Over wijze lessen en verwondering

Tekst Liesbeth Breek
Gepubliceerd op 14-05-2020
In het onderwijsdebat zien we een tweespalt tussen aanhangers van evidence based lesgeven en pleitbezorgers die de verwondering en de individuele leerbehoefte van de leerling centraal stellen. In dit artikel laat ik zien hoe ik binnen een lesmodule beide perspectieven met elkaar vervlecht en welke conclusie ik hieruit trek.




Literatuurmodule

In 5VWO geef ik een lessenserie Franse literatuurgeschiedenis1 over de Middeleeuwen, de Renaissance, het Classicisme en de Verlichting. Bij iedere periode lezen we meerdere fragmenten en bij het Classicisme bestuderen we een project over de fabels van La Fontaine. Door mijn leerlingen in aanraking te brengen met literatuur die niet tot hun directe belevingswereld behoort, verbreed ik hun blik op de wereld. Ik doe dat enerzijds door kennis aan te brengen via de bouwstenen van een effectieve didactiek en anderzijds door ruimte te scheppen voor nieuwsgierigheid. 


Wijze lessen2

In 2019 verscheen het boek Wijze lessen van Tim Surma e.a. waarin zij 12 effectieve instructieprincipes vanuit wetenschappelijk onderzoek toegankelijk maken voor de lespraktijk. Het boek was een feest der herkenning. Veel van wat erin werd aangetoond paste ik al toe. Hieronder zet ik het verloop van mijn lessenserie op een rijtje.

Voorafgaand aan de klassikale instructie van iedere literaire periode stel ik de vraag:

Wat weet je al over de Middeleeuwen (de Renaissance, het Classicisme, de Verlichting)?

Ik doe dit om de voorkennis te activeren en om misconcepties tijdig te corrigeren. Na een inventarisatie van de antwoorden, stoppen de leerlingen deze vraag in hun map. In een later stadium kom ik erop terug. Daarna leg ik uit wat ze gaan leren en volgt mijn verhaal. Dit verhaal wordt gelardeerd met visualisaties en muziek. Immers, het goed integreren van woorden en beelden versterkt het onthouden en leren. Als ik vertel over de Middeleeuwen luisteren en kijken we naar de Middelfranse pavane Belle qui tiens ma vie en laat ik zien dat de liefde altijd al mensenlevens op hun kop gezet heeft. En natuurlijk vraag ik om een equivalent uit hun muziekwereld. Als ik vertel over de Renaissancekastelen van François 1er kijken we naar foto’s van Chambord en Amboise. Als ik vertel over het Classicisme en het rijke artistieke leven aan het hof van Louis XIV kijken we naar een fragment uit de film Le Roi danse met de componist Lully en de komedieschrijver Molière. Tijdens mijn instructie zijn de leerlingen actief. De ene keer vraag ik ze om aantekeningen te maken via de Cornell-methode3, de andere keer stel ik de vragen.

Schrijf drie dingen op die je nog niet wist over deze literaire periode.

Noteer twee vragen die je nog hebt na mijn instructie.

Mijn uitleg onderbreek ik met vragen als: ‘’Wat verandert er dan in het mensbeeld in de Renaissance in vergelijking met de Middeleeuwen? Waarom is de schrijver Michel de Montaigne een treffend voorbeeld van de Renaissanceliteratuur?’’ Enerzijds controleer ik dan of wat ik verteld heb begrepen is en anderzijds versterk ik hun kennis.

Iedere les start ik met een opdracht die erop gericht is om de stof uit eerdere lessen te activeren. Vanuit de cognitieve psychologie weten we dat kennis die niet regelmatig uit het geheugen wordt opgehaald, weer wordt vergeten. Bij deze ophaaloefeningen bevraag ik de vier literaire periodes afzonderlijk, maar naargelang we vorderen in de lesstof en de leerlingen een nieuwe literaire periode geleerd hebben, voeg ik opdrachten toe waarbij de periodes steeds meer met elkaar verweven worden. Op die manier bereik ik dat het mentale model dat ze in hun langetermijngeheugen hadden opgeslagen, zich aanpast aan de nieuwverworven kennis. Want dat is wat leren is: een verandering in ons langetermijngeheugen door het assimileren van nieuwe stof in een bestaand mentaal raamwerk. Ik wil dat zij van iedere periode de kenmerkende aspecten, de relevante auteurs met hun bekendste boeken en de belangrijkste kunstuitingen kunnen benoemen. Deze kennisbasis maakt het mogelijk dat ze vervolgens ook toepassingsvragen kunnen beantwoorden zoals: ‘’Kun je verklaren waarom het uiterlijk in de Renaissance belangrijk werd? Wat zou Rousseau vinden van het onderwijssysteem bij ons op school?’’

Hier doe ik een beroep op hogere cognitieve functies zoals zelf verklaren, verbanden leggen, analyseren en conclusies trekken….
 

Overzicht van mijn ophaal-opdrachten

Ophaaloefeningen na een literaire periode

Ophaaloefeningen met meerdere literaire periodes samengevoegd

Binnencirkel-buitencirkel Middeleeuwen

 

Zoek iemand die ..

Renaissance

 

Feitenketting

Classicisme

 

Braindump (kader 1)

Verlichting

 

 

Picture prompts: tot welke periode behoort deze afbeelding en hoe weet je dat?

 

Quiz

 

Zelf toetsvragen bedenken

 

Ganzenbord

 

Hoeken-opdracht: tot welke periode behoort de stelling?

 

Metacognitie-opdracht omtrent begrippen

 

Ophaalschema (kader 2)


Braindump:



Ophaalschema:

 

Terug naar de vraag die ik stelde bij aanvang van een literaire periode.

Wat weet je al van de Middeleeuwen etc ?

Gaandeweg de module pak ik deze vraag er weer bij en vullen mijn leerlingen in wat ze bijgeleerd hebben. Door deze antwoorden te vergelijken met hun voorkennis, wordt de groei in kennis zichtbaar.

Het zal duidelijk zijn dat deze lessenserie docentgestuurd is met een intensieve begeleiding om de leerling te ondersteunen in zijn leerproces, waarbij het merendeel van de 12 bouwstenen uit Wijze lessen aan bod komt.

 

Verwondering

Tijdens deze literaire reis neem ik mijn leerlingen ook mee in de wereld van architectuur, muziek, uitvindingen en schilderkunst. We kijken naar de eerste zandloper uit de Middeleeuwen, luisteren naar madrigalen uit de Renaissance, bestuderen de symmetrische compositie van een classicistisch bouwwerk en verbazen ons over de erotische sfeer van de fêtes galantes van de 18e-eeuwse schilder Fragonard. Voor veel leerlingen zijn deze disciplines een onontgonnen gebied. Slechts een handjevol leerlingen komt in een museum.

Al jaren kijk ik samen met mijn leerlingen naar kunst. Ik gebruik daarbij werkvormen die afkomstig zijn van The Artful Thinking Palette4 van Harvard University. Deze werkvormen gaan uit van observeren en denken.

De taak van het onderwijs is om leerlingen te leren denken en zich te leren verwonderen. Het observeren van kunst biedt mij de gelegenheid om hieraan te werken. Van belang is dat ik als docent vooraf geen informatie geef over wat ze zien, omdat ik anders het observeren van mijn leerlingen stuur en hun denken blokkeer.

Hierbij drie voorbeelden uit deze lessenserie.

 

Werkvorm 1 Kruip in de huid van5

Deze werkvorm leert om perspectief te nemen en te onderzoeken.

Kruip in de huid van deze man.

Wat kan deze man zien en voelen?

Wat zou belangrijk zijn voor hem?

Schrijf een tekst vanuit deze man waarin je antwoord geeft op bovenstaande vragen.


De resultaten waren verbluffend. Zo legden mijn leerlingen feilloos de link met de Middeleeuwen en het kopieerwerk van de monniken. In de les hadden we gekeken naar boekverluchtingen en miniaturen uit het getijdenboek van de Duc de Berry. Opvallend vaak klaagden ze in hun monologen over dit minutieuze werk. Een beloning door God later in het hiernamaals was wel het minste wat ze verlangden. Zonder kennis was deze verzuchting onmogelijk geweest.
 

Werkvorm 2 Looking 5 times 56

Deze werkvorm leert om te vertragen en verder te kijken dan de eerste indrukken.



Kijk gedurende minstens 60 seconden naar dit schilderij. Noteer 5 woorden/zinnen die een aspect ervan beschrijven.

Kijk daarna opnieuw en probeer nieuwe elementen te ontdekken.

Voeg nog 5 woorden/zinnen aan jouw lijst toe.

Bedenk daarna wat de titel van het schilderij zou kunnen zijn.

In welke periode is dit geschilderd?

Probeert u het zelf, voor u verder leest.
Zag u de zandloper, de Januskop met een jonge voorzijde en oude achterzijde, vadertje tijd met de lier en het kind dat bellenblaast? Zoveel indicaties van de tijd die voorbijgaat. Heeft u opgemerkt dat de 4 dansende figuren behoren tot verschillende levensfasen? Of misschien vertegenwoordigen ze wel de 4 seizoenen. Zag u bovenin de zodiak, de  verwijzing naar de mythologie waaruit je kunt afleiden dat we naar een schilderij uit het Classicisme kijken? ‘’En de titel dan?’’ vroeg ik mijn leerlingen. ‘’Vast iets met tijd’’, dachten ze. Dat klopt! Dit is De dans der tijd van Nicolas Poussin (±1635). Ook uw waarneming werd gevormd door uw kennis en geschiedenis.

 

Werkvorm 3 Ik zie / Ik denk / Ik vraag me af7

Deze werkvorm stimuleert om goed te kijken en doordachte vragen te stellen.

Kijk naar de foto en vul het schema in.

Ik zie..
Ik denk..
Ik vraag me af..

Deze werkvorm pas ik graag toe, want het doet recht aan de nieuwsgierigheid. Omdat ze leerden over Pascal als filosoof en natuurkundige, komen ze al snel op de rekenmachine. Maar deze Pascaline leidt tot vele nieuwe inhoudelijke vragen: ‘Hoe lang heeft hij eraan gewerkt? Hoe kwam hij op het idee? Waarom koos hij voor 6 tandradertjes? Hoeveel zijn er toen van verkocht?’

 

Tweespalt

Deze lessenserie is meer dan alleen het aanleren van kennis. Het is grondstof waarmee ik mijn leerlingen laat denken over hun positie in de wereld. Maar wat moet prevaleren: de aandacht voor kennis of voor verwondering? Het onderwijsdebat lijkt te bestaan uit twee kampen, die allebei die ruimte opeisen.
 

Conclusie

In dit artikel heb ik geïllustreerd dat ik werk met een integratie van beide perspectieven, waarbij docentgestuurde kennisoverdracht aan de groep voorafgaat aan de onderzoekende houding van de individuele leerling. Ze zijn complementair en leiden tot goed en fijn onderwijs.

Zonder de kennisoverdracht zouden mijn leerlingen niet in staat zijn om de diepte in te gaan in de verwonderfase.

Deze manier van lesgeven levert geen leerlingen op die alleen passief feiten opdreunen en ongemotiveerd zijn zoals soms zwart-wit wordt gesteld. Het is juist motiverend om te constateren dat je veel meer weet dan twee maanden geleden. Maar zonder de verwonderfase zouden ze ook unieke momenten van flow missen waarin ruimte is voor eigen interpretaties en vragen. Ik ben voornemens om deze explorerende houding nog meer te bevorderen door ze op zoek te laten gaan naar antwoorden op de vraag: ‘’Wat zou je nog meer willen weten over deze literaire periodes?’’

Deze tussenvorm vraagt om kwalitatief goede docenten met gedegen vakkennis, die ook in staat zijn om hun leerlingen te verleiden om nieuwsgierig te zijn. Iedere leraar weet dat de beste vragen ontstaan vanuit deze nieuwsgierigheid en dat deze vragen altijd op de inhoud gericht zijn en nooit op het proces (‘’Wanneer moet het af zijn?’’).

Maar zonder kennis van een onderwerp is het lastig om zinvolle vragen te stellen. Want wat je weet, bepaalt ook de mate waarmee je observeert en nieuwe dingen kunt leren.

Dat recht op cognitie is een fundamenteel recht van ieder kind. Daarmee raak ik een andere dimensie van kennisoverdracht, namelijk het socialiserend effect. Kennis die een docent overdraagt aan een kind is namelijk ook gedeelde kennis waardoor we in een gemeenschappelijke wereld leven en niet in een individuele wereld waarin alles zelf ontdekt moet worden.

Als we kennisoverdracht gaan relativeren, riskeren we dat het kind dat van huis uit wel naar musea en concerten gaat, nog verder gaat voorlopen op het kind dat opgroeit in een schrale omgeving zonder prikkels.

Ik pleit voor een integratie van beide perspectieven, waarbij we eerst de groep bedienen van kennis en daarna ruimte scheppen voor individuele leerbehoeften. Dan pas brengen we het onderwijs verder en vergeten we het kind niet dat anders dreigt achter te lopen.

In verband met de leesbaarheid en toegankelijkheid van dit artikel heb ik alle vragen en werkvormen van het Frans naar het Nederlands vertaald.

Contact

liesbeth.breek@gmail.com

Noten

1 Materiaal: de Koning, K. Libre Service Littérature VWO. ThiemeMeulenhoff en eigen powerpoints.

2 https://www.ou.nl/web/wijze-lessen

3 De Cornell-methode is een effectieve manier om lesstof samen te vatten, gebaseerd op steekwoorden, notities en een samenvatting.

4 http://pzartfulthinking.org

5 Jean Méliot. schilder onbekend. Brussel, Koninklijke Bibliotheek.

6 De dans der tijd. Nicolas Poussin. Londen, Wallace Collection.

7 Pascaline. Parijs, Musée des Arts et Métiers.

 

Bronnen

Herman, Amy E. (2016). De kunst van het observeren. Scherper denken door aandachtig kijken. Amsterdam/Antwerpen, Atlas Contact

Kirschner, Paul A. e.a. (2018). Op de schouders van reuzen. 

Martens, Rob. We moeten spelen. (2019). Driebergen, Stichting Nivoz
Surma, Tim e.a. (2019). Wijze Lessen Twaalf bouwstenen voor effectieve didactiek. Meppel, Ten Brink Uitgevers

Tishman, Shari. (2018). Slow Looking The art and practice of learning through observation. London/New York, Routledge

Tjipcast: podcasts met Jan Bransen, Wim Van den Broeck, Sjef Drummen, Erik Meester

 

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent