere sectoren van de samenleving. Zorg met je collega’s voor een sterke leercultuur, met name ook een informele leercultuur. Span je in om het leren – het vermogen om je succesvol af te stemmen op je omgeving en je handelingsmogelijkheden te vergroten – te bevrijden uit de beknelling van een schoolse setting. Word minister van Leren en Ontwikkelen. Maak het leren los van diploma’s, die leerlingen immers alleen maar aanmoedigen om het leren als afgerond te beschouwen.

Blijf zelf vooral ook leren, Jan. Geef het goede voorbeeld.
Ik wens je veel succes. Je kunt het!

Groeten -- Jan Bransen

 

--------- 

 

Aan de Minister van Onderwijs


Beste minister Bransen,

In de eerste plaats wil ik u feliciteren met uw benoeming tot minister op het belangrijkste departement dat ons land kent. Mevrouw Kaag merkte in haar bijdrage aan het inmiddels roemruchte Rutte-debat op, dat er sprake is van een kansencrisis in het onderwijs. Aan u de opdracht om deze crisis op te lossen.

Ik wil u er nadrukkelijk op wijzen dat deze crisis in feite een kenniscrisis is. Onze 15-jarigen gaan onderuit op het begrijpen van de teksten die ze lezen. We weten vrij precies waar het probleem ontstaat, namelijk in de lagere leerjaren van het voortgezet onderwijs. Aan het eind van de basisschool vallen onze leerlingen in de internationale vergelijkingen nog niet in negatieve zin op.

Om een tekst te begrijpen moet een leerling technisch kunnen lezen en beschikken over voldoende voorkennis omtrent het onderwerp waar een tekst over gaat. Als je nooit geleerd hebt wat een allergische reactie is, dan kan het lezen en begrijpen van een bijsluiter lastig worden.

Naar mijn mening moeten we voor alle kinderen in Nederland de lat hoog leggen. Dit  betekent dat leerlingen die het funderend onderwijs verlaten, in staat moeten zijn om een kwaliteitskrant te lezen en dat zij de belangrijkste uitgangspunten van de verschillende wetenschapsgebieden kennen, zoals bijvoorbeeld uit de biologie de erfelijkheidsleer en de evolutietheorie. In tegenstelling tot een gangbare opvatting verandert er niet zo heel veel: het meeste blijft, zeker als het gaat om onze kennisbasis. Het is juist deze duurzame kennisbasis die onze burgers nodig hebben om de wereld om hen heen te kunnen duiden.

Om dit doel te bereiken zijn er wel stevige ingrepen in ons onderwijs nodig. We moeten onze leraren in staat stellen om de onderwijstijd die zij tot hun beschikking hebben optimaal te benutten. Een cultuur van selecteren, presteren en controleren gaat ten koste van de beschikbare tijd om te leren. De eerste maatregel die ik wil voorstellen met het oog op het doorbreken van deze cultuur is het afschaffen van het leerling(ver)volgsysteem en de eindtoets. De eindtoets wordt vervangen door een nieuw eindexamen voor alle leerlingen op 15-jarige leeftijd aan het eind van de elfjarige basisschool.

Ik raad u aan om de basisschool met ingang van het schooljaar 2022-23 met een jaar te verlengen en dit nog tweemaal te herhalen zodat aan het eind van het schooljaar 2024-25 de 11-jarige basisschool een feit is.

Tijdens het schooljaar 2021-22 beschrijft een uit vakspecialisten bestaande commissie de eindtermen voor de vakken Nederlands, wiskunde, Engels, natuurkunde, scheikunde, biologie, geschiedenis en aardrijkskunde, een moderne vreemde taal, lichamelijke opvoeding en de kunstvakken. Uitgangspunt voor het nieuw in te voeren examen is dat geëxamineerd wordt wat onderwezen is. Dit moge een open deur lijken, het is echter nu niet het geval voor het vak Nederlands en de moderne vreemde talen.

Uiteraard heeft deze ingreep gevolgen voor het voortgezet onderwijs waar de onderbouw in drie jaar tijd wordt afgebouwd. Leraren die nu lesgeven in de onderbouw worden vakdocent in het basisonderwijs.

Na de basisschool stromen leerlingen door naar het middelbaar beroepsonderwijs of naar het voorbereidend hoger onderwijs. Het centraal schriftelijk eindexamen in haar huidige vorm komt te vervallen. De inhoud van het voorbereidend hoger onderwijs is in overleg met de universiteiten en hogescholen gestandaardiseerd en wordt cursorisch aangeboden.

Dit ambitieuze plan kan alleen uitgevoerd worden met behulp van voldoende goed opgeleide leraren, die een fatsoenlijk, marktconform salaris verdienen. Dit houdt in dat het onverdedigbare verschil in beloning tussen leraren in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs verdwijnt. De ingrijpende hervorming van het onderwijs brengt ook forse personele verschuivingen met zich mee. De beste oplossing hiervoor is om het onderwijspersoneel met ingang van 1 augustus 2022 in dienst te laten treden bij de Rijksoverheid. In een later stadium kan besloten worden of het wenselijk is om besturen weer de beschikking te geven over een personeelsbegroting.

Ten slotte wens ik u de visie en de moed toe om de kenniscrisis in ons onderwijs het hoofd te bieden.

 

Met vriendelijke groet,

Jan Tishauser

Programmadirecteur researchED

Verder lezen

1 Jan versus Jan (1)
2 Jan versus Jan (2)
3 Jan versus Jan (3)
4 Jan versus Jan (4)
5 Jan versus Jan (5)
6 Jan versus Jan (6)
7 Jan versus Jan (7)
8 Jan versus Jan (8)
9 Jan versus Jan (9)
10 Jan versus Jan (10)
11 Jan versus Jan (11)
12 Jan versus Jan (12)
13 Jan versus Jan (13)
14 Jan versus Jan (14)
15 Jan versus Jan (16)
16 Jan versus Jan (17)
17 Jan versus Jan (18)

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent