School sluiten bij epidemie?

Tekst Sjoerd Karsten
Gepubliceerd op 02-10-2018
Wanneer na de Eerste Wereldoorlog de Spaanse griep uitbreekt en steeds meer slachtoffers maakt, brandt er een discussie los over maatregelen. Het zojuist opgerichte ministerie houdt zich opvallend stil.

Op 25 september 1918 komt sinds heel lange tijd weer een apart ministerie van Onderwijs tot stand. In de Tweede Kamer zijn er twijfels. Sommigen vrezen een geldverslindend en bemoeizuchtig departement. Niets is minder waar, zal blijken als juist die herfst de Spaanse griep uitbarst. Hoewel de nieuwe minister De Visser voortvarend aan de slag wil en zijn hoogste ambtenaar Feith volgens ingewijden ‘een toonbeeld van frisse en gezonde kracht’ is, zal het ministerie ondanks de roep om ingrijpen vanuit de samenleving op haar handen zitten.

De Eerste Wereldoorlog loopt ten einde, maar in de nasleep woedt een dodelijke pandemie in Europa: de Spaanse griep. September is de maand dat de griep ook Nederland in haar greep krijgt. In oktober stijgt het aantal slachtoffers explosief. De angst slaat toe. Men weet eigenlijk niet wat de oorzaken zijn, laat staan wat ertegen te beginnen valt. De antirevolutionaire leider Kuyper ziet er de wraak van God in: ‘die komt om te tuchtigen’.

De Spaanse griep blijkt geen ‘gewoon’ griepje. Zelfs jongeren en levenskrachtige volwassenen worden het dodelijk slachtoffer. Artsen doen wat ze kunnen, maar weinig lijkt te helpen. Om verspreiding van het virus te voorkomen, verbieden burgemeesters kermissen en andere ‘volksopeenhopingen’. De Leidse universiteit is een van de eerste onderwijsinstellingen die haar poorten sluit. De gemeente Maastricht sluit schouwburgen, bioscopen en scholen. Het luiden van kerkklokken bij begrafenissen is op veel plaatsen verboden, om de mensen geen angst aan te jagen. Haarlem, Arnhem, Den Haag, Rotterdam, Enschede en Assen besluiten ook hun scholen te sluiten.

In Amsterdam aarzelt het gemeentebestuur over schoolsluiting. Wanneer de griep in oktober haar hoogtepunt bereikt en lijkstoeten dagelijks door de straten rijden, eist De Telegraaf in een hoofdredactioneel commentaar dat het gemeentebestuur maatregelen treft. Het dagblad interviewt de directeur van de gemeentelijke gezondheidsdienst, die adviseert niet te spuwen en niet te dicht bij de mond te gaan staan ‘als ge met iemand spreekt’. De besluiteloosheid van de autoriteiten schiet het liberale raadslid Van Dien in het verkeerde keelgat. In een zeer uitvoerig adres aan het college van B en W eist hij dat alle scholen worden gesloten. Het college weigert en weet zich gedekt doordat de Wet besmettelijke ziekten de Spaanse griep niet kent. Wethouder De Miranda ziet niets in schoolsluiting, omdat volgens hem in steden waar dat wel al gebeurt het aantal sterfgevallen net zo hoog is als in Amsterdam.

In een motie vraagt de Amsterdamse raad aan het geneeskundig schooltoezicht antwoord te geven op de vraag of schoolsluiting helpt. Een rapport daarover laat lang op zich wachten. Intussen sluiten andere gemeenten scholen, of verordonneren tijdens de les de ramen open te laten en bij ziekte kinderen naar huis te sturen. In november interpelleert Van Dien weer. Hij ontsteekt in woede als het college halsstarrig blijft: ‘Ik ben liever van een cholerisch temperament, dan dat ik helemaal geen temperament heb.’ Toch krijgt het college steun uit onverwachte hoek. De voorzitter van de Nederlandse vereniging van schoolartsen verklaart eind december dat het bij een kortdurende epidemie zinvol is tot schoolsluiting over te gaan. Bij langere duur is volgens hem het effect gering.

In Den Haag, op het nieuwbakken ministerie, blijft het opvallend stil. Daar legt men de eerste verantwoordelijkheid bij de gemeenten en schoolbesturen. In december vraagt het Kamerlid De Buisonjé, bezorgd over de mogelijke leerachterstanden, de minister naar de consequenties van de griep voor het afnemen van de examens op de gymnasia en andere scholen. Na de jaarwisseling antwoordt de minister dat de examenvragen vanwege de achterstanden zo nodig zullen worden aangepast. Dan staat inmiddels het dodental in Nederland op twintigduizend.

 

Sjoerd Karsten is emeritus hoogleraar Onderwijskunde. Deze column verscheen in de rubriek 'Wandelen met Sjoerd Karsten' in Didactief, oktober 2018.

Bekijk ook alle korte docu’s van Wandelen met Sjoerd Karsten en lees alle andere columns uit deze serie. 

Verder lezen

1 Sjoerd Karsten
2 Klein verzet
3 Schoolwandelingen
4 Onderwijzerswoning
5 Pauselijke Zoeaaf
6 Dikke Van Dale
7 Kiesrecht voor allen

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent