Onderwijs 2032, teacher in the lead, Curriculum.nu; al jaren wordt er gepraat over nieuwe kerndoelen en eindtermen maar het blijkt een zware bevalling. Alarmerende berichten over achteruithollende leerprestaties geven de curriculumdiscussie extra urgentie. Hoeveel ruimte moet er komen voor zaken als burgerschap en digitale geletterdheid als de basale vaardigheden als lezen, schrijven en rekenen niet op orde zijn? De overladenheid van het curriculum is een ander terugkerend thema. Veel leraren klagen over de vaak overvolle lesmethodes. Kunnen aangescherpte kerndoelen hen helpen om beter zicht te krijgen op wat wel en wat niet vereiste lesstof is? Allemaal vragen waarover de wetenschappelijke Curriculumcommissie (actief van 2020 tot 2024) zich heeft gebogen.
Hoogleraar aan de Theologische Universiteit Utrecht en voorzitter van de wetenschappelijke Curriculumcommissie:
‘Deze commissie is in het leven geroepen omdat het heel moeilijk bleek de broodnodige herijking van de kerndoelen van de grond te krijgen. Nu we afzwaaien staat het vernieuwde curriculum goed op de rails. Eind dit jaar liggen er conceptkerndoelen voor alle leergebieden. Die bieden meer houvast dan voorheen. Er leven veel zorgen over het onderwijs in Nederland.
‘In verleden te weinig regie geweest’
Tegen die achtergrond is het begrijpelijk dat er in de Tweede Kamer moties worden aangenomen die meer nadruk op taal en rekenen bepleiten. Toch zijn wij voorstander van een gevarieerd, breed curriculum. Onderwijs is meer dan taal en rekenen, het gaat om het vormen van mensen die hun weg moeten vinden in de maatschappij. Los daarvan willen wij het proces rondom curriculumherziening depolitiseren en systematiseren. Natuurlijk heeft de politiek uiteindelijk het laatste woord, maar beslissingen rondom het curriculum moeten altijd worden voorbereid door experts en directbetrokkenen uit het onderwijsveld. Er komt een kalender met vaste momenten voor onderhoud aan het curriculum. Verder stellen wij een adviescollege voor dat jaarlijks de staat van het curriculum bekijkt. Er is in het verleden te weinig regie geweest rondom curriculumherziening, daar komt hopelijk verandering in.’
Docent maatschappijleer, geschiedenis en project based learning op het Isendoorn College (Warnsveld):
‘Het lijkt me goed als er een instantie komt die het curriculum voortaan op gezette tijden onder de loep neemt. De wereld verandert snel en het is belangrijk dat je dat terugziet in het curriculum. Onderwijs gaat niet alleen maar om kennisoverdracht, maar bereidt je ook voor de samenleving.
‘Veranderingen in de wereld moet je terugzien in curriculum’
Ik snap de zorgen over de beheersing van taal en rekenen, maar een maatschappelijk relevant curriculum moet breed zijn. Ik heb wel vraagtekens bij de manier waarop dat in de praktijk ingevuld wordt. Maatschappijleer – mijn vak – krijgt in de vorig jaar aangekondigde curriculumherziening meer lesuren toebedeeld. Daar lijkt de gedachte achter te zitten dat burgerschap vooral bij maatschappijleer hoort. Maar burgerschapsonderwijs beklijft pas als het in alle vakken terugkeert, niet als je het bij één vak parkeert. Dat zou best als een verplichting in het curriculum kunnen worden opgenomen. Een economiedocent kan het bijvoorbeeld over de toeslagenaffaire hebben. Maar ook als je geen vakinhoudelijke brug kunt slaan, is belangrijk om zaken als klimaatverandering of de Oekraïne-oorlog te bespreken. Juist op school, want voor veel kinderen is dat de enige plek waarop ze nog met andere ideeën in aanraking komen.’
Leraar en lerarenopleider economie en publicist:
‘Deze commissie kijkt vooral naar het proces, niet naar de inhoud. Zo komen we niet uit de problemen. De vrijheid van onderwijs is in Nederland zo ingericht dat we feitelijk geen nationaal curriculum hebben, maar het doen met zeer vaag geformuleerde kerndoelen. Die geven nauwelijks richting. Dat zou allemaal niet zo’n ramp zijn, als het maar zou werken. Maar onderzoek na onderzoek toont aan dat dit systeem niet werkt. Kinderen leren steeds minder. Bij internationaal vergelijkende testen als PISA scoren Nederlandse leerlingen al jaren slecht. Dat is niet alleen een onderwijskundig, maar ook een maatschappelijk probleem. Zonder gemeenschappelijke kennisbasis wordt het lastig om als burgers met elkaar in gesprek te blijven. De kerndoelen zijn nu zo algemeen dat leraren en methodemakers vrijwel kunnen doen wat ze willen.
‘Niet de indruk dat er echt iets verandert’
De doorstroomtoets en het eindexamen zijn de enige centrale meetmomenten. Van wat ik van de vernieuwde kerndoelen heb gezien, krijg ik niet de indruk dat er echt iets verandert.
Dit artikel is verschenen in Didactief, april 2025.
En blijf op de hoogte van onderwijsnieuws en de nieuwste wetenschappelijke ontwikkelingen!
Inschrijven