Hoera voor onze scholen

Tekst Patrick Sins
Gepubliceerd op 01-12-2020
Beeld Wilbert van Woensel
Het laatste PISA-rapport over kansengelijkheid was behoorlijk negatief. De school weet steeds minder te compenseren voor kinderen die weinig van huis uit meekrijgen. Maar, school compenseert wel, schrijft Patrick Sins, zo blijkt uit onderzoek voor en na de lockdown.

De school lost het wel even op. Er zijn heel wat misstanden in de maatschappij en die krijgen veel aandacht in de media. Het idee is vaak dat je die problemen maar beter zo vroeg mogelijk kan aanpakken. En daar komt de basisschool in beeld. Er komt heel wat op het bordje terecht. Zo moet er in de les meer aandacht worden besteed aan goed burgerschap, echtscheiding, omgaan met geld, digitale veiligheid, seksuele diversiteit, cultuur, overgewicht, goed tandenpoetsen en oh ja, er moet “goed en realistisch lesmateriaal over de agrarische sector” komen. En ga zo maar door.

De verwachtingen zijn dus hoog. Maar ook niet realistisch. Dit schrijft Cordula Rooijendijk in haar geweldige boek Een jaar uit het leven van een basisschooldirecteur. Volgens Rooijendijk is er in de praktijk nauwelijks tijd om aan al die verwachtingen te voldoen. Het vertrouwen dat de school krijgt als de grote probleemoplosser, kán zij niet waarmaken. Immers, met z’n allen vinden we het van belang dat onze kinderen leren lezen, schrijven en rekenen. Volkomen terecht natuurlijk, want beheersing van taal en rekenen is nodig om je verder te kunnen ontwikkelen. Maar het kost tijd om kinderen dat echt goed aan te leren. Veel tijd. Natuurlijk willen we kinderen ook nog iets leren over biologie, geschiedenis en aardrijkskunde. Oh ja, en ze moeten ook nog gymmen. De schooldag is gauw om. Tijd om dan ook nog les te geven over omgaan met geld, overgewicht en tandenpoetsen is er niet.

 

Verwachtingen temperen

Misschien moeten we onze verwachtingen temperen en meer realistisch zijn. Of beter nog: onze scholen waarderen voor wat ze al wél doen. Want wat ze doen, doen de meeste goed. Behoorlijk goed zelfs. En daar wil ik een lans voor breken.

Natuurlijk heb ook ik gelezen dat bijna een kwart van de 15-jarigen onvoldoende geletterd is volgens het nieuwste PISA-rapport. Maar het leeuwendeel van de scholen maakt de verwachtingen wel meer dan waar als het gaat om wat we als samenleving willen dat kinderen leren. En de basis daarvoor wordt in de basisschool gelegd. Natuurlijk doen scholen meer, veel meer dan leren lezen, schrijven en rekenen. Maar hier richt ik me op het verschil dat ze maken als het gaat om het leren van de verplichte kernvakken.

Vorige maand verscheen Learning inequality during the COVID-19 pandemic van een groep jonge onderzoekers aan de Universiteit van Oxford (lees ook Wereldvreemd). Per Engzell en zijn collega’s vroegen zich af wat de gevolgen zijn geweest van het sluiten van de scholen als gevolg van de COVID-19 pandemie op de leerprestaties van basisschoolleerlingen. In hun zoektocht naar bruikbare gegevens kwamen ze uit bij ons koude kikkerlandje. Ze konden beschikken over een uitzonderlijk rijke dataset, bestaande uit de Cito-toetsscores van ongeveer 350.000 leerlingen uit de groepen 4 tot en met 7 uit 2020. En een geluk bij een ongeluk: de toetsen waren precies voor en na de sluiting van de scholen afgenomen. Verder waren de onderzoekers grondig genoeg om de ontwikkeling in leerresultaten te vergelijken met die van een normaal schooljaar. Kortom, ze hadden een natuurlijk experiment zonder weerga in handen.

 

Scholen maken het verschil (teniet)

In hun artikel schrijven Engzell cum suis dat de Nederlandse dataset hen een ‘best-case scenario’ bood. De omstandigheden waren bij ons in vergelijking met andere landen namelijk vrij goed: de schoolsluiting was relatief van korte duur (8 weken) en de overgang naar online onderwijs verliep hier over het algemeen soepel. Dit betekent volgens hen dat als de bevindingen een achteruitgang in leerprestaties zouden laten zien, de gevolgen in andere landen nog zorgwekkender kunnen zijn.

En inderdaad, leerlingen leerden tijdens de lockdown minder dan toen ze op school zaten. En dit geldt over de hele linie. Er is sprake van een leerverlies van alle Nederlandse basisschoolleerlingen voor wat betreft de kernvakken rekenen, spelling en lezen. Gemiddeld boekten leerlingen twintig procent minder vooruitgang dan in een normaal schooljaar. De onderzoekers concluderen zelfs dat ‘students made little or no progress whilst learning from home’. Leerlingen zaten acht weken thuis, ongeveer twintig procent van het schooljaar. En laat dat nou precies samenvallen met het gevonden leerverlies. Scholen maken dus het verschil, als het gaat om het bijbrengen van de kernvakken. Daar zijn onze scholen gewoon goed in.

Maar daar blijft het niet bij. Het leerverlies bleek niet gelijk verdeeld. Kinderen van laagopgeleide ouders liepen tijdens de schoolsluiting de grootste leerachterstanden op. De onderzoekers tonen aan dat de opgelopen achterstanden van deze kinderen soms tot 40 procent groter waren dan die van de gemiddelde leerling. Onderzoek van Thijs Bol van de Universiteit van Amsterdam laat zien dat dit deels valt te verklaren doordat laagopgeleide ouders zich minder capabel voelen om hun kinderen met huiswerk te helpen en niet altijd de beschikking hebben over een computer of een eigen werkplek. Als leerlingen niet op school zijn, nemen de achterstanden van een bepaalde groep leerlingen dus toe. Mijn conclusie: de meeste scholen zijn buitengewoon goed in het tegengaan van ongelijkheid in leerprestatie. Of in ieder geval bereiken ze meer dan wanneer kinderen thuiszitten. Uit het laatste PISA-rapport over kansengelijkheid bleek immers wel dat onderwijs steeds minder weet te compenseren voor de effecten van gezinsfactoren. Nederlandse kinderen van ouders met een laag opleidingsniveau scoren op leesvaardigheid, wiskunde en natuurwetenschappen op alle meetmomenten het laagst; ze dalen ook nog significant harder dan andere leerlingen, meisjes en jongens. Maar toch, dit onderzoek van Engzell biedt een mooie kanttekening: beter iets dan niets.

Scholen maken verwachtingen waar

We mogen verwachten dat scholen aandacht besteden aan de kernvakken taal en rekenen. En dat doen ze met succes. We zien namelijk dat leerlingen nauwelijks progressie doormaken als ze niet op school zijn. En we hebben gezien dat scholen ervoor zorgen dat achterstanden op die kernvakken niet verder oplopen. Hoera dus voor onze scholen.

Patrick Sins is lector Vernieuwingsonderwijs Saxion en Thomas More hogeschool.
 

Geraadpleegde literatuur

Bol, T. (2020). Inequality in homeschooling during the Corona crisis in the Netherlands. First results from the LISS Panel, SocArXiv.

Engzell, P., Frey, A., & Verhagen, M. (2020). Learning Inequality during the COVID-19 Pandemic. University of Oxford. 

Rooijendijk, C. (2020). Een jaar uit het leven van een basisschooldirecteur. Atlas Contact: Amsterdam.

Verder lezen

1 Mind the gap
2 De kracht van het traditioneel vernieuwingsonderwijs
3 De vloek van kennis
4 Vergeet de leraar niet
5 Leer te leren op de middelbare school
6 Scheer niet alle vernieuwers over één kam

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent