Leenhouts over Karstens mbo

Tekst Jos Leenhouts
Gepubliceerd op 28-04-2016
Jos Leenhouts - De hoofdstroom in de Nederlandse onderwijsdelta, een nuchtere balans van het MBO van Sjoerd Karsten is een prachtboek van een generatiegenoot die na een leven lang werken aan onderzoek naar sociale ongelijkheid, segregatie en burgerschap een 'nuchtere balans' opmaakt van het MBO.

Als ervaringsdeskundige in het onderwijs en openbaar bestuur heb ik grote bewondering voor de veelzijdigheid van zijn schets. De hoofdstroom in ons onderwijs is een uiterst complex geheel, waar velen, die net niet in die hoofdstroom zitten of hebben gezeten, geen weet van hebben (maar er wel een mening over hebben en beleid voor maken).
Sjoerd Karsten heeft, samen met zijn medeonderzoekers, een zeer breed palet geschetst waarop een korte historische schets en vooral vele invalshoeken van het beleid en de werkelijkheid in de afgelopen 30 jaar. Ik las het geboeid en een enkele keer met rode oortjes.

De titel van zijn hoofdstuk 'Gulzig of verantwoord besturen?' past bij de pijnpunten die ik destijds als bestuurder van ROC Mondriaan en de MBO-Raad ervoer. Toevallig had ik laatst een dagboekblaadje met wat notities in handen, zoekend naar een veel verder verleden ter gelegenheid van het afscheid van een collega van mijn eerste school:

zaterdag 17 oktober 2009
Slopende weken, voortdurende druk op kwaliteit, presteren, verantwoorden, beleidsbeïnvloeding om de gekte behapbaar te krijgen.(..) Steeds weer de bühne op, de mails sturen om de ontwikkelingen de goede kant op te laten gaan. Eerst gevechten om de gedwongen opname van inburgering en volwasseneneducatie binnen de ROC's; vervolgens een rampbesluit nog geen vijf jaar later om de marktwerking voor juist die lastige onderdelen in te voeren, een beslissing die echt niet passend is en waarom nou niet juist voor die doelgroepen behouden, in plaats van op basis van geconstateerd ongemak gelijk maar weer alles anders te willen en dus echt niet aan de werkelijke implementatie van ingezet beleid toe te komen en de gewenste maatschappelijke outcome te realiseren, wie is nu wiens tijd en geld aan het stukslaan?

Normativiteit
In de inleiding gaat Karsten heel nadrukkelijk in op de moeilijkheid om gelijkwaardig onderwijs te bieden in een ongelijke samenleving en het gebrek aan erkenning voor de intrinsieke beloning die beroepsonderwijs biedt. Leerlingen bloeien op doordat er aan hun talenten recht wordt gedaan, als ze meer praktische, direct bruikbare kennis en vaardigheden opdoen, dan in het strikt cognitieve gerichte algemeen vormend onderwijs. En hij verliest ook de sociale rol van het beroepsonderwijs (leren, loopbaan, burgerschap) bepaald niet uit het oog!

Maar in het onderwijsbeleid en in de media ligt het vaak anders en hanteren al die mensen, die het beroepsonderwijs niet kennen, termen als 'afstromen' en 'lage' niveaus. Ook Karsten zelf ontkomt er in het boek niet helemaal aan. Deze zinsnede bijvoorbeeld op pagina 44: '... de lage beroeps- en onderwijsniveaus van de ouders. Dat heeft zijn effect op de schoolprestaties: door het lage opleidingsniveau van de ouders gaan relatief veel migrantenkinderen naar het mbo.' Het getuigt toch van enige normativiteit: wat bedoelen we met niveau, met laag en hoog?

Mammoetwet
Toegegeven, Karsten geeft een prachtige schets van de effecten van de Mammoetwet. Het gat in de Mammoetwet, waardoor echt dekkend middelbaar beroepsonderwijs tussen de wal en het schip viel, leerlingwezen, vormingswerk.
Als beginnend decaan op een brede scholengemeenschap in Almere viel ik van de ene verbazing in de andere: regionaal consulent voor het leerlingwezen? Wat kwam die nou weer doen? Landelijke organen voor het beroepsonderwijs? Streekscholen, KMBO, wat moest ik daar nu mee? Enfin, nog voordat ik alles goed in de smiezen had, was ik in het kader van het strikte vrouwenvoorkeursbeleid van wethouder Wildekamp van Amsterdam benoemd tot directeur van de gemeentelijke MEAO, met als belangrijkste opdracht: de tent op orde krijgen en zorgen dat deze goed kon indalen in de wettelijk verplichte operatie Sectorvorming en Vernieuwing Middelbaar beroepsonderwijs (SVM).

Die SVM leek me een zinnige operatie: wat meer eenduidigheid in het totaal versnipperde aanbod van beroepsgericht onderwijs, vooruitlopend op de ROC-vorming, nadrukkelijk bedoeld om per arbeidsmarktregio een samenhangend aanbod van het gehele middelbaar beroepsonderwijs te creëren. Ik had buiten de waard gerekend.

Machtsspelletjes
Toen werd ik geconfronteerd met artikel 23 als handvat om de 'mannetjesstrijd' in fusieprocessen te winnen: zoals de directeur van de christelijke MEAO alleen maar met de andere partners in de stad wilde praten, als hij van ons de garantie kreeg dat hij de nieuwe directeur zou zijn. 'Tja, daar gaan wij niet over, dat moet het (nieuwe) bestuur beslissen' en weg was hij, naar zijn evenknie in Utrecht van de christelijke MEAO om van daaruit de lobby te voeren rond de speciale status van het christelijk onderwijs (gelegitimeerd door artikel 23 in onze grondwet: 'vrijheid van onderwijs').
Toen ik na twee jaar geen enkel heil meer zag in alle energievretende fusiemachtsspelletjes ben ik rector geworden van een bloeiende Daltonscholengemeenschap in Den Haag ( waar ik overigens helaas van de gemeente geen toestemming kreeg om te fuseren met een LBO/Mavoschool, juist om ook het LBO de keuze voor de Daltonmethodiek te gunnen ). En als uit een hoge hoed kwam daarna het verzoek van het ministerie om directeur Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie te worden. De Wet Educatie Beroepsonderwijs was op 1 artikel na aangenomen.

En jawel hoor, het CDA dwong de artikel 23-clausule voor het MBO af, anders ging het hele verhaal niet door. Dus helaas geen goede, gedifferentieerde brede opleidingscentra per arbeidsvoorzieningsregio, maar het door artikel 23 gefaciliteerde concurrentiemodel. Fusies waren verplicht, opname van volwasseneneducatie eveneens, maar door artikel 23 en de strijd van bepaalde vakinstellingen/brancheorganisaties kwam de concurrentie onherroepelijk in beeld. Niet dat dit de bedoeling van de wetgeving was, zoals recentelijk een adviseur van de minister in de casus ROC Leiden formuleerde: 'De ROC's waren immers opgericht om te concurreren.'

Tja, en dan toch weer verwijten vanuit het departement naar de bestuurders van de ROC's, dat ze niet letten op macrodoelmatigheid....Karsten brengt dit hele proces eigenlijk niet voldoende scherp in beeld.

Maar nu?
Welaan, ondanks de vele koerswijzigingen in het beleid en de teloorgang van structureel passende inburgering en volwasseneneducatie waar Karsten niet over schrijft, kunnen we constateren dat zaken als VSV, terugdringen van jeugdwerkloosheid en jongeren hamers laten vasthouden prima zijn gelukt. Nu nog werken aan de verfoeide rangen en standen, de sociale segregatie die door de vroegkeuze verder wordt bevestigd, zoals het Jaarverslag van de Onderwijsinspectie stevig aangeeft en waar op dit moment (gelukkig) een serieus debat over gaande is en bepaald niet alleen met betrekking tot het beroepsonderwijs. Een volgende bevlogen en betrokken vertrekkende hoogleraar kan bij verstandig daaruit voortvloeiend beleid ook daarover melden dat de Nederlandse onderwijsdelta de mooiste is van de wereld!

Jos Leenhouts was van 1975 tot 2013 werkzaam in vo, mbo, volwasseneneducatie en wo, als docent en leidinggevende. Daarnaast werkte zij als directeur bij de ministeries van OCW en EZ en de gemeente Amsterdam. Meest recent was zij bestuurder van een ROC en lid van het bestuur van de MBO-raad. Ze is nu zelfstandig adviseur en toezichthouder.

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent