TALENTontwikkeling 8

Tekst Ard Lazonder en Noortje Janssen
Gepubliceerd op 01-12-2017
In deze columns geven onderzoekers en leerkrachten u 'een kijkje in de keuken' van het NRO-project TALENTontwikkeling. In dit project wordt gedurende drie jaar praktijkgericht onderzoek gedaan op basisschool Het Talent in Lent.

Deze columns geven Noortje Janssenu een beeld van de opzet, uitvoering en resultaten van praktijkgericht onderzoek. We houden u regelmatig op de hoogte van de ontwikkelingen, de beslissingen, de mooie en lastige momenten en natuurlijk de inzichten die we opdoen! Alle columns achter elkaar geven een mooi beeld van hoe praktijkgericht onderzoek vorm kan krijgen en welke hoogte- en dieptepunten daarbij horen.

Nr. 8: Het meten van 21e-eeuwse vaardigheden – digitale geletterdheid

In ons project volgen we hoe de kinderen van basisschool Het Talent zich ontwikkelen op het gebied van de 21e-eeuwse vaardigheden kritisch denken, samenwerken en digitale geletterdheid. Bij de start van het project ontbraken goede testen om deze vaardigheden bij basisschoolkinderen te meten. Voor elke vaardigheid is daarom een nieuwe test ontwikkeld op basis van bestaande inzichten uit de literatuur. Deze column gaat over digitale geletterdheid.

In de bovenbouw van het basisonderwijs wordt steeds meer aandacht besteed aan digitale geletterdheid; kinderen moeten leren om goed én goed doordacht gebruik te maken van ICT. Digitale geletterdheid omvat diverse aspecten zoals het efficiënt en veilig zoeken op internet, kritisch omgaan met sociale media en het maken en bewerken van digitale informatie. Om de ontwikkeling van digitale geletterdheid op basisschool Het Talent te volgen, voeren kinderen uit de bovenbouw jaarlijks drie opdrachten uit. Twee daarvan gaan we wat uitvoeriger bespreken.

Digitale informatie bewerken: de Word opdracht

De kinderen zitten achter hun computer en op het scherm staat een korte tekst over een aansprekend onderwerp (bijvoorbeeld dat scholieren binnenkort een ‘internetdiploma’ moeten halen). Aan de hand van zeven opdrachten moeten de kinderen de opmaak van die tekst veranderen; ze krijgen hiervoor 10 minuten de tijd. Sommige opdrachten blijken relatief eenvoudig. De meeste 8- en 9-jarigen konden woorden vet maken, de lettergrootte aanpassen en de kleur van het lettertype veranderen. De meeste kinderen die dit aanvankelijk niet konden, hadden hier een jaar later geen problemen meer mee.

Andere opdrachten zijn moeilijker. Het veranderen van de kantlijn en de regelafstand is voor de meeste kinderen een hele opgave die maar zelden tot een goed einde wordt gebracht. En als het lukt, dan is het vaak na lang proberen waardoor er weinig tijd overblijft voor de andere opdrachten. Op deze opdrachten zien we relatief weinig vooruitgang en dat geldt helemaal voor de moeilijkste opdracht: een plaatje naast de tekst zetten. Hier bijten sommige kinderen zich helemaal in vast (het plaatje heeft kennelijk een magische aantrekkingskracht) en ondanks herhaaldelijke suggesties om eerst de andere opdrachten te doen, gaan ze onverstoorbaar verder met proberen.

Dit voorbeeld illustreert het belang van een goede planning en voortgangscontrole — ook een 21e-eeuwse vaardigheid. Afgezien daarvan geeft de Word-opdracht een goed beeld van hoe bedreven kinderen zijn in het bewerken van digitale informatie. De opdracht is snel en eenvoudig af te nemen en het nakijken is een fluitje van een cent. Aan de hand van een codeerschema is in één oogopslag duidelijk of een verandering goed is doorgevoerd. Maar hier zit ook een addertje onder het gras. Soms zijn er namelijk oplossingen die wel aan de eisen lijken te voldoen maar toch fout worden gerekend. Bijvoorbeeld bij het vet drukken van een woord: als een kind dit doet door een ander lettertype te kiezen (bijvoorbeeld Impact) dan rekenen we dat niet goed, terwijl de tekst er wel veel ‘vetter’ uitziet. De Word-opdracht biedt geen ruimte voor dit soort creatieve oplossingen.

Digitale informatie creëren: de PowerPoint opdracht

Gelukkig is er voldoende ruimte voor creativiteit bij de PowerPoint opdracht. We vragen kinderen om in 20 minuten een korte presentatie te maken. Hun ‘pitch’ is bedoeld voor een wedstrijd over de leukste school, het leukste boek, of het lekkerste gerecht van Nederland. De wedstrijd wordt aangekondigd in een flyer waarin enkele algemene tips worden gegeven, bijvoorbeeld ‘gebruik foto’s, kleuren en animaties’. Zo krijgen de kinderen een globale indruk van de presentatie die ze moeten maken; hoe de presentatie er precies uit moet komen te zien en welke informatie deze moet bevatten, is geheel vrij.

groentesZo’n open opdracht geeft kinderen de ruimte om op creatieve wijze hun vaardigheden in het gebruik van PowerPoint te tonen. En ze gaan hiermee zeer enthousiast aan de slag! Het is leuk om te zien welk onderwerp de kinderen kiezen. Zo zijn patat en pannenkoeken nog steeds het favoriete gerecht, op de voet gevolgd door pizza, terwijl sushi aan een duidelijke opmars bezig is. Maar na dik 100 presentaties over deze gerechten te hebben bekeken, is het een verademing als een kind een verrassende voorkeur heeft. Ooit gedacht dat een 8-jarige het liefst mosselen eet of voor een groententaart kiest? En, jawel, zelfs de zo gehate spruitjes zijn in een enkele presentatie gesignaleerd.

Nu kijken we bij de beoordeling niet zozeer naar het onderwerp, maar wel naar hoe het onderwerp is uitgewerkt. We letten hierbij op de inhoud (wordt goed uitgelegd waarom iets lekker of leuk is), de technische kwaliteit (welke opties van PowerPoint zijn gebruikt) en de grafische vormgeving (de esthetische kwaliteit van de presentatie). Dit laatste blijkt soms een struikelblok te zijn omdat volwassenen kennelijk andere normen hanteren dan kinderen. Zeer enthousiast laten sommige kinderen je zien dat ze roze letters op een rode achtergrond hebben gezet, een foto zoveel hebben vergroot dat het een schimmige vlek wordt en een bonte verzameling van de meest uitbundige animaties en slide-overgangen hebben gebruikt. Esthetisch gezien een kwelling voor het oog, maar technisch gezien scoor je hiermee nog aardig wat punten!

Dit voorbeeld laat zien dat de beoordeling van zo’n open opdracht lastig is. Ons codeerschema is veel uitgebreider dan bij de Word opdracht, maar het blijft toch een heel karwei om een presentatie goed te beoordelen. Dit kan, zeker bij het onderdeel grafische vormgeving, het best door twee personen worden gedaan.

Uit onze resultaten blijkt dat de kinderen in een jaar tijd duidelijk vooruit zijn gegaan. In tegenstelling tot de Word opdracht zien we ook dat jonge kinderen zich meer verbeteren dan oudere kinderen. Wat verder opvalt, is dat de vooruitgang op de Word en PowerPoint opdrachten weinig samenhang vertoont. Sommige kinderen zijn dus duidelijk beter geworden in het bewerken van digitale informatie terwijl andere kinderen juist beter zijn geworden in het creëren van dit soort informatie. Of deze trend zich herhaalt, zullen we in het derde en laatste jaar van ons project gaan zien.

Zelf proberen?

Om goed met ICT om te gaan is digitale geletterdheid belangrijk. En dan is het des te belangrijker dat er goede instrumenten beschikbaar zijn om die vaardigheden in kaart te kunnen brengen. In ons project hebben we gekozen voor praktische opdrachten om recht te doen aan de manier waarop basisschool Het Talent de vorderingen van de kinderen meet. Een bijkomende reden is dat de kinderen in ons project nog te jong zijn om hun eigen vaardigheden middels een vragenlijst te beoordelen — los van het feit of dit soort vragenlijsten überhaupt een goed beeld geven van wat mensen daadwerkelijk kunnen.

Onze manier van ‘passend meten’ heeft een paar duidelijke pluspunten: de snelheid en authenticiteit van de Word opdracht en de vrijheid die kinderen hebben bij de PowerPoint opdracht. Maar we zien ook een paar mogelijke nadelen. Biedt de Word opdracht bijvoorbeeld voldoende vrijheid om geleerde vaardigheden te laten zien? En hoe zorg je ervoor dat alle PowerPoint opdrachten op eenzelfde manier worden nagekeken?

Wij denken dat de voordelen opwegen tegen de nadelen maar we zijn benieuwd wat anderen hiervan vinden. We zijn daarom op zoek naar scholen en leraren die deze uitdaging willen aangaan. De Word en PowerPoint opdracht met codeerschema’s zijn gratis beschikbaar (a.lazonder@pwo.ru.nl). Als je ze wilt gebruiken, zouden wij het fijn vinden als je je ervaringen met ons wilt delen.

Ard LazonderArd Lazonder is hoogleraar onderwijswetenschappen aan de Radboud Universiteit en Noortje Janssen is postdoc onderzoeker, Universiteit Twente.

 

Verder lezen

1 TALENTontwikkeling
2 TALENTontwikkeling
3 TALENTontwikkeling 2
4 TALENTontwikkeling 3
5 TALENTontwikkeling 4
6 TALENTontwikkeling 5
7 TALENTontwikkeling 6
8 TALENTontwikkeling 7: het meten van kritisch denken

Een ogenblik geduld...