Recensies

boekenWIJZER

Tekst redactie Didactief
Gepubliceerd op 24-04-2017 Gewijzigd op 01-11-2017
In BoekenWIJZER attenderen we je op boeken die handig, leerzaam of inspirerend zijn. Lijkt zo'n nieuw boek je wel wat? We verloten telkens 1 exemplaar. Vul het formulier in en maak kans op gratis vakliteratuur. Deze week: 'Talentgerichte ontwikkeling op de basisschool', 'Effectief rekenonderwijs op de basisschool', en 'Kleine kunstenaars'. 

Nieuw

talentgerichte ontwikkeling op de basisschoolTalentgerichte ontwikkeling op de basisschool

Aan de basis van dit boek ligt het onderzoeksprogramma TalentenKracht van de Rijksuniversiteit Groningen, waarover in Didactief veel geschreven is. Talentontwikkeling bij wetenschap en techniek staat daarin centraal. Dit boek bundelt de praktische aanbevelingen en handreikingen uit de onderzoeken in een overzichtelijk geheel. 
Het boek is geschreven vanuit een dynamische visie op leren en ontwikkelen. Die visie wordt uitgelegd in de eerste hoofdstukken van het boek. Daarin wordt de dynamische visie vergeleken met de grote leertheorieën, zoals het cognitivisme en behaviorisme. Ook talent bekijken de auteurs met een dynamische blik. Leren verloopt niet in een rechte lijn. Ze beschrijven dat talentontwikkeling en leren plaatsvinden in een zogenoemde talentdriehoek van leerling, leerkracht en de taak. Deze drie componenten worden vervolgens in de volgende hoofdstukken beschreven. Onderwerpen zoals nieuwsgierigheid, exploratie en redeneren van de leerling komen aan bod vanuit theorie en praktijkvoorbeelden. Bij de leraar gaat het bijvoorbeeld over vragen stellen en talentmomenten herkennen. Aspecten van de taak zijn bijvoorbeeld de mogelijkheden die de taak biedt en hoe de leraar er adaptief mee omgaat.
 Het boek sluit af met een hoofdstuk over observeren met de talentdriehoek. Hierin wordt uitgelegd hoe je interacties in de talentdriehoek kunt transcriberen en coderen als je er zelf een onderzoek naar wilt uitvoeren. Ook worden bijvoorbeeld verschillende niveaus van redeneren uitgelegd, zodat je de observaties kunt duiden.

Het boek biedt kortom een diepgaand beeld van talentontwikkeling en hoe je dit op de basisschool kunt stimuleren. Op de website van TalentenKracht vindt je bijbehorende materialen en filmfragmenten. (door Eline Geus)

Herman Veenker, Henderien Steenbeek, Marijn van Dijk & Paul van Geert. Talentgerichte ontwikkeling op de basisschool: een dynamische visie op leren en onderwijzen. Uitgeverij Coutinho, 2017.

effectief rekenonderwijsEffectief rekenonderwijs op de basisschool

Hoe verbeter je de rekenvaardigheid van leerlingen in alle groepen van de school? Marcel Schmeier schreef er een duidelijk en praktisch boek over, gebaseerd op literatuur.
Het boek opent met de verschillen tussen realistisch en traditioneel rekenen. Leer je de happenindeling of de staartdeling aan? Schmeier zet op een rij welke onderdelen werken: hoe ziet effectief rekenonderwijs eruit? Denk aan directe instructie en eerst de basisbewerking aanleren voordat je een contextsom aanbiedt. In de rest van het boek gaat hij verder in op effectief rekenonderwijs. Hoe draag je de verantwoordelijkheid geleidelijk over aan kinderen tijdens je expliciete directe instructie? Ook de overgang van concreet naar abstract en het zelf kunnen toepassen komt aan bod. Vervolgens beschrijft Schmeier uitgebreid de fasen in een rekenles, waarbij hij bijvoorbeeld veel uitlegt over het formuleren van concrete doelen. Er worden ook veel praktische werkvormen en voorbeelden beschreven, zoals een doelenchecker om je les mee af te sluiten. Op de website van het boek kun je allerlei materialen downloaden, zoals een instructiekaart, receptenkaart voor extra oefening en schema’s met leerdoelen.
Lesgeven aan zwakke en sterke rekenaars betreft een apart hoofdstuk. Schmeier legt uit hoe je om kunt gaan met niveaugroepen. Voor sterke rekenaars worden voorbeelden gegeven van vragen op verschillende niveaus: wat zijn de buurgetallen van 4? (onthouden), van welke getal zijn 3 en 5 buurgetallen? (begrijpen). En hij beantwoordt de vraag of je de leerstof voor deze kinderen nou beter kunt versnellen of verdiepen.  
Ook automatiseren heeft een apart hoofdstuk. Hierin gaat het over de leerlijn van automatiseren, het werkgeheugen en praktische werkvormen. Hij legt bijvoorbeeld het Leitnersysteem met flitskaartjes uit. Tot slot schrijft Schmeier over contextsommen en effectief rekenonderwijs op schoolniveau.
Elk hoofdstuk sluit af met een speels getekende samenvatting van 1 A4’tje. Het boek biedt een begrijpelijk, onderbouwd en praktisch overzicht van hoe rekenonderwijs eruit zou moeten zien en hoe je dit kunt bereiken. (door Eline Geus)

Marcel Schmeier, Effectief rekenonderwijs op de basisschool. Uitgeverij Pica, Uitgeverij Pelckmans Pro. 2017

Kleine kunstenaarsKleine kunstenaars

Kleine kunstenaars is een dun maar stevig boekje met een aantal kunstopdrachten die vooral over de modernere kunst gaan. Denk aan Jackson Pollock, Karel Appel en Andy Warhol. De tekst en opdrachten in het boek zijn gericht aan kinderen. Ook de onderwerpen zullen hen aanspreken. Zo is er een hoofdstuk ‘Speelgoed of kunst?’ waarbij kunst van Lego en de ballonnendieren van Jeff Koons centraal staan. Verderop krijgen kinderen de vraag: is dit kunstwerk gemaakt door een kleuter of kunstenaar? Het boekje is geschikt voor thuis en in de klas.

Lotte de Haan & Vera van Noort, Kleine kunstenaars: een educatieve reis door de wonderlijke wereld van kunst. Uitgeverij Blurb, 2014

Doe mee en win een van bovenstaande boeken!

---------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Sociaal emotionele ontwikkeling


SEL: sociaal-emotioneel leren als basis

SEL: sociaal-emotioneel leren als basis is, zoals de titel al vermeldt, een boek over de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen hoe je daar als school op in kunt spelen.
Wat meteen opvalt aan dit boek is de overzichtelijke indeling. Het boek begint met een schema van welk hoofdstuk geschikt is voor welke doelgroep. Als leraar hoeft u niet alle hoofdstukken te lezen, maar als intern begeleider liefst wel. Het boek bestaat uit drie onderdelen: theorie, praktische uitwerking van de competenties en invoering van een programma.
Het eerste onderdeel begint met de uiteenzetting van de vijf competenties van sociaal-emotioneel leren en een aantal redenen waarom dit zo’n belangrijk onderwerp is. Interessant is vooral hoofdstuk vier waar zes onderzoeken over sociaal-emotioneel leren worden samengevat, zij het heel kort. Het is niet veel, maar biedt voor de praktisch ingestelde lezer wel even een korte verdieping.
In het tweede deel over de vijf competenties, volgt meer theorie. Per competentie wordt een korte omschrijving en een aantal praktische voorbeelden beschreven, waarna er een theoretische verdieping volgt. Tot slot eindigt elk hoofdstuk met een aantal suggesties voor activiteiten om met de competentie te oefenen.
Het derde deel biedt handvatten voor implementatie van een programma voor sociaal-emotioneel leren aan de hand van drie voorbeeldscholen.
Al met al een compleet handboek om sociaal-emotioneel leren op school een boost te geven. (door Eline Geus)
Kees van Overveld, SEL: sociaal-emotioneel leren als basis. Huizen: Uitgeverij Pica, 2017. €19,95

Gedragsproblemen en stoornissen

 

cover gedragsproblemenGedragsproblemen in de klas

Anton Horeweg heeft heel veel praktijkervaring (meer dan dertig jaar groep 8), maar heeft zich ook in onderwijsonderzoek verdiept. Zijn boeken over gedragsproblemen (Gedragsproblemen in de klas, een praktisch handboek uit 2013, Gedragsproblemen in de klas, in het voortgezet onderwijs uit 2015, en zijn nieuwste Wat stuitert daar door je klas, over kinderen met ADHD en hun leraren) zijn helder geschreven, voorzien van (populair-)wetenschappelijke bronnen en staan vol herkenbare voorbeelden. Maar misschien wel het belangrijkste: steeds voegt Horeweg een lemma toe: ‘wat kun je doen in de klas’, of ‘wat kan (moet) de school doen?’. Wat stuitert daar door je klasJuist zijn ervaring maakt dat hij oog heeft voor de valkuilen, gedrag dat je als leraar snel (en onbewust) gaat vertonen als je wordt geconfronteerd met bijvoorbeeld een leerling met ADHD, maar waardoor je onbedoeld samen in een negatieve spiraal terecht kunt komen. Horeweg is behoorlijk compleet, bespreekt bijvoorbeeld ook divers medicijngebruik) en is eigenlijk altijd positief. Met rechten handboeken die je op de plank wilt hebben staan. (door Monique Marreveld)

Anton Horeweg, Gedragsproblemen in de klas, een praktisch handboek. Tielt, uitgeverij Lannoo Campus, 2013; Gedragsproblemen in de klas, in het voortgezet onderwijs. Tielt, uitgeverij Lannoo Campus, 2015; Wat stuitert daar door je klas, over kinderen met ADHD en hun leraren. Tielt, uitgeverij Lannoo, 2017.

Extreem in de klas

Hoe ga je om met botsingen tussen leerlingen in de klas en foute opmerkingen over bevolkingsgroepen? In ‘Extreem in de klas’ vertellen 26 experts, van lerarenopleider tot filosoof, over hun ervaringen en kennis, in de hoop leraren handvatten te bieden.
Het boek is opgebouwd uit interviews in korte hoofdstukken. Elke expert brengt een ander stukje kennis in, waardoor er allerlei kanten belicht worden zoals bildung, communicatietechnieken, het gesprek aangaan en reflecteren. (door Eline Geus)

Mark Leegsma, Extreem in de klas. Leusden: ISVW Uitgevers, 2017. €14,95

autisme en zintuigelijke prikkelsAutisme en zintuigelijke prikkels

Hypergevoeligheid is geen pretje, denk aan niet aangeraakt willen worden, dol zijn op harde geluiden of juist niet tegen een sirene kunnen. In de DSM-5 is bij de criteria voor autisme ook hyper- en hyporeactiviteit toegevoegd. Dat werd tijd, volgens de auteurs van dit boek. Vanuit verschillende niveaus en theorieën beschrijven ze in dit boek de zintuigelijke problemen die veel kinderen met autisme ervaren. Ze noemen ook enkele observatie-instrumenten, die in de bijlagen zijn opgenomen. Tips en interventies beslagen het grootste deel van het boek, waarmee het van beschrijvend en informatief ineens ook erg praktisch wordt. (door Eline Geus)

Ina van Berckelaer-Onnes, Steven Degrieck,& Miriam Hufen, Autisme en zintuigelijke problemen. Amsterdam: Boom uitgevers, 2017. €34,95

Overprikkeld

cover OverprikkeldHoe kun je de wereld van een kind met bijvoorbeeld ADHD of OCD overzichtelijker en minder beangstigend maken? In ‘Overprikkeld’ geeft ervaringsdeskundige Carolyn Dalgliesh praktische tips en handvatten. Hoewel het boek vooral bedoeld is voor de thuissituatie, kun je er ook als leraar nuttige tips uit halen. In het eerste deel staat het begrijpen van het prikkelgevoelige kind centraal. Zo komt er aan bod wat van invloed is op het gedrag en staan er tips en hulpmiddelen in, bedoeld om meer structuur, balans en harmonie te creëren voor het kind. (door Veerle Straatman)

Carolien Dalgliesh, Overprikkeld: Praktische strategieën om de wereld van je prikkelgevoelige kind te structureren. Amsterdam: Hogrefe Uitgevers

Executieve functies

Executieve functies versterkenExecutieve functies versterken

Een leerling die moeilijk opstart, die huiswerk vergeet of een rommelige tafel heeft, elke leraar kent er wel een. De crux zit ‘m, volgens auteurs Joyce Cooper-Kahn en Margaret Foster, in de executieve functies. Geen idee wat dat zijn en hoe je ze verbetert? Dan is het boek ‘Executieve functies versterken op school: een praktische gids voor leerkrachten’ iets voor jou. Het begint met wat uitleg, maar de meeste ruimte gaat naar praktische tips. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de routines in de klas en tijdens je instructie. Voor leerlingen die extra hulp nodig hebben, formuleren Kahn en Foster heel specifieke interventies. Zo raden ze aan om leerlingen dagen waarop ze huiswerk maken voor grote projecten in de agenda’s te laten noteren, wekelijks het kluisje en de agenda te controleren en signaalwoorden te laten onderstrepen in teksten. Kortom, een boek dat vooral geschikt is voor de leraar die op zoek is naar praktische tips. (door Eline Geus)

Joyce Cooper-Kahn & Margaret Foster, Executieve functies versterken op school: een praktische gids voor leerkrachten.  Amsterdam: Hogrefe uitgevers

 

Didactiek

cover ediExpliciete Directe Instructie (EDI)

Het model van directe instructie is op veel scholen wel bekend. John Hollingsworth en Silvia Ybarra maakten op basis van onderwijsonderzoek een nieuw model: expliciete directe instructie. Een model om lessen te verbeteren en effectiever instructie te geven. In dit boek vol voorbeelden leggen ze duidelijk uit hoe het in zijn werk gaat. De voorbeelden komen vooral uit het po, maar het boek en model zijn net zo goed bruikbaar in het vo.

Aan de hand van een aantal kernprincipes nemen de auteurs ons mee langs de onderdelen van een ideale les, van lesdoel naar zelfstandige verwerking (let op, de afsluiting komt in dit model voor het zelfstandig verwerken). Belangrijkste tactiek volgens de auteurs zelf is controleren of leerlingen het begrijpen. Dat komt gedurende de hele les terug, bijvoorbeeld leerlingen te vragen een definitie te geven of voorbeelden te bedenken. Ook opvallend is de grote hoeveelheid interactie in het model en de voorbeelden. Een aantal, ondertussen veel gehoorde, aanpakken komen voorbij, zoals de wisbordjes om van iedereen een antwoord te zien en de beurtenstokjes om willekeurig beurten te geven.

Het boek sluit af met een overzichtje van de wetenschappelijke onderbouwing van het model, per hoofdstuk uit het boek. Een overzichtelijk en duidelijk boek als je jouw lessen en instructie een boost wilt geven. (door Eline Geus)

John Hollingsworth & Silvia Ybarra, Expliciete Directe Instructie: tips en technieken voor een goede les, Huizen: Uitgeverij Pica, 2015. €24,95

Trainingskaarten effectieve leerstrategieën

Twijfel je hoe je jouw leerlingen leerstrategieën kunt laten oefenen? Met dit pakketje kaarten kun je meteen aan de slag in de klas, van de bovenbouw van het po tot onderbouw vo en van groepjes tot individueel. De auteurs onderscheiden 14 leerstrategieën, zoals herhalen en jezelf motiveren, en maakten bij elke strategie meerdere kaarten. Op elke kaart staat een oefening bij de betreffende strategie. De meeste opdrachten gaan over het opschrijven of delen van je ervaring met het onderwerp en elkaar tips geven. Zo luidt een van de opdrachten bij de strategie ‘omgeving organiseren’ om elkaar te vertellen waar je thuis huiswerk maakt en hoe die plek eruit ziet. Bij de strategie ‘herhalen’ wordt gevraagd hoe je feitjes leert en elkaar hierover te vertellen en tips te geven. Op één van de vijf introductiekaarten staat een overzicht van het aantal kaarten en wat voor soort opdracht erbij hoort (iets opschrijven, vertellen, opzoeken of maken). De introductiekaarten bevatten heel minimale achtergrondinformatie. Dit houdt het wel lekker praktisch, het draait vooral om de kern: de strategiekaarten. Meer ideeën en uitleg kun je vinden op de bijbehorende website of in het boek ‘Effectiever leren met leerstrategieën’. (door Eline Geus)

 Pieternel Dijkstra, en Petra Bunnik, Trainingskaarten Effectieve Leerstrategie. Amsterdam: Boom Uitgevers. €25.95

waarderend lerenWaarderend leren

Zin in een boek dat eens niet (vooral) over de cognitieve kant van het onderwijs gaat? Kijk dan eens naar Waarderend leren in het voortgezet onderwijs. Hierin komen vragen zoals 'hoe geef je leerlingen zelfvertrouwen en motivatie?'en 'hoe zorg je voor meer plezier op school?'aan bod. Denk ook aan het creëren van een groeimindset en een positief groepsklimaat. Elk hoofdstuk begint met een stuk theorie, afsluitend met een korte samenvatting. Daarna volgen korte tips en vragen per onderwerp uit het hoofdstuk, die erg duidelijk zijn vormgegeven. Een aantal hoofdstukken sluit af met een interview met een leraar uit het vo of een leerling. Achterin staat een handig overzicht van alle werkvormen uit het boek. Het boek gaat, volgens de auteurs, uit van de positieve psychologie en door de onderwerpkeuze en vormgeving laat het ook een opgewekte indruk achter op de lezer. (door Eline Geus)

Annechein van Buurt, Eefje Teeuwisse,& Nina Timmermans, Waarderend leren in het voortgezet onderwijs. Uitgeverij Pica. 2017

 

de gidsDe Gids: Over begaafdheid in het basisonderwijs.

Ben je, bijvoorbeeld als leerkracht, ib’er, of remedial teacher, op zoek naar theoretische kennis en tips over hoe je het onderwijs aan je begaafde leerlingen vorm kunt geven? In ‘De Gids: Over begaafdheid in het basisonderwijs’ vind je beide. Verschillende wetenschappers en specialisten leveren een bijdrage.
In het eerste deel wordt het begrip begaafdheid geduid en worden de onderwijsbehoeften van begaafde leerlingen beschreven. Concepten als dynamisch testen, motivatie en sociaal-emotionele ontwikkeling komen aan bod. Ook is er ruimte voor een psychologisch perspectief, zoals de uiteenlopende profielen van begaafde leerlingen. Van ‘succesvol autonoom’ tot de ‘risicoleerling’. Deel twee is gericht op het vormgeven en geven van onderwijs aan begaafde leerlingen. Er wordt onder andere aandacht besteed aan het ontwikkelen en stimuleren van creativiteit, compacten van lesstof en passend klassenmanagement. Zo beschrijft onderwijsadviseur Jan Kuipers hoe een leraar leerbehoeften kan leren zien, begrijpen en er passend op kan reageren. Het laatste deel van het boek is getiteld ‘dubbel bijzonder’. Het gaat over begaafdheid in combinatie met bijvoorbeeld dyslexie of een autismespectrumstoornis. Denk hierbij aan tips voor signaleringsinstrumenten en interventies.
‘De Gids: over begaafdheid in het basisonderwijs’ is kortom een handig boek op zoek bent naar theoretische duiding, maar ook als je behoefte hebt aan concrete handvatten. (door Veerle Straatman)

Eleonoor van Geverven (Red.), De Gids: Over begaafdheid in het Basisonderwijs. Nieuwolda: Leuker.nu BV. 2016.

Mind the map

Mindmaps, thinking maps, concept maps, de maps vliegen je om de oren in dit boek. Allerlei verschillende manieren om leerstof visueel en schematisch weer te geven worden uitgelegd. In hoofdstuk één zet de auteur, heel erg kort, een aantal belangrijke theorieën uiteen om ons uit te leggen waarom we al die maps zouden moeten uitproberen in de klas. Denk aan de Cognitive Load Theory en de Dual Coding Theory, maar dan uitgelegd op ongeveer twee bladzijdes per stuk. Ook het belang van notities maken tijdens de les komt aan bod, gepaard met een boel literatuurverwijzingen.
In elftal hoofdstukken komen vervolgens de verschillende technieken om notities te maken aan bod. Steeds wordt kort behandeld: wat is het, hoe werkt het, wat is de kracht, hoe kan het digitaal, en hoe gebruik je het in de klas?. Er worden zelfs handvatten gegeven om de schema’s te evalueren, zoals een scoring rubriek om mindmaps te beoordelen. (door Eline Geus)

Tommy Opgenhaffen, Mind the map: krachtige tools om leren in beeld te brengen. Tielt: Lannoo Campus, 2015. €24,95

cover Effectieve didactiekEffectieve didactiek

Het boek ‘Effectieve didactiek’ is, volgens de auteur, gebaseerd op bevindingen uit onderzoek van Marzano en Hattie, en onderzoek over het brein. Het is opgebouwd uit twee onderdelen: het fundament met voorwaarden om te kunnen leren, en effectieve didactieken.

Voorafgaand aan het eerste hoofdstuk vinden we al een schema, met alle effectieve didactieken uit het boek: een overzichtelijke samenvatting.

De hoofdstukken worden steeds kort ingeleid en sluiten ook af met een samenvatting. Ze zijn overigens erg kort, ongeveer 12 pagina’s per hoofdstuk. Dit maakt het boek kort en bondig, maar kan ook de vraag opwekken of het compleet is. 

In het eerste deel komen onderwerpen zoals de effectieve leraar, orde houden, motivatie en reflectie aan bod. Grote onderwerpen, waarvan een aantal onderdelen wordt besproken. Het lijkt niet altijd compleet te zijn, maar dat is bij onderwerpen zoals klassenmanagement en motivatie wellicht ook niet mogelijk in zo’n kort bestek. Ook schoolfactoren, zoals opbrengstgericht werken en de schoolleider, komen voorbij.

Het tweede deel gaat over didactiek, ingedeeld per lesfase. Broesder onderscheidt de fases van reproductie, inzicht en analyse, en toepassing. In de reproductieve fase behandelt hij hoe je begrippen en vaardigheden kunt aanleren. Begrippen leer je bijvoorbeeld door associëren, betekenis opbouwen met onder andere afbeeldingen, en schematiseren in mindmaps. Bij het hoofdstuk vaardigheden gaat het vooral over de inzet van stappenplannen. In het hoofdstuk over toepassen gaat het niet verder dan een beschrijving van typen opdrachten, zoals samenwerkend leren en opdrachten op het internet.
Het boek sluit af met een hoofdstuk over ICT en twee uitgewerkte voorbeelden van lessen. (door Eline Geus)

Remco Broesder, Effectieve didactiek. Groningen/Houten: Noordhoff Uitgevers.

voorkom ernstige rekenproblemenVoorkom (ernstige) rekenproblemen

Wat doe je als leerlingen steeds de mist in gaan met contextsommen? Een antwoord op die vraag en andere geeft de TIB tool ‘Voorkom (ernstige) rekenproblemen: 7 aanraders’ van Ceciel Borghouts. Dit dunne boekje geeft 7 aanraders, elk met voorbeelden, checklistjes, samenvatting en uitleg. Aan bod komt bijvoorbeeld het drieslagmodel, waarin de betekenisverlening, uitvoering en reflectie bij een som wordt geobserveerd. Daarnaast lees je ook over de vertaalcirkel, waarmee je leerlingen contextsommen kunt laten begrijpen. Middels korte voorbeelden wordt duidelijk hoe je deze hulpmiddelen kunt inzetten. Ook leerdoelen en rekenstrategieën komen voorbij. Kortom, niet alleen voor ib’ers maar ook voor leraren een heel bruikbaar boekje. (door Eline Geus)

Ceciel Borghouts, Voorkom (ernstige) rekenproblemen: 7 aanraders. Dordrecht: Instondo. €22,50

Is nergens ergens?Is nergens ergens?

Filosoferen met kinderen is hip, maar niet makkelijk. Het boekje ‘Is nergens ergens?’ van filosofe en kunstenaar Iris van der Graaf kan je helpen om een filosofisch gesprek op te starten in het basisonderwijs. Onderwerpen als het onderscheid tussen jongens en meisjes, leven als een dier en natuur komen aan bod. Maar ook vragen zoals bestaat God? en wat gebeurt er als iemand doodgaat? gaat ze niet uit de weg. In de meeste hoofdstukjes beschrijft Van der Graaf hoe verschillende filosofen erover denken, zonder een eigen oordeel uit te spreken. Dat alles op twee bladzijdes per onderwerp en in begrijpelijke taal, geschreven voor kinderen. Het leent zich dus prima om stukjes uit voor te lezen. Ongetwijfeld zijn er daarna kinderen die willen reageren.

Het boek is bovendien kunstig geïllustreerd en van handzaam formaat. Kinderen kunnen het boek ook prima zelf lezen. (door Eline Geus)

Iris van der Graaf, Is nergens ergens? Verhalen over filosofen en hun ideeën. Amsterdam: Uitgeverij Nieuwezijds. €17,95

Taalvaardigheid

DigiTaalDigiTaal

Digitale middelen inzetten in het talenonderwijs wordt een stuk makkelijker met het boek ‘Digitaal’. De auteurs geven een 50-tal digitale werkvormen om in te zetten in de les Nederlands of het vreemdetalenonderwijs. Voorin het boek staat een handig schema waarbij je per werkvorm kunt zien welke vaardigheden aan bod komen en hoe lang de voorbereiding en de les duren. Voordat de werkvormen aan bod komen, stuiten we op het hoofdstuk over theorie, dat helaas begint met de mythe van de meervoudige intelligenties van Gardner. Het blijken uiteindelijk maar vijf bladzijdes theorie te zijn, gevolgd door wat informatie over klassenmanagement en afspraken in de klas. Vrij belangrijk als je leerlingen in groepjes en met tablets en dergelijke gaat laten werken. Dan de werkvormen. Die zijn steeds op twee bladzijdes beschreven, wat je een snel en overzichtelijk beeld geeft. Ze zijn ingedeeld in vijf categorieën: tekst, beeld, audio, film en (inter)actief. Ook is per werkvorm te zien welke vaardigheden aan bod komen, denk aan woordenschat, lezen en gesprekken voeren. Een voorbeeld in de categorie beeld is het maken en raden van close-ups. Van welk voorwerp is dit een close-up? ‘Digitaal’ is kortom een handig boek voor wie op zoek is naar verrassende werkvormen met digitale middelen. (door Eline Geus)

Masja Mesie, Guus Perry & Patricia Rose, DigiTaal: werkvormen voor het talenonderwijs. Bussum: Uitgeverij Coutinho, 2017. €24,50

pen heeft iets te vertellenMijn pen heeft iets te vertellen

Verhalen schrijven of onderwijzen hoe je dat doet, dat is geen makkie. De lessen uit het boek ‘Mijn pen heeft iets te vertellen’ bieden een stevige houvast. Het boek is ontstaan vanuit het leernetwerk Schrijven kun je leren met onder andere leraren en lerarenopleiders van hogeschool Iselinge. Het lesmateriaal dat hierin ontwikkeld is, vind je terug in dit mooi vormgegeven boek. Het boek start met wat literatuur over het schrijfonderwijs. Vervolgens volgt een leerlijn van schrijfvaardigheid voor de groepen 4 tot en met 8, op de onderdelen wie (personages), wanneer (tijdsaanduidingen) en waar (plaatsbepalingen). Het boek bevat ook concrete tips om de motivatie voor de schrijfopdrachten te stimuleren. Na een stuk of dertig pagina’s volgen dan per groep de lessen. De lessen zijn geïllustreerd met mooie foto’s, overzichtelijk opgebouwd en bevatten ook voorbeeldvragen. Voor de lessen is er digitaal lesmateriaal voor op het digibord te vinden op de site.  Dit langwerpige boek is niet alleen een interessant en praktisch boek, maar is ook erg mooi met gekleurde pagina’s en grote foto’s. Een plezier om door te bladeren en een leuke les uit te kiezen. Op de site is naast het lesmateriaal ook het boek te downloaden. Wil je het boek liever in handen hebben? Doe dan mee en win een exemplaar! (door Eline Geus)

Eric Besselink & Eline Seinhorst, Mijn pen heeft iets te vertellen: lesactiviteiten verhalen schrijven voor midden- en bovenbouw, Doetinchem: Iselinge Hogeschool

Presenteren is leuk!

Zenuwen voor een spreekbeurt of presentatie, niet weten hoe je eraan moet beginnen, het klinkt velen bekend in de oren. Hoe help je een leerling hierbij? cover Presenteren = leukDit boek van Pauline van Aken zet alle aspecten van een goede presentatie op een rij, van ontspanning tot non-verbale communicatie.

Het taalgebruik in het boek is door de korte zinnen en alinea’s vooral gericht op kinderen. Moeilijke uitspraken worden gemarkeerd met een denkend poppetje: dit bespreek je het beste met je ouders of je leraar. In elk hoofdstuk staan ook een aantal opdrachten, waarbij zelfs het leerdoel beschreven is. Zo luidt de opdracht in het hoofdstuk ‘Leren omgaan met spanningen’ om zes positieve kanten van jezelf op te schrijven. Met als doel om positief te denken en meer zelfvertrouwen te krijgen. Je vindt er ook allerlei oefeningen om spieren aan te spannen en diep te ademen, alles voor minder zenuwen.

Na een ontspannende start komt de inhoud van de presentatie aan bod. Van Aken neemt ons mee langs het kiezen van het onderwerp, het opzetten en uitwerken van de inhoud naar het oefenen van de presentatie. Dit aan de hand van een hoop bullets en opsommingen, die kort en bondig beschrijven wat te doen.
Als de inhoud op papier staat, stromen we door naar het hoofdstuk ‘Aan de slag met de vorm’. Ook hier volgen weer veel bullets en tips. Van Aken zet de mogelijke hulpmiddelen op een rij en geeft tips hoe je bijvoorbeeld een PowerPoint presentatie gebruikt.

Tot slot volgen twee hoofdstukken over verbale en non-verbale communicatie. Hoe gebruik je je stem, oefeningen voor articulatie, maar ook lichaamshouding, ademhaling en oogcontact komen aan bod. Het laatste hoofdstuk vat alle tips kort samen in de presentatiechecklist. Er is zelfs een uitknipbare versie.

Al met al een toegankelijk boek dat aandacht besteedt aan alle facetten van een goede presentatie. De tips en oefeningen zijn ook voor volwassenen relevant. Toch zal je als leerkracht (of ouder) waarschijnlijk nog wel hulp moeten bieden bij het schrijven van de inhoud van de presentatie, dat onderdeel is in verhouding wat onderbelicht.

Pauline van Aken, Presenteren is leuk! Voor kinderen van 9-12 jaar, hun ouders en leerkrachten. Amsterdam: uitgeverij SWP.

Pedagogiek

betrokkenheid!Betrokkenheid!

Betrokken leerlingen, dat willen we allemaal wel.  In de praktijk is het niet zo gemakkelijk. Wat extra inspiratie kan dan ook geen kwaad. In Betrokkenheid! stellen de auteurs Marzano en Pickering vier vragen centraal: Hoe voel ik me?, Ben ik geïnteresseerd?, Is dit belangrijk? en Kan ik dit?. De antwoorden op de eerste twee vragen bepalen de aandacht van een leerling, de laatste twee de betrokkenheid. Interesse kun je bijvoorbeeld opwekken door spel-achtige werkvormen, stimuleren van kleine meningsverschillen of inspelen op de eigen nieuwsgierigheid van de leerling. Bij relevantie gaat het bijvoorbeeld om persoonlijke doelen stellen of gebruiken van informatie in ‘echte’ situaties.
Betrokkenheid! is een massief handboek, compleet met opgaves en antwoorden. Verweven door elk hoofdstuk zit theorie, vragen die je kunt stellen in de klas en ook een aantal werkvormen. De auteurs geven veel suggesties voor andere boeken over praktische werkvormen. Het is jammer dat ze zelf niet wat meer werkvormen geven. Elk hoofdstuk sluit af met een ‘beoordelingsschaal’ waarin je jezelf kunt scoren op de genoemde werkvormen en technieken. Een fijne, korte manier van reflectie. (door Eline Geus)

Robert Marzano & Debra Pickering, Betrokkenheid! De sleutel tot beter leren: 16 strategieën voor in de klas. Rotterdam: Bazalt. 2016. €59,-

vitamines voor groeiVitamines voor groei

Met ruim 700 pagina´s is het geen lichtgewicht: Vitamines voor groei, ontwikkeling voeden vanuit de Zelf-Determinatie Theorie van Maarten Vansteenkiste en Bart Soenens. Gebaseerd op het theoretisch en praktisch werk van Edward Deci en Richard Ryan (die ook het voorwoord schreven) schreven de Gentse wetenschappers een handboek dat niet misstaat in de master ontwikkelingspsychologie. Zij vatten er hun eigen wetenschappelijk werk en dat van vele anderen in samen over thema’s als zelfbeheersing, ongehoorzaamheid, nieuwsgierigheid, identiteitsontwikkeling. Hoewel pittig theoretisch en te weinig toegankelijk voor de gemiddelde leerkracht of ouder, bevat ieder hoofdstuk ook een (soms meerdere) take-home boodschap. Voor wie zich wil verdiepen in alles wat met autonomie, relationele verbondenheid en competentie te maken heeft. (door Monique Marreveld)

Maarten Vansteenkiste & Bart SoenensVitamines voor groei. Leuven/Den Haag: Acco. 2015. €54,50.

passend onderwijzen coverPedagogisch vakmanschap

Van een heel andere orde dan de boeken van Anton Horeweg zijn Passend onderwijzen, Pedagogisch vakmanschap in de klas  en Passend voortgezet onderwijs, Pedagogisch vakmanschap in de klas van Peter Mol. Bundels columns zijn het eigenlijk, schrijfsels die inspireren en je soms laten nadenken over wat jij in de klas doet met ‘lastige’ leerlingen. Het boek lift mee op de aandacht voor passend onderwijs, maar spreekt zich uit tegen profielen, registraties en handelingsplannen, tegen ‘de meetbare werkelijkheid die voorgeschreven wordt’. Mol zet er zijn eigen realiteit tegenover, met decennia ervaring als leraar, directeur, orthopedagoog en directeur van een scholings- en adviesbureau. Wie die praktijkkennis waardeert, wetenschappelijk onderzoek niet mist en tijd heeft voor de verhalen van Mol, zal deze boeken waarderen. Overigens, in het deel voortgezet onderwijs noemt Mol tot slot wel enkele bronnen, onder wie…Horeweg. (door Monique Marreveld)

Peter Mol, Passend onderwijzen, Pedagogisch vakmanschap in de klas. Tielt, uitgeverij Lannoo, 2015. 22,99; Passend voortgezet onderwijs, Pedagogisch vakmanschap in de klas

Zaanse Bildung

Van Curriculumvernieuwing.nu (voorheen Onderwijs 2032) zal niet iedereen enthousiast worden, maar de vraag stellen wat we leerlingen willen leren is niet verkeerd. In De Zaanse Agora doet een aantal Zaankanters (onder wie cabaretier Freek de Jonge, schrijfster Judith Koelemeijer en museumdirecteur Jan Hovers) zaanse agoraeen poging die vraag te beantwoorden in interviews die Trouw-journalist Peter Henk Steenhuis met hen hield.

De vooronderstelling van de inleiders van het boekje (onderwijsadviseur Gerard van Stralen en Erno Eskens, filosoof en programmadirecteur van de Internationale School voor Wijsbegeerte) is dat tempels (of kerken), stadions, theaters en scholen zullen blijven bestaan, wat de toekomst ook brengt. Ze zijn als het ware gegroepeerd rond het centrale plein van de stad: de agora. Daar staan ook de vier andere gebouwen waarvoor onderwijs kinderen opleidt: woningen, bedrijfs-, publieke en politieke gebouwen. Samen vormen zij de plek waar we kinderen trainen in vaardigheden die noodzakelijk zijn voor privésfeer en publieke zaak. En dat gaat verder dan de elementaire vakken: lezen schrijven rekenen en denken. In het bildungsmodel draait het volgens Van Stralen en Eskens ook om teamgeest en sportiviteit, voorstellingsvermogen, samen leven en vieren, elkaar niet kwetsen en op een goede manier beslissingen nemen. Het is dit onderwijs dat de Zaanse Agorascholen (25 scholen voor bijzonder onderwijs) die het initiatief namen voor dit boekje, nastreven.

School dient in deze visie de vorming en ontwikkeling van kinderen te ondersteunen door ze in contact te brengen met ontwikkelde mensen, ze ‘het plein over te nemen’ en ze kennis te laten maken met het leven in andere sferen. Ze helpen ‘eigen wijsheid’ te ontwikkelen, maar vanuit discipline en ambacht.  ‘Bildung is ook een zaak van bloed, zweet en tranen. Kinderen moeten enerzijds de ruimte krijgen om zelf de wereld te ontdekken, anderzijds horen ze door leraren aan de hand te worden genomen.’ Net als de cultuurpedagoog Jan Dirk Imelman in het septembernummer van Didactief, baseren de Zaankanters zich deels op de Duitse filosoof Sloterdijk en zijn boek …En denken! Bildung voor leraren waarin hij pleit voor het vrijlaten én sturen van leerlingen. Wie dat idee aanspreekt, zal veel inspiratie ontlenen aan dit boek.(door Monique Marreveld)

Anneke Bax, Marja Bruinsma, Erno Eskens en Gerard van Stralen (samenstelling en red.), De Zaanse Agora. ISVW Uitgevers, Leusden, 2015. ISBN  9789491693632. Prijs 26,95

Persoonlijke ontwikkeling

eerste jaar als leraarJe eerste jaar als leraar

De overgang van stagiair naar je eerste eigen klas is niet makkelijk. Hoe krijg je het voor elkaar dat jouw klas ook een goed georganiseerde, gezellige klas wordt? Tips lees je in ‘Je eerste jaar als leraar’. Het boek start bij het begin, het inrichten van de klas, en neemt je aan de hand mee langs alles waar je vooraf en tijdens het schooljaar over na kunt denken. Vooraf bedenk je welke regels en routines je in je klas wilt hebben. Wanneer mogen kinderen bijvoorbeeld naar de wc? Klassenmanagement, consequenties en lesplannen komen ook voorbij. Vervolgens gaat het boek over naar de start van het schooljaar. Hoe oefen je routines in en hoe stuur je gedrag subtiel bij? De hoofdstukken zijn kort, duidelijk en met praktische voorbeelden. Het boek behandelt daarnaast samenwerken met volwassenen, zoals de directie en ouders, en hoe je jezelf kan blijven ontwikkelen. Want na dat spannende eerste jaar, volgt een tweede jaar als nieuwe start. (door Eline Geus)

Todd Whitaker, Madeline Whitaker & Katherine Whitaker, Je eerste jaar als leraar. Rotterdam: Bazalt. 2017

Schoolleiders en management

Druk druk druk: slimmer organiseren in het onderwijs

Werkdruk is weer erg actueel. Zoemt het ook op jouw school rond? Het boekje ‘Druk druk druk’ kan jou als leidinggevende wellicht helpen. Het beschrijft hoe je werkdruk kunt herkennen en verlichten. Dit wordt bekeken voor de vier niveaus: de werknemer, het lerarenteam, de school en de omgeving.
Druk druk drukIn het hoofdstuk over de werknemer schrijft Annemieke Schoemaker over de symptomen van stress en burn-outs en over overlevingsstrategieen die mensen inzetten. Handig zijn de tips hoe je als schoolleider in de verschillende stadia van stress en burn-out kunt ingrijpen. Er wordt ook aandacht besteed aan werkdruk in de verschillende levensfasen van leraren. Wat bij een oudere leraar stress veroorzaakt, hoeft bij een jongere leraar geen centje pijn te veroorzaken.

In het korte hoofdstuk over het team gaat het over de teamcultuur en hoe je die kunt veranderen. Die cultuur wordt elders in het boek ook op schoolniveau bekeken. Er is aandacht voor de schoolcultuur, de taken van de school en de verantwoording. Is het nodig om aan al die uitjes, speciale dagen en niet-lesgebonden taken vast te houden? Ook wordt aan de kaak gesteld hoe je als schoolleider op kwaliteit kunt sturen, zonder leraren meer werkdruk en stress te bezorgen. Schoemaker benoemt ook even kort het vergaderen en e-mail beantwoorden, maar gaat daar niet teveel op in. Meer aandacht is er voor hoe je als schoolleider de werkdruk vanuit het lesgeven zelf kunt verlichten en hoe het taakbeleid en de bureaucratie daarbij een rol spelen.

Ook de eisen die aan de school gesteld worden, veroorzaken werkdruk. In het hoofdstuk ‘De omgeving’ beschrijft Schoemaker de pijnpunten en geeft praktische tips. Denk aan de toetscultuur, de verschillende belangen in de school, en het toezicht.

Het boekje sluit af met een kijkwijzer, overgenomen uit een onderzoek van CNV Onderwijs, om als schoolleider de werkdruk op de verschillende niveaus vast te stellen. Dit onderzoek wordt overigens vaker aangehaald. Een kijkje achter in het boek leert ons dat Schoemaker adviseur bij CNV is. Dat verklaart de ‘sluikreclame’. Hetzelfde geldt voor de verwijzingen naar Stichting LeerKRACHT, ook daar is Schoemaker werkzaam.

Samengevat is ‘Druk druk druk’ een compleet boekje met veel concrete voorbeelden voor de schoolleider die aan de slag wil met de werkdruk op zijn of haar school. (door Eline Geus) 

Annemieke Schoemaker. Druk druk druk: slimmer organiseren in het onderwijs. Huizen: Uitgeverij Pica.

van wie is het kindOnderwijsvrijheid in perspectief

‘Het is toch onze school?!’ Dat kreeg de gereformeerde onderwijzer David van Wijck (1849-1927) te horen van ouders als zijn lessen weer eens te ver afweken van de Bijbelse leer. We vinden hem in het boek over onderwijsvrijheid in Nederland van John Exalto, docent historische pedagogiek aan de VU. Zijn boek mag dan Van wie is het kind heten, zijn centrale betoog gaat over de vraag van wie nu precies de school is: van de staat, het schoolbestuur, de geloofsgemeenschap, de leraren of de ouders? Waar hebben we het precies over als we spreken over onderwijsvrijheid? En wat is er in 1917 met artikel 23 precies bekrachtigd? Om dat goed te begrijpen start Exalto zijn geschiedschrijving een eeuw eerder, begin negentiende eeuw, toen onderwijs een zaak en zorg van de overheid werd. De auteur lardeert zijn verhaal met diverse casussen en discussies. Hij richt zich daarbij vooral op de orthodox-protestanten, ‘als aanvoerders van de schoolstrijd’, omdat juist de botsingen tussen deze richting en de staat duidelijk maken dat Nederland nu ook weer niet het land van onbeperkte onderwijsvrijheid is. Met als hedendaags voorbeeld de discussie over acceptatieplicht voor scholen. (door Bea Ros)  

John Exalto, Van wie is het kind? Twee eeuwen onderwijsvrijheid in Nederland. Amsterdam, Balans, 2017.

Lef om te luisteren

Hoe kun je leerlingen een stem geven en hen meer betrekken bij het onderwijs? Het boek Lef om te luisteren van Russell Quaglia en Michael Corso biedt handvatten. In het eerste deel besteden de auteurs aandacht aan luisteren naar de leerling. Ze lichten het door hen ontwikkelde aspiratiemodel toe. Eigenwaarde, betrokkenheid en doelbewustzijn zijn de basisprincipes. Ook wordt de My Voice-vragenlijst toegelicht. Dit instrument, met vragen voor leerlingen over de drie basisprincipes, is ook door de auteurs ontwikkeld en bedoeld om de stem van leerlingen (van primair hoger onderwijs tot hoger onderwijs) te laten horen en daarvan te leren als onderwijsprofessional.

cover lef om te luisterenHet tweede deel gaat over leren luisteren en leren van het luisteren naar de leerlingen. De drie basisprincipes worden gekoppeld aan acht condities voor betekenisvol leren, zoals erbij horen en durven handelen. De hoofdstukken bevatten veel aparte tekstblokken met bijvoorbeeld zelftestjes voor leraren, actiepunten, reflectiepunten, voorbeelden, of uitwerkingen van lesactiviteiten (voor het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs).

Deel drie gaat over leiden. Verschillende ideeën over leiderschap passeren de revue. Leerlingen kunnen, volgens de auteurs, naarmate ze opgroeien, steeds beter over hun toekomstwensen beslissen en ernaar handelen. Uitgaande van die visie wordt er bijvoorbeeld aandacht besteed aan mogelijke samenwerking tussen professionals en leerlingen.

Al met al daagt het boek uit het lef te hebben om te luisteren naar aspiraties van leerlingen en daar, schoolbreed, in de praktijk mee aan de slag te gaan. (door Veerle Straatman)

Russel. J. Quaglia en Michael J. Corse. Lef om te luisteren. Met leerlingen werken aan de kwaliteit van onderwijs. Huizen: Uitgeverij Pica, 2017. €27,95

Nieuwkomers op school

Voor elke school die te maken krijgt met nieuwkomers is er nu een praktisch boek. Verschillende leraren, onderzoekers, schoolleiders, bestuurders en anderszins betrokkenen bij onderwijs voor nieuwkomers hebben er een bijdrage aan geleverd. 
cover nieuwkomersDeel één, ‘Wat is er aan de hand?, gaat over de huidige stand van zaken en bevat algemene informatie over onderwijs aan nieuwkomers.
Deel twee staat in het teken van het organiseren van dit onderwijs in de praktijk. Taalonderwijs met meertaligheid als uitgangspunt en het professionaliseren daarvan komen bijvoorbeeld aan bod. Een praktijkvoorbeeld van de Heumensoordschool, in 2015 opgericht voor de kinderen van de noodopvanglocatie Heumensoord in Nijmegen, geeft een concreet beeld van hoe je in rap tempo nieuwkomersonderwijs kunt organiseren.
Deel drie gaat over het geven van goed onderwijs aan nieuwkomers. Hoe kun je het beleid in praktijk brengen? Dat wordt onder andere duidelijk door het voorbeeld van het Nt2 Mundium College, een school voor Eerste Opvang Anderstaligen.
In het vierde deel lees je over ervaringen van docenten, teamleiders, begeleiders en adviseurs die te maken hebben met het geven van onderwijs aan nieuwkomers, bijvoorbeeld in schakelklassen, trainingen rondom opvallend leergedrag en een taalschool.
Daarnaast bevat het boek de resultaten van de lessenserie ‘Wie ben jij?’, waaraan vluchtelingenkinderen op de IMC-weekendschool hebben gewerkt. In dit deel staan veel portretfoto’s van vluchtelingenkinderen.
Verschillende auteurs hebben uiteenlopende korte bijdragen geschreven die aansluiten bij hun expertise. Het boek geeft zodoende eerder een brede dan diepgaande indruk van verschillende aspecten van nieuwkomersonderwijs. Een beeldende en kleurrijke indruk, dat wel. (door Veerle Straatman)

José van Loo, Annemieke Schoemaker en Myriam Lieskamp. Nieuwkomers op school. Onderwijs als startpunt voor een betere toekomst. Huizen: Uitgeverij Pica, 2016. €15,00

Romans en dergelijke boeken

Cultuurkloof

‘Je moet altijd zeggen dat je het heel moeilijk vindt om twee culturen te combineren’. Dat advies krijgt tv- en theatermaker Salaheddine Benchikhi van zijn oudere broer als hij naar de havo gaat in Rotterdam. Salaheddine Punt NLHet boek Salaheddine Punt NL dat hij schreef over zijn schoolcarrière in de jaren negentig is vaak hilarisch, maar geeft ook zicht op de worsteling die jongens van zijn generatie hebben doorgemaakt. Als eerste van hun familie doorleren, functioneren in een omgeving waar zij (dan nog) een onbegrepen minderheid en vooral heel anders zijn. Ze maken gretig misbruik van de onkunde van hun leraren (in een hilarische scene doet Salaheddine alsof hij zijn vader is – in onverstaanbaar Arabisch Nederlands - als er door school naar huis gebeld wordt) en ervaren hoe ze apart behandeld worden: ‘(..)we kunnen jullie natuurlijk niet vergelijken met de Nederlandse leerlingen.’ Salaheddine kan zijn oren niet geloven… Er is in twintig à dertig jaar veel veranderd in Rotterdam, maar het boek geeft een inkijkje in de cultuurkloof die migrantenkinderen nog steeds zullen ervaren. (door Monique Marreveld)

Salaheddine Benchikhi, Salaheddine Punt NL, kom maar op met Nederland. Amsterdam: Singel Uitgeverijen, 2016. Prijs 18,50

Meester mark rekent het goedMeester Mark rekent het goed

Zin in een grappig, luchtig boekje? Blader dan eens door ‘Meester Mark rekent het goed’. Het staat vol met grappige antwoorden en reacties van leerlingen uit het po. Soms zijn ze hartstikke logisch, wat het alleen maar leuker maakt. Kortom, een goede oefening voor de lachspieren en een leuk boekje voor in de lerarenkamer. (door Eline Geus)

Mark van der Werf, Meester Mark rekent het goed. Schiedam: Uitgeverij Scriptum, 2017.

alles is biologieDarwin for king

‘Voor mij is Charles Darwin de koning van de biologie.’ Met zo’n eerste zin weet biologielerares Sara van Duijn meteen de aandacht te trekken. Ze schreef een aardig boekje Alles is biologie, van DNA en hersenen tot dierenrijk en natuur. In korte hoofdstukken stelt ze leuke vragen die ze meteen beantwoordt (hoe vergroot je je kans om te overleven? Wat hebben wij gemeen met paarden? Waarom steken muggen voornamelijk ’s nachts?). Duijn is afgestudeerd bioloog, en werkt als leerkracht op een basisschool en als docent natuur en techniek op de pabo in Leiden. Zoek je een fijne instap voor een les, dan kun je bij haar goed terecht. Wist je bijvoorbeeld dat aders, slagaders en haarvaten in je lijf bij elkaar zo´n 100.000 kilometer lang zijn? Verslavende feitjes en eens wat anders dan Midas Dekkers… (door Monique Marreveld)

Sara van Duijn, Alles is biologie, van DNA en hersenen tot dierenrijk en natuur. Uitgeverij Q, Amsterdam, 2017. ISBN  978 9021404905. €15,-