Spanning en humor maken lezen leuk

Tekst Marlot Akkermans
Gepubliceerd op 13-06-2019
Lezen is belangrijk voor een soepele schoolcarrière, het is iets dat onderzoekers keer op keer benadrukken. Maar wat maakt lezen eigenlijk leuk? En wanneer is het helemaal niet leuk? Spanning en humor blijken de belangrijkste ingrediënten voor een goed kinderboek. Althans, volgens 26 Groningse groep 5 kinderen die zijn geïnterviewd over lezen.

Negen op de tien ouders vindt lezen leuk en leest graag in de vrije tijd. Bijna driekwart noemt het een van de favoriete hobby’s, vindt het een belangrijke bezigheid in het gezin en praat graag met andere mensen over het gelezene.  Nederlandse ouders staan op de tweede plaats van de internationale ranglijst voor leesplezier. Nederlandse kinderen vinden lezen, internationaal gezien, het minst leuk. De leeshouding van ouders is stabiel vergeleken met 2001, en gedaald in vergelijking met 2006 en 2011 (Expertisecentrum Nederlands, 2017).

61% van de ouders met thuiswonende kinderen vindt lezen en voorlezen belangrijk voor de ontwikkeling van hun kind. Lezen en voorlezen worden als tweede genoemd, voor huiswerk maken (31%), knutselen, tekenen en schilderen (29%) en spelletjes spelen en puzzelen (28%). Alleen buiten spelen en sporten worden, door 66%, belangrijker gevonden voor de ontwikkeling van hun kind. Voor ouders van kinderen tot 7 jaar zijn lezen en voorlezen de belangrijkste activiteit (KvB Boekwerk & GfK, 2017, meting 42).

Bron: Leesmonitor (december 2018).

 

‘Soms denk ik dat de Brutelaars echt bestaan!’

Dat lezen belangrijk is, daar is iedereen het over eens. En dat kinderen leren lezen door het vaak te doen, ook. Maar schooltijd is beperkt, dus voor meer oefentijd zijn kinderen aangewezen op tijd buiten school om. Thuis dus.

Naar dat thuis lezen is veel onderzoek gedaan. Daaruit is gebleken dat kinderen die  ouders hebben die het lezen stimuleren, grotere kans hebben een goede lezer te zijn. Onderwijsondersteunend gedrag op het gebied van lezen door ouders is dé vorm van ouderbetrokkenheid die daadwerkelijk kan bijdragen aan het schoolsucces van kinderen. Opvallend is dat in bijna geen enkel onderzoek aan de kinderen wordt gevraagd wat zij er eigenlijk van vinden. Merkwaardig, want als wij beter zouden weten wat kinderen aanspreekt, dan kunnen we ouders beter tips geven om thuis lezen leuker te maken.

De kinderen geven aan dat thuis lezen niet leuk is als de ouder de rol van leerkracht aanneemt. Jos zegt: ‘Als mama tegen me zegt: ga eens lezen, dan vind ik dat irritant. Ik wil gewoon uit mezelf lezen. Dan moet ik voorlezen aan mama en dan zegt ze steeds: nee, daar staat iets anders.’ Vaak gecorrigeerd worden en ‘lezen op commando’, daar gaat het blijkbaar mis. Sarah vertelt: ‘Ik vind lezen echt heel stom als iemand zegt van: je moet nu lezen. Dan moet je lezen op commando.’ Lezen als ze net ergens anders mee bezig zijn, is ook erg vervelend. Timon zegt: ‘Als ik net iets aan het doen ben, vind ik lezen heel erg stom. Bijvoorbeeld als ik net aan het het buiten spelen ben, of aan het tekenen.’

Er gebeurt iets bijzonders als het lezen losgekoppeld wordt van leren. Maarten omschrijft het als volgt: ‘Ik vind lezen heel ontspannend. Als ik verdrietig ben, kan ik daardoor weer opvrolijken. Ik vind De Gorgels erg leuk. Soms denk ik dat de Brutelaars echt bestaan! Het is heel spannend.’ Elisah vertelt ook dat lezen haar helpt te ontspannen: ‘Ik lees bijvoorbeeld ’s avonds als ik in bed lig en niet zo goed kan slapen. Dan kan ik altijd een boek pakken en gaan lezen. Ik vind boeken leuk als er echt een verhaal in staat, zoals Sjakie en de chocoladefabriek.’ Alle geïnterviewde kinderen hebben wel eens ervaren dat lezen leuk kan zijn. Zelfs Corneel, die lezen een 1 geeft: ‘Ik geef lezen een 1. Ik vind het echt heel erg stom. Behalve als het een gameboek of een voetbalboek is. Of een grappige strip. Dan geef ik lezen een 6.’

Het geheime ingrediënt lijkt te zijn dat het boek aansluit bij de interesses van een kind. En dat is een heel eenvoudige, maar buitengewoon krachtige tip die aan ouders meegegeven kan worden. Mark zegt dat hij absoluut niet van lezen houdt. Hij houdt maar van één ding: karate. Als hij daarover praat, gaan zijn ogen glimmen. En dan vertelt hij over een bibliotheekbezoek: ‘Ik vind karate superleuk, maar daar zijn alleen maar hele moeilijke boeken over en er zitten geen plaatjes in. We hadden in de bieb gevraagd: hebben jullie ook boeken over karate? Toen zeiden ze: nee, maar die kunnen we wel bestellen. We moesten er een week op wachten. Hij kwam helemaal uit China.’ Hij heeft het hele boek gelezen, met zijn moeder.

Ook navragen bij welk genre de voorkeur van het kind ligt, kan helpen. Karin vertelt: ‘Suske en Wiske zijn mijn lievelingsstrips, dus als er in de bibliotheek boeken bij staan die ik nog niet gelezen heb, dan denk ik: yes! Nu kan ik deze lezen!’ De voorkeur van Tim ligt bij informatieve boeken: ‘Het liefst lees ik boeken die grappig zijn en waar ik iets van kan leren, zoals De waanzinnige boomhut.’ Liva is het daarmee eens: ‘Ik lees liever moeilijke boeken dan makkelijke. Ik heb een atlas van de aarde, daar staat van alles in over lava. En over de aarde, aardkern, land en dieren. Dat vind ik heel leuk.’

 

Drie thuisleestips:

1. Koppel het los van ‘leren’.

2. Geef het kind autonomie, bijvoorbeeld door hem zelf een goed leesmoment te laten kiezen.

3. Zoek boeken die aansluiten bij de interesses van het kind.

 

Kinderen waarderen het thuis lezen, omdat ze thuis meer rust ervaren dan op school. Nisha omschrijft het als volgt: ‘Ik lees liever thuis dan op school, want thuis kan ik me goed concentreren.’ Ook Sanne vindt thuis lezen prettig: ‘Thuis vind ik het rustiger om te lezen, want op school praten heel veel kinderen.’ En Chris zegt over het op school lezen: ‘Ik vind op school lezen niet leuk, want dan heeft meester altijd een muziekje op. Dan kan ik me helemaal niet concentreren.’

Op één leerling na vinden alle kinderen lezen een belangrijke vaardigheid. Lea zegt: ‘Ik vind lezen belangrijk, want als je later een belangrijke speech moet houden, dan kan je dat goed voorlezen. Dat je niet gaat van: uuuh... bbb... lll... iiijjj....’ Ook Corneel, die het lezen absoluut niet leuk vindt, vindt het wel belangrijk om het goed te leren: ‘Als je niet kunt lezen, dan kan je geen baan hebben.’ Eén leerling vindt lezen helemaal niet belangrijk. Dat is Mark, de karateleerling: ‘Ik vind lezen totaal niet belangrijk, omdat het saai is en het is voor school. Ik zou liever werken. Ik ga hetzelfde werk doen als mijn vader, die rijdt op een vrachtwagen. Dan hoef ik niet goed te kunnen lezen.’

Helaas voor Mark heeft hij geen gelijk. Onze maatschappij draait voor een groot deel om geschreven tekst, ook voor vrachtwagenchauffeurs. Daarom is het onze plicht er alles aan te doen de nieuwe generatie met voldoende leesvaardigheid af te leveren. Laten we naar de kinderen luisteren en inzetten op leesplezier. Want zeg nou zelf: als u iets leuk vindt om te doen, dan gaat u het toch ook vaker doen?

 

Marlot Akkermans (m.akkermans@pl.hanze.nl) is verbonden aan het lectoraat Jeugd, Educatie en Samenleving van de Hanzehogeschool Groningen en het GION onderwijs/onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen. Binnen het project Success for All – Nederland doet zij promotieonderzoek naar de samenwerking tussen ouders en school als kinderen leren lezen. Voor meer informatie, zie: successforall-nederland.nl.

 

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent