Zo’n drie kwart van alle leerlingen weet het niveau van het schooladvies vast te houden, concludeerden we al eerder in Didactief (Schooladvies: de leerkracht weet het beter, juni 2019). Toch worden de potentiële leerprestaties van met name leerlingen met een vmbo-bb- en een -kb-advies structureel onderschat. Slechts een kleine meerderheid van deze leerlingen zit in het derde vo-jaar op het adviesniveau (66% bij vmbo-bb, 61% bij vmbo-kb, 72% bij vmbo-gt).
Dit blijkt uit ons onderzoek naar leerlingen die in schooljaar 2014-2015 en 2015-2016 in groep 8 zaten (respectievelijk 189.551 en 183.777 leerlingen). De gegevens zijn afkomstig van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) en hebben alleen betrekking op leerlingen die tussen het schooladvies en de derde klas niet zijn blijven zitten en niet met de middelbare school zijn gestopt (zie ook ons vorige artikel in Didactief). Het percentage leerlingen dat is blijven zitten, is voor alle adviezen ongeveer even groot (4 tot 5%). Het aantal leerlingen dat is gestopt, is voor alle adviezen heel klein.
Een aanzienlijk deel van de vmbo’ers stijgt boven hun adviesniveau uit. Bijna een derde (31%) van de leerlingen met het advies vmbo-bb en meer dan een kwart (28%) met het advies vmbo-kb zitten in het derde jaar op een hoger niveau.
Een veel kleiner deel zit in de derde onder het geadviseerde niveau (4% bij vmbo-bb, 11% bij vmbo-kb), waarbij de afstand tussen praktijkonderwijs en vmbo-bb enigszins vertekenend kan werken (een leerling met bb-advies zal eerder op- dan afstromen). Voor leerlingen met vmbo-gt-advies is het verschil minder groot (12% zit onder en 16% boven het advies).
De leerlingen die in groep 8 een dubbel schooladvies hebben gekregen, zitten in het derde vo-jaar meestal op een van beide adviesniveaus (87% bij vmbo-bb/kb, 93% bij vmbo-kb/gt en vmbo-gt/havo, 92% bij havo/vwo). In onze manier van berekenen voorspellen dubbele adviezen iets beter.
Als maat voor een kloppend advies namen we het percentage leerlingen dat in het derde jaar van het vo op het niveau zit dat het advies aangaf. Voor alle leerlingen met bijvoorbeeld advies vmbo-gt bekijken we het percentage leerlingen dat een paar jaar later in 3 vmbo-gt zit. Voor leerlingen met een dubbel advies (zoals vmbo-kb/gt) geldt dat ze in de derde klas op een van deze twee niveaus moeten zitten.
De cijfers in dit artikel betreffen de groep 8’ers uit schooljaar 2015-2016. De gegevens van de andere jaargroep zijn nagenoeg gelijk (alle getallen verschillen niet meer dan 1%).
Door de complexe dynamiek van de eerste jaren in het voortgezet onderwijs kan het schooladvies niet 100% nauwkeurig zijn. Wel mag verwacht worden dat het schooladvies een redelijk hoge nauwkeurigheid heeft; potentiële leerprestaties van leerlingen mogen niet structureel worden over- of onderschat.
Waar dat laatste bij de vmbo-leerlingen precies door komt, is op basis van alleen de gegevens in ons onderzoek moeilijk te zeggen. Het schooladvies is gebaseerd op de leerprestaties in groep 6, 7 en 8 en op beoordelingen van de leerkracht over onder meer hoe zelfstandig de leerling werkt, hoe gemotiveerd hij is voor school en hoe hij met huiswerk omgaat. Er is weinig bekend over hoe leraren deze verschillende factoren meewegen in het schooladvies, en vooral of deze weging verschillend is voor de verschillende niveaus. Geven leraren een minder gemotiveerde leerling eerder een vmbo-advies (in plaats van havo) vanwege dit ‘tekort’ aan motivatie?
Meer onderzoek kan inzicht geven in hoe de enkelvoudige adviezen vmbo-bb en -kb precies tot stand komen en hoe deze beter kunnen, zodat er maatregelen kunnen komen tegen structurele onderadvisering van deze leerlingen.
Matthijs Warrens, Hanke Korpershoek en Monique Dijks zijn verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Erik Fleur is werkzaam bij DUO.
Vwo- en havoadvies
|
Dit artikel verscheen in Didactief, oktober 2019.
En blijf op de hoogte van onderwijsnieuws en de nieuwste wetenschappelijke ontwikkelingen!
Inschrijven