Maisaa vertelt...

Tekst Maisaa Almohamad
Gepubliceerd op 19-07-2016
Maisaa Almohamad doceerde wiskunde aan een middelbare school in Jdaidt Artuz in de buurt van Damascus. Zij vluchtte drie jaar geleden naar Nederland en zal af en toe een column schrijven over haar ervaringen in het Nederlandse onderwijs.

Maisaa Almohamad doceerde wiskunde aan de middelbare school in het Syrische Jdaidt Artuz. Haar man vluchtte in 2012 naar Nederland en zij volgde drie jaar geleden met hun drie kinderen. Momenteel woont zij in Den Haag. Zij volgt The Mobile Educator, een training die wordt gegeven door het ICLON, de lerarenopleiding van de Universiteit Leiden en Dutch Academic Services.
The Mobile Educator is een initiatief van Henck Frencken, onderwijskundig adviseur bij het ICLON, en Marc van den Muijzenberg, directeur van Dutch Academic Services. De lessen worden gegeven door vrijwilligers.
Achttien Syrische docenten komen acht weken lang, twee keer per week naar Leiden voor bijscholing en om andere scholen te bezoeken. Maisaa is er blij mee. Het onderwijs dat ze hier ziet, is echt anders dan ze gewend was. Als ze naar haar vakgebied kijkt, zegt ze: ´In Syrië werkten we meestal met sommen, hier staat er veel meer tekst in de boeken. Een ander verschil is ICT. Dat gebruiken we zelden in Syrië.'
Maisaa hoopt over een paar jaar in Nederland voor de klas te staan. De komende maanden zal Maisaa af en toe een column schrijven over haar ervaringen in het Nederlandse onderwijs. Hieronder het eerste deel. Zij staat er op de columns in het Nederlands aan te leveren, ondersteund door haar begeleidster Nederlands Jopi Bekker.

Na de slechte omstandigheden waarin de Syrische kinderen in Syrië leefden (als gevolg van de oorlog) en ondanks de moeilijke weg, die ze hebben moeten afleggen, zijn ze gelukkig hier in Nederland aangekomen. Hier hebben ze hoop op een nieuw en veilig leven, hoop op een rustiger leven. Ze kunnen zich alleen niet voorstellen hoe groot de problemen zijn die ze gaan tegenkomen, bijvoorbeeld op school!!


Ander leersysteem

Het probleem is dat ze een nieuw en ander leersysteem krijgen, dat heel anders is in vergelijking met het Syrische leersysteem. Dat is natuurlijk heel lastig voor ze. Bovendien is het leerplan anders. Dit is ook voor hun ouders moeilijk om te begrijpen, want die hebben de taal niet geleerd. De kinderen kunnen dus geen hulp krijgen van de ouders. Voor de kinderen die naar de basisschool gaan, is het in principe iets makkelijker, want die hebben tijd genoeg om de taal te leren en om aan het leerplan te wennen.

Toetsen

Er is veel begeleiding nodig voor het kind, maar ook voor de ouders. Met name de entreetoetsen en de Citotoets in groep 8 vinden kinderen moeilijk. Dit komt niet doordat ze dom zijn, maar omdat ze niet weten hoe ze zich op deze toetsen kunnen voorbereiden. Ze krijgen er geen extra hulp bij en er is geen organisatie die hen hierbij ondersteunt.

Wat ze ook niet weten is hoe hun toetsen beoordeeld worden. Is dat hetzelfde als in Syrië, waar de score van het eindexamen bepalend is voor de beoordeling van het niveau van het kind? Dat blijkt niet het geval, want in Nederland zijn niet alleen de resultaten van de toetsen heel belangrijk, maar ook het advies van de leerkracht telt zwaar mee in de beoordeling van het niveau van het kind. Dit zou veel duidelijker door de leerkrachten of de begeleiders aan de ouders verteld moeten worden, zodat de ouders beter op de hoogte zijn van wat ze kunnen verwachten.

Taalklas

Jongeren die ouder zijn dan twaalf jaar moeten naar de Internationale Schakelklas (ISK), want ze beheersen de taal niet. Ze beginnen met een gevoel van teleurstelling, want alles hier is vreemd voor hen. Ze begrijpen niet wat ze moeten doen en ze weten niet wat het doel is. Sommige intelligente jongeren raken zo teleurgesteld dat ze niet willen studeren en dat is natuurlijk een ramp. Daarom is begeleiding hierbij heel erg belangrijk.

Sommige scholen voor voortgezet onderwijs hebben een intensieve taalklas, waar deze kinderen veel aan hebben, maar één begeleider voor een groep kinderen is te weinig, want het taalniveau verschilt per kind. Met meer individuele begeleiding kunnen kinderen na de brugklas misschien naar een hoger niveau doorstromen, bijvoorbeeld naar havo in plaats van vmbo. Het zou daarom goed zijn om Syrische docenten in Nederland, die Syrië als vluchteling verlaten hebben, in te zetten om deze jongeren te helpen met de Nederlandse taal en ook met integratie.

Integratie is naar mijn mening een verantwoordelijkheid van zowel de maatschappij als de vluchteling. In dit geval geldt deze verantwoordelijkheid zowel voor de Syrische mensen, maar ook voor Nederland: als Nederland de Syrische jongeren goed begeleidt in het onderwijs en zodoende een goede start biedt, krijgen deze jongeren een betere plek in de Nederlandse samenleving. De vluchteling kan op die manier een waardevolle bijdrage leveren aan de toekomst van Nederland.

Tekst Maisaa Almohamad.
Gepubliceerd op 19 juli 2016.

Een ogenblik geduld...