Loyaal aan het onderwijs

Tekst Jan Drentje
Gepubliceerd op 08-10-2020
Over de vrijheid van meningsuiting van leraren - Het ontslag van docente Paula van Manen – u weet wel, de schrijfster van  het boek Wanneer krijgen we weer les? – over onderwijsvernieuwingen aan het ROC in Nijmegen – zet rector Jan Drentje aan het denken. Tot goed werkgeverschap in het onderwijs behoort óók het waarborgen van de vrijheid van medewerkers om aan het publieke debat deel te nemen. En die vrijheid is nu geschonden.

In De staat van het onderwijs 2019 wees de onderwijsinspectie erop dat van nogal wat vernieuwingen onbekend is of ze wel aan betere onderwijsresultaten bijdragen: ‘Niet altijd is duidelijk waarom een school of opleiding kiest voor een bepaalde vorm van maatwerk, flexibilisering of proflering. Leidt het tot meer gemotiveerde of beter presterende leerlingen?’

Goede vraag. Leeropbrengsten voor lezen, schrijven en rekenen vertonen helaas al jaren een dalende trend. Vernieuwingen moeten echt verbeteringen zijn. Anders is het zonde van de tijd en moeite. Bovendien: onderwijsvernieuwingen verhogen de werkdruk, vragen veel van leraren, doen vaak een beroep op hun idealisme – in een sector die toch al gekenmerkt wordt door een hoog percentage burn-outs.

Voor onderwijsconcepten als bijvoorbeeld ‘ontdekkend leren’ en ‘21ste-eeuwse vaardigheden’ ontbreekt het aan een deugdelijke wetenschappelijke onderbouwing. Niet dat er voor leerlingen niets te ontdekken valt, maar nog steeds is klassikale instructie een van de meest effectieve onderwijsvormen. In landen waarin het concept ontdekkend leren de basis van het curriculum wordt, dalen doorgaans de onderwijsresultaten. Er is niets tegen het aanleren van vaardigheden, maar zonder een stevig kennisintensieve context komt dit neer op droogzwemmen. Onvriendelijker gezegd: het is een vorm van experimenteren met kinderen, waarbij het maar de vraag is of ze in hun latere leven met deze lessen kunnen blijven drijven. 

Over het concept gepersonaliseerd leren schreef De Onderwijsraad een kritisch rapport. Onduidelijk is wat hieronder moet worden verstaan. Als iedere leerling een eigen onderwijsprogramma volgt, kan het effect zijn dat de samenhang in het onderwijscurriculum verdwijnt. Met grote gevolgen voor de samenleving. Ook kunnen vormen van ‘ieder wijs’ kansenongelijkheid vergroten, omdat juist leerlingen in achterstandssituaties gebaat zijn bij structuur en uitleg. Zeker als die leerlingen niet terug kunnen vallen op hulp thuis.

Kortom: genoeg redenen om kritisch te staan tegenover de invoering van vernieuwingen – zeker als die onderwijskundig, didactisch en leerpsychologisch onvoldoende onderbouwd zijn.
 

Uitrollen van onderwijsvernieuwingen

‘Bezint eer gij begint’, dus: bereid vernieuwingen goed voor, verdiep je in de literatuur, zorg voor een invoeringstraject dat met de leraren wordt voorbereid. Helaas is dat maar al te vaak niet het geval en wordt het onderwijs een experimenteertuin. Zoals het geval was bij de opleiding pedagogiek van het ROC Nijmegen.

Een vergaande vorm van zelfsturend, gepersonaliseerd leren werd daar op een achternamiddag tijdens een teamvergadering ingevoerd. Vervolgens was het een achtbaan voor studenten en leraren – met een mager onderwijsresultaat.

Dit proces is in reportagevorm beschreven door Paula van Manen, die tot haar recente ontslag voor 0.6 fte verbonden was aan die opleiding. In haar boek Wanneer krijgen we weer les? De opmerkelijke praktijk van gepersonaliseerd leren krijgt de lezer een inkijkje in hoe het er aan toe kan gaan in onderwijsland. Een bevlogen teamleider die de onderwijsvernieuwing pardoes invoert en vervolgens tussentijds van baan verandert. Het team achterlatend met de gebakken peren. Studenten die opgehokt zitten op leerpleinen waar ze elkaars haar doen en hun nagels vijlen. En moeite hebben om hun weekdoelen te bedenken en te evalueren. Vrijwel geen les meer, maar wel veel zelfreflectie. Over wat? Maar bar weinig studenten halen op tijd de eindstreep.

Ik vat het boek van Paula van Manen op een veel onvriendelijker manier samen dan de teneur van haar positief-kritische tekst. Zij toont zich namelijk steeds een loyaal medewerker, probeert er het beste van te maken. Voelt zich verantwoordelijk voor haar studenten en haar collega’s. Maar vraagt zich terecht af: is deze onderwijsvernieuwing wel in het belang van deze studenten met wie geëxperimenteerd wordt?


Het private versus het publiek belang

Als het ROC de schrijfster na het verschijnen van haar boek niet geschorst had – met onmiddellijke ingang, ze mocht haar spullen niet uit de leraarskamer halen – dan had ik niet geweten dat dit verhaal over de opleiding pedagogiek in Nijmegen ging. De tekst is volledig geanonimiseerd. Buitenstaanders kunnen niet weten om wie het gaat. Daarmee is het boek vooral een verhalend statement over dit type trial and error onderwijsvernieuwingen, gebaseerd op gebrekkige aannames. Dergelijke publicaties zijn van publiek belang: ze houden ons bij de les.

Maar: dat was niet de mening van het ROC. De schrijfster zou zich niet gehouden hebben aan de gedragsregels voor een goed werknemer: de noties van de vereiste discretie en loyaliteit zouden zijn geschonden. Natuurlijk: de tekst is uit het schoolleven gegrepen, ze maakt veelvuldig gebruik van gesprekken tijdens vergaderingen, maar zonder naam of toenaam te noemen. Het doel is niet personen of een instelling te beschadigen, maar een veelvoorkomende manier van onderwijsvernieuwing aan de kaak te stellen. Het is daarmee een belangrijk tijdsdocument.

Natuurlijk mag een onderwijsinstelling van een werknemer vragen discreet te zijn. Je hangt de vuile was niet zomaar buiten. Je vecht je conflict met de leiding niet in de krant uit. Je brengt niemand persoonlijk in diskrediet. Je realiseert je dat jouw kritiek de organisatie kan schaden. Maar: je bent als professional tegelijkertijd mede verantwoordelijk voor het onderwijs als zodanig. Onderwijs is weliswaar ondergebracht bij privaatrechtelijke stichtingen, maar is tevens van groot publiek belang. En juist dat publieke belang vraagt om vrije meningsvorming – die grondwettelijk is vastgelegd. Kritiek op onderwijsvernieuwingen gaat dan boven het private belang van de stichting uit. Al ben je wel eraan gehouden niet direct op de man/vrouw/jouw organisatie te spelen. Dus: je kiest een vorm die past bij dit publieke belang.
 

De uitspraak van de rechter

Inmiddels is Paula van Manen ontslagen. De rechter heeft het arbeidscontract op verzoek van het ROC ontbonden. Voor ontbinding is een redelijke grond nodig. Het ROC voerde een aantal gronden aan: disfunctioneren, verwijtbaar handelen en een verstoorde arbeidsrelatie. Van disfunctioneren was volgens de rechter geen sprake, wel van verwijtbaar handelen omdat niet voldaan was aan de vereiste discretie en loyaliteit. Maar, ontslag werd verleend vanwege de verstoorde arbeidsrelatie.

In de uitspraak maakt de rechter weinig tot geen woorden vuil aan de spanning tussen het publieke belang van het boek en het private belang van de instelling. Er vindt nauwelijks een afweging plaats tussen de vrijheid van meningsuiting en het belang van de organisatie. De rechter gaat eraan voorbij dat vrijheid van meningsuiting geen beginsel is, maar een grondrecht. De reportage wordt niet geplaatst in de context van de onderwijsvernieuwingen waarover een nationaal debat plaatsvindt. De klacht van het ROC dat betrokkenen zich in de reportage kunnen herkennen en zich hierdoor geschaad/onveilig voelen, wordt kritiekloos overgenomen. Dat de tekst geanonimiseerd is, telt volgens de rechter niet. Ook niet dat een flink aantal collega’s zich solidair met de schrijfster heeft betoond.

Het oordeel is dat de schrijfster verwijtbaar jegens het ROC en een deel van de medewerkers heeft gehandeld. Maar toch vindt de rechter dit voorshands niet voldoende als ontslaggrond. Blijkbaar acht de rechter het handelen van Paula niet verwijtbaar genoeg. Voorshands dus, maar mogelijk zou dit in hoger beroep opnieuw kunnen worden gewogen. Het heeft er alle schijn van dat de rechter zich niet aan de complexe afweging tussen publiek en privaat belang heeft willen wagen.

Ontslag wordt domweg verleend op grond van het fenomeen van de verstoorde arbeidsrelatie. Opnieuw overigens zonder een uitgebreide motivering. De rechter verwijst hoofdzakelijk naar de manier waarop Paula van Manen zich verweert op haar website.

Op deze website staat normaal informatie over de kinderboeken van haar hand. Nadat Paula werd geschorst heeft ze hier een verweer geplaatst waarin ze haar recht van vrije meningsuiting opeist. Dat doet ze ook hier in keurige bewoordingen. Maar: ze stelt wel expliciet de handelwijze van het ROC aan de kaak. De toonzetting maakt volgens de rechter dat er geen begaanbare weg terug is. Dit is the easy wat out: de werkgever schorst de werknemer, verklaart deze als persona non grata, de werknemer verweert zich scherp en verstoort daarmee de arbeidsverhouding. Exit Paula van Manen.

 

Gedragsregels voor goed werknemer- en werkgeverschap

De cao voor het MBO bepaalt in artikel 10.4 dat een werknemer een geheimhoudingsplicht heeft. Het arbeidsrecht bepaalt dat een werknemer zich als ‘goed werknemer’ moet gedragen. De wet vraagt echter ook van de werkgever goed gedrag. Wat behoort in deze context tot de gedragsregels voor goed werkgeverschap? Onderwijsbestuurders moeten zich realiseren dat de professionals niet alleen loyaal zijn aan de organisatie, maar ook aan het onderwijs als publiek goed. Dat hoort immers bij hun professionaliteit. In die publieke zin moeten zij van hun vrijheid van meningsuiting gebruik kunnen maken. Tot goed werkgeverschap in het onderwijs behoort dan ook het waarborgen van de vrijheid van medewerkers om aan het publieke debat deel te nemen – rekening houdend met een aantal spelregels zoals discretie en loyaliteit.

Gelet op de uitspraak van deze rechter en de verstrekkende gevolgen hiervan voor de werknemer, zou het goed zijn om een dergelijke waarborgplicht op te nemen in de codes voor goed werkgeverschap in het onderwijs. Dat dwingt bovendien de rechter om een expliciete afweging te maken tussen het publieke en het private belang. En: je mag van werkgevers in het publieke domein verwachten dat ze tegen een stootje kunnen. Vrijheid van meningsuiting leidt nu eenmaal niet tot het soort pr-teksten dat de dienst voorlichting en communicatie doorgaans produceert. 

Voorshands kunnen kritische docenten echter maar beter geen al te gepersonaliseerde teksten schrijven over kwestieuze onderwijsvernieuwingen. Stel de zaak en het publieke belang centraal en zeg als er gedoe van komt tegen de werkgever geen onvertogen woord. Want de arbeidsverhouding is maar zo verstoord, zeker als de rechter een inhoudelijke weging van het grondrecht van vrije meningsuiting en het private belang van de instelling uit de weg gaat. Hoog tijd om de spelregels voor werkgevers en werknemers te verduidelijken, op een manier die het publieke debat over het onderwijs bevordert – waaraan Paula van Manen uiterst loyaal was/is.


Met dank aan het commentaar van mr. Yara Goessens, specialist arbeidsrecht bij Stellicher Advocaten Arnhem

Jan Drentje is rector, leraar en wetenschapper.

 

Verder lezen

1 De kansengelijkheid in het onderwijs neemt eerder toe
2 Droogzwemmen

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent