Dossier

Het dilemma van de lerarenopleider

Tekst Hannah Wolff
Gepubliceerd op 09-01-2020 Gewijzigd op 05-03-2020
Elke maand vertelt een lerarenopleider over een casus. In dit dossier zetten we alle dilemma's voor je bij elkaar. 

Deze artikelen zijn alleen voor abonnees. Nog geen inlogcode? Registreer je hier.

2020 

Sebastiaan Dönszelmann: moet je als taaldocent nu wel of niet lesgeven in de doeltaal?​ 

‘Veel taaldocenten in onze opleiding twijfelen wanneer ze de doeltaal moeten gebruiken. Wanneer kunnen ze beter Engels of Frans spreken tijdens de les en wanneer niet? Sommige werkplekbegeleiders zeggen stellig: altijd. Andere raden juist aan om geregeld Nederlands te gebruiken. Wiens advies volg je dan? Uitputtende studies van bijvoorbeeld Schmidt, Swain en DeKeyser hebben al lang geleden laten zien dat van alleen blootstelling aan een taal maar weinig taal wordt geleerd. Lesgeven in de doeltaal heeft alleen zin als je de taal bewust inzet als didactisch instrument.'

 

Tamara Čop​: moet je als leraar in de eerste plaats kennis overdragen of is je pedagogische rol belangrijker?

‘Studenten worstelen vaak met de vraag of ze alleen kennis moeten overdragen of ook moeten vormen. Aan het begin van de opleiding willen de meesten vooral over hun vak vertellen. Daar lopen ze warm voor en dat vinden ze belangrijk. Maar zodra ze tegen ordeproblemen in een klas aanlopen, merken ze dat ze niet alleen maar kennisoverdrager kunnen zijn. Je moet ingrijpen als leerlingen elkaar gaan uitschelden of de boel op stelten zetten. Maar beginnende leraren lukt dat lang niet altijd. Ze durven de leerlingen nog niet te confronteren. Ik probeer mijn studenten te helpen om die pedagogische rol op zich te nemen.' 

 

2019

Suzanne Huisman: moet de praktijk of de theorie leidend zijn als je lesgeeft?

‘Studenten schrikken soms als ze voor de eerste keer voor de klas staan. De praktijk lijkt een nieuwe wereld die in niets past bij wat ze lazen in de theorie. Tijdens de voortgangsgesprekken merk ik hoe vertwijfeld ze zijn. Achter hun dilemma schuilt een “vertaalprobleem”: ze begrijpen niet wat de link tussen theorie en praktijk is. Op de lerarenopleiding proberen we te helpen door ze kritischer te laten kijken naar wat ze doen.'

 

 

Perry den Brok: kun je als beginnende leraar de klas in de hand houden én aardig gevonden worden?

‘Aardig of streng zijn, dat is voor beginnende leraren een lastige keuze. Ze willen een goede sfeer in de klas, maar tegelijkertijd proberen ze ook orde te houden en willen ze dat de leerlingen goed luisteren. Het is een misvatting dat je het schooljaar streng moet beginnen. Toch horen studenten dit nogal eens van hun werkplekbegeleider. “Don’t smile before Christmas”? Dat is echt onzin.'


 

Andrea Visser: hoe maak je voor jonge kinderen een inspirerende les over een beladen onderwerp, zoals diversiteit en racisme?

‘Tijdens een college sprak een student me aan: ze worstelde met een lessenreeks die ze ontwierp voor groep 3 van de basisschool waar ze stage liep. In het kader van burgerschapsonderwijs wilde ze het met de leerlingen hebben over diversiteit, maar hoe kon ze daar een behapbaar onderwerp van maken? Het lastige met een belangrijk thema zoals diversiteit is dat je als leraar al snel vindt dat je zo volledig mogelijk moet zijn. Je wilt immers dat leerlingen er goed over gaan nadenken. Maar daardoor schiet je makkelijk door.'

 

Amber Walraven: moet een student huiswerk controleren omdat de werkplekbegeleider dat wil?

‘Een student kwam vertwijfeld naar me toe. Hij liep stage in het vo en gaf geschiedenisles. Zijn werkplekbegeleider vond dat hij elke les moest controleren of de leerlingen hun huiswerk gemaakt hadden. De student vond dit niet nodig, hij wilde geen “politieagent” zijn. Ik vroeg de student naar de voor- en nadelen van telkens huiswerk controleren. Wat zou goed zijn voor de leerlingen, voor de student, voor de werkplekbegeleider?'

 

Deze artikelen verschenen in de rubriek Het dilemma van de lerarenopleider.

Click here to revoke the Cookie consent