Cijfers niet via app

Tekst Bert Wienen
Gepubliceerd op 26-04-2023
’s Avonds om 23.00 uur een berichtje in Magister dat leerlingen een toets niet gehaald hebben? Slecht idee, schrijft Bert Wienen. Cijfers horen in het klaslokaal.

Ouders moeten kinderen minder snel naar de psycholoog sturen volgens staatssecretaris Van Ooijen. Een moedige opening van een debat, want een samenleving waarin steeds meer kinderen jeugdhulp krijgen vraagt om een samenleving die kritisch naar zichzelf kijkt. Vandaag start Van Ooijen met een serie gesprekken met jongeren, ouders en professionals over de begrenzing van de professionele hulp. In deze gesprekken zal het ongetwijfeld gaan over lange-termijn oplossingen, cultuurveranderingen en zal met enige regelmaat verwezen worden naar de Hervormingsagenda gemaakt door het Rijk, gemeenten en jeugdhulp. Tegelijk zal er ook de roep zijn om de zogenaamde snelle oplossingen: ‘kunnen we nu al iets doen?’ En alhoewel ook ik denk dat we het moeten hebben van de lange termijn denk ik dat er in ieder geval één oplossing is waar we morgen mee kunnen beginnen. Eén die bovendien mooi aansluit bij een ander debat dat in de Tweede Kamer, namelijk het debat over een mobieltjesverbod in het onderwijs.

 

Met een onvoldoende naar bed:
‘lekker slapen schat’
 

Als u zelf ouder bent van kinderen in de leeftijd van basisonderwijs, maar meer nog in het voortgezet onderwijs, dan heeft u vast ook een handige ouderbetrokkenheidsapp waarop u kunt zien welke cijfers uw kind heeft gehaald. Zo snel de leraar de toetsen heeft nagekeken en de cijfers in het systeem heeft gezet weet de ouder, al dan niet gewaarschuwd door een notification, dit ook. Ouders weten het cijfer van het kind tegelijkertijd of soms eerder dan het kind zelf. Het idee dat een kind de mogelijkheid krijgt om zelf het cijfer thuis te vertellen, of juist even te wachten met het vertellen van het cijfer tot het moment dat er weer iets positiefs te melden is, ligt al ver achter ons.

Voor kinderen geldt precies hetzelfde. Op totaal willekeurige momenten, namelijk het moment waarop de leraar bedenkt de toetscijfers in het systeem te zetten, worden zij geconfronteerd met het cijfer. En dat is heus niet alleen onder schooltijd. Als ‘Huizinga van wiskunde’ ’s avonds om 23.00 bedenkt de cijfers in het systeem te zetten en de toets is onverhoopt niet goed is gemaakt, dan kan het zomaar zo zijn dat klas havo4c of gt3a met een onvoldoende naar bed gaat: ‘lekker slapen schat’.

Deze cijfers maken onderdeel uit van de maalstroom aan beelden de kinderen te verstouwen krijgen via social media. Beelden over het ideale lijf, over hoe te presteren, een cijfer voor Nederlands, een groepsbericht in de groepsapp, beelden over hoe je gezicht eruit moet zien, een cijfer voor Engels, een roosterwijziging, een melding van 113 zelfmoordpreventie: de hele dag gaan die beelden door en dringen zich op aan deze kinderen. Onder schooltijd, maar vooral ook voor- en na schooltijd en in het weekend.

Cijfers zijn daarmee los komen te staan van de pedagogische relatie tussen leraar en leerling. Op elk willekeurig moment kun je geconfronteerd worden met je cijfer. Misschien is dit wel één van de drivers achter die gevoelde prestatiedruk. Het hele idee dat een cijfer iets uitdrukt van wat er tussen leraar en leerling is gebeurd, of juist niet, lijkt steeds meer te verdwijnen. Een cijfer is los verkrijgbaar, elk moment van de dag. Onvoorspelbaar en bovendien niet alleen jij, maar ook je ouder kan zomaar op zaterdagavond zeggen: ‘ey, zie ik nu een 3 voor scheikunde?’

 

Cijfers zijn los komen te staan
van de pedagogische relatie
tussen leraar en leerling
 

Als we iets aan de prestatiedruk van kinderen zouden willen doen dan is een snelle oplossing dat scholen stoppen met het verspreiden van toetscijfers via allerlei apps. Cijfers horen thuis in het klaslokaal waarin de leraar bovendien context kan meegeven bij het cijfer, de reacties van leerlingen in kan schatten en kan uitleggen hoe hij zelf omgaat met het resultaat van de toets en de lessen die hij daar zelf uit trekt.

Bovendien zouden we dan ook direct aan kinderen de kans kunnen geven om zelf thuis te vertellen welk cijfer ze gehaald hebben. Door bijvoorbeeld af te spreken dat er altijd twee weken tussen de bekendmaking van het cijfer aan de leerling en aan de ouders zit. Een beetje speelruimte lijkt mij niet verkeerd. Ik denk niet dat dit hoeft met een wettelijk verbod. Elke verstandige school snapt zelf ook wel dat deze omgang met cijfers een voorbeeld van de doorgedraaide prestatiesamenleving is. Daar is geen gesprek met de staatssecretaris voor nodig.

Bert Wienen is associate lector Jeugd aan Hogeschool Windesheim. Dit stuk verscheen eerder op 24 april in Volkskrant.

 

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent