Nieuws

Zó geef je les op een groen lyceum

Tekst Winnifred Jelier
Gepubliceerd op 24-01-2017 Gewijzigd op 23-01-2017
Beeld De Beeldredaktie
Wat moet je in huis hebben als docent van het Groene Lyceum? Drie docenten leggen het uit. ‘De belangrijkste vaardigheid? Een helicopterview.’

Het Groene Lyceum heeft een eigen karakter en dat vraagt van docenten specifieke vaardigheden en kennis. ‘De belangrijkste? Een helicopterview,’ zegt Jan Harbers, projectleider bij het Groene Lyceum van AOC Terra. ‘Je moet over de grenzen van je eigen vak heen kunnen kijken.’

Docenten van het Groene Lyceum weten veel van zowel vmbo- als havoniveau, geven praktijkgericht les én kunnen werken zonder duidelijke richtlijnen van lesmethodes. ‘Wat er klaar staat voor vmbo-leerlingen, is te gemakkelijk voor leerlingen van het Groene Lyceum. Maar een havo-stramien is ook niet goed: de leerlingen zijn daar te praktijkgericht voor, ze willen aan de slag.’

Bovendien vindt het onderwijs aan het Groene Lyceum plaats in blokuren: per dag volgen leerlingen maximaal drie vakken en zitten ze per vak meer uren (een blok) bij een docent. ‘Alle docenten hebben daarom altijd een breed arsenaal aan activerende werkvormen paraat. Ze zijn voortdurend op zoek naar nieuwe, uitdagende manieren om leerlingen iets te leren.’

Kortom, je moet als docent beschikken over een flinke dosis creativiteit en ondernemingszin. En je werkt veel samen met andere docenten, bijvoorbeeld in het bedenken van vakoverstijgende lesprojecten of in de afstemming van het aanleren van vaardigheden als samenwerken en onderzoekend leren. ‘De docenten zijn teamplayers, ze staan open voor verandering, willen samen leren en zichzelf steeds verbeteren,’ zegt Harbers. Dat klinkt als een hoop ballen in de lucht, maar verwarring wordt uitgesloten: ‘Steeds weer keren we terug naar de bron: hoe kunnen we deze leerling, met deze kenmerken en behoeften, het beste bedienen?’


Denise Pot (28) I docent economie en project bij AOC Groenhorst I vestiging Almere

‘We houden leerlingen een spiegel voor. Wat kun je? Wat zijn je sterke en minder sterke kanten? Ik zie mijn leerlingen groeien in het ontdekken van wie ze zijn. Die aandacht voor zelfontwikkeling is er ook voor de docenten van het Groene Lyceum. Ook wij moeten weten wat we goed kunnen, waar onze kwaliteiten liggen. We zijn een voorbeeld voor onze leerlingen, moeten uit onze comfortzone durven stappen, bereid zijn om te reflecteren op ons eigen handelen.’

‘Aandacht voor zelfontwikkeling is er ook voor de docenten’

Toen Pot op de Groenhorst begon, voelde ze zich snel thuis. ‘Iedereen kende elkaar. Als het bij de ene klas minder goed liep, kwamen we elkaar helpen. Nu de school groter is, streven we er nog voortdurend naar om van eilandjes een mooi landschap te worden. Bijvoorbeeld via werkgroepen, waar collega’s samenwerken aan onderwijsontwikkeling, zoals de aansluiting van loopbaanleren op de rest van het curriculum. Tijdens mijn lessen doet ik veel meer dan het uitleggen van economische theorieën. Door de blokindeling is er veel lestijd aan één stuk en kan ik variëren met werkvormen. Ik laat leerlingen filmpjes maken over het btw-systeem of geef groepjes de opdracht een mindmap te tekenen. Ook laat ik leerlingen soms drie op een rij spelen: drie leerlingen leggen een-voor-een een economisch begrip uit en vervolgens probeert de rest van de klas te achterhalen welke uitleg de beste is.

Mijn werk kent drie kernfasen: Leiden, begeleiden en zelfstandig laten werken. Zo ook tijdens projectlessen, waarbij leerlingen zes tot acht weken achtereen aan eenzelfde project werken en in de praktijk leren. Zo vroeg de Gemeente Almere bijvoorbeeld wat er concreet kon met een stel leegstaande panden, dat een creatieve bestemming moest krijgen. Ik neem de leerlingen dan eerst mee voor een rondleiding. Vervolgens geef ik een kader waarbinnen ze aan de slag gaan en gaandeweg nemen ze steeds meer eigen verantwoordelijkheid.’

Wilfred ten Have (28) I docent Engels en drama bij AOC Groene Welle I vestiging Zwolle

‘In het begin dacht ik: zo’n leerling kan alles al, die vliegt door het programma heen. Maar een Groene Lyceum-leerling is ook gewoon een jongere die moet leren plannen en “leren leren”,’ zegt Wilfred ten Have. Hij werkt inmiddels zeven jaar op de school, die vier jaar geleden een Groen Lyceum-traject introduceerde. ‘Sommige collega’s waren terughoudend, ze voelden zich onzeker. Wat moest dit worden? We zijn gaan kijken bij andere scholen, maar uiteindelijk moet je er zelf vorm aan geven.

Wat mijn werk bijzonder maakt? Het zit in het woordje groen. Dat staat natuurlijk voor de praktijkkant, maar voor mij ook voor levendigheid. Ik zie bij ons op school een levendigheid waar ik van geniet. Dat heb ik op andere scholen niet eerder meegemaakt.

‘Ik zie bij ons op school een levendigheid waar ik van geniet’

Een docent van een Groen Lyceum moet flexibel zijn en bereid zijn om nieuwe dingen uit te proberen. Ik geef bijvoorbeeld opdrachten met tablets of laat leerlingen iets presenteren wat ik op het reguliere vmbo zelf klassikaal uitleg. Verschillen met het vmbo? Die zijn er genoeg. Discussies vinden plaats op een ander niveau. Als ze op het Groene Lyceum bijvoorbeeld een laag cijfer krijgen, ben ik langer bezig met uitleggen waarom dat zo is.

Telkens weer die aansluiting zoeken met wie je voor je hebt, daar gaat het om, en daarin verschilt mijn werk als docent van het Groene Lyceum niet in dat van andere docenten. Ik heb boerenjongens en -meisjes in de klas die later het bedrijf van hun ouders over willen nemen. Ze zeiden dat ze geen Engels nodig hebben. “Maar ook als boer moet je Engels kunnen,” antwoordde ik toen. “Bijvoorbeeld als je een machine uit het buitenland koopt.” Oh ja, zie ik ze dan knikken. Geweldig.’

Ivar Prins (27) I docent geschiedenis en aardrijkskunde bij scholengemeenschap Melanchthon Business School in Bleiswijk

Geschiedenis en aardrijkskunde zijn misschien niet de eerste vakken waaraan je denkt als het gaat over praktijkgericht onderwijs. Onterecht, blijkt uit het verhaal van Ivar Prins. ‘Ik laat leerlingen bijvoorbeeld historische kaarten maken of in groepjes een transportplan ontwerpen.’

De speciale doelgroep van het Groene Lyceum vraagt van de docent een creatieve houding, merkt Prins, die inmiddels zeven jaar in het onderwijs zit, waarvan vijf bij het Groene Lyceum. ‘Je moet steeds opnieuw kijken hoe je het onderwijs praktijkgericht maakt. Zo selecteer ik die lesstof waarvan ik denk dat mijn leerlingen er het meeste aan hebben en ligt bij aardrijkskunde het accent meer op infrastructuur dan op grondstoffen.

‘Dit onderwijs vraagt om een creatieve houding’

Omdat geschiedenis en aardrijkskunde geen eindexamenvakken zijn, heb ik extra vrijheid. Bij geschiedenis kan ik bijvoorbeeld veel aandacht schenken aan hoe leerlingen met historische feiten omgaan. Weten ze de bronnen goed te beoordelen en te gebruiken? Op het reguliere vmbo, waar ik ook lesgeef, ben ik meer tijd kwijt met controleren. Daar moet ik toch vooral netjes de onderwerpen van het programma aflopen om de leerlingen voor te bereiden op het examen.

Ook is het makkelijker vakoverstijgende opdrachten te geven. Zo’n opdracht met historische kaarten kan natuurlijk ook goed in de aardrijkskundeles van pas komen. En misschien ga ik zelfs de dierenverblijven en groene kas van de school aan mijn lessen koppelen. Leerlingen vinden die kas en verblijven altijd heel leuk.’

 

Dit artikel verscheen in de special '10 jaar Groen Lyceum' (jan/feb 2017). Deze special is gemaakt in opdracht en met financiële bijdrage van Terra, AOC Oost, Groenhorst, Melanchthon, Lentiz onderwijsgroep, GroeneWelle en NRO. 

Click here to revoke the Cookie consent