Kijk Wijzer naar prentenboeken

Tekst Loes Reichenfeld
Gepubliceerd op 02-01-2019
Beeld Eline Pullen en Loes Reichenfeld
Hoe kun je het analytisch vermogen van kinderen vergroten met behulp van prentenboeken? Aan de hand van een KijkLeesWijzer Prentenboeken ga je op zoek naar de contrapunten in het verhaal: daar waar beeld en tekst elkaar lijken tegen te spreken. Dát zijn interessante momenten om bij stil te staan in het verhaal die kinderen kunnen aanzetten tot verwondering.

Ontwikkelen geletterdheid en analytisch vermogen

Prentenboeken worden in het basisonderwijs vooral gebruikt bij het thematisch werken en bij de sociaal-emotionele ontwikkeling of het vergroten van de woordenschat van kinderen. Vanuit onderzoeken is er een basis gelegd om prentenboeken breder in te zetten in het onderwijs. Coosje van der Pol toonde met haar onderzoek aan dat prentenboeken zich goed lenen voor het ontwikkelen van de literaire competentie en Kris Nauwelaerts legde de nadruk op de ontwikkeling van de beeldende geletterdheid door middel van prentenboeken. Wat nog ontbrak was een praktisch analysemodel voor een interpretatie van verhalende prentenboeken op basis van de interactie tussen beeld en tekst. In prentenboeken vertellen beeld én tekst in samenspel het verhaal, ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Mijn onderzoek laat zien dat door te kijken naar de interactie tussen woord en beeld er nieuwe inzichten ontstaan.

Doel

Langer stilstaan bij een prentenboek vergroot de kans op nieuwe ontdekkingen. Als kinderen zich verwonderen, gaan ze anders naar verhalen kijken en wordt hun leesbeleving verrijkt (aansluitend bij kerndoel 9). Kinderen hebben echter wel handreikingen nodig om ontdekkingen te kunnen doen. Een leerkracht die zelf eerst een prentenboek analyseert, kan gerichte vragen (vragen die relevant zijn voor DAT prentenboek) bedenken die de kinderen op weg helpen om hun gedachten te ordenen en te formuleren. Kinderen ontwikkelen zo een grotere woordenschat (aansluitend bij kerndoel 12). Bovendien zorgt de combinatie beeld en tekst in prentenboeken ervoor dat kinderen leren dat via verschillende vormen gecommuniceerd kan worden om een boodschap over te brengen (aansluitend bij kerndoel 54).

Analyse als een hermeneutische cirkel

Ieder maakt een interpretatie van een prentenboek op basis van het eigen referentiekader. Daarom kun je ook nooit spreken over DE betekenis van een verhaal, maar altijd over EEN betekenis. Iedere nieuwe inbreng zal daarbij leiden tot nieuwe inzichten. Deze open houding laat ruimte voor nieuwe interpretaties en is van belang voor de bespreking met kinderen. Zo ontstaat er een gezamenlijk zoeken naar een betekenis.

Bij de analyse van verhalende prentenboeken is de hermeneutische cirkel een handig hulpmiddel. Binnen een hermeneutische cirkel zoek je naar betekenis door van geheel naar de details te gaan en dan weer naar het geheel terug. Zo’n cirkel kan eindeloos doorgaan omdat je via nieuwe details weer tot nieuwe inzichten komt.

Bij de analyse van verhalende prentenboeken ga je als volgt te werk. Je doet een eerste indruk op door te kijken naar de omslag, de schutbladen en de titelpagina. Daarna zoom je in op het verhaal en maak je per spread een analyse van de interactie die je expliciet en impliciet waarneemt tussen beeld en tekst. Alle waargenomen details breng je dan weer bij elkaar door er betekenis aan toe te kennen en te komen tot een interpretatie van het verhaal. Opnieuw kijken/lezen levert elke keer weer nieuwe inzichten op en zo blijft het lezen van een prentenboek een ontdekkingstocht. 

Afbeelding 1: KijkLeesWijzer Prentenboeken als een hermeneutische cirkel tussen geheel en details

 

Analyse op twee niveaus

Bij de analyse van het verhaal, spread voor spread, zijn twee niveaus waar te nemen. Op het directe niveau kijk je naar ‘handelingen’, ‘setting’ en ‘perspectief’. Deze componenten komen expliciet in beeld en tekst naar voren en vormen de primaire betekenislaag van het verhaal. Je kijkt naar het Wat, Waar, Wanneer en Wie.

Het indirecte niveau geeft antwoord op het gevoel en de verbindingen die je kunt leggen door het stellen van vragen over het Hoe en Welke. De componenten ‘emotie’, ‘symboliek’ en ‘metafictie’ komen hiermee naar boven en vormen de secundaire betekenislaag van het verhaal. Dit is de verdiepende laag die, afhankelijk van de eigen context van de lezer, door iedereen anders ervaren kan worden.

Bij de analyse van een spread kijk je het eerste naar de ‘compositie’ van beeld en tekst. Deze component kan zich op zowel het directe als het indirecte niveau begeven, omdat soms de compositie ook een symbolische betekenis kan hebben.

Hoe meer elementen de lezer waarneemt op het indirecte niveau, hoe complexer het prentenboek is en hoe meer leeservaring het van de lezer vraagt.

Beeld/tekstdynamiek

Bij het analyseren van de afzonderlijke componenten is steeds sprake van een heen en weer gaan tussen beeld en tekst, als een kleine hermeneutische cirkel. Elk element dat gevonden wordt in beeld, wordt vergeleken met de tekst en omgekeerd. Daarbij zijn de volgende relaties tussen beeld en tekst waar te nemen:

  • Versterkende relatie: als het beeld dezelfde informatie geeft als de tekst (tekst is leidend) of omgekeerd (beeld is leidend)

  • Uitbreidende relatie: als beeld nieuwe informatie geeft ten opzichte van de tekst (beeld is leidend) of omgekeerd (tekst is leidend)

  • Tegenstrijdige relatie: als beeld en tekst in tegenspraak lijken te zijn

De soort relaties die gevonden worden, zegt ook iets over de complexiteit van het prentenboek. Veel uitbreidende en tegenstrijdige relaties vragen meer moeite van de lezer om het te begrijpen. Dit vraagt om veel leeservaring. 

Contrapunten

Vooral de tegenstrijdige relaties die gevonden worden, geven extra lading aan het verhaal. Op deze plekken gebeurt iets belangrijks. Het zijn de zogenoemde contrapunten in het verhaal, de momenten waarop beeld en tekst een verschillend verhaal lijken te vertellen, maar wel samen van belang zijn voor een interpretatie. Ze vullen als het ware elkaars lege plekken. Door hierbij stil te staan, breng je kinderen verder. Je kan zorgen voor verwondering en zet ze aan tot denken. Van belang dus om zulke contrapunten zelf eerst op te sporen.

De volgende contrapunten kun je waarnemen:

  • Contrapunt in handeling – als een personage iets anders doet in beeld dan in tekst wordt beschreven;

  • Contrapunt in ruimte en tijd – als ruimte of tijd(sverloop) niet overeenkomt tussen beeld en tekst;

  • Contrapunt in perspectief – als er een verschil is tussen wie vertelt en door wiens ogen het verhaal wordt waargenomen;

  • Contrapunt in spanning – als compositie van het beeld niet overeenkomt met de loop van het verhaal;

  • Contrapunt in geadresseerdheid – als lege plekken anders worden ingevuld door volwassenen dan door kinderen; 

  • Contrapunt in emotie – als personages in woorden zich anders uitdrukken dan ze in beeld laten zien, wat zorgt voor ironie of ambiguïteit;

  • Contrapunt in stijl – ironische situaties ontstaan als woorden iets anders zeggen dan de beelden, bijvoorbeeld serieus/humoristisch, romantisch/realistisch….;

  • Contrapunt in modaliteit – als er een verschil optreedt tussen fantasie en werkelijkheid;

  • Contrapunt op metafictief niveau – als er bewust wordt gewezen op de constructie van een verhaal en daarin een contrast ontstaat tussen beeld en tekst.

 

De KijkLeesWijzer Prentenboeken

Bovenstaande informatie heb ik samengevoegd tot een KijkLeesWijzer Prentenboeken. Dit biedt een eenvoudig handvat om stap voor stap tot een analyse van een verhalend prentenboek te komen en er wellicht meer thema’s uit te halen.

Toepassing op Een huis voor Harry

De KijkLeesWijzer Prentenboeken heb ik toegepast op Een huis voor Harry van Leo Timmers, dat verkozen is tot het Prentenboek van het jaar 2019 en centraal staat tijdens de Nationale Voorleesdagen in januari 2019. Het verhaal gaat over kat Harry die het zolderraam verlaat achter vlinder Vera aan. Al tikkertje spelend verdwaalt hij in de grote stad en gaat op zoek naar zijn huis. Onderweg komt hij allerlei andere woningen van dieren tegen, waar hij probeert te verblijven.

De KijkLeesWijzer heb ik omgezet naar een spreadsheet (zie bijgevoegd document voor de volledige analyse van Een huis voor Harry). Hiermee zijn de verschillende soorten relaties die je vindt tussen beeld en tekst via kleuren weer te geven (zie afbeelding). Bij de componenten die je relevant vindt, noteer je wat opvalt. In één oogopslag zie je aan het eind van je analyse wat leidend is in het prentenboek.

In mijn analyse van Een huis voor Harry zie je dat het beeld leidend is in het verhaal (blauwe teksten) en dat er hoofdzakelijk uitbreidende relaties zijn waar te nemen (blauwe blokjes) waarbij dus het beeld nieuwe informatie geeft.

Door deze analysemethode toe te passen, zie je ook direct waar zich belangrijke kantelpunten in het verhaal bevinden, doordat patronen worden doorbroken. In mijn analyse van Een huis voor Harry is dat bijvoorbeeld bij spread 14. Daar vond ik een contrapunt bij ‘setting’ en bij de ‘handeling’ en het ‘perspectief’ een andere soort relatie dan ik daarvoor elke keer waarnam. Mijn analyse van spread 14 (het moment dat Harry in een vuilnisbak zit en aan de rechterkant een andere kat zijn kop uit een andere vuilnisbak steekt) ziet er als volgt uit:

Door deze analyse kom je erachter dat je juist bij spread 14 langer stil kan staan om de verwondering bij de kinderen op te wekken. Je laat kinderen goed naar de beelden kijken om ze zelf de ontdekking te laten doen dat het rijtjeshuis symbolisch wordt bedoeld.

Als je alle details hebt geanalyseerd, breng je per component de thema’s in kaart die je hebt opgehaald. Voor Een huis voor Harry kwamen de volgende thema’s naar boven:

Haal meer uit prentenboeken

Het kost wel even tijd om een analyse te maken van een prentenboek dat je gaat voorlezen. Dat doe je niet bij elk prentenboek. Maar ervaring leert dat het steeds sneller gaat. En als je kinderen meer wilt meegeven en ze verder wil brengen dan waar ze zelf zouden kunnen komen (het motto van de bekende leesbevorderaar Aidan Chambers), dan gun je ze af en toe de verwondering.

 

Reichenfeld, Loes (2018) Kijk Wijzer naar prentenboeken. Naar een instrument voor een interpretatie van prentenboeken op basis van de interactie tussen beeld en tekst. Meer informatie? Mail lreichenfeld@bibliotheekaandevliet.nl

 

Literatuur

Pol, Coosje van der (2010) Prentenboeken lezen als literatuur. Een structuralistische benadering van het concept ‘literaire competentie’ voor kleuters.

Nauwelaerts, Kris (2015). Ik zie, ik zie wat jij niet ziet. Onderzoek naar de relatie tussen prentenboeken en de ontwikkeling van beeldende geletterdheid bij kinderen.

Voorwinden, R (2016). Nieuw model 21e eeuwse vaardigheden.

Avermaete, Tommy van (2016) Geletterdheid in de 21e eeuw: een verkenning. (Onderzoekspublicatie Stichting Lezen).

Verder lezen

1 Haal meer uit het prentenboek

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent