Pedagogisch placebo-effect?

Tekst Gert Biesta
Gepubliceerd op 03-11-2017
De relatie tussen arts en patiënt kan een placebo-effect aanwakkeren. Leraar en leerling hebben een vergelijkbare relatie, dus misschien bestaat het effect ook in het onderwijs.  

Onlangs las ik het boek Der pädagogische Placeboeffekt: Zur Wirksamkeit von Erziehung, van de Duitse pedagoog Winfried Böhm. De auteur werd geboren in 1937 en tot aan zijn emeritaat in 2005 was hij hoogleraar Pedagogiek aan de universiteit van Würzburg. In dit boek geeft hij een heel originele kritiek op het ‘wat werkt’-denken in onderwijsonderzoek en onderwijspraktijk. Net zoals voortdurend gebeurt in discussies over ‘wat werkt’ in het onderwijs, trekt Böhm een vergelijking met het medische domein. Maar dat doet hij niet om te betogen dat de randomised control trial  onomstotelijk bewijs verschaft over het succes van interventies. In plaats daarvan richt Böhm de aandacht op het placebo-effect: dat er medicijnen zonder werkzame stoffen zijn die (toch) effect sorteren. Hij meldt bijvoorbeeld dat bij de behandeling van angina pectoris, astma en hoge bloeddruk artsen doorgaans rekening houden met een placebo-effect van 35 tot 42%. Bij antibiotica tegen virale aandoeningen is dit zelfs 100%.

Leerling is subject dat zelf nadenkt, net als patiënt

Böhm stelt dat we het placebo-effect van onderwijs en opvoeding veel serieuzer zouden moeten nemen dan we geneigd zijn te doen. Daarmee kritiseert hij zowel de onderwijspedagogische zelfoverschatting – de gedachte dat alles wat er aan de kant van de leerling gebeurt uiteindelijk toegeschreven zou kunnen worden aan het handelen van docenten – als de zoektocht in onderwijspedagogisch onderzoek naar de ‘heilige graal’, dat wil zeggen naar 100% zekere causale verbanden tussen onderwijsmethoden en effecten.

Böhm wijst erop dat de sterkte van het placebo-effect afhangt van interpersoonlijke dimensies: de manier waarop de arts met de patiënt omgaat, de mate waarin de arts aan de patiënt duidelijk maakt wat hij beoogt met de medicatie of therapie, en de mate waarin de patiënt vertrouwen heeft in de arts en in het omringende ‘therapeutische milieu’. Ook blijken grote rode pillen vaak sterker te werken dan kleine witte pillen en dure therapieën sterker dan goedkope – aspecten die, net als vertrouwen, veel te maken hebben met de percepties en verwachtingen die de patiënt heeft.

En daarmee komen we bij de kernvragen die Böhm met zijn discussie over het placebo-effect op tafel legt. Waar, hoe en in welke mate is er een werking die ‘achter de rug’ van de patiënt om plaatsvindt? En waar, hoe en in welke mate is die afhankelijk van de manier waarop patiënt en arts elkaar als persoon ontmoeten en bejegenen? Of nog anders gezegd: waar, hoe en in welke mate is de patiënt een object – een ding waar stoffen op inwerken – en in welke mate een subject voor wie medicatie, therapie en de interactie met de arts betekenis hebben?

Ik wil hier niet op de interessante kwestie van de relatie tussen lichaam en geest in gaan, hoewel die op de achtergrond natuurlijk een rol speelt. Het punt dat ik vooral voor het voetlicht wil halen – en dat is het mooie en uitdagende aan Böhm’s positieve duiding van het placebo-effect – is dat de leerling altijd als zin- en betekenis gevend subject in het onderwijs betrokken is, en eigenlijk nooit louter als object, als ding. Daardoor gebeurt er vermoedelijk maar heel weinig in het onderwijs ‘achter de rug van de leerling’ om. En uiteindelijk is het ook altijd de bedoeling van onderwijs dat de leerling als zelfstandig subject verschijnt, en niet een object blijft dat van het onderwijs of de leraar afhankelijk is. Precies daarom zouden we in onderzoek en praktijk het placebo-effect van ons handelen misschien veel serieuzer moeten nemen dan we doorgaans doen.

Gert Biesta is o.a. verbonden aan Brunel University London en de Universiteit voor Humanistiek in Nederland. Kijk op didactiefonline.nl voor de bronnen bij dit artikel.

Verder lezen

Böhm, W. (2016). Der pädagogische Placebo-Effekt. Zur Wirksamkeit von Erziehung. Paderborn: Ferdinand Schöningh.

Wie geĭnteresseerd is in het werk van Böhm kan hier terecht: Böhm schreef over het placebo-effect in onderwijs en opvoeding ook een kortere tekst.

 

Een ogenblik geduld...

Gert Biesta

Prof. dr. Gert Biesta is als hoogleraar verbonden aan de Brunel University London en als bezoekend hoogleraar aan het NLA University College in Bergen (Noorwegen). Hij bezet de NIVOZ leerstoel voor de pedagogische dimensies van onderwijs, opleiding en vorming aan de Universiteit voor Humanistiek. Biesta is geassocieerd lid van de Onderwijsraad.

Gerelateerde artikelen
Blog

Pedagogisch manifest

31-10-2012
Fred Korthagen - De pedagogiek moet weer centraal in het onderwijs!

Onderzoek

School als pedagogisch vangnet

09-10-2005
Nieuwsbericht

Blog

Al te kindvriendelijk

03-05-2017
Gert Biesta - Vaak spreken we over de ontwikkeling van leerlingen, maar dat is onjuist.

Click here to revoke the Cookie consent