Stop de inflatie van ons onderwijs

Tekst Ellen Klatter
Gepubliceerd op 12-04-2022
Je kan niet én lullig onderwijsbeleid invoeren, én janken om een laag studiesucces, schrijft Ellen Klatter, lector aan Hogeschool Rotterdam.

Het inconsequente gedrag van politici en bestuurders werd onlangs door Sitalsing doeltreffend ontleed (VK febr 22). Te lang is volgehouden dat principiële keuzes maken niet nodig is. Dat je het ene kan doen, en het andere niet hoeft te laten. Dat je én corrupt geld uit dictaturen als Rusland langs je Zuidas kan laten stromen, én janken om Oekraïne. Marketing, volgens Sitalsing, drijft op dit soort flessentrekkerij: afvallen zonder sporten, liegen onder het mom van nobel zijn, gratis zonder gevolgen. Ethisch verwerpelijk natuurlijk. Maar (zelf)bedrog maakt het leven een stuk makkelijker en het stelt ons in staat onze verantwoordelijkheid te ontlopen. En om het bedrog onzichtbaar te maken poetsen we het inconsequente gedrag flink op: vlaggen uit voor Oekraïne.

Eenzelfde inconsequent gedrag zien we in ons onderwijsbeleid. Al jaren vormen het dalend onderwijsniveau en het lage studiesucces een bron van zorg. Toch bekommert gek genoeg niemand zich om wat onderwijskwaliteit precies inhoudt of hoe we dat operationaliseren. Vijftien jaar onderwijsbeleid door de oogharen geanalyseerd, toont dat ‘kwaliteit’ keer op keer hoog op de agenda staat; maar het helpt niet want nergens wordt een duidelijke, uniforme definitie van onderwijskwaliteit gehanteerd. Op regionaal niveau spieken bestuurders zelfs flink bij Inspectie, OCW of bij koepelorganisaties, met als gevolg dat er geen enkele progressie is. Verbetering blijft zo een fictieve exercitie. Uiterst wonderlijk, want de onderwijswetenschappen hebben bestuurders die het onderwijs in hun scholen willen verbeteren een boel te bieden!

Het meest zorgelijke is nog wel dat niemand verantwoordelijkheid toont om onderwijskwaliteit te definiëren, of regie te nemen om tot een verbeteringsslag te komen. De vorige onderwijsminister, Ingrid van Engelshoven, introduceerde zelfs nog meer vaagheid door op de schoot van de studentenvakbonden het begrip studentsucces te introduceren. Wat dat precies inhoudt, blijft onduidelijk.

Een structurele aanpak voor onderwijsverbetering vraagt niet alleen logisch redeneren, maar vooral consequent en verantwoord handelen op basis van wetenschappelijke evidentie. Want je kan immers niet

  • én het leenstelsel afschaffen ten gunste van onderwijskwaliteit, én akkoord zijn dat het vrijgekomen geld wordt geïnvesteerd in de kwaliteit van de kantinebroodjes;

  • én toestaan dat opleidingen -met overheidsmiddelen- matige onderwijskwaliteit leveren, én janken dat veel jongeren het niet lukt binnen de gestelde tijd af te studeren;

  • én een bsa-maatregel introduceren, én het goed vinden dat opleidingen met  zwak onderwijs, dit BSA als guillotine hanteren voor minder succesvolle studenten; 

  • én onderzoek hoog in het hbo-vaandel dragen, én als beleidsmaker nieuwe maatregelen als de doorstroomnorm op onderbuikgevoelens en draagvlak baseren;

  • én kansengelijkheid promoten door de toelatingseisen te verruimen, én scholen niet toerusten op de grotere ondersteuningsvraag die als gevolg meekomt;

  • én oproepen tot een inclusieve maatschappij, maar als overheid zelf pedagogische handelingsverlegenheid tonen.

Want daar komt het feitelijk op neer. Onderwijspedagoog Martinus Langeveld indachtig dienen onderwijs en opvoeding te leiden tot ‘zelfverantwoordelijke zelfbepaling’: het bewust richting geven aan de wereld en daar medeverantwoordelijkheid voor willen dragen. Hier is vooralsnog geen sprake van zolang verantwoordelijke bestuurders zich kunnen (blijven) verschuilen achter procestaal en ‘governance-praat’. Zolang onderwijsbeleid niet gebaseerd is op onderzoek en weggekeken wordt van consequenties van deze niet-principiële keuzes, wordt op lokaal, regionaal én landelijk niveau deze opvoedingsmoraal massaal miskend.

Hoewel de Onderwijsraad onlangs vraagtekens plaatste bij de aanname dat goede bestuurlijke kwaliteitszorg voldoende indicatie vormt voor goede onderwijskwaliteit in de praktijk, blijft ook hun voorstel om toezicht op kwaliteitszorg te laten volgen na de beoordeling van onderwijskwaliteit, lood om oud ijzer. Vergelijkbaar aan het CE Keurmerk: de controle focust op het productieproces, maar niet op de kwaliteit van het product zelf.  Indien dit niet verandert blijft praten over onderwijskwaliteit een vervalsing van de werkelijkheid.

Dus bestuurders, neem je verantwoordelijkheid en verdiep je in de criteria van goed onderwijs! Wat vraagt het om succesvol te kunnen studeren, wat heeft je team nodig om onderwijs te leveren van hoge kwaliteit? Welke onderwijskundige, pedagogische en didactische mechanismes liggen daaraan ten grondslag en hoe beoordelen we dat? Verzeker je van ‘evidence based’ antwoorden en voorkom loze maatregelen onder het mom van ‘ieders mening telt’. We moeten volle kracht vooruit en onze kennis verdiepen om de oplopende inflatie van ons onderwijs te keren.

 

Ellen Klatter is lector studiesucces en lector versterking beroepsonderwijs aan Hogeschool Rotterdam.

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent