This is a skills world

Tekst Rolf van der Velden
Gepubliceerd op 06-09-2022
Beeld Human Touch Photography
Rolf van der Velden - Rekenen en taal gelden als de belangrijkste kernvaardigheden in het onderwijs. Maar zijn ze wel echt nodig, als mensen eenmaal aan het werk gaan? Met andere woorden: zijn ze wel zo belangrijk als sommigen beweren? Rolf van der Velden probeert helderheid te scheppen aan de hand van diverse internationale onderzoeken.

In de afgelopen decennia is veel onderzoek verschenen naar het belang van kernvaardigheden zoals rekenen en taal (ook wel aangeduid als gecijferdheid en geletterdheid, zie bijvoorbeeld OESO, 2013). Deze vaardigheden zijn essentieel om relevante informatie te halen uit bijvoorbeeld brochures, handleidingen, grafieken of tabellen. Uit het onderzoek blijkt dat voldoende kunnen rekenen, lezen en schrijven zeer voorspellend is voor hoe goed mensen het doen op economische gebieden (of ze een baan hebben, of een hoog inkomen). Ook zegt het vaak iets over hoe gezond ze later zijn, en in hoeverre ze meedoen in de maatschappij (sociale participatie). De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), de ‘club van rijke landen’, heeft haar onderwijsstrategie niet voor niets als volgt genoemd: ‘Better Skills, Better Jobs, Better Lives’ (OESO, 2012).  

Sterke relatie
kernvaardigheden
en inkomen

Er lijkt daarmee internationaal geen twijfel te bestaan over het belang van deze kernvaardigheden. Toch is een causaal verband tussen kernvaardigheden en bijvoorbeeld inkomen niet aangetoond. De relatie tussen die twee is wel behoorlijk sterk, zo blijkt uit het internationaal vergelijkend onderzoek PIAAC van de OESO naar de gecijferdheid, geletterdheid en probleemoplossend vermogen van volwassenen in meer dan 35 landen. Werkenden die 50 punten hoger scoren op een schaal van 0 tot 500 (vrijwel iedereen zit overigens tussen 100 en 400) hebben een loon dat zo’n 15% hoger ligt. Die 50 punten komen ongeveer overeen met het verschil in vaardigheden tussen bijvoorbeeld mbo’ers en hbo’ers.

Dat lijkt een sterke aanwijzing, toch, dat kernvaardigheden uitmaken? Niet per se. De ‘menselijk kapitaal’-theorie zegt inderdaad dat deze vaardigheden direct nodig zijn in het werk en daarmee de productiviteit van werkenden verhogen. Maar de ‘wachtrij’-theorie beweert juist dat deze vaardigheden helemaal niet nodig zijn voor een goede uitoefening van het beroep, maar de basis vormen waarop werkenden de beroepsspecifieke vaardigheden ontwikkelen die wél tellen. Omdat de beroepsspecifieke vaardigheden in de regel niet gemeten worden in onderzoeken zoals PIAAC, lijkt het slechts alsof de algemene kernvaardigheden dit effect veroorzaken. Maar dat is dus volgens de aanhangers van de ‘wachtrij’-theorie een schijneffect.

Wie moeten we geloven? Hoe weten we nu of kernvaardigheden daadwerkelijk in het werk nodig zijn? Daarvoor moeten we nog wat beter naar de uitkomsten van PIAAC kijken. Deze ‘PISA voor volwassenen’ meet namelijk niet alleen het niveau van deze vaardigheden, maar ook het gebruik ervan in het werk. We hebben gekeken of reken- en taalvaardigheden ook een effect hebben op het loon als deze niet gebruikt worden in het werk (Van der Velden en Bijlsma, 2019). Als dat het geval zou zijn, is dat een aanwijzing voor de ‘wachtrij’-theorie. Blijkbaar zijn dan die vaardigheden niet direct van belang (ze worden immers niet gebruikt), terwijl ze wel een effect op het loon hebben. Dit kan dan alleen komen omdat ze de basis vormen voor andere vaardigheden die wel van belang zijn. Als er echter alleen maar een effect is van dergelijke vaardigheden zolang die ook daadwerkelijk gebruikt worden in het werk, dan is dat een duidelijke aanwijzing voor de ‘menselijk kapitaal’-hypothese. Dan worden deze vaardigheden immers direct aangewend om productief te zijn in het werk. En dat laatste is ook wat we uiteindelijk gevonden hebben: er is alleen een effect van gecijferdheid of geletterdheid op inkomen als dit direct samengaat met het daadwerkelijk gebruiken van die vaardigheden in het werk. Kernvaardigheden zoals gecijferdheid en geletterdheid zijn dus van belang voor het werk als ze ook daadwerkelijk productief worden ingezet. Kernvaardigheden zijn dus echt van belang. Dat geldt zelfs voor veel elementaire beroepen waar ook een minimaal niveau van geletterdheid en gecijferdheid nodig is, bijvoorbeeld omdat men instructies moet kunnen lezen of een tijdschema.

De vraag is nu hoe deze vaardigheden ontwikkeld worden? En wat daarbij de rol is van gezinnen en scholen? Daarover meer in een volgende column.

 

Rolf van der Velden is emeritus hoogleraar bij het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van Maastricht University.

Dit is de eerste van vier columns over kernvaardigheden. De columns zijn gebaseerd op de afscheidsrede ‘This is a skills world’ van Rolf van der Velden als hoogleraar aan Maastricht University op 30 juni 2022. De rede zelf is hier te downloaden en hier te zien.

 

Referenties:

OESO (2012), Better Skills, Better Jobs, Better Lives: A Strategic Approach to Skills Policies, OECD Publishing.

OESO (2013), Skills Outlook: First Results from the OECD Survey of Adult Skills (Volume Vol. 1). OECD Publishing.

Velden, R. van der, en Bijlsma I. (2019). Effective skill: A new theoretical perspective on the relation between skills, skill use, mismatches and wages. Oxford Economic Papers, 71(1),  145-165.

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent