Onderzoek

Vergroot de wereld van je leerlingen

Tekst Monique Marreveld
Gepubliceerd op 11-02-2021 Gewijzigd op 15-02-2021
Meer gelijke kansen voor alle leerlingen klinkt abstract. Onderzoeker Guuske Ledoux slaagt erin op basis van harde feiten tot hele praktische aanbevelingen te komen. In haar klassieke onderzoeken naar onderwijsachterstanden in de afgelopen decennia toont ze aan dat het vooral bij begrijpend lezen in het po mis gaat. En ze levert praktische aanbevelingen: wil je achterstanden van kinderen bestrijden, vergroot dan hun wereld. Daar gaan ze beter van lezen en uiteindelijk beter van leren.

 

Groepsgebonden ongelijkheid

Onderwijsachterstandenbeleid zou moeten gaan over groepsgebonden ongelijkheid die samenhangt met het opgroeien in verschillende sociale milieus. Dat schreef Ledoux in 2013 (en daarvoor en daarna) in Didactief op basis van reviews en cohortonderzoeken. Niet etniciteit, maar bijvoorbeeld opleidingsniveau van beide ouders is veel bepalender voor de kansen die kinderen van huis uit meekrijgen. En leraren lijken dat niet altijd te beseffen.

Toch is dat belangrijk, want juist daar, op school, kan de samenleving tot op zekere hoogte compenseren wat een leerling thuis tekort komt als zijn of haar ouders het ook niet zo goed weten. En het kan specifieker, dat compenseren. Ledoux houdt van precies: ‘Als er één leerdomein is waar leerprestaties sterk blijken samen te hangen met het sociale milieu waaruit leerlingen afkomstig zijn, dan is het begrijpend lezen,’ schrijft ze herhaaldelijk. Daar valt dus winst te behalen.

 

Begrijpend lezen

‘Vaak zie je dat basisscholen er behoorlijk goed in slagen om leerlingen uit achterstandsgroepen (autochtone kinderen van laagopgeleide ouders en allochtone kinderen van laag- en middelbaar opgeleide ouders) tot een goed niveau van technisch lezen te brengen,’ aldus Ledoux. En ook spelling aanleren lukt vaak behoorlijk goed, vooral in de lagere leeftijdsgroepen. ‘Maar eenmaal in groep 5 en 6, als het begrijpend lezen steeds belangrijker wordt, ook als voertuig voor andere vakken, vallen de prestaties van deze leerlingen terug. Dat komt niet door hun technisch leesniveau, maar doordat ze onvoldoende contextuele kennis hebben om écht te begrijpen waar de teksten over gaan.’ Ze missen de algemene kennis, de begrippenkennis, de in de teksten veronderstelde kennis van de wereld die nodig is voor goede prestaties in begrijpend lezen. Want dat is precies de kennis die zij minder vanuit huis meekrijgen dan de leerlingen uit meer kansrijke milieus.

 

Een goede school is
een wereldoriëntatieschool

 

Kennis van de wereld

Wat kun je dan doen als leraar om die kennis te compenseren? Ledoux blijkt de onderzoeksresultaten goed te kunnen vertalen naar handelingsperspectieven zoals dat zo mooi heet. ‘De school moet een wereldoriëntatieschool zijn. Want goed worden in begrijpen wat je leest, is een belangrijke sleutel voor verder succes in het voortgezet onderwijs en verder.’

Een goede school:

  • Leest leerlingen veel voor;

  • Laat leerlingen zelf veel lezen;

  • Bied goed woordenschatonderwijs;

  • Organiseert excursies (vergroot de wereld);

  • Organiseert gastlessen;

  • Biedt films aan en schooljournaal;

  • Organiseert kunstonderwijs;

  • Investeert in leraren, programma’s en schoolleiders.

 

Hogere cognitieve vaardigheden

Ledoux heeft ook onderzocht of scholen daar in slagen. En trok aan de bel toen dat volgens haar niet zo was. Toen uit onderzoek bleek dat scholen voor leerlingen uit achterstandsgroepen er nauwelijks in slagen een verrijkte leeromgeving te creëren, bijvoorbeeld door te werken met projecten, onderzoeksopdrachten, computertaken, schreef ze dat gewoon op: ‘Scholen met veel achterstandsleerlingen vinden dergelijke onderwijsvormen voor hun leerlingen “te moeilijk” en “meer iets voor Montessorischolen”.’ En Ledoux waarschuwt: ‘We signaleren dat hiermee weer nieuwe vormen van ongelijkheid dreigen te ontstaan.’ Juist kinderen uit achterstandsmilieus moeten veel oefenen met de ontwikkeling van hogere cognitieve vaardigheden, zoals zelfstandig leren denken en oplossingsstrategieën hanteren. Zij worden daarin immers thuis minder gestimuleerd.

 

Segregatie

In onderwijsachterstandenbestrijding is iedereen al jaren op zoek naar de silver bullet. Volgens sommigen is die te vinden in een gemengde school, meer specifiek met 70 procent kansrijke en 30 procent kansarme kinderen. Ledoux heeft daar in Nederland geen enkel bewijs voor kunnen vinden. ‘We weten wel,’ schrijft ze, ‘dat de sociale samenstelling van een school bij ons nauwelijks effect heeft op prestaties. Maar hoe maatschappelijk gewenst is het dat mensen opgroeien in een ons-soort-mensen-cultuur?’ Ledoux denkt dat kinderen uit achterstandsgroepen veel kunnen leren van kinderen uit de middenklasse: hoe je je gedraagt, een bepaald taalgebruik, beter snappen hoe de wereld van anderen eruit ziet, de codes leren. ‘De code van een andere klasse is soms heel onuitgesproken, die kun je niet uit een boekje leren maar moet je ervaren.’

 

Schoolkeuze

Kinderen uit verschillende milieus die van elkaar leren is een sterk argument voor gemengde scholen volgens Ledoux. Maar de praktijk is weerbarstig. Want decennia achterstandenonderzoek van Ledoux laten ook zien dat iedereen gelijke kansen belangrijk vindt, en gemengde scholen, maar dat mensen voor hun eigen kind toch uiteindelijk andere keuzes maken. ‘Mensen kijken om zich heen en denken: voel ik me hier thuis, is dit de goede plek voor mijn kind en krijgt hij hier vriendjes? Het effect daarvan is dat we zwarte en witte scholen hebben en hoge en lage klasse scholen. Dat is moeilijk stuurbaar, tenzij je de keuzevrijheid drastisch zou beperken. Politici durven daar hun vingers niet aan te branden. Ze trekken er geen kiezers mee en zijn zelf ook ouders, dus ze kunnen zich goed voorstellen wat de motieven zijn van ouders om keuze a te maken en niet keuze b. Desegregatie is in niemands persoonlijk belang. Schoolkeuze is een emotioneel iets.’ Maar onoplosbaar is het niet. Een laatste praktische tip van Ledoux: Ga als leraar eens op een andere school kijken, houd contact met elkaar. Ook voor leraren geldt met andere woorden: vergroot je horizon! 

 

Ledoux, G.L., (1980-2020), Achterstanden bestrijden doe je samen. Didactief, (1981-2020).

 

Dit artikel is gepubliceerd in het liber amicorum dat is gemaakt ter gelegenheid van het afscheid van Guuske Ledoux als wetenschappelijk directeur van het Kohnstamm Instituut. Het liber zelf (met bijdragen van o.a. Geert ten Dam, Ton Eimers en Anne Luc van der Vegt) is te downloaden via deze link.

Dit artikel is een bewerking van diverse artikelen van Guuske Ledoux uit Didactief. Verschillende artikelen van Ledoux zijn in verband met haar afscheid van het Kohnstamm Instituut openbaar toegankelijk. Zoek op trefwoord 'Ledoux' of bekijk ze hieronder onder 'Verder lezen'. 


Meer Didactief-artikelen lezen? Neem een abonnement krijg online toegang tot alle artikelen vanaf 2003.

Verder lezen

1 Eén op drie leerkrachten voelt zich overbelast
2 Jongleren met olifanten
3 Dijsselbloem revisited
4 Na Dijsselbloem veranderde er weinig
5 Achterstandenbestrijding
6 Marginale invloed
7 Uit het zicht
8 Nog meer kennis gewenst
9 Scholen durven heft weer in eigen hand te nemen
10 Hoe meet je of een leerling goed kan samenwerken?
11 Ali haalt de norm niet
12 Een sterke mix
13 Criteria ter discussie
14 Verwijzen niet altijd erg
15 Mbo’er tevreden over Passend onderwijs

Click here to revoke the Cookie consent