Één docent, één klas. Waarom eigenlijk?

Tekst Ferry Haan
Gepubliceerd op 05-12-2016
Ferry Haan - Samenwerking geeft docenten de ruimte. Maar de institutie ´één docent, één klas´ staat in de weg.

De docent trekt zijn deur dicht en is alleen met zijn klas. Zijn leerlingen en hij zijn de enige kenners van de geheimen van het klaslokaal. Daar gebeuren mooie en ontroerende dingen. Er gebeuren kwetsende en pijnlijke dingen. Lees ‘De gelukkige klas’ van Theo Thijssen uit 1926. 

Een bezoeker verbreekt deze intimiteit. Een bezoek voelt altijd licht bedreigend voor de docent. Een keuring, hoe aardig alle woorden ook zijn. Een zeer gewaarde en ervaren docent met prima resultaten, vertelde mij waarom hij toch altijd moeite heeft met een bezoeker in zijn les. Je doet daar namelijk iets ‘wat eigenlijk niet kan’, legde hij uit. Hij schaamde zich altijd een beetje. Hij weigert overigens nooit bezoek in zijn lessen.

Ik denk dat veel docenten, ook in 2016, met mij dit gevoel van lichte schaamte herkennen. Tegelijkertijd zullen dezelfde docenten ook instemmen met de stelling dat meer samenwerking het onderwijs zal verbeteren. Deze samenwerking komt niet goed van de grond.

Een institutie in het onderwijs is volgens mij de belangrijkste reden waarom. Het is de regel dat van basis tot hoger onderwijs, één persoon verantwoordelijk is voor het onderwijs aan een klas. Één docent, één klas.

Misschien dat in het basisonderwijs, met de vele, vele part time werkende docenten, de regel niet meer opgaat, maar in het voortgezet onderwijs is dat zeker wel het geval, evenals in de andere onderwijssectoren.

Laat ik mij concentreren op de wereld die ik het beste ken, het vo. Gemiddeld gesproken geven docenten in het vo les aan een aantal vaste klassen. Deze klas zit het hele jaar gekoppeld aan dezelfde docent en omgekeerd. Om te controleren of alles goed gaat, houden scholen bij wat de examenresultaten zijn per klas, per jaarlaag en per docent. Sommige docenten scoren opvallend goed en anderen scoren opvallend slecht. De school neemt maatregelen in het laatste geval. Vaak tot ieders chagrijn.

Maar waarom laten we de regel ‘één docent, één klas’ niet los? Wat zou er dan gebeuren?

Ik heb zelf nu een aantal ervaringen met het delen van klassen tussen docenten. Elke keer een positieve. Ik ben bezig met een promotie in onderwijseconomie. Deze begon op 1 januari. We hebben met drie docenten het jaar afgemaakt. De leerlingen waren enthousiast. Wij waren enthousiast. De resultaten van ‘mijn klassen’ waren prima.

Twee collega’s vertrokken tussentijds en moesten vervangen worden. De eerste twee jaar geleden. De ander vorige maand. Met vijf collega’s vangen we nu de klassen op tot begin volgend jaar. Het lijkt goed te gaan. Los van het overwerk, klaagt niemand. Ook de leerlingen niet.

Wanneer meer docenten de verantwoordelijkheid hebben over één klas, gebeurt er namelijk iets bijzonders. De docenten worden gedwongen tot overleg.  Wat heb jij gedaan? Wat ben je van plan? Wat zal ik doen? Hoe pak jij dit aan? Ik hoorde goede dingen van de leerlingen over jouw les? De leerlingen snapten het nog niet helemaal, dus ik heb het op mijn manier uitgelegd. Wanneer iemand bijzondere dingen doet, valt het op. Wanneer iemand niet functioneert, dan is verstoppen ineens erg moeilijk.

Hiernaast geeft samenwerking docenten de ruimte om elkaar te vervangen. Hierdoor zou je zelfs aan reizen buiten de schoolvakanties kunnen denken. Een voordeel dat niet genoeg benadrukt kan worden.

Ik zie dus kortom vooral voordelen van het delen van klassen . Helaas blijkt de institutie erg sterk. Eind vorig schooljaar moest de indeling gemaakt worden voor het volgend schooljaar. Na lang puzzelen (part timers!!) was er een oplossing. In het uiteindelijke schema werd niet één klas gedeeld, niet één. Ondanks een gedeeld enthousiasme over samenwerking. De basisregel ‘één docent, één klas’ had het om allerlei institutionele redenen weer gewonnen.

Ik geef het echter nog niet op. Dit schooljaar gebruik ik mijn professionele ruimte, mijn handelingsvermogen, om de geesten rijp te maken voor de omslag. Ik heb goede hoop dat wij bij het begin van het volgende schooljaar meer klassen delen. Niet omdat het moet, maar omdat het kan.

Deze column heeft Ferry Haan uitgesproken tijdens de bijeenkomst Leraren van de toekomst, in de De Balie, op donderdag 1 december 2016.

Een ogenblik geduld...

Ferry Haan

Ferry Haan is docent economie en onderzoekscoördinator aan het Jac. P. Thijsse College in Castricum, en docent aan de master Leraar economie aan de Hogeschool van Amsterdam. Tussen 2015 en 2019 was hij geassocieerd lid van de Onderwijsraad. Hij promoveerde in 2018 aan de Universiteit van Amsterdam op excellentiebeleid in het vo.

Gerelateerde artikelen
Onderzoek

Één lesbezoek is onvoldoende

08-12-2016
Lesbezoeken zijn steeds gebruikelijker: niet meer alleen de inspectie, maar ook collega’s en schoolleiding die in de klas komen kijken.

Onderzoek

Ouderbetrokkenheid: waarom eigenlijk?

07-09-2006
Veel scholen vinden dat de betrokkenheid van ouders te wensen overlaat.

Onderzoek

Worden allochtonen geen docent?

14-06-2011
Vergeleken met autochtonen vinden allochtone Nederlanders na de lerarenopleiding vaker een baan buiten het onderwijs.

Click here to revoke the Cookie consent