Limburg wil Duits behouden

Tekst Lex Borghans, Roxanne Korthals, Raoul Haenbeukers, Anne Schepers & Trudie Schils
Gepubliceerd op 19-01-2016
Lex Borghans, Roxanne Korthals, Raoul Haenbeukers, Anne Schepers en Trudie Schils - Komende zaterdag komt de commissie-Schnabel met het definitieve advies Onderwijs 2032. In Limburg werd eind november al een kanttekening geplaatst: behoud Duitse les in de grensstreek, juist voor de vmbo'ers.

Wat zal er overblijven van het conceptadvies van het Platform Onderwijs2032, als aanstaande zaterdag het definitieve advies wordt gepresenteerd? Wat zal er bijvoorbeeld gebeuren met het voorstel om Engels vanaf groep 1 op de basisschool een vast onderdeel van het curriculum te maken? En het voorstel om van de andere vreemde talen keuzevakken te maken. Vanwege de nabijheid van Frans en Duits taalgebied ligt deze keuze in Limburg gevoelig, zo bleek tijdens een bijeenkomst in Maastricht over het curriculum van de toekomst op 23 november 2015.

Duits voor vmbo'ers relevant
Tuurlijk, ook in Limburg spreken scholieren Engels, zoals Chris de Haan liet zien. Leerlingen van 'zijn' tweetalig vwo College Den Hulster in Venlo geven les in het Engels op de basisschool. De 'kleintjes' versterken hun Engelse taalvaardigheid, terwijl de tvwo-ers waardevolle ervaring opdoen en vaardigheden ontwikkelen (zie hier). De stelling 'Het appèl in Limburg voor Duits ten koste van Engels is overdreven', werd dan ook door 90 procent van de zaal in Maastricht met 'ja' beantwoord. Maar uit de discussie bleek wel dat er onderscheid gemaakt moet worden tussen vwo'ers en vmbo'ers. De eersten komen waarschijnlijk in beroepen terecht waar Engels de voertaal is, terwijl vmbo'ers naar verwachting ook vlak over de grens werk of opdrachten zullen krijgen.

Op basis van deze discussie legden we de aanwezigen na afloop de volgende stelling voor: 'Voor het vmbo in grensregio's is het cruciaal om naast Engels ook serieuze aandacht aan de buurtaal te besteden'. Nu bleek de steun voor de buurtalen aanzienlijk groter. 77 procent is het er op zijn minst een beetje mee eens, bijna de helft helemaal. Respondenten die aangeven dat ze expert zijn, zijn het vaker eens met de stelling dan anderen. Zo stelt een schoolbegeleider in Venlo: ´Stagebedrijven en bedrijven vragen naar vaardigheid in de buurtaal, met name naar Duits.´ De twijfel zit vooral bij leerlingen en onderzoekers. Een gymnasiast die ook in het Europees jeugdparlement zit, vertelde dat hij zes jaar Frans op school had gehad, maar niet gewoon kon praten met Franse leerlingen.

Creativiteit en nieuwsgierigheid
Op de bijeenkomst in het gouvernement in Maastricht op 23 november, georganiseerd door De Educatieve Agenda Limburg (een samenwerking tussen onderwijs- en kennisinstellingen), waren 140 schoolbestuurders, -directeuren, docenten, leerlingen, onderzoekers en beleidsmakers. Vooraf was gevraagd welke thema's ze het belangrijkste vonden. Er kwamen drie onderwerpen naar voren: Taalvaardigheid (Engels, zoals hierboven), creativiteit en nieuwsgierigheid, en kennis van de wereld.

In het advies van het Platform staat dat het onderwijs creativiteit en nieuwsgierigheid moet prikkelen, omdat de maatschappij steeds meer vraagt om innovatieve oplossingen uit verschillende vakgebieden. Deze stelling werd vrij algemeen gedeeld, maar centraal stond vooral de vraag waarom het zo lastig is om op school meer ruimte voor creativiteit en onderzoekend leren te krijgen.
Twee verklaringen kwamen in de discussie naar voren. Een aantal deelnemers dacht dat leraren onvoldoende toegerust zijn om in de klas invulling te geven aan meer creativiteit en een onderzoekende houding bij het leren. In een enquête was de meerderheid het helemaal of minstens een beetje eens met de stelling: 'Docenten van alle vakken moeten leren meer creativiteit in hun lesprogramma te brengen'. Degenen met veel expertise waren uitgesprokener over het onderwerp. Ze gaven vaker aan dat ze het hier helemaal mee eens zijn. Enkele experts gaven ook aan dat ze het er helemaal níet mee eens zijn. Die zijn vooral werkzaam in het onderwijs.

Als tweede verklaring voor 'te weinig creativiteit' werd genoemd dat het onderwijs heel erg gericht is op meetbare resultaten en eindexamens. Zo merkte een schoolbestuurder uit het PO op: ´Ons onderwijssysteem heeft de creativiteit tot stilstand gebracht, door de sterke focus op cognitieve resultaten en afrekening van scholen op alleen deze factoren. Dat vormt ook onze docenten. Als je ze vraagt wat ze echt willen, komt er een heel ander beeld boven drijven'.
Een gymnasiast beaamde dat het lesprogramma grotendeels wordt bepaald door de voorbereiding op toetsen en examens. In de enquête legden we de volgende stelling aan de deelnemers voor: 'De sterke focus op toetsing en examens belemmert de ontwikkeling van creativiteit in het onderwijs'. Een meerderheid is het op zijn minst een beetje eens. Deze meerderheid is wel kleiner dan bij de vorige stelling. Zo nuanceert een schoolleider van een basisschool: ´Toetsen en examens zijn er. De mate waarin je je daardoor laat belemmeren of stimuleren bepaal je voor een groot deel zelf. Ruimte kun je krijgen en ook creëren.´ De steun voor de stelling is groter bij de mensen die werken in het onderwijs, dan bij onderzoekers en beleidsmakers.

Ook gaf een aantal aanwezigen aan dat creativiteit in èlk vak benadrukt moet worden. Een docentopleider van de Nieuwste Pabo zegt dat het hierbij gaat om 'creativiteit passend binnen vaardigheden die nodig zijn voor een ondernemende, ontwerpende en onderzoekende grondhouding.' Het onderwijs moet passen bij actuele thema's en vraagstukken, en aansluiten bij de belevingswereld van leerlingen. De nieuwsgierigheid van leerlingen moet daarbij worden gestimuleerd, benut en beloond. Andre Nijboer en Fons Vossen van stichting Kindante lieten als voorbeeld hiervan zien hoe het bakken van pepernoten op een basisschool werd benut om leerlingen onderzoekend te laten leren. 'Pepernoten bakken in het kader van onderzoekend leren: Wat gebeurt er als we chocolademelk gebruiken in plaats van gewone melk?'


Meer van minder
Het derde thema was Kennis van de wereld: meer over minder. Het advies van Platform Onderwijs2032 stelt voor dat leerlingen niet 'van alles een beetje', maar 'meer van minder' moeten leren. Scholen moeten de ruimte krijgen om hun aanbod te verdiepen en te verbreden. De stelling 'We moeten 'ouderwetse' vakken zoals topografie opofferen voor moderne vakken als programmeren', vond niet veel weerklank. De zaal leek onderwijs in programmeren niet belangrijk te vinden en vond met name dat de discussie niet over vakken zou moeten gaan. Een schoolleider in het VO geeft in de enquête aan dat ´het juist belangrijk is om in een innovatietraject niet gevangen te blijven in bestaande structuren en denkwijzen, maar in de toekomst juist meer vak doorbrekend, leerjaar doorbrekend en klas doorbrekend te gaan werken´. Een schoolleider PO merkte op: 'We moeten af van het oude denken in vakken, maar veel meer naar een geïntegreerd aanbod toe waarbij niet het curriculum leidend is, maar de ontwikkelbehoeften van onze kinderen.'

Met de stelling 'Nieuwe vakken moeten niet in plaats komen van oude vakken, maar nieuwe vakken moeten geïntegreerd worden in oude vakken', waren relatief veel aanwezigen het eens. Ook hier merkt men weer op dat de discussie niet moet gaan om vakken, maar om de ontwikkelbehoefte van leerlingen. De aanwezigen leken het erover eens dat de leerling meer centraal moet komen te staan in het onderwijs, waarbij deze geïndividualiseerde en gepersonaliseerde leerroutes kan krijgen. Jacques van Loo van het Stella Maris College in Meerssen vertelde over het toekomstgericht onderwijs op zijn school, waarbij de lesstof in samenhang met maatschappelijke thema's wordt gebracht en waarbij leerlingen zelf sturing leren geven aan hun onderwijs.

In de discussie kwam naar voren dat het belangrijk is om veel energie te steken in de ontwikkeling van leerconcepten die dit gepersonaliseerd leren mogelijk maken. Niemand leek te twijfelen aan de haalbaarheid. Dat bleek ook uit de enquête. 75 procent is het er helemaal of een beetje mee oneens dat individuele leerwegen logistiek niet haalbaar zijn. Een aantal mensen wijst hierbij op de snelle groei van de technologie en ICT die dit kunnen faciliteren: 'Individuele leerroutes zijn zeker haalbaar, mits kennis van leerprocessen en ICT én de interactie en relatie met peers en begeleiders goed ondersteund worden', aldus een schoolleider VO . Enkele aanwezigen benadrukken dat er op veel scholen in het primair en voortgezet onderwijs al wordt gewerkt met gepersonaliseerd leren.

Individuele leerroutes
Een interessante constatering in Maastricht is dat het onderwijsveld aangeeft dat nadenken over vakken op school niet de belangrijkste discussie is. Waar het hen vooral om gaat, is het onderwijs te innoveren zodat individuele leerroutes en gepersonaliseerd leren mogelijk worden en omstandigheden te creëren waarin creativiteit en nieuwsgierigheid meer tot hun recht kunnen komen.

Lees ook

Interview met Paul Schnabel, Didactief, april 2015.

Over olifanten, blinde mannetjes en onderwijs 2032

Een ogenblik geduld...