Onderzoek

Mbo’er tevreden over Passend onderwijs

Tekst A.L.C. van Loon-Dikkers, A.M.H. Heurter & G. Ledoux
Gepubliceerd op 19-09-2017 Gewijzigd op 19-09-2017
Bij passend onderwijs denken de meeste mensen aan leerlingen op de basisschool of in het voortgezet onderwijs. Maar ook op het mbo is passend onderwijs in 2014 ingevoerd. Zijn mbo-studenten tevreden over de leerlingenzorg op hun opleiding? ‘Bést wel’, blijkt uit onderzoek van het Kohnstamm Instituut in opdracht van het NRO.

Ruim 2000 mbo-studenten met extra ondersteunings-
behoeften hebben aan dit onderzoek meegewerkt in schooljaar 2015-2016. Zij kampten vooral met leerproblemen zoals dyslexie. Circa 1000 studenten kregen extra ondersteuning op hun opleiding vanwege hun beperking.

Gevraagd naar de communicatie en informatievoorziening, hun welbevinden op de opleiding, de signalering en feitelijke ondersteuning en het schoolkeuzeproces waren de studenten gemiddeld (redelijk) tevreden. Wel liepen hun meningen soms sterk uiteen: de meerderheid is tevreden maar een deel ook helemaal niet.

Informatie lastig
vindbaar op mbo

Wat betreft communicatie en informatievoorziening zijn studenten het meest tevreden over de informatie die zij kregen over hun eigen vorderingen. Het minst tevreden zijn ze over het gemak waarmee informatie te vinden was over wat de opleiding doet voor degenen die extra hulp nodig hebben.

Tevreden    
 

De studenten hebben het gemiddeld behoorlijk naar hun zin op de opleiding (tevreden over welbevinden). Zij voelden zich welkom en wisten goed bij wie ze terecht konden met vragen of bij problemen. Opmerkelijk is wel dat ze aan de andere kant relatief vaak aangeven dat zij zich soms alleen voelden op de opleiding en iets minder tevreden zijn over de mate waarin de opleiding een klacht serieus nam.

De meeste studenten hebben wel vertrouwen in hun mentor of begeleider, lijkt het. Zij zijn tevreden over diens mening over wat voor extra ondersteuning zij nodig hadden. Minder tevreden zijn zij over hoe de docent of mentor met andere hulpverleners samenwerkte.

Het verloop van studenten met extra ondersteuningsbehoeften is wel groot: ruim een kwart volgde in het onderzochte schooljaar dezelfde opleiding op een ander niveau of een opleiding in een andere richting dan waar zij begonnen zijn. Gevraagd naar het schoolkeuzeproces, stelden de studenten dat ze nauwelijks van het kastje naar de muur zijn gestuurd. Ze hoefden ook weinig moeite te doen om op de opleiding van hun keuze te worden toegelaten.

Of de mbo-studenten meer of minder tevreden zijn over de leerlingenzorg dan vóór de start van passend onderwijs weten we niet. Voorheen werd namelijk niet aan studenten maar alleen aan ouders gevraagd in welke mate zij tevreden zijn over de leerlingenzorg. De volgende meting die zich weer richt op studenten zal dan ook interessant zijn.

A.L.C. van Loon-Dikkers, A.M.H. Heurter & G. Ledoux, Ervaren bureaucratie en tevredenheid passend onderwijs. Meningen van po- en vo-ouders en mbo-studenten, schooljaar 2015-2016. Deze publicatie maakt deel uit van het door het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek gefinancierde onderzoeksprogramma Evaluatie Passend Onderwijs (2014-2020).

Verder lezen

1 Passend onderwijs zit nog niet lekker
2 Samenwerkingsverbanden tevreden met voortgang passend onderwijs
3 Bureaucratie nog niet minder door Passend onderwijs
4 Passend onderwijs gaat nog aan de leraar voorbij
5 Passend onderwijs op de werkvloer?
6 Passend onderwijs: niet voor alle oogappeltjes

Click here to revoke the Cookie consent