Onderzoek

Zwarte piet, racisme en onderwijs

Tekst Hannah Wolff
Gepubliceerd op 24-08-2020 Gewijzigd op 24-08-2020
De paaseieren en pepernoten liggen al jaren steeds eerder in de schappen. Het Zwarte Piet-debat begon dit jaar in een hittegolf mid-augustus.

De Verenigde Naties over racisme in Nederland

Half juli publiceerde de Verenigde Naties een rapport over racisme, discriminatie en vreemdelingenhaat in Nederland. VN-rapporteur Achiume noemt onder andere etnisch profileren door de politie, grootschalige discriminatie onder makelaars en – natuurlijk – Zwarte Piet. Ze juicht toe dat er geen zwarte pieten meer meelopen bij de landelijke intocht, maar is verrast over de bedreigingen waar anti-racismeactivisten mee te maken hebben, en het gebrek aan optreden van de autoriteiten. Haar aanbevelingen zijn vooral gericht aan de overheid: treed daadkrachtiger op tegen racisme; geef bijvoorbeeld trainingen over mensenrechten aan ambtenaren en hogere straffen voor racistische uitlatingen en misdaden.

In het rapport staat ondubbelzinnig dat kinderen uit religieuze en etnische minderheden in het Nederlandse onderwijs worden geconfronteerd met discriminatie en uitsluiting: ze krijgen een lager onderwijsadvies dan hun medeleerlingen (met dezelfde resultaten) op grond van hun afkomst en onderwijsniveau of de economische klasse van hun ouders, verlaten de middelbare school vaker voortijdig; degenen die het eindexamen wel maken slagen minder vaak, en op universiteiten worden discriminerende en intolerante uitspraken gezien als vrijheid van meningsuiting.

Achiume’s aanbeveling is om op scholen en in openbare fora meer aandacht te besteden aan het koloniale verleden en de slavernij. Een vollediger beeld van de Nederlandse geschiedenis laat ook de systematische raciale ondergeschiktheid zien, en biedt ruimte om te reflecteren op de discriminatie en stereotypen die vandaag nog bestaan vanwege die erfenis. Het gaat niet alleen om begrip van de manieren waarop verhandelde mensen van Afrikaanse komaf en volkeren uit de koloniën hebben bijgedragen aan het bouwen van Nederland, maar ook om benadrukken dat witte Nederlanders geprofiteerd hebben van de uitbuiting van deze groepen. Ze noemt ook specifiek aandacht voor de Turkse en Marokkaanse arbeidsmigranten, die hebben bijgedragen en blijven bijdragen aan de welvaart in Nederland.

 

Bewust van je eigen blik

De aandacht waarvoor het VN-rapport pleit begint er te komen. Er is lesmateriaal over dwangarbeid in Nederlands-Indië, de Surinaamse antikoloniale activist, auteur en verzetsheld Anton de Kom staat sinds kort in de geschiedeniscanon, en er zijn trainingen waar (toekomstige) leraren racisme, discriminatie en wit privilege leren herkennen in hun eigen onderwijspraktijk.

Onder studenten en personeel op de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) wordt er sinds 2014 een tweejaarlijkse enquête afgenomen over traditionele (zwart geschminkte) verbeelding van Zwarte Piet: voor, tegen, of geen mening? Tussen 2014 en 2016 was er een duidelijke stijging te zien in het tegen-kamp. In 2014 zei meer dan de helft van de respondenten voor te zijn. In 2016 was dat minder dan een derde, met meer mensen in het ‘geen mening’-kamp en een ‘tegen’-stijging van 30 naar 37 procent. In 2018 was de RUG bijna perfect in drieën verdeeld: 33 procent was tegen, en noemde de traditionele Zwarte Piet kwetsend, ouderwets of racistisch. 34,5 procent was voor, en de resterende 32,5 procent had geen mening. Een belangrijke terzijde bij deze percentages is dat de enquête klein was: 198 respondenten op dertigduizend studenten & zesduizend personeelsleden. Een onderzoek naar de beeldvorming van Zwarte Piet onder studenten aan de lerarenopleiding lijkt wel te zijn uitgevoerd, maar is niet openbaar beschikbaar.

Een onderzoek naar interculturele sensitiviteit onder studenten van de Academische Opleiding Leraar Basisonderwijs aan de RUG is wel openbaar. In ‘Bewust van je eigen blik’, uit januari 2020, wordt een project beschreven waarin aankomende leerkrachten zich meer bewust moesten worden van hun eigen perspectief, en hoe dat hun interpretatie en evaluatie van leerlingen kan beïnvloeden. Volgens het onderzoek is dit nodig, omdat ‘leerkrachten het vaak wel belangrijk vinden om op een goede manier met culturele verschillen om te gaan, maar niet altijd weten hoe ze hier in de praktijk vorm aan moeten geven. Het onderwijs bevat allerlei impliciete normen, waarden en verwachtingen, die voor sommige leerlingen een gunstiger leeromgeving creëren dan voor anderen’ (lees: leerlingen met een migratieachtergrond).

Om de bewustwording onder studenten te vergroten werd gebruik gemaakt van Visual Thinking Strategies (VTS), een gespreksvorm waarin studenten kunstwerken bespreken die te maken hebben met etnisch-culturele diversiteit. Studenten delen in kleine groepen hun observaties, interpretaties en associaties. De gespreksleider stelt steeds drie terugkerende vragen:

  • Wat gebeurt hier?

  • Wat zie je waardoor je dat zegt?

  • Wat kunnen we nog meer ontdekken?

De gespreksleider parafraseert de meningen van de deelnemers zonder daarbij een waardeoordeel te geven, en houdt de focus op het kunstwerk in plaats van op de student. Het idee is dat doordat elke bijdrage zonder oordeel wordt geparafraseerd, er een veilige sfeer ontstaat waarin verschillende, soms tegenstrijdige interpretaties naast elkaar kunnen bestaan. In deze veilige sfeer leren de studenten open te staan voor andere meningen en perspectieven, en om stil te staan bij hun eigen ideeën.

Het overgrote deel van de 49 studenten die deelnamen had een Nederlandse etnisch-culturele achtergrond. Voorafgaand aan de VTS-sessies is de persoonlijke en professionele interculturele sensitiviteit gemeten middels een vragenlijst. De meeste studenten hadden gemiddeld genomen een ‘neutrale tot positieve houding’ ten aanzien van culturele diversiteit. Na de VTS-sessies was de gemiddelde score op professionele interculturele sensitiviteit toegenomen met ongeveer 0,15 punt. De stijging voor persoonlijke interculturele sensitiviteit was nihil. Uit de conclusie: “Gezien de beperkte duur van de interventie kunnen we deze resultaten als veelbelovend bestempelen.”

 

De aanbeveling van de onderzoekers is om VTS te combineren met andere opdrachten rondom etnisch-culturele diversiteit, zoals een samenwerkingsopdracht of een groepsdiscussie – over Zwarte Piet bijvoorbeeld.

Dit soort discussies verloopt in Nederland soms weinig gezellig. Heftig uiteenlopende meningen zijn immers typerend voor het Zwarte Piet-debat. Hoewel er al zeker acht decennia geprotesteerd wordt tegen Zwarte Piet als racistische blackface-figuur, is het debat in de jaren 2010 vervormd tot een politieke discussie. Steeds vaker is niet meer de figuur, maar het debat zélf het onderwerp van discussie. In ‘Keeping things gezellig’ onderzoekt Heleen Schols hoe het debat ook kan worden gezien als graadmeter van wie er überhaupt iets mag zeggen, welke argumenten legitiem zijn en hoe en waar deze discussie moet plaatsvinden. Aan de hand van drie gebeurtenissen (een openbare hoorzitting over de ‘toelaatbaarheid’ van Zwarte Piet in 2013, de verstoring van de Keti Koti-bijeenkomst in 2014 en de nationale Sinterklaasintocht datzelfde jaar in Gouda) laat Schols zien hoe het debat over Zwarte Piet veel bredere vragen en problematiek omvat rond nationale identiteit, geschiedenis, macht en ‘ras’.

Schols constateert dat de bezwaren tegen de critici van Zwarte Piet vooral waren gericht op de manier waarop ze hun mening hadden geuit, in plaats van op hun argumenten. Het buiten de ‘normale’, ‘Nederlandse’ orde plaatsen van protesteerders op basis van hun (niet zo gezellige) stijl van communiceren, komt echter ook neer op het afwijzen van hun boodschap, aldus Schols. Daarbij komt dat veel Nederlanders racisme zien als een individueel en sociaal probleem, in plaats van als een probleem van het systeem. Schols’ aanbeveling is om het debat, en andere spanningen tussen principes van vrijheid en gelijkheid, juist minder persoonlijk en meer politiek te maken. De kritische bestudering van dominante begrippen en praktijken kan het democratische debat verbeteren en polarisatie verminderen.

 

Facebook en Instagram verbieden blackface

Op 11 augustus komt er groot nieuws: Facebook en Instagram verbieden stereotiepe foto’s en video’s van Zwarte Piet. Wanneer een gebruiker zo’n afbeelding rapporteert, gaan de diensten kijken of de afbeelding inderdaad stereotiep is (denk aan zwarte schmink, grote lippen, pruik met krulhaar), en zo ja, verwijderen ze het bericht. Pieten zonder de klassieke Zwarte Piet-kenmerken, zoals de schoorsteen- of roetveegpiet, blijven toegestaan.

De maatregel is onderdeel van de gewijzigde regels van Facebook (ook eigenaar van Instagram) over hate speech, haatzaaien, en gaat in beginsel niet specifiek over Zwarte Piet maar over alle blackface, het zwart schminken van je gezicht om zo een karikatuur op te voeren. De gewijzigde regels zijn onderdeel van het langer lopende proces van Facebook om haatzaaien te weren, in dat proces worden sommige uitingen, zoals blackface en de ‘kosmopolitische Jood’, specifieker benoemt dan andere vanwege de manier waarop die vormen van haatzaaien historisch zijn gebruikt om een groep mensen aan te vallen, te intimideren of uit te sluiten.

De volgende ochtend staan er onder het NOS-bericht op Facebook al ruim 1500 opmerkingen, variërend van jubelend (“een kleine stap naar verbetering”), tot neutraal (“als dit voor iedereen werkt prima”) tot racistische en extreem racistische uitlatingen die niet herhaald hoeven worden. Op woensdag 19 augustus laat ook webwinkel Bol.com weten dat ze vanaf eind september geen producten meer verkoopt met een afbeelding van Zwarte Piet “als stereotyperend karikatuur of van mensen die volledig donker zijn geschminkt”, met wederom pittige reacties als gevolg.

 

Bronnen:

Schols, H. (2019). Keeping things gezellig: Negotiating Dutchness and racism in the struggle over ‘Black Pete’. Proefschrift Universiteit van Amsterdam.

Deunk, M., Korpershoek, H., Hingstman, M., & Langeloo, A. (2020). Bewust van je eigen blik: Het gebruik van Visual Thinking Strategies ter bevordering van interculturele sensitiviteit bij studenten van de Academische Opleiding Leraar Basisonderwijs. Rijksuniversiteit Groningen: GION onderwijs/onderzoek.

Human Rights Council (02-07-2020). Report of the Special Rapporteur on contemporary forms of racism, racial discrimination, xenophobia and related intolerance on her visit to the Netherlands. A/HRC/44/57/Add.2.

Click here to revoke the Cookie consent