Onderzoek

Zo kreeg Squla een kontje

Tekst Monique Marreveld, Bea Ros
Gepubliceerd op 27-01-2021 Gewijzigd op 03-02-2021
Beeld Loek Weijts
Het woord kansengelijkheid ligt in ieders mond bestorven. Maar links en rechts pogen juist beter gesitueerde ouders hun kinderen vooruit te duwen door te investeren in bijlessen en oefenprogramma’s. Bedrijven doen goede zaken met schaduwonderwijs. Soms, zoals bij Squla, met een onbedoeld kontje van de overheid.

 

 

Dit is deel 6 in de serie 'Georganiseerd wantrouwen'. Lees de andere artikelen hier.

 

Squla bestaat tien jaar. Het bedrijf biedt online oefenmateriaal voor kinderen, van leren lezen en tellen tot vreemde talen én oefenen met vragen voor de eindtoets. In Nederland bedient het 180 duizend kinderen vanuit huis via betaalde abonnementen (bron: Squla, 22 oktober 2020) en is daarmee een van de grootste aanbieders van schaduwonderwijs voor het po (zie kader: 'Schaduwzijde'). En niet alleen in Nederland doet het goede zaken. In Polen is het naar eigen zeggen de grootste online aanbieder. Afgelopen herfst nam het moederconcern Futurewhiz bovendien het Duitse Scoyo over, waarmee het toegang kreeg tot zeven miljoen leerlingen in po en onderbouw vo. De educatieve content van Scoyo wordt toegevoegd aan het Squla-platform. In tien jaar is er een internationale reus gegroeid uit de kleine start-up. Schaduwonderwijs is big business.

Die groei is opmerkelijk in het licht van de huidige kansendiscussie. Immers, de overheid die zich zo druk maakt om gelijke kansen, heeft het bedrijf indirect het noodzakelijke kontje gegeven. Want wat zou Squla zijn geweest zonder het etiket Powered by Cito? Hoe heeft oprichter André Haardt dat gefikst?

 

Partner met gezag

Wie kijkt naar de beginjaren van het bedrijf, ziet een ingewikkelde dans tussen ondernemer, collega-ondernemer annex nationaal toetsbedrijf Cito en overheid. Natuurlijk, het narratief van Squla is dat het ‘leren weer leuk’ wilde maken, door onderwijs te combineren met online games. Maar digitaal oefenmateriaal was in 2010 gewoon een gat in de markt en zakenman Haardt had dat goed gezien. Zijn eerste plan, om online spelvormen te ontwikkelen bij bestaand lesmateriaal, bleek te ambitieus –niet elke uitgever wilde daaraan meewerken. Als start-up in een voor hem onbekend domein – Haardt werkte daarvoor onder meer bij Unilever en Philips – kon hij bovendien maar moeilijk kapitaal vinden. Daarom had hij een partner nodig met gezag in onderwijsland. ‘Ik ben gaan kijken: wat is een landelijk platform waar bijna alle scholen mee samenwerken? Dat was Cito,’ vertelt Haardt ons. ‘Toen ben ik in mijn netwerk gaan rondvragen of iemand me bij Cito kon introduceren en zo kwam ik via via in gesprek met directeur Marten Roorda. Hij was meteen gecharmeerd van mijn idee.’

Roorda: ‘Outsmart them’

Marten Roorda was tot 2015 directeur van Cito, daarna vertrok hij naar Amerikaans toetsbedrijf ACT, een goede naam op testgebied, maar zeker niet een van de grootste. ‘You have companies out there like ETS, Pearson, McGraw-Hill Education – now with Cengage – those are very big companies. So my strategy is to outsmart them,’ liet hij destijds weten in de pers.

In mei 2020 verdween hij zonder veel uitleg bij ACT, toen het bedrijf een fikse kostenreductie moest realiseren vanwege de impact van corona. Roorda had het bedrijf volgers kenners sinds 2015 uitgebreid met zaken die niet per se tot de corebusiness behoorden.


Het partnerschap met Cito opent deuren die voorheen gesloten bleven. Zoals Haardt in Het Financieele Dagblad vertelt (zie ook: Haardts interview met Emerce, red.), kon hij door de samenwerking met Cito een voorsprong nemen op concurrenten. Ontwikkelaars van online materiaal bevestigen dat de samenwerking met Cito een wereld van verschil maakt. Een aantal worstelt al jaren om voldoende financiering te vinden. Haardt wist met Cito in de pocket vier zogenoemde angel investors aan zich te binden, privépersonen die gezamenlijk 400 duizend euro in Squla investeerden en een minderheidsbelang verwierven.
 

Waar had Squla gestaan
zonder 'CITO-keurmerk?'



 


Powered by Cito

Wat bewoog de toenmalige Cito-directeur om in zee te gaan met een onbekende speler? Roorda viel, zo vertelt hij ons via Zoom, voor het vernieuwende idee van educatieve games. ‘Onze belangen liepen in zekere zin parallel, want wij waren bij Cito op zoek naar meer commerciële projecten.’

Dat gebeurde op aandrang van het ministerie van Onderwijs, zegt Roorda. Overheidsorganisatie Cito was in 1999 geprivatiseerd. In 2002 werd Roorda benoemd; zijn opdracht was om Cito BV op de commerciële kaart te zetten. ‘We moesten op eigen benen kunnen staan en niet alleen afhankelijk zijn van overheidssubsidies. En daar ben ik dus druk mee bezig geweest. Een van de dingen die ik bedacht was: kunnen we niet samenwerken met innovatieve onderwijstechnologieën die we iets van onze autoriteit en kennis van toetsen mee kunnen geven?’

Dus Haardt – ‘Ik kende hem niet,’ aldus Roorda – klopte aan de juiste poort. ‘André had het idee om de oudermarkt op te gaan. Dat vond ik een heel goed idee, om zeg maar een appel te doen op het verantwoordelijkheidsgevoel van ouders. Hij zei: ik heb goede quizzes, alleen hoe kom ik bij al die ouders binnen? En toen heb ik het concept bedacht van Powered by Cito.’

Dat keurmerk stond niet, zoals doorgaans het geval is, voor bewezen kwaliteiten, maar voor een soort ‘Cito-gelooft-in-mij’. En het stond voor de inhoudelijke bijdrage van Cito aan Squla: vragen uit de Cito-eindtoets waar kinderen thuis mee konden oefenen. ‘Wij stelden honderden toetsvragen die opgebruikt waren of die niet echt meer gebruikt konden worden voor de geheime toets beschikbaar. Die werden onderdeel van Squla. Zo kon André marketing doen met het Powered by Cito-concept. En op dat moment vloog het eigenlijk meteen.’

‘Cito moest juist van OCW op eigen benen kunnen staan’


Centrale Eindtoets

In die tijd, we schrijven 2011, was de eindtoets een commercieel product van Cito BV. De toets genoot groot gezag in Nederland: Cito BV had destijds 80% van de markt voor eindtoetsen voor groep 8 in handen. Dat kwam mede omdat veel leraren en ouders dachten dat de Cito-toets nog steeds, zoals voor 1999 het geval was, een overheidsproduct was. Squla liftte dankbaar mee op die goede naam om zich een plek in Nederlandse huiskamers en klassen te veroveren. Het Cito-keurmerk wekte vertrouwen bij leerkrachten die Squla vroeg om zijn spelletjes in de klas uit te proberen. En datzelfde logo op de Squla-foldertjes die scholen leerlingen meegaven voor thuis, overtuigde ook de ouders.

En toen besloot staatssecretaris Sander Dekker in 2013 om een eindtoets voor groep 8 verplicht te stellen en eigende hij zich de eindtoets van Cito BV toe als nationaal product (zie kader onder). Deze hernationalisering van de Cito-eindtoets mag voor Cito BV rampzalig zijn geweest (zoals Didactief in 2013 uiteenzette in Het verdriet van Cito), Squla spon er juist garen bij. Na Powered by Cito was dit het tweede welkome kontje, nu van overheidswege. Het belang van de eindtoets nam immers toe en Squla stelde ouders in staat invloed uit te oefenen (of minstens een poging daartoe te wagen) op het schooladvies. Door hun kinderen te laten oefenen voor de verplichte toets zou het schooladvies misschien een puntje hoger uitvallen.

Figuur 1. Betalende Squla-abonnees: van 20.000 in
sep. 2011 naar meer dan 80.000, 3,5 jaar later


Er waren meer partijen die de waarde van Squla in deze markt en omstandigheden beseften. Op 13 april 2013 ging de Tweede Kamer akkoord met het invoeren van een verplichte eindtoets. Vijf dagen later maakte RTL Ventures bekend een aandeel van 20% in Squla te nemen (in 2016 zou dit aandeel volgens Haardt zelfs gestegen zijn tot 37%). De omzet van Squla groeide tussen 2012 en 2014 met bijna 200% (zie ook figuur 1, boven), mede dankzij reclame via RTL op primetime. Het bedrijf dat een paar jaar eerder nog tevergeefs om cash bedelde na een succesvolle pilot van zijn product (waarbij leerlingen van twintig scholen hun prestaties verbeterden met 1,8 punten na drie weken oefenen, met andere woorden: daar lag het niet aan) was nu ieders lieveling. Met dank aan Sander Dekker.

 

Het bedrijf dat eerder nog tevergeefs om cash bedelde, was nu ieders lieveling. 
Met dank aan Sander Dekker.

                                                                                                                                                                                                                                      Foto: Arenda Oomen 

 

Schaduwzijde

Uit onderzoek (Aanvullend en particulier onderwijs, SEO/Oberon, 2019) blijkt dat ouders in 2018-2019 13 tot 25 miljoen euro (po) en 142 tot 207 miljoen (vo) uitgaven aan privaat schaduwonderwijs. En daar valt ook Squla onder, vertelt Oberon-onderzoeker Wendy de Geus: ‘Je moet ervoor betalen en ouders kopen het in met het idee om hun kind beter te laten presteren.’ Uit het onderzoek blijkt: het gebruik van betaald aanbod neemt toe naarmate ouders hoger opgeleid zijn. ‘Ouders met minder geld of die minder betrokken zijn op het leren van hun kind, zullen het minder vaak inkopen.’ Dat geeft risico op kansenongelijkheid. Lector en onderzoeker Louise Elffers is nog stelliger: ‘Wanneer het verloop van de schoolloopbaan van leerlingen deels berust op de mate waarin zij bijles kunnen inkopen, ontstaat kansenongelijkheid. Bovendien bestaat het risico van overheveling van publieke taken naar “de schaduw”.’

Squla-oprichter André Haardt begrijpt de commotie. ‘Maar als je kijkt naar het hele spectrum van aanvullende diensten, dan is Squla de lichtste vorm. Je kunt het ook omdraaien: fijn dat er een partij is die de tijd die leerlingen thuis achter het scherm doorbrengen weet te combineren met de kerndoelen. Wij zien onszelf als een verlengstuk van de school. Wij helpen kinderen tegen de prijs van een Donald Duck. Bovendien kunnen ze het op school altijd gratis gebruiken. Via Stichting Leergeld en het Jeugdeducatiefonds bieden we het voor minder draagkrachtige ouders gesubsidieerd aan.’

Toch weerspreken bevindingen uit het onderzoek dat Squla samen met SEO Economisch Onderzoek deed naar het gebruik van Squla-materialen voor en tijdens de eerste lockdown (Smeets e.a., 2020, nog te publiceren) dit. Ze vergeleken het gebruik in sociaal-economisch kwetsbare en minder kwetsbare postcodegebieden. Voor de lockdown hadden ouders in minder kwetsbare gebieden vaker een Squla-account. Compenseerde het gratis gebruik in de klas dit? Nee, want ook scholen in kwetsbare gebieden hadden minder vaak een account. Tijdens de lockdown groeit het aantal privéaccounts met 1.400% en het aantal klassenaccounts met 5.000%, maar toch profiteren niet alle kinderen daarvan: het aantal klassenaccounts in kwetsbare gebieden groeit weliswaar sterk, maar het aantal privéaccounts blijft hier laag. Bovendien benutten deze scholen hun account minder goed: de speeltijd in de klas neemt toe naarmate de kwetsbaarheid kleiner is. Oftewel: kinderen die de oefening het hardst nodig hebben, krijgen die minder. De onderzoekers concluderen dan ook: tijdens de lockdown hebben ouders en scholen de producten van Squla meer gebruikt, maar die lijken vooral ‘bij kinderen uit de minder kwetsbare gebieden terechtgekomen’. En daarmee ‘zou de ongelijkheid in de onderwijsmogelijkheden kunnen zijn toegenomen’.

Bijlessen zijn niet alleen bedoeld om achterstanden weg te werken, maar ook om kinderen tot nog grotere hoogten te laten stijgen. Elffers schrijft in De bijlesgeneratie (2018): ‘In de onderwijscompetitie willen ouders er zeker van zijn dat hun kind er “alles uit haalt wat erin zit”.’ André Haardt bevestigt dit, al duidt hij dit niet negatief. ‘Ouders zijn een soort Rupsje Nooitgenoeg, ze vragen leerkrachten om extra oefenstof. Daar hebben we goed naar geluisterd, we vervullen gewoon een behoefte.

 

Middenklasse

‘Juist Polen was interessant,’ aldus Haardt in Emerce, ‘omdat het onderwijssysteem vergelijkbaar is met dat in Nederland (vergelijkbaar “Cito-moment”), scholen ouderwets zijn, er een exploderende middenklasse is die relatief veel geld te besteden hebben en het voor Squla goed mogelijk is om lokale content te maken.



Betrouwbare partner

Haardt deed met Squla niets onoorbaars: hij sprong als volleerd zakenman gewoon in een lucratief gat in de markt, namelijk dat van het schaduwonderwijs. Maar realiseerden de overheid en Cito zich dat ze door hun beslissingen schaduwonderwijs een boost gaven? Roorda zit er niet mee. ‘Kansen van kinderen verschillen nu eenmaal, daar kun je Squla of Cito niet de schuld van geven.’ Hijzelf voerde de taak uit die hij gekregen had.

Maar had OCW niet een stokje moeten steken voor de samenwerking tussen Squla en Cito toen de eindtoets verhuisde van Cito BV naar Stichting Cito (zie kader boven)? ‘De overheid heeft daar niet bij stilgestaan,’ weet Roorda ons te melden. ‘Ze wisten wel dat we dat soort dingen deden, dat was allemaal wel bekend.’ De opvolger van Roorda, Anneke Blok, antwoordde eerder op kritische vragen van Didactief in 2016 dat Cito logischerwijs een betrouwbare partner wilde zijn en dus niet zomaar tussentijds langlopende contracten kon opzeggen. Aan de samenwerking met Squla kwam pas in 2017 een einde.
 

Squla is er niet om
hoger schooladvies
te verkopen. 



Het mantra van de overheid is de laatste jaren steeds geweest dat publiek-private samenwerking goed is. En dat het dus prima is als de markt haar voordeel doet met producten die binnen de overheid zijn ontwikkeld. Vanuit dat mantra is er niks mis mee dat Stichting Cito, die in opdracht van de overheid de Centrale Eindtoets ontwikkelde, niet-gebruikte toetsitems daarvan via Cito BV ter beschikking stelde aan Squla. Maar kennelijk heeft niemand bij OCW er rekening mee gehouden dat durfondernemers met behulp van overheidskennis ook een perverterende invloed zouden kunnen hebben. En zo kan het gebeuren dat de inspectie in haar jaarverslagen wijst op de groei van het schaduwonderwijs als zorgelijke ontwikkeling, terwijl de overheid via Squla indirect heeft meegewerkt aan de groei van dat schaduwonderwijs.

Overigens wil Squla zelf niet geafficheerd worden als schaduwonderwijs. De huidige CEO Serge Bueters: ‘Een Cito-trainer is onderdeel van schaduwonderwijs. Dat zijn wij niet. Wij zijn er om kinderen te helpen vooruitgang te maken, niet om hogere schooladviezen te verkopen. 80, 90% van onze business zit helemaal niet in groep 7 en 8.’ Bovendien, zo luidt het argument, staan tegenover de 180 duizend betaalde abonnementen vijf keer zo veel kinderen (600 duizend) die op school gratis gebruik van Squla kunnen maken. Maar volgens de definitie van de inspectie en onderzoekers behoort Squla wel degelijk tot schaduwonderwijs: aanvullende buitenschoolse onderwijsactiviteiten waarvoor ouders zelf betalen, in welk leerjaar dan ook (zie kader: 'Gesol met Cito's eindtoets').

Roorda, die dus het ‘appel op ouderverantwoordelijkheid’ een goede greep vond, vindt dat we niet moeten overdrijven. ‘Ga maar eens kijken in de Verenigde Staten, naar de hele industrie om de universitaire toelatingstoetsen als de ACT en SAT. Daar verbleekt een Squla bij. Die test prep is een miljardenindustrie.’ Lachend: ‘Daarbij vergeleken is Squla vrij onschuldig. Bovendien is Squla niet alleen op de toets gericht.’

 

'Voor merknaam Cito bleek Squla geen onverdeeld succes'



Roorda’s frustraties

Zoals gezegd stapte Roorda in het Squla-avontuur om Cito minder afhankelijk te maken van overheidssubsidie. ‘Het was voor Cito een heel goede deal: onze hoeveelheid werk was beperkt met een hoog renderende omzet voor Squla. En de afspraak was dat we een percentage van zijn omzet kregen.’ Het beviel zo goed dat Cito ook toetsitems ging leveren aan Oefenweb en Ambrasoft. ‘Ook een beetje vanuit de gedachte dat je niet alleen voor Squla zoiets kan doen, want dan roepen anderen terecht: Powered by Cito, dat willen wij ook.’

Voor de merknaam Cito was het desondanks geen onverdeeld succes. Roorda probeerde Haardt in toom te houden. ‘De marketing die Squla kon doen, was wel aan allerlei regels gebonden. We wilden niet dat hij de indruk wekte dat je een hogere Cito-score zou halen als je zijn product gebruikte. Maar André zocht altijd de randen op. Ik heb wel eens moeten bellen en zeggen: sorry André, maar deze reclame moet je echt intrekken, dat kan gewoon niet. Ik had als Cito een reputatie te verliezen.’ En nee, hij was ook zeker niet een van de vier angel investors die ieder een ton in de start van Squla staken: ‘Dat zou een conflict of interest zijn geweest, om als Cito-directeur privé te investeren. Dat zou niet wenselijk zijn.’

Cito kreeg van heel veel mensen kritiek, herinnert Roorda zich. ‘Ze zeiden: Cito heeft haar reputatie opgebouwd met overheidsgeld en gaat op deze manier daarvan profiteren.’ Roorda redeneerde: Cito is geprivatiseerd op last van de overheid en dus moeten we commerciële omzet creëren. ‘Anders werden we toch weer een soort overheidsbedrijf.’

 

Gesol met Cito's Eindtoets

Tot 1999 was de Cito-eindtoets een overheidsproduct. Met de privatisering van Cito in 1999 werd deze onderdeel van Cito BV en dus een privaat, commercieel product. Logisch, want de eindtoets was facultatief, scholen hoefden die niet af te nemen. Toen al waren er ook andere aanbieders van eindtoetsen, maar Cito was dominant met een marktaandeel van 80%.
In 2013 stemde de Tweede Kamer in met een verplichte eindtoets, een voorstel van staatssecretaris Sander Dekker. Maar scholen moesten wel kunnen kiezen. De polderoplossing was een centrale, door de overheid geleverde eindtoets, met daarnaast alternatieve toetsen. De overheid betaalde. De zogenoemde Centrale Eindtoets waarvoor de overheid nu voortaan ook alle marketing deed, nam zij over van Cito BV (de beruchte hernationalisatie); voortaan maakte Stichting Cito de toets met subsidie. Het toetscircus leidde overigens tot een slinkend marktaandeel van de Centrale Eindtoets, momenteel neemt minder dan 50% van de basisscholen deze af.
In het wetsvoorstel doorstroomtoets schaft minister Arie Slob de Centrale Eindtoets af vanaf 2022-2023. Scholen zijn wel verplicht een doorstroomtoets af te nemen in groep 8, die wordt toegelaten door het College voor Toetsen en Examens na advies van Stichting Cito. Als de wettelijk geregelde eindtoets wegvalt, is Cito BV voornemens een eindtoets aan te bieden, af te nemen op papier en digitaal, laat Cito aan ons weten. In dat geval zal de Stichting weer haar eigen vlees moeten keuren. Sowieso zal Cito BV dan een marktpositie moeten heroveren die door de brainwave van Dekker sinds 2013 dus een behoorlijke deuk heeft gekregen.

Het wetsvoorstel doorstroomtoets wordt op 25 januari behandeld in de Tweede Kamer. Lees meer over de uitslag van dat debat op onze website.



Nieuwe koers

Roorda voelde zich door diezelfde overheid gefrustreerd. ‘In het begin viel het nog mee, maar de overheid heeft steeds meer de teugels aangetrokken. Binnen de wet konden we alleen maar werk uitvoeren, een toets produceren en afnemen. Er was geen ruimte om te vernieuwen en aan innovatie te doen.’ Naar zijn zeggen veranderde de overheid met andere woorden van koers. Eerst moest Roorda geld verdienen, maar toen hij dat deed met Cito BV, vonden overheid en politiek dat bij nader inzien toch niet zo’n goed idee. ‘Neem het leerlingvolgsysteem vo, op een gegeven moment werkte toch 50 à 60% van de scholen daarmee. Maar daar vond de overheid dan weer wat van.’ Hij herinnert zich vooral veel overleg op het departement, met ambtenaren die nu eens dit, dan weer dat belangrijk vonden.
 

Overheid veranderde
van mening over
commerciële Cito


Zo lukte het Roorda niet om de koers waarmee hij op pad was gestuurd, te handhaven: Cito minder afhankelijk te maken van subsidie en meer van de markt, oftewel Stichting Cito kleiner en Cito BV groter te maken. Ook de kennis over online adaptief toetsen die Cito BV via Squla hoopte binnen te halen, kon ze niet verzilveren. ‘We wilden aan de slag met gepersonaliseerd of adaptief leren. Maar al dat soort vernieuwingen waren heel moeilijk, er bleven kansen liggen om toetsen en de manier van toetsen te vernieuwen. Neem de diagnostische tussentijdse toets, dat was echt een heel goed product, maar het was politiek niet haalbaar. Dit soort initiatieven zijn moeilijk omdat ze de commerciële markt in gevaar brengen in een klein land als Nederland en dan wordt het als concurrentievervalsing beschouwd.’

 

Squla’s adaptiviteit

Uit onderzoek van de universiteit Utrecht blijkt dat het online oefenmateriaal van Squla minder adaptief is dan de techreus beweert.

De Universiteit Utrecht heeft vorig jaar onderzoek gedaan naar de toepassing van erkende principes voor educatieve games in het online oefenmateriaal van Squla. Een groep masterstudenten onderzocht onder leiding van Casper Hulshof elf taalquizzen voor leerlingen van 9 tot 11 jaar. Deze spellen bleken toch minder adaptief dan Squla beweert. Een uitdaging op maat (adaptive challenge) en aangepaste doelen (goal orientation) waren aanwezig in minder dan de helft (49%) van de onderzochte quizzen. Een wedstrijdelement (competition) en uitdaging (challenge) vonden de onderzoekers in de helft van de onderzochte quizzen terug. Controle (control) en gerichtheid op plezier (fun orientation, iets waar Squla juist prat op gaat) scoorden zeer laag (17%). Feedback en prestaties bijhouden (achievement) deden het juist veel beter: 93%. En leerlingen kregen niet alleen feedback of ze de toets af hadden, maar in 94% van de elf quizzen kregen ze ook feedback of ze de correcte resultaten hadden. Ten slotte scoorde  reinforcement, het principe dat leerlingen aan het werk houdt, heel hoog (92%). De Utrechtse conclusie is dat de Squla-games qua adaptiviteit nog wel voor verbeterring vatbaar zijn.

Een onderzoeker van de Universiteit Leiden, Francette Broekman, toonde zich enthousiaster over Squla. Ze publiceerde in juli 2019 op de site van de Algemene Vereniging Schoolleiders een onderzoek waaruit blijkt dat ‘een gebrek aan oefening’ in de zomervakantie ertoe leidt dat alle kinderen lager scoren op rekenen, ongeacht hun niveau vóór de zomer. Onder het nieuwsbericht staat een knop voor meer informatie die direct leidt naar de bestelknop van Squla. 

Het bericht wordt een jaar later op de site van Squla gretig gerecycled.



In 2015 vertrok Roorda naar de VS en sindsdien is Cito een andere koers gaan varen. Powered by Cito verdween van de website, nadat alle door Roorda afgesloten meerjarige contracten afgelopen waren. Cito noemt desgevraagd als reden: ‘De intentie om kinderen kennis te laten maken met kwalitatieve toetsvragen, bleek in de praktijk uitlegbaar als oefenstof. Daarin herkennen wij ons niet. Een kind is immers gebaat bij passend vervolgonderwijs. Direct oefenen voor een toets kan de druk bij een leerling onnodig verhogen en mogelijk de uitslag van een toets vertekenen.’

En hoe verging het Squla sindsdien? Die had het Powered by Cito allang niet meer nodig. Sterker, Bueters wilde er liever vanaf: ‘Wij zijn geen Cito-trainer,’ licht hij nogmaals toe. ‘Ons platform wordt sinds 2014 evenveel gebruikt door kinderen in de onderbouw en middenbouw als door kinderen in groep 6 tot 8. Dus maar een hele kleine groep gebruikt ons platform ter voorbereiding op de eindtoets.’

RTL stapte in 2018 uit het bedrijf. Levine Leichtman Capital Partners kocht deze aandelen over en ronkte over Squla’s vooraanstaande rol:

Georganiseerd wantrouwen
Dit is het zesde artikel over overheidstoezicht op de onderwijspraktijk. Lees de eerdere delen in de serie ‘Georganiseerd wantrouwen.'

Squla is linked to the Dutch national curriculum and is designed to supplement a student’s education in a fun and adaptive way. While originally targeting home use, Squla is now also used in classrooms throughout the Netherlands.’

Eind december 2020 ten slotte nam de Nederlandse investeringsmaatschappij NPM Capital het meerderheidsbelang over van Levine Leichtman.


M.m.v. Winnifred Jelier. Dit artikel kwam tot stand mede dankzij een subsidie van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten, en verscheen in Didactief, januari/februari 2021

Verder lezen

1 Licht op schaduwonderwijs
2 Georganiseerd wantrouwen (1): Reconstructie rekentoets
3 Georganiseerd wantrouwen (2): Tjeenk Willink over Groter denken, kleiner doen
4 Georganiseerd wantrouwen (3): Eindtoets – wie wil ’m hebben?
5 Georganiseerd wantrouwen (4): De staat van het toezicht
6 Georganiseerd wantrouwen (5): Speelruimte CvTE beperkt

Click here to revoke the Cookie consent