Ouderbetrokkenheid of onderwijsbetrokkenheid?

Tekst Jo Kloprogge
Gepubliceerd op 19-04-2017
Jo Kloprogge - Ouderbetrokkenheid is een veelbesproken thema in het onderwijsbeleid en de onderwijswetenschappen. Het is een van de weinige thema’s waar bijna uitsluitend in positieve bewoordingen over wordt geschreven.

Het wordt graag bewierookt als educatief partnerschap en er wordt zelfs gesproken over de gouden driehoek. Soms wordt gesuggereerd dat ouderbetrokkenheid bijdraagt aan betere leerprestaties van het kind. Effecten op leerprestaties zijn echter nog weinig aangetoond. Goede contacten tussen school en ouders zijn – daarover bestaat geen onenigheid – wenselijk en belangrijk. Maar effect op leerprestaties hebben ze nauwelijks. Onderwijsondersteunend gedrag thuis kan wel effect hebben op de leerprestaties. Maar het vergt de nodige tijd en inspanningen als het gaat om ouders met een laag opleidingsniveau.

Inmiddels zien we een nieuwe loot aan de boom van ouderbetrokkenheid. Het gaat om ouders die wel erg betrokken zijn bij het onderwijs, maar voor wie de school vooral een inwisselbaar instrument is om zo hoog mogelijk onderwijs voor hun kinderen te realiseren. Vooral de hoger opgeleide en rijke ouders zijn er meer dan ooit van overtuigd geraakt, dat het onderwijs een geweldig instrument is om hun kinderen voor te bereiden op een zo sterk mogelijke positie in de samenleving. Nu groeien hun kinderen toch al op in veel betere omgeving om onderwijskansen voor hun kinderen scheppen dan laag opgeleide ouders (taalgebruik, leescultuur, sociale netwerken), maar ze doen van alles om de onderwijsloopbaan van hun kinderen nog verder te optimaliseren. Ze kopen huiswerkbegeleiding, examentraining en extra bijlessen. Bij de overgang van basis- naar voortgezet onderwijs zijn ze actief en oefenen druk uit op de school om een hoge doorverwijzing te krijgen. Soms proberen ze heterogene brugklassen, die in brede kring  worden gezien als instrument om gelijkere kansen te realiseren, tegen de houden. Hun kinderen hebben immers baat bij een zo kort mogelijke weg naar een mooie toekomst. Een centraal punt is dat deze ouders dus wel erg betrokken zijn bij het onderwijs als middel om hun kind van een goede toekomst te verzekeren, maar veel minder zijn geïnteresseerd in de school. Als de school in hun ogen niet voldoende perspectief voor hun kind opent, aarzelen ze niet om over te stappen naar een school die beter voldoet, bij voorkeur een school voor hoogbegaafden of met een stevig extra aanbod voor hoogbegaafden. Het aanbod is al redelijk groot en groeiende.

Hoe begrijpelijk het ook is dat ouders proberen met alle hun ter beschikking staande middelen het beste  voor hun kind te realiseren, dit gedrag heeft wel belangrijke gevolgen. Het onlangs hernieuwde streven van de overheid in de richting van gelijke kansen wordt er ernstig door bemoeilijkt. De huidige investeringen van de overheid zijn bijv. op het punt van huiswerkbegeleiding  waarschijnlijk al minder dan de gezamenlijke investeringen van de rijkere, hoog opgeleide ouders. De selectie van aparte scholen leidt tot homogene schoolprofielen; we zien steeds meer scholen met allemaal kinderen van de bovenlaag en scholen met allemaal kinderen van de onderlaag. Het gaat weer op het oude standenonderwijs lijken. En dan is er ook nog het risico dat de onderwijsambities van de ouders oververhit raken en de kinderen worden opgezweept tot een ongezonde kwalificatierace. Daar is niemand bij gebaat.

Ouderbetrokkenheid blijft een mooi concept. Maar we moeten ons realiseren dat een deel van de ouders hier zo zijn eigen invulling aan geeft.

 

Een ogenblik geduld...