Interview

In de biotoop van Janneke Visser

Tekst Paulien de Jong
Gepubliceerd op 06-10-2020 Gewijzigd op 06-10-2020
'De aanreiker' - De energieke docent Nederlands Janneke Visser doet er alles aan om lezen aantrekkelijk te maken voor haar vmbo-leerlingen. ‘Als daarvoor heilige huisjes moeten sneuvelen, so be it.’  

We treffen Janneke Visser (57) in haar achtertuin in Grou. In het gras twee stoelen op veilige afstand. Bij binnenkomst blaft de herder waaks. ‘Het is goed,’ zegt Visser kalm. De hond druipt af. Visser begint met vertellen en stopt pas bij een nieuwe vraag. Aan energie geen gebrek. Toch is de docent Nederlands sinds de lockdown niet meer op school geweest. ‘Mijn longen zijn waardeloos. Om corona buiten de deur te houden, zit ik in zelfquarantaine.’ Maar zodra het kan, wil ze weer naar school. ‘Ik mis het contact. En het werken als “callgirl” is ook niet echt ideaal.’ Gelukkig is ze ook online geliefd. ‘In plaats van voor de klas, verschijn ik live op hun tablets. Een supervisor in het lokaal zorgt dat alles daar fatsoenlijk verloopt.’
Voorafgaand aan het tuininterview betreed ik Vissers biotoop, rsg Magister Alvinus in Sneek. Een openbare school (vmbo/havo/vwo) met tweeduizend leerlingen.

Visser regelde een rondleiding door een collega die meteen naar het pronkstuk van de school loopt: de mediatheek op de voormalige binnenplaats. Met een schuin glazen dak verrees daar een paar jaar terug een lichte, hoge ruimte met rijen boekenkasten, werkplekken, stilteruimtes en zithoekjes, waarvan één in de sfeer van een klassieke bieb met donkere houten kast, schemerlamp en twee Chesterfield-achtige fauteuils. Aan de kasten hangen posters met leesbevorderingsprojecten waar de school, bekend als ‘Lezende school’, aan meedoet. Zoals de verhalenwedstrijd Er was eens, waarmee Vissers’ klas de vmbo-editie in 2020 won. De rondleiding eindigt bij het lokaal van haar winnende klas. Tablets aan, oortjes in, op de beeldschermen het gezicht van Visser, met bril. Het is muisstil. In het midden zit Sarah-Rebecca, die het winnende verhaal, Londen 1940, namens de klas schreef.
Later in de tuin zegt Visser daarover: ‘Ik weet nog dat ik de tekst las en dacht: dit is zo goed, ik was als de dood dat het gejat was. Ik ben gaan googelen, maar vond natuurlijk niets. “Hoe kan het dat jij zo’n mooi verhaal schrijft?” vroeg ik. Het was zomaar in haar opgekomen. Het knappe is dat je als lezer het gevoel hebt dat ze het allemaal zelf heeft meegemaakt.’



 

Als de hemel

Janneke Visser – vader docent handvaardigheid, moeder huisvrouw – is als kind een Pippi Langkousmeisje. Ze kan niet stilzitten en staat vaak voor straf onder de klok. ‘Als ik de klas uit moest, liep ik op mijn handen door de gang.’ In klas 3 belandt ze in het ‘dommenrijtje’ en komt niet in aanmerking voor Citotoetsen.
Na vooral negatieve ervaringen met leraren treft ze op de gereformeerde mavo in Drachten een godsdienstleraar die verder kijkt dan het stuiterende kind. ‘Hij was de eerste die zei: “Janneke, je kan het wél”.’ Na twee jaar mavo moet ze afstromen naar het leao, waar ze uiteindelijk haar eerste vo-diploma haalt. Via het vhbo komt ze uit bij de lerarenopleiding Nederlands. Als ze na haar afstuderen in de jaren tachtig geen onderwijsbaan vindt, zoekt ze haar heil in het bedrijfsleven. Veertien jaar werkt ze in verschillende (commerciële) functies, totdat ze terugverlangt naar lesgeven. Als de vacatures in het basisonderwijs aantrekken, besluit ze in 2005 naar de pabo te gaan. Zes jaar lang werkt ze op verschillende basisscholen, dan zoekt het Magister Alvinus een docent Nederlands. Ze grijpt haar kans. ‘Het voelt hier als de hemel. Alles is op één niveau en ik hoef me nooit meer lam te schrijven aan handelingsplannen.’
Visser deelt in de klas geregeld haar eigen schoolervaringen. ‘Vooral als leerlingen luidkeels roepen dat ze iets niet kunnen, omdat ze máár vmbo-leerlingen zijn. Hun negatieve zelfbeeld maakt mij verdrietig en opstandig. Door mijn verhaal zien ze dat je overal kunt komen, als je maar gelooft in jezelf en de wil hebt iets te bereiken.’


Poëziewedstrijd

Met haar sectie en de mediatheek jaagt Visser sinds 2013 het leesonderwijs aan. Tijdens een vergadering is ze vaak de eerste die enthousiast is over een nieuw project of schrijvers in de klas. ‘Ik ben ADHD’er, je ziet mij nooit met een verwrongen hoofd, ik kan alles aan. Dus bij een verhalen- of poëziewedstrijd roep ik: ja, dat gaan we doen!’
Meer leerlingen aan het lezen krijgen, is haar missie. Als daarvoor heilige huisjes moeten sneuvelen, so be it. Boekverslagen en dat hele mondeling-concept vindt ze gruwelijk, zegt ze. ‘Je praat met leerlingen over boeken die ze waarschijnlijk niet hebben gelezen. Ik voelde me plagiaatcontroleur in plaats van docent. In mijn sectie riep ik: mag dat anders?’ Inmiddels is het mondeling vervangen door een sollicitatiegesprek, bestaat er – op advies van de leerlingen zelf – een multiplechoicetoets en is de klassieke boekenlijst een door leerlingen samengestelde lijst. ‘Ik had vroeger al een hekel aan boeken van schrijvers die dood waren, die oude (jeugd)literatuur komt zo traag op gang. Probeer het maar, je schrikt ervan.’


Goed voorbeeld

Hoe Visser leerlingen aan het lezen krijgt? Een voorbeeldfunctie is belangrijk, denkt ze. Ze ervaart dat steeds meer ouders geen krantenabonnement meer hebben en series het leesboek hebben vervangen. ‘En lang niet alle docenten lezen een boek in de klas.’ Visser bedacht een variant op iets wat in groep 8 goed werkte. Ze las ’s ochtends een stukje tekst, eindigde met een cliffhanger en schreef de titel op het bord. Elke dag nam ze een ander boek.
Inmiddels beginnen alle vmbo-klassen bij Nederlands met tien minuten stillezen. Leerlingen nemen een zelfgekozen fictieboek mee. Soms adviseert ze een titel, Iedereen krijgt klappen bijvoorbeeld, een boek dat tekeergaat tegen de drugswereld. ‘Via via hoorde ik dat een leerling zich begaf in het drugscircuit. Hij vond lezen niks, maar las dit boek in twee dagen uit én plaatste een laaiend enthousiaste post op sociale media. Hier doe ik het voor. Dít is waarom ik leerlingen altijd boeken wil blijven aanreiken.’

 

Dit artikel verscheen in Didactief, oktober 2020.
 

Verder lezen

1 In de biotoop van Ismail Aghzanay
2 In de biotoop van Lia Doolaard
3 In de biotoop van Marike Barendse
4 Jongeren en lezen
5 Lesen auf Deutsch
6 Verbeeldingsbibliotheek

Click here to revoke the Cookie consent