Jan versus Jan (18)

Tekst Jan Bransen en Jan Tishauser
Gepubliceerd op 30-11-2021
Elke maand wisselen Jan Bransen en Jan Tishauser op deze plek brieven met elkaar uit. Bransen is hoogleraar filosofie aan de Radboud Universiteit, zijn naamgenoot Tishauser de programmadirecteur van de Nederlandse ResearchED conferenties en van onderwijsadviesdienst B&T. Zij schrijven over actuele onderwijsthema's. Vandaag hebben ze het over hoe onderwijs kan bijdragen aan een betere wereld.

Hallo Jan,

Er is op dit moment veel onrust in de wereld. Terwijl ik dit schrijf, zijn we in afwachting van een ‘avondlockdown’ en maken we ons zorgen over variant B.1.1.529. Het onderwijs zucht en steunt onder de gevolgen van de pandemie, gevolgen die versterkt worden door het lerarentekort. Jij noch ik kunnen op de korte termijn de problemen oplossen waar het onderwijs nu mee worstelt. Wat we wel kunnen doen, is nadenken over een betere wereld en hoe wij en, in bredere zin, het onderwijs daaraan bij kunnen dragen.

Ik heb met belangstelling je blog ‘Onderwijs als Mensenwerk’ gelezen. Een rode draad in jouw visie op onderwijs en opvoeding is de door jou veronderstelde ongelijkwaardigheid die zou blijken uit termen als ‘kinderen’ en ’volwassenen’ of ‘leraar’ en ‘leerling’.

Aan die termen verbind je vervolgens een hersenspinsel dat het gebruik ervan inhoudt, dat we kinderen geen toegang tot de wereld verlenen. Ik vraag me dan in alle gemoede af hoe het zit met de ‘Taskforce Ontwikkelingsgericht Onderwijs’. Dit veronderstelt dan dat er ‘onontwikkelden’ en ‘ontwikkelden’ zijn? En dat de onontwikkelden geen toegang tot onze (volgens jou verpeste) wereld hebben?

Die tussenzin over de verpeste wereld houdt mij overigens wel bezig. Hoezo een verpeste wereld? Rond 1800 was de gemiddelde levensverwachting in Nederland 40 jaar en het gemiddelde jaarinkomen (met inflatiecorrectie) € 4250 waarmee we het hoogste gemiddelde jaarinkomen wereldwijd hadden en de langste levensverwachting. In 2019 was de gemiddelde levensverwachting bijna 82 jaar en het gemiddelde inkomen ruim € 50.000. In de periode waarin jij en ik werden geboren, had Nederland een welvaartsniveau en levensverwachting vergelijkbaar met het huidige Egypte. In de armste landen ter wereld is de levensverwachting nu al boven de 60 jaar.

Onze wereld is helemaal niet zo verpest, integendeel, we hebben een fantastische vooruitgang weten te boeken, een vooruitgang die onlosmakelijk verbonden is met onderwijs en wetenschap. We mogen trots zijn op wat we met het, volgens jou vervormende, onderwijs hebben bereikt.

Dit wil niet zeggen dat we in een probleemloze wereld leven. Bovenstaande gegevens heb ik ontleend aan het boek ‘Factfulness’ van Hans Rosling en aan zijn website ‘Gapminder’ dat na zijn overlijden door zijn zoon wordt beheerd. De in 2017 overleden Rosling benoemt een aantal bedreigingen waaraan onze wereld blootstaat: een griepachtige pandemie, klimaatverandering, extreme armoede, een ineenstorting van het financiële systeem en een derde wereldoorlog.

In de afgelopen 24 maanden hebben we niet alleen die pandemie zien ontstaan, we zien ons ook keihard geconfronteerd met de vraag of het niet al te laat is om de klimaatcrisis te keren.

Jan, terwijl jij je druk maakt over de door jou veronderstelde ongelijkwaardige positie van het kind ten opzichte van de volwassene of de novice ten opzichte van de expert, is het werkelijke maatschappelijke probleem waar wij nu mee worstelen, de kennisachterstand van een flink deel van onze bevolking. Toen zich in 1774 een conjunctie van de maan en de planeten Mercurius, Venus, Mars en Jupiter zou voordoen, gaf dominee Eelko Alta uit Bozum een boekje uit, waarin hij voorspelde dat deze hemellichamen op 8 mei 1774 op elkaar zouden botsen. De aarde zou hierdoor uit haar baan worden geslingerd en zou in de zon verbranden. Deze misvatting leidde ertoe dat de wolkammer Eise Eisinga in Franeker (mijn woonplaats) zijn woonhuis omtoverde tot een planetarium.

Nu, in 2021, laat 15% van de bevolking zich niet vaccineren. Door het gegeven dat het leesniveau in het onderwijs achteruitgaat en dat inmiddels bijna een kwart van 15-jarigen als laaggeletterd moet worden beschouwd, kunnen we verwachten dat de kenniskloof die hieraan ten grondslag ligt, in de toekomst nog groter wordt. Een kloof die we ook nog eens moeten zien te dichten met te weinig leraren.

De ongelijkheid die ertoe doet, is de ongelijkheid tussen de wetenden en de onwetenden. Goed onderwijs, op basis van een kennisrijk curriculum waarin voor alle kinderen de lat hoog wordt gelegd, is het enige middel waar we over beschikken om de maatschappelijke ongelijkheid tussen wetenden en onwetenden te dichten. Is dat niet een nastrevenswaardig doel?

Jan Tishauser

 

------

 

Beste Jan,

Dat we langs elkaar heen kunnen schrijven, zullen de lezers van onze brieven ondertussen wel beseffen. Soms valt mij dat zwaar. Blijkbaar slagen we er onvoldoende in om op een productieve manier tegenover elkaar te staan, zodanig dat de dialectiek van onze gedachtewisseling leidt tot betere en diepere inzichten. Aanvankelijk was dat misschien nog wel zo, maar inmiddels lijken we in kringetjes rond te draaien.

Twee thema's spelen hierin een hoofdrol, als ik het goed zie:

Kennis

  • Jij blijft er op hameren hoe belangrijk kennis is, hoeveel we als mensheid te danken hebben aan kennis en aan de groei van kennis en hoe belangrijk het daarom is dat we die kennis aan onze kinderen doorgeven, want anders...

  • En ik blijf denken dat je een ondeugdelijke, eenzijdige kijk op kennis hebt, alsof het om een grote berg feiten gaat waarmee we onwetendheid moeten en zouden kunnen bestrijden.

Leraar

  • Jij vindt het cruciaal om het verschil te benadrukken tussen enerzijds de verantwoordelijkheid van de leraar en anderzijds de taak van de leerling.

  • En ik blijf denken dat de nadruk op dit onderscheid vooral de status quo dient en daardoor juist dát ondermijnt wat kenmerkend is voor zowel het menselijk bestaan als de plaats van het onderwijs daarin: onze gezamenlijke open, onderzoekende en lerende houding, de houding die ons toekomst geeft. 

Deze twee thema’s spelen een hoofdrol in ons meningsverschil. Voor mijn visie op de kwaliteit en de bedoeling van het onderwijs zijn ze echter niet zo belangrijk. Dat we toch steeds weer naar deze thema's terugkeren, en dat ik steeds weer het idee krijg dat je niet mijn positie bestrijdt maar een of ander angstbeeld van jezelf, maakt dit ondertussen best een vermoeiende correspondentie. Want voordat we verder kunnen, moet er eerst weer onbegrip uit de weg worden geruimd. Maar ik weet niet hoe.

Ik snap bijvoorbeeld niet waarom een pleidooi voor ontwikkelingsgericht onderwijs een onderscheid zou moeten impliceren tussen ‘onontwikkelden’ en ‘ontwikkelden’. Ontwikkeling is immers juist een intrinsiek dynamisch gegeven, een proces dat altijd al bezig is en nooit voltooid is. De tegenstelling die jij suggereert tussen degenen die nog niet met ontwikkelen begonnen zijn en degenen die er al klaar mee zijn, is daarentegen statisch en dus precies niet waar de Taskforce waar ik lid van ben zich op richt.

Ik snap ook niet waarom je denkt dat ik het heb over de ongelijkwaardige positie van het kind ten opzichte van de volwassene. Juist niet. Het woord ‘ongelijkwaardig’ komt in mijn brieven helemaal niet voor. Ik heb het in de blog waarnaar je verwijst over ongelijksoortig, en in mijn vorige brief aan jou betoog ik dat er geen wezenlijk verschil is tussen de positie van de lerende en die van de docerende. Jij wilt dat verschil in stand houden (je meent zelfs dat we helemaal geen optie hebben, omdat het hier om een ‘natuurwet’ zou gaan), maar ik juist niet.

Ik heb je in mijn vorige brief gevraagd mij uit te leggen wat volgens jou het meest overtuigende en evidente verschil zou zijn tussen die twee posities? Als ik je goed begrijp, benoem je nu dat verschil in termen van de ongelijkheid tussen de wetenden en de onwetenden. Ik vind dat een buitengewoon paternalistisch onderscheid, dat mij sterkt in mijn vermoeden dat jij juist wel de ongelijkwaardigheid tussen leerling en leraar wil benadrukken.

Dat past bij jouw diagnose van wat je het werkelijke maatschappelijke probleem noemt: ‘de kennisachterstand van een flink deel van onze bevolking’. Ik vind dat een onzinnige, maar vooral onhoudbare diagnose. Ze is gebaseerd op het negeren van ons motivatieprobleem, alsof we vanzelf het goede wel doen, als we kennis hebben genomen van de feiten. Maar kom op, Jan. Al sinds de Club van Rome weten we dat we duurzaam zouden moeten handelen, maar dóen...? Ho maar.

Het is niet de kloof tussen de wetenden en de onwetenden die ons parten speelt, maar de kloof tussen ons hoofd en ons hart – een kloof die we aan ons onderwijsbestel te danken hebben. Want in ons onderwijs maken we iedereen wijs dat het om ons hoofd gaat, om de ontwikkeling van onze cognitieve vermogens. Ons vermogen lief te hebben, betrokken, geïnspireerd en zorgzaam te zijn, genegenheid te tonen, ons hartelijk te leren verhouden tot wat ons ten diepste raakt – die kant van ons bestaan wordt in het onderwijs volstrekt verwaarloosd. We moedigen ieder kind aan te geloven dat de samenleving een competitie is, een rat race, met zo hier en daar een enkele winnaar en verder vooral heel veel verliezers. Dezelfde lat voor alle kinderen hoog leggen? Nee, dat vind ik geen nastrevenswaardig doel.

Groeten – Jan Bransen

Verder lezen

1 Jan versus Jan (1)
2 Jan versus Jan (2)
3 Jan versus Jan (3)
4 Jan versus Jan (4)
5 Jan versus Jan (5)
6 Jan versus Jan (6)
7 Jan versus Jan (7)
8 Jan versus Jan (8)
9 Jan versus Jan (9)
10 Jan versus Jan (10)
11 Jan versus Jan (11)
12 Jan versus Jan (12)
13 Jan versus Jan (13)
14 Jan versus Jan (14)
15 Jan versus Jan (15)
16 Jan versus Jan (16)
17 Jan versus Jan (17)

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent