Goed toetsen

Tekst Orhan Agirdag
Gepubliceerd op 26-09-2014
Orhan Agirdag - Wat? Beter geen toets dan een slechte toets. Maar goede toetsen kunnen onderwijsongelijkheid tegengaan.

De Eindtoets PO is met ingang van dit schooljaar verplicht Voorbeelden van andere landen leren ons dat dergelijke toetsen op kritiek stuiten van alle kanten van het politieke spectrum: rechts vindt ze een aanval op de vrijheid van onderwijs en links vindt dat ze ongelijkheid in het onderwijs teweegbrengen. De vraag is natuurlijk of dat ook zo is.

Vooraf dit: standaardisering is een proces dat kenmerkend is voor de moderne tijd. Economie, justitie, wetenschap, maar ook het onderwijs functioneren steeds meer met een eigen logica waarbij handelingen gericht zijn op eigen standaarden. De economie draait rond winst en de gestandaardiseerde maatstaf daarvoor is geld. Het leidmotief van wetenschap is 'waarheid' en die wordt steeds meer gestandaardiseerd uitgedrukt in ISI-publicaties en impactfactoren. Of we het nu leuk vinden of niet, dat gericht zijn op eigen standaarden betekent ook dat externe factoren zoals ethiek of gevoelens als irrelevant worden beschouwd.

In het onderwijs is dat niet anders. Daar zijn we vooral bezig met leren, en met 'leerwinst' die kan uitgedrukt worden op basis van gestandaardiseerde toetsen. We kunnen daarbij wel ethische vragen stellen, of vinden dat het onderwijs meer is dan alleen maar leren, maar net zoals geld inherent is aan de economie, zijn gestandaardiseerde toetsen op termijn inherent aan onderwijs.

'Zwarte' en 'witte' scholen
Maar wat dan met de eventuele negatieve gevolgen van dergelijke toetsen? Wat betekenen zij voor de sociale ongelijkheid waar het Nederlands onderwijs nog mee te maken heeft? Volgens baanbrekend onderzoek van Herman Van de Werfhorst (Universiteit Amsterdam) is onderwijsongelijkheid milder in landen die wel gestandaardiseerde testen hebben dan in landen die dat niet hebben.
Mijn eigen onderzoek in Vlaanderen laat zien waarom dat zo is. Ongelijkheid tussen allochtone en autochtone leerlingen bijvoorbeeld is veel groter als we kijken naar het percentage van zittenblijvers (wat een niet-gestandaardiseerde en arbitraire maatstaf is) dan wanneer we kijken naar gestandaardiseerde testresultaten. Met andere woorden, allochtone kinderen blijven vaker zitten dan autochtone kinderen terwijl ze niet per se slechtere resultaten behalen.

Willekeur verminderen
Een ander voorbeeld. Heel veel 'zwarte' concentratiescholen scoren uitstekend in gestandaardiseerde testen. Toch zijn de meeste ouders overtuigd dat het gras groener is op 'witte' concentratiescholen. Dat komt omdat ze bij gebrek aan een objectieve maatstaf de 'kleur' van de school als een maatstaf van kwaliteit nemen. Kortom, een gestandaardiseerde toets kan de willekeur in het onderwijs verminderen, die momenteel vaak ten koste gaat van sociaal zwakkeren en scholen met een hogere proportie van allochtone leerlingen.

Discretie
Zijn er dan geen risico's verbonden aan gestandaardiseerde testen, zullen ze het leerproces niet ondermijnen? Die kans bestaat zeker. Maar het hangt sterk af van hoe we testen en meten. Je moet enkele vuistregels hanteren. Zo moet je, om misbruik tegen te gaan, de resultaten met zelfde discretie behandelen als medische dossiers en hen vooral laten verwerken door experten met kennis van zaken. Om teaching-to-the-test te voorkomen is het nodig dat de toetsen een goede dekking geven aan de eindtermen. Het is bovendien uitermate belangrijk om ook bij de ingang van het basisonderwijs al een test af te nemen die afgestemd is op de eindtoets. Slechts dan kan je eerlijk de leerwinst berekenen. Anders komen scholen die een beter publiek hebben automatisch er beter uit.

Appelen en peren
Scholen mogen ook in geen enkel geval afgestraft worden voor de resultaten van hun leerlingen. Want als de tests te veel belang krijgen, neigen scholen ertoe minder kansrijke leerlingen uit te sluiten en alleen te focussen op leerlingen waarvan ze vermoeden dat die goede scores zullen halen.
Het is ook belangrijk om geen appelen met peren te vergelijken. Scores van kansarme leerlingen in school x kunnen vergeleken worden met kansarme leerlingen in school y, maar om school x zonder meer met school y te vergelijken is onzinnig.

Kortom, beleidsmakers hebben drie opties. Optie 1 is 'niet toetsen': een veilige maar suboptimale keuze. Optie 2 is 'slecht toetsen': dit zal sociale ongelijkheid in het onderwijs nog erger maken. Niet toetsen is daarom een betere keuze dan slecht toetsen. Optie 3, de beste en enige optie, is 'goed toetsen'.

Tekst Orhan Agirdag, docent onderwijsbeleid Universiteit van Amsterdam. Zijn werk is onlangs bekroond met de Van Cauwelaertprijs van de Koninklijke Vlaamse Akademie.
Deze tekst is een bewerking van een tekst die eerder in De Standaard is gepubliceerd.

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent