Dossier

Het dilemma van de lerarenopleider

Tekst Hannah Wolff
Gepubliceerd op 09-01-2020 Gewijzigd op 09-01-2020
Elke maand vertelt een lerarenopleider over een casus. In dit dossier zetten we alle dilemma's voor je bij elkaar. 

Deze artikelen zijn alleen voor abonnee's. Nog geen inlogcode? Registreer je hier.

 

2019

Suzanne Huisman: moet de praktijk of de theorie leidend zijn als je lesgeeft?

‘Studenten schrikken soms als ze voor de eerste keer voor de klas staan. De praktijk lijkt een nieuwe wereld die in niets past bij wat ze lazen in de theorie. Tijdens de voortgangsgesprekken merk ik hoe vertwijfeld ze zijn. Achter hun dilemma schuilt een “vertaalprobleem”: ze begrijpen niet wat de link tussen theorie en praktijk is. Op de lerarenopleiding proberen we te helpen door ze kritischer te laten kijken naar wat ze doen.'

 

 

Perry den Brok: kun je als beginnende leraar de klas in de hand houden én aardig gevonden worden?

‘Aardig of streng zijn, dat is voor beginnende leraren een lastige keuze. Ze willen een goede sfeer in de klas, maar tegelijkertijd proberen ze ook orde te houden en willen ze dat de leerlingen goed luisteren. Het is een misvatting dat je het schooljaar streng moet beginnen. Toch horen studenten dit nogal eens van hun werkplekbegeleider. “Don’t smile before Christmas”? Dat is echt onzin.'


 

Andrea Visser: hoe maak je voor jonge kinderen een inspirerende les over een beladen onderwerp, zoals diversiteit en racisme?

‘Tijdens een college sprak een student me aan: ze worstelde met een lessenreeks die ze ontwierp voor groep 3 van de basisschool waar ze stage liep. In het kader van burgerschapsonderwijs wilde ze het met de leerlingen hebben over diversiteit, maar hoe kon ze daar een behapbaar onderwerp van maken? Het lastige met een belangrijk thema zoals diversiteit is dat je als leraar al snel vindt dat je zo volledig mogelijk moet zijn. Je wilt immers dat leerlingen er goed over gaan nadenken. Maar daardoor schiet je makkelijk door.'

 

Amber Walraven: moet een student huiswerk controleren omdat de werkplekbegeleider dat wil?

‘Een student kwam vertwijfeld naar me toe. Hij liep stage in het vo en gaf geschiedenisles. Zijn werkplekbegeleider vond dat hij elke les moest controleren of de leerlingen hun huiswerk gemaakt hadden. De student vond dit niet nodig, hij wilde geen “politieagent” zijn. Ik vroeg de student naar de voor- en nadelen van telkens huiswerk controleren. Wat zou goed zijn voor de leerlingen, voor de student, voor de werkplekbegeleider?'

 

Deze artikelen verschenen in de rubriek Het dilemma van de lerarenopleider.

Click here to revoke the Cookie consent