Vriendjes

Tekst Juf Eline
Gepubliceerd op 03-11-2017
Juf Eline - ‘Joef, joef, evaloeren!’ Oeps, vergeten. ‘Wat goed dat jij dat hebt onthouden, Cedro!’ Hij spreekt nog weinig Nederlands, maar wijst me nu toch maar mooi op ons dagritme. Snel maan ik de kinderen uit de rij terug naar hun plek. Het buitenspelen moet nog maar even wachten. Met de jas nog aan en rugzakjes om proppen ze zich weer op hun stoeltjes.

Sem kiest een vraag van de evaluatiekaart: ‘Wat ga jij morgen proberen?’ Meestal komen hier niet veel reacties op, hoe leuk de vraag ook is. Maar vandaag wel. ‘Ik ga schrijven,’ zegt Kiara. Ze was vandaag inderdaad de nieuwe ‘letter van de week’ al druk aan het stempelen. ‘Dat is een goed idee,’ moedig ik haar aan. ‘Wat wil je dan leren schrijven? Een letter? Of je hele naam? Of andere woordjes?’ Ze weet het meteen: ‘Mijn naam en andere woordjes.’ Mooi, daar kan ik wel wat mee. Lars wil morgen een vliegtuigje vouwen en tot slot wil ook Cedro iets zeggen. Blozend en met zijn blik naar de grond gericht stamelt hij wat. De tweede keer ontcijfer ik iets als ‘…vriendjes maken om op mijn feestje te vragen.’
Juf ElineMijn mond valt haast open van verbazing en tegelijkertijd ben ik zó trots op hem. Door de taalbarrière loopt het samenspelen zeker niet vanzelf. Nu geeft hij me een mooi aanknopingspunt. ‘Wat leuk, Cedro. Met wie zou je vriendjes willen worden?’ Hij noemt een paar jongens. De verkozenen lijken een paar centimeter te groeien. ‘Misschien is het dan een goed idee als jullie eens samen gaan spelen.’ De verkozen jongens beamen het, trots, met hun borst vooruit. Op naar buiten dan maar. ‘Zeg, Cedro, misschien is het leuk om met Job te gaan spelen, dan kunnen jullie vriendjes worden,’ opper ik wanneer hij, zoals elke dag, alleen aan het spelen slaat. Hij bromt wat terug maar stapt toch op Job af. Samen hangen ze aan het duikelrek. Helaas, het spel loopt al vrij snel dood.

Samen spelen is lastig als klasgenootje andere taal spreekt

De volgende dag speelt Cedro buiten met z’n broer, die in de andere kleuterklas zit. Met een kleed in hun handen lopen ze over het plein. Ze gaan een hut bouwen. ‘Misschien kun je eens aan Job en Milan vragen of ze mee willen bouwen,’ suggereer ik. Job en Milan volgen braaf. Maar het is toch lastig als je speelkameraadjes een andere taal met elkaar spreken. Na wat aanmoedigingen van mij en een paar Nederlandse woordjes van de broers speelt het viertal verder. En dan is het alweer tijd voor mijn lunch; de overblijfkrachten nemen het van me over. Ik ben zo benieuwd: zou het Cedro lukken om vriendjes te maken vóór zijn verjaardag?

Eline is leraar in groep 1/2 op een basisschool in de Randstad. Lees meer columns op didactiefonline.nl.

Deze column verscheen in Didactief, november 2017.

Een ogenblik geduld...