Teacher Tapp: Should I stay or should I go?

Tekst Amber Walraven
Gepubliceerd op 17-01-2023
Beeld Shutterstock
Al eerder deelden we de Teacher Tapp resultaten met betrekking tot het lerarentekort en lerarenlek. In deze blogpost zoomen we nog wat verder in op redenen om te blijven of te vertrekken. We kijken naar het primair en voortgezet onderwijs.


 

Teacher Tapp is een gratis app die dagelijks vragen stelt aan leraren, een peiling onder de beroepsgroep die nog niet representatief is (circa 1000 deelnemers) maar vaak wel informatief. De app is onderdeel van het Expeditieteam Lerarenagenda en wordt georganiseerd door Amber Walraven (Radboud Docenten Academie). Eens in de maand doet zij verslag van de resultaten van deze peilingen op een actueel thema.

 

Reden om te blijven

Leerlingen zijn de belangrijkste reden om in het onderwijs werkzaam te blijven (figuur 1). Gelukkig maar! Overigens kon er maar een enkel antwoord gekozen worden, iets dan sommige deelnemers jammer vonden, omdat er meerdere goede redenen zijn om in het onderwijs te (blijven) werken.

 

Figuur 1: redenen om werkzaam te blijven in het onderwijs
 

Overwegen om te stoppen

Bijna iedereen overweegt wel eens om te stoppen, welke baan je ook hebt. Wij vroegen onze deelnemers wat de belangrijkste overweging was op de momenten het afgelopen jaar dat ze overwogen het onderwijs te verlaten. 

 

Figuur 2 Belangrijkste overweging op momenten dat leraren gedurende het afgelopen jaar hebben overwogen het onderwijs te verlaten
 

In het primair onderwijs heeft 42% van de deelnemers het afgelopen jaar nooit overwogen het onderwijs te verlaten. In het voortgezet onderwijs is dit 31% (figuur 2).  Op momenten dat deelnemers er wél over dachten (en dat is dus meer dan de helft van de deelnemers) was de hoge werkdruk een belangrijke overweging, evenals ontevredenheid over de kwaliteit van het  leiderschap en management van de school. Dat laatste gold bij meer deelnemers uit het vo dan uit het po. In het voortgezet onderwijs is orde houden/klassenmanagement/gedrag van leerlingen ook een belangrijkere overweging dan in het primair onderwijs. In het primair onderwijs overwogen weliswaar meer leraren te stoppen maar om andere redenen.

Het klinkt misschien alarmerend dat slechts een minderheid nooit heeft overwogen om het onderwijs te verlaten, maar we weten uiteraard niet hoe serieus die overwegingen zijn (geweest).

 

Gezamenlijke standaarden en afspraken over processen in de school

Werkdruk en ontevredenheid over de kwaliteit van het leiderschap en management van de school zijn geen onbekende factoren. In een blogpost werpen Eva Naaijkens en Martin Bootsma hier een interessant licht op. Zij schrijven:
‘Er bestaat zonder twijfel een spanningsveld tussen de standaardisatie van processen en de autonomie van medewerkers. Waar ligt de grens tussen gepaste vrijheid en beperking van de autonomie? Te weinig autonomie beperkt en te veel autonomie kan medewerkers kwetsbaar maken, zorgen voor veel werkdruk en tot veel stress leiden. Het is een ingewikkeld vraagstuk en misschien ook wel een grijs gebied.’

Deze blog was de aanleiding om te vragen naar gezamenlijke standaarden en afspraken over processen in de school. Onder processen in de school verstaan we zaken als de aanpak van het onderwijs, onderwijstijd, doorverwijzing, rapporten aan leerlingen, etc. Het gaat met name om eenvoudige, alledaagse situaties.

Het merendeel van de deelnemers uit het po en vo is het (helemaal) eens met de stelling ‘Op mijn school zijn er gezamenlijke standaarden en afspraken over processen in de school’ (figuur 3).

Goede gezamenlijke standaarden en afspraken over processen in de school zouden de werkdruk kunnen verlagen. De meeste deelnemers uit zowel het primair als voortgezet onderwijs geven aan dat ze in december 2022 een (zeer) hoge werkdruk hebben ervaren. Er waren minder dan 10 deelnemers die aangaven een (zeer) lage werkdruk te hebben ervaren, deze hebben we uit de resultaten verwijderd. We vergelijken de groepen met een zeer hoge, hoge en gemiddelde werkdruk en dat bevestigt onze vermoedens. Het percentage leraren dat aangeeft het (helemaal) eens te zijn met de stelling over gezamenlijke standaarden is hoger bij de leraren die aangeven een gemiddelde werkdruk te hebben ervaren. En het percentage dat het (helemaal) oneens is met de stelling, en waar er dus geen gezamenlijke standaarden en afspraken over processen in de school zijn, is hoger bij de deelnemers met een (zeer) hoge ervaren werkdruk. In het vo is het verband wel wat minder sterk (figuur 4 en 5).  

Als we ervaren werkdruk kruisen met enkele uitspraken die te maken hebben met het wel of niet hebben van gezamenlijke standaarden en afspraken over processen in de school zien we hetzelfde verband. Leraren met een (zeer) hoge ervaren werkdruk geven vaker aan dat (betere) naleving en/of handhaving van de gezamenlijke standaarden en afspraken over processen hun werkplezier ten goede zou komen. In dezelfde lijn geven leraren met een gemiddelde ervaren werkdruk vaker aan dat gezamenlijke standaarden en afspraken over processen over het algemeen nageleefd worden op school (figuur 6 en 7).

Conclusie: het is fijn dat een groot deel aangeeft dat er gezamenlijke standaarden en afspraken zijn. Voor die groep waar dit niet zo is, zou het kunnen lonen om hier werk van te maken, met het oog op ervaren werkdruk. Daarnaast kan het naleven van de afspraken de ervaren werkdruk mogelijk nog verder verlagen.

 

Figuur 3 Op mijn school zijn er gezamenlijke standaarden en afspraken over processen in de school

 

Figuur 4 Primair onderwijs

 

Figuur 5 Voortgezet onderwijs


Figuur 6 Primair onderwijs


Figuur 7 Voortgezet onderwijs

 

Verder lezen

1 Teacher Tapp: lumpsum
2 Teacher Tapp: werkdruk
3 Teacher Tapp: perfectionisme
4 Teacher Tapp: lerarentekort

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent