Serieuze beloning alleen voor serieus beroep

Tekst Ferry Haan
Gepubliceerd op 13-04-2017
Ferry Haan - Een enorm percentage (vrouwelijke) docenten werkt in deeltijd. Bij loonsverhoging zullen zij naar verwachting minder gaan werken en zal het lerarentekort toenemen. Wat nu?


De eis van het primair onderwijs ligt op de formatietafel. Het verschil in beloning tussen voortgezet en primair onderwijs (PO) is oneerlijk, moeilijk te rechtvaardigen en moet dus verdwijnen. Eén van de gevolgen van de karige beloning in het PO is een dreigend docententekort. Bovendien halen mannen hun neus op voor de maandelijkse fooi, waardoor vrouwelijke docenten inmiddels 87 procent uitmaken van het totaal in het PO, zo telt het Centraal Bureau voor de Statistiek.

De oplossing lijkt simpel (en duur), verhoog de beloning voor de PO-docent en het arbeidsaanbod aan docenten zal reageren. Het algemene tekort en het specifieke tekort aan mannen zal als sneeuw voor de zon verdwijnen. @POinactie is de strijdkreet die dit allemaal mogelijk moet maken.

De werkelijkheid is helaas niet zo simpel. Alweer een tijdje geleden stelde het Centraal Planbureau vast dat er in het onderwijs bij vrouwelijke docenten sprake was van een ‘negatieve inkomenselasticiteit van het arbeidsaanbod’. Dit is economentaal: als het inkomen van vrouwelijke docenten stijgt, stijgt het arbeidsaanbod niet, maar zal het juist dalen. Kennelijk nemen veel vrouwelijke docenten genoegen met een bepaald maandelijks salaris. Krijgen docenten per uur meer, dan passen ze het aantal gewerkte uren aan. Neerwaarts, wel te verstaan.

Een symptoom van de voorkeuren van veel vrouwen, is het enorme percentage docenten dat in deeltijd werkt. Acht van de tien vrouwelijke PO-docenten werkt niet voltijds, zo meet het CBS.

Het gevolg van het verhogen van de beloning in het PO, zou dus kunnen zijn dat het lerarentekort niet af, maar juist zal toenemen. Een reëel gevaar.

De oplossing voor dit dilemma is er wel, maar de politicus die deze voorstelt zal niet heel populair worden. Een loonsverlaging om het docentenaanbod van vrouwen te verhogen gaat te ver. Een loonsverhoging onder voorwaarde kan wel. Wanneer niet elke PO-docent, maar alleen de docent met een werkweek van bijvoorbeeld vier dagen of meer, in aanmerking komt voor meer loon, is een wereld gewonnen.

Het zicht op een hogere beloning stimuleert zo wel tot vergroting van het arbeidsaanbod. Mannen zullen zich wellicht meer aangesproken voelen. Het arbeidsaanbodprobleem wordt aangepakt, tegen lagere kosten dan een algemene loonsverhoging voor iedereen.

Bijvangst is de versterking van het imago van het vak. Het beeld dat de gemiddelde PO-docent het werk 50/50 verdeelt, naast bijvoorbeeld de zorg voor het eigen gezin, heeft het aanzien van de docent geen goed gedaan.

Een loonsverhoging komt het PO meer dan toe, maar dan wel voor degenen voor wie het docentschap ook werkelijk de belangrijkste weektaak is. Een serieus beroep verdient een serieuze beloning.

Verder lezen

1 Burn out nu, of over een paar jaar?
2 Cito hindert kweken van ‘enthousiasme en interesse’ bij economie
3 Één docent, één klas. Waarom eigenlijk?
4 Zelfhaat in het onderwijs

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent