Ontario

Tekst René Kneyber
Gepubliceerd op 02-06-2014
René Kneyber - Er is niemand die vindt dat kinderen aan het einde van het voortgezet onderwijs niet op een bepaald niveau moeten kunnen rekenen. En er is ook niemand die zal beweren dat het rekenniveau van de leerlingen die naar het beroepsonderwijs gaan nu wél adequaat is.

Er is dan ook geen onderwerp dat op zo'n maatschappelijk draagvlak kon rekenen bij de invoering, onder ouders, leraren, schoolleiders en leerlingen, een draagvlak dat nog eens is versterkt door de commissie-Dijsselbloem die indertijd een duidelijk pleidooi maakte voor het 'hoe' en het 'wat'. Het 'wat' wordt bepaald en gecontroleerd door de overheid, het 'hoe' is helemaal aan de scholen.

Inmiddels, zo'n zes jaar na de commissie, is het maatschappelijk draagvlak voor de rekentoets vrijwel verdampt. Scholen stoeien met de implementatie van rekenonderwijs, massale hoeveelheden leerlingen die de rekentoets niet voldoende afsluiten, een rekentoets die van zo'n slechte kwaliteit is dat zelfs aartsvijanden Beter Onderwijs Nederland en het Freudenthal Instituut het verzet ertegen voeren. Het Actieplan Beter Presteren is dus op een fiasco uitgelopen. Bij het ontstaan van dit plan, in de nasleep van 'Dijsselbloem', hebben Marja van Bijsterveldt en het ministerie zich laten inspireren door onderwijsonderzoeker en, opvallend genoeg, Vierde Weg-ambassadeur Michael Fullan. Ook de Canadese provincie Ontario heeft zich laten inspireren door deze man, sterker nog hij is nog steeds de hoogste onafhankelijk adviseur van iedere onderwijsminister. Speerpunten in hun beleid zijn al sinds 2003 taal en rekenen.

Momenteel ben ik op uitnodiging van het ministerie van OCW met een delegatie onder leiding van staatssecretaris Sander Dekker op bezoek in Toronto. Dat is buitengewoon boeiend want qua structuur lijkt het onderwijssysteem van ons veel op dat van hier, inclusief onafhankelijke besturen. Grote vragen waren voor mij natuurlijk of deze focus heeft geleid tot een ongewenste vernauwing van het curriculum, of er maatschappelijk of professioneel verzet is hiertegen, én hoe deze onderwerpen worden afgetoetst. Mijn verbazing over de antwoorden erop was bijzonder hoog. Niemand in Toronto ervaart een ongewenste vernauwing van het curriculum, sterker nog leraren denken actief mee hoe ze vanuit al hun disciplines een bijdrage kunnen leveren aan numeracy and literacy op een, dus, vakoverstijgende manier. Van verzet is dus helemaal geen sprake, de maatschappelijke tendens is zelfs dat het wiskunde-niveau ook nog wel wat omhoog mag. De aandacht voor taal en rekenen gaat niet ten koste van andere zaken, en het niveau verbetert ook wel degelijk, en ogenschijnlijk niet door allerlei ongewenste gedragingen als teaching to the test of toetsfraude. Hoe kan dat?

Dat komt vanwege een fundamenteel andere benadering die het Canadese ministerie heeft aangenomen. Het ministerie van Onderwijs in Ontario stelt ook hoge eisen in combinatie met gestandaardiseerde toetsen, maar wat het ministerie fundamenteel toevoegt aan de mix is capacity building: van leraren tot het ministerie is iedereen gericht op het verbeteren van het primaire proces en het opbouwen van de professionele capaciteit om dat te bereiken. Dat vertaalt zich naar een zeer gerichte focus. Niet alleen besteden schoolleiders zo'n 90% van hun tijd aan het bezoeken en bijsturen van het primaire proces, zelfs bestuurders zitten regelmatig met docenten om tafel om lessen voor te bereiden en zelfs te co-teach'en.

Maar het meest opvallend in relatie tot de taal-en rekentoetsen is de manier waarop ze omgaan met de toetsen en resultaten ervan. Ook die zijn namelijk puur gericht op het verbeteren van het primaire proces. De Inspectie van Ontario, de EQAO, heeft daar een zeer bijzondere rol en doelstelling in. Ten eerste worden de gestandaardiseerde toetsen (die pakweg eens in de drie jaar worden afgenomen) door de dit instituut zelf ontworpen. De antwoorden (grotendeels niet multiple choice) worden door z'n 3500 gekwalificeerde leraren nagekeken. De antwoorden, hoe het had gemoeten, en suggesties voor verbeteringen komen vervolgens samen met de scores retour naar de school. De EQAO filtert uit de gegevens vervolgens de zwakste scholen eruit en steekt er tijd en geld in om deze scholen verder te helpen. Van etiketten als 'zwak' en 'excellent' gruwen ze zelfs. De insteek is 'high quality assessment, low stakes accountability'. Het instituut heeft zelfs een transparant en gedetailleerd datasysteem dat beschikbaar is voor scholen waarmee vergelijkingen kunnen worden getroffen met andere (evt. vergelijkbare) scholen om zo te weten bij welke schoolleiders of besturen er best practices of materiaal uitgewisseld kunnen worden. Transparantie, niet in de eerste plaats omwille van publieke verantwoording, maar juist zodat iedereen er beter van kan worden.

Dat is natuurlijk een far cry van hoe het in Nederland is geïmplementeerd. Een lagekwaliteit-toets, die bovendien geen feedback geeft aan scholen over hoe te verbeteren, en highstakes accountability voor scholen middels een etikettenplakkende inspectie en voor leerlingen vanwege de slaag-/zak-regeling. In Ontario komt het allemaal dan ook wel van 'boven' maar dat 'boven' heeft tegelijkertijd ook voor een goede ondersteuningsstructuur gezorgd. Hierdoor worden onderwijzers veel meer uitgenodigd om allemaal hun schouders eronder te zetten en dat doen ze dus ook met z'n allen. En laten we eerlijk zijn, in Nederland voelt niemand zich er verantwoordelijk voor maar heeft iedereen er vooral 'last' van.

Een grote les uit dit bezoek is voor mij dan ook dat de overheid te gemakkelijk het wat en hoe heeft gescheiden. Dit zijn de eisen en zoek het verder maar uit. Terwijl we inmiddels wel kunnen zien dat het niet verkeerd is om ambitieus eisen te stellen, maar dat dat op zichzelf onvoldoende is om het gewenste doel te bereiken. De overheid moet zich dus actief warm maken voor het ondersteunen van processen, niet per se door het hoe voor te schrijven, maar door scholen te helpen met het verbeteren van het hoe, en wie niet voldoet aan het wat, nog actiever te ondersteunen. Dat leidt niet alleen tot beter onderwijs, het kan ook nog leiden tot een stevige kostenbesparing. De EQAO, een soort combinatie van Inspectie en CITO dus, is niet alleen effectief, het doet al haar werk voor omgerekend bijna 11 euro per leerling per jaar.

website: www.handelingsbrutaal.nl

blog: www.withitness.nl

twitter: @rkneyber

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent