Onderzoek

Rolmodel helpt bij uitdagend gedrag (2)

Tekst LINDA VAN DEN BERGH EN ANJE ROS
Gepubliceerd op 07-10-2019 Gewijzigd op 07-10-2019
In het artikel ‘Rolmodel helpt bij uitdagend gedrag’ (Didactief, september 2019) kun je kennismaken met een leeromgeving die is ontwikkeld om je beter te leren omgaan met uitdagend gedrag. Elf rolmodellen geven inspiratie vooral om te voorkomen dat je straks met je handen in het haar zit bij een ‘moeilijke’ leerling. De leeromgeving is mede en grotendeels gebaseerd op de zelfdeterminatietheorie (voortaan ZDT) van Deci en Ryan. In dit artikel laat een rolmodel zien hoe je als leraar de autonomie van leerlingen kunt versterken.

 

Deci en Ryan

De zelfdeterminatietheorie (ZDT)  is ontwikkeld door de Amerikaanse psychologen Ryan en Deci. Voor intrinsieke motivatie moeten de drie psychologische basisbehoeften vervuld zijn: autonomie, competentie en sociale verbondenheid. In het kort gezegd gaat het om het bieden van keuzes binnen duidelijke kaders in een warm en positief pedagogisch klimaat. Als je dit weet te bereiken, kun je uitdagend gedrag in veel gevallen voorkomen. Hoewel de ZDT wereldwijd zeer breed wordt toegepast, is de theorie niet onomstreden.

 

Autonomie en autonomie-ondersteuning

Autonomie, competentie en sociale verbondenheid vormen de bouwstenen van de ZDT. Dit zijn de psychologische basisbehoeften van ieder mens. Bij autonomie gaat het er om dat leerlingen zich verantwoordelijk voelen voor hun leerproces en eigenaarschap ervaren. Leerlingen voelen dat ze zelf invloed kunnen uitoefenen op hoe ze leren als ze zelf leeractiviteiten of materialen mogen kiezen. Ze zijn meer gemotiveerd om te leren als ze beseffen dat de leerstof belangrijk is voor hemzelf en niet om een ander te plezieren of uit angst voor negatieve consequenties. Het helpt als je niet-directieve taal gebruikt, bijvoorbeeld hints, tips of suggesties geeft. Zo laat je ruimte aan de leerlingen. Vervolgens is het belangrijk dat je ze ook ondersteunt bij het maken van hun keuzes. Hierdoor krijgen zij steeds meer inzicht in hun eigen voorkeuren, sterke- en ontwikkelpunten.

In de situatie die we hieronder beschrijven geeft Juf Eelke haar leerlingen bijvoorbeeld de regie bij het zoeken van een oplossing voor een conflict op het schoolplein.

 

Situatie

Na de pauze komt een van de leerlingen (A) naar mij toe en geeft aan dat het in de pauze niet goed ging: twee andere leerlingen uit haar vriendengroepje hebben weer ruzie over het spel. Nadat ze heeft uitgelegd wat er precies is gebeurd, heb ik gevraagd wat zij denkt dat goed is: het nu meteen met de andere kinderen uitpraten of het nu even laten en later bespreken? A. wil graag meteen een gesprek.

 

Taak van de leraar

Ik vind het mijn taak om de kinderen te leren hoe ze zelf conflicten op een goede manier kunnen oplossen. Ik doe dit door de regie zoveel mogelijk bij hen te laten, maar hen wel te ondersteunen als het nodig is. Ik vind het belangrijk dat de leerlingen weten dat, als ze er zelf niet uitkomen, ze mijn hulp kunnen inroepen. Ik probeer hen daarna zoveel mogelijk zelf inzicht te geven in de situatie en een oplossing te laten bedenken. In dit geval kwamen de leerlingen er zelf niet uit en kwam één van de leerlingen naar me toe voordat het escaleerde.

 

Actie

Ik heb A. en de drie andere kinderen die het betrof aan mijn tafel uitgenodigd om de pauze-activiteit te bespreken. Ik liet elk kind kort vertellen wat er is gebeurd, zonder dat een ander mag inbreken. Daarna vroeg ik aan alle kinderen of het klopt of dat ze nog wat willen aanvullen. In dit geval bleek dat de regels van het voetbal niet duidelijk waren. Ze kwamen er zelf achter dat het vaker voorkomt dat regels niet zo duidelijk zijn. Nadat we samen deze conclusie hadden getrokken, vroeg ik hoe de leerlingen dit wilden oplossen. Ik vroeg hen of ze zelf de regels kunnen verduidelijken of dat ze willen dat ik dat doe. A. geeft dat ze dat zelf wel kunnen. We spreken af dat zij daarover nadenkt en met een nieuw voorstel komt voor verduidelijking van de regels.

 

Resultaat

A. heeft een voorstel gedaan voor duidelijker regels en die heeft ze met de betrokken leerlingen besproken. Hierop zijn nog een paar aanpassingen gedaan door andere kinderen en uiteindelijk heeft de groep aangegeven dat de nieuwe regels beter zijn. Dit groepje vrienden kan weer leuk buiten spelen en heeft vertrouwen gekregen dat zij kleine conflicten zelf kan oplossen. Eén van de jongens die nog moeite heeft met communiceren en samen spelen komt nog regelmatig naar me toe. Dan bespreken we wat er is gebeurd en hoe hij zou kunnen reageren.

 

Reflectie

Ik heb geleerd dat ik niet te snel moet ingrijpen als er een conflict dreigt, zodat leerlingen kunnen leren om dit zelf op te lossen. Door erop te vertrouwen dat leerlingen dit zelf kunnen of anders mijn hulp kunnen inroepen, voelen zij zich meer verantwoordelijk. In dit geval hoefde ik alleen het gesprek te leiden. A. kwam op tijd naar me toe en kwam zelf met de oplossing. Ik heb structuur aangebracht in het gesprek en steeds herhaald en samengevat. Ik ben trots op A. dat zij zelf het initiatief heeft genomen en nieuwe regels heeft opgesteld en zij is daar zelf ook trots op.

Eelke heeft effectief autonomie geboden en ondersteund. Natuurlijk kan dit ook op veel andere manieren. Wil je dit ook proberen in je klas? Ga aan de slag met onderstaande checklist en neem een kijkje op de leeromgeving.

 

Checklist Autonomieondersteuning

Observeer een collega, medestudent of jezelf (eventueel met behulp van een video-opname) of vraag iemand om jou te observeren.

 

Aspect van autonomieondersteuning

Aantal keren gezien (turven)

Toelichting

Laat leerlingen zelf doelen stellen

 

 

Bespreekt het belang en/of nut van de leerdoelen

 

 

Geeft leerlingen een keuze

 

 

Stelt vragen over wat leerlingen willen doen

 

 

Luistert aandachtig naar leerlingen

 

 

Verplaatst zich in het perspectief van een leerling

 

 

Erkent gevoelens van een leerling

 

 

Geeft begeleidende instructies of feedback

 

 

Moedigt leerlingen aan tot initiatief

 

 

Nodigt kinderen uit om activiteiten uit te voeren zonder het woord ‘moeten’ te gebruiken.

 

 

Laat leerlingen zelf oplossingen voor problemen bedenken

 

 

(naar Van den Bergh & Ros, 2015; Verbeeck, 2010)

 

Het onderzoeksproject Passend leren omgaan met uitdagend gedrag: benutten van good practices wordt gefinancierd door NRO (projectnummer: 405-18-642). Ga ook aan de slag met de gratis leeromgeving: fontys.nl/passend-leren-omgaan-met-uitdagend-gedrag.
 

Verder lezen

1 Rolmodel helpt bij uitdagend gedrag

Click here to revoke the Cookie consent