Onderzoek

Rolmodel helpt bij uitdagend gedrag

Tekst Linda van den Bergh en Anje Ros
Gepubliceerd op 03-09-2019 Gewijzigd op 09-01-2020
Zit je met de handen in het haar bij die ene ‘moeilijke’ leerling? In een digitale leeromgeving bieden collega-leraren inspiratie. ‘Ik was ook zo’n juf die gedrag vooral lastig vond. Dat wilde ik anders doen.’  

‘Een leerling deed regelmatig niet wat ik zei. Ik probeerde naar mijn idee van alles, maar niets hielp. Op een dag werd ik zo boos op hem dat ik tegen hem ging schreeuwen.’ Dit beschrijft een leerkracht van groep 7 over een machtsstrijd die ze probeerde op te lossen. Schreeuwen vond ze een teken van machteloosheid: ‘Ik ben de professional, dus ik moet iets veranderen en niet het kind.’ Ze besloot twee keuzes te geven als de leerling niet luisterde. ‘Ik benaderde hem ook positiever. Elke keer als hij iets goed deed, gaf ik hem een compliment. (…) Ik koos er bewust voor wanneer ik wel of niet met hem de strijd aanging.’ Zo bouwde ze een band met de leerling op: ‘Ik gaf hem het vertrouwen dat hij zelf de juiste keuze kon maken en daardoor was er geen strijd meer nodig.’
Met haar aanpak kwam deze leerkracht tegemoet aan de psychologische basisbehoeften van de leerling: relatie, autonomie en competentie, gebaseerd op de zelfdeterminatietheorie van Ryan en Deci. Als de basisbehoeften vervuld zijn, draagt dit bij aan een stimulerend pedagogisch klimaat waarin leerlingen leren leuk en interessant vinden. Dan laten ze meer positief en taakgericht gedrag zien.
Vrijwel iedere leerkracht kent deze theorie, toch is de toepassing minder gemakkelijk. Ga er maar aan staan – je moet een positieve houding hebben, affectie tonen naar al je leerlingen, keuzevrijheid bieden en tegelijk duidelijk zijn over verwachtingen en afspraken. Sommige leerkrachten zijn er beter in dan anderen. Hoe kun je leren van collega’s die hier goed in zijn?
 

Portretten

Elf leerkrachten die het gewend zijn met ‘moeilijke’ leerlingen en groepen te werken en die dat goed afgaat, kunnen je inspiratie geven. In een nieuwe digitale leeromgeving tonen zij – negen leerkrachten uit het primair onderwijs, één uit het speciaal basisonderwijs en één uit het speciaal onderwijs (cluster 4) – hoe je uitdagend gedrag in de klas kunt aanpakken en voorkomen. Wij hebben hen gefilmd in de les, geïnterviewd en gevraagd dilemma’s te beschrijven volgens de STARR-methode (Situatie, Taak, Actie, Resultaat en Reflectie). Daarnaast hebben we hun leerlingen gevraagd om een woordweb te maken van wat zij fijn vinden aan hun leerkracht. Deze ingrediënten kunnen jou als leerkracht of student handvatten geven.
In de digitale leeromgeving is van alle ‘rolmodellen’ – perfect zijn ze uiteraard niet – een korte typering opgenomen, waaruit hun visie blijkt. Gemene deler is dat ze een heel sterke relatie met hun leerlingen opbouwen. Hun grondhouding is positief: ze zijn begripvol en tonen oprechte interesse, bijvoorbeeld door korte gesprekjes te voeren met de leerlingen bij binnenkomst. De leerkrachten zien uitdagend gedrag als een manier van communiceren door de leerling. Ze kijken er open en aandachtig naar om te begrijpen wat een leerling met het gedrag duidelijk wil maken en om nog beter af te stemmen op diens onderwijsbehoeften. Zoals een van de leerkrachten zegt: ‘Een eerste stap is het kind te zien in de verschillende situaties en zo het gedrag te leren lezen.’ Een ander verwoordt het zo: ‘Ik probeer erachter te komen wat de onderliggende reden van het gedrag is, zodat ik de leerling echt kan helpen.’ De leerlingen zelf noemen hun leerkracht in de eerste plaats ‘lief’ en ‘aardig’.
 

Geef twee keuzes

Leerkracht Janneke laat via de STARR-methode zien hoe het bieden van autonomie helpt bij uitdagend gedrag. Een van haar leerlingen doet bijvoorbeeld niet wat ze zegt. Janneke probeert van alles, maar niets werkt. Dan besluit ze om de jongen steeds twee keuzes te geven: maak bijvoorbeeld een opdracht nu óf in de pauze dan wel na schooltijd. ‘Nadat ik hem die keuze gaf, liep ik weg, erop vertrouwend dat hij voor een van de twee opties zou kiezen. Als ik zou blijven staan, dan zou ik een machtsstrijd met hem aangaan. Door weg te lopen was de keus echt aan hem. Ik bleef daardoor veel rustiger en besteedde minder aandacht aan zijn gedrag. Als hij op dat moment niets deed, was het ook prima, maar dan zorgde ik wel dat hij in de pauze of na schooltijd bij mij zat. Ik bleef rustig en zei dan: “Je hebt ervoor gekozen om je werk daarstraks niet te doen, dus ga je het nu maken.” Uiteindelijk bleek dit maar een paar keer nodig te zijn. Daarna koos hij ervoor om in de les te gaan werken.’

 

Keuzevrijheid

De rolmodellen geven voorbeelden van hoe zij omgaan met de basisbehoeften van hun leerlingen. Zo is bij ‘autonomie’ een filmpje te zien van de manier waarop leerkracht Stephanie keuzevrijheid biedt (zie ook kader ‘Geef twee keuzes’) en niet-directieve taal gebruikt. Een fragment van leerkracht Lieke laat zien hoe leerlingen tijdens een gymles zelf keuzes mogen maken bij de groepsindeling. Lieke benoemt wat ze ziet gebeuren, waarmee ze de leerlingen bewust wil maken van hun gedrag. Ze bespreekt de ontwikkeling in hun zelfstandigheid bij het maken van teams: bij de start van het schooljaar waren ze nog minder zelfstandig dan een halfjaar later. Met haar opbouwende feedback en complimenten geeft ze de leerlingen vertrouwen en voelen zij zich trots op zichzelf. Zo laten de filmpjes van de rolmodellen en de reflectievragen je nadenken, liefst samen met je collega’s, over jullie eigen handelen in vergelijkbare situaties.
 

Effectief

In de leeromgeving vind je ook tips gebaseerd op overzichtsstudies naar effectieve professionalisering (onder andere Van Veen, Zwart en Meirink, 2010; Gast, Schildkamp en Van der Veen, 2017). Belangrijk is bijvoorbeeld dat je eigen leerdoelen formuleert en bespreekt , op je eigen opvattingen en handelen reflecteert en nieuwe inzichten toepast in je eigen groep.
Twee groepen leerkrachten die voor ons onderzoek met de leeromgeving hebben gewerkt, vonden het vooral waardevol om de STARRs te bespreken en die zelf te schrijven. Ze merkten dat ze door de vragen in de leeromgeving tot meer diepgang kwamen. Waar ze voorheen tijdens intervisie vooral praktische tips aan elkaar gaven, gingen ze nu veel meer in op de situatie en op de opvattingen en beweegredenen van de leerkracht die de casus aandroeg.
Het gaat soms om kleine dingen die een groot verschil kunnen maken, zoals een van de leerkrachten vertelde: ‘Leerkrachten in de filmpjes zeggen: “Goh, ik zie dat…” Ze stellen een vraag en dan komt er een gesprek. Ik zag dat ik dit zelf anders kan doen. Ik was ook zo’n juf die gedrag vaak vooral lastig vond en natuurlijk, daar ligt een oorzaak onder. Maar nu kijk ik wel eerder, en als ik gedrag zie veranderen, ga ik meteen het gesprek aan: “He, ik zie dit bij je, vertel, hoe komt het?” Er kwam vandaag nog een kind boos binnen. Ik dacht: hé, jij bent altijd vrolijk. Ik zei: “Ik zie dat je niet zo blij kijkt vandaag.” Nou, er kwamen tranen met tuiten en een heel verhaal, maar de rest van de dag is zo’n kind wel opgelucht. Als ik dat niet gezien had vanochtend of er niet op gereageerd had, God weet wat voor gedrag je dan zou zien.’
 

Checklist

In de leeromgeving vind je een checklist voor omgaan met lastig gedrag, zoals:

  • Bied keuzes aan, zodat leerlingen vanuit hun eigen interesses kunnen werken. Bijvoorbeeld keuzes in thema’s en leerdoelen, werkvormen, materialen en tempo.
  • Stimuleer leerlingen om zelf met ideeën te komen. Laat ze een eigen oplossing uitproberen.
  • Vraag eerst aan leerlingen hoe zij zelf een taak, een moeilijkheid of een conflict willen aanpakken en oplossen voordat jij met een suggestie komt.

 

Voorbeeld van een STARR

Wat doe je met een leerling die de instructie telkens verstoort? Leerkracht Simone neemt je stap voor stap mee door haar oplossing:

Situatie

‘N. is een drukke en aanwezige jongen in mijn groep 8. Tijdens de spellinginstructie roept hij opmerkingen door de groep, hij tekent op een blaadje en hij raakt anderen steeds aan. De andere kinderen hebben hier last van.’

Taak

‘Mijn taak is het geven van een goede spellinginstructie aan de hele groep, ook aan N.’

Actie

‘Ik heb N. gevraagd of hij mijn kopje even beneden in de keuken wilde zetten. Ik knipoogde hierbij naar hem en hij deed wat ik vroeg. Toen hij terugkwam, zei ik tegen hem: “Je hebt een deel van de instructie gemist. Je mag kiezen: óf je sluit nog aan óf je gaat alvast aan je basistaken werken en dan leg ik het je zo uit.” Hij koos voor het laatste.’

Resultaat

‘N. is zelf aan de slag gegaan met zijn werk. Na de instructie aan de groep heb ik hem een verkorte instructie gegeven, in een een-op-eensituatie.’

Reflectie

‘Doordat ik N. even uit de situatie haalde, hoefde ik niet de strijd met hem aan te gaan. Hierdoor kon de instructie voor de groep gewoon doorgaan. Ik heb N. de instructie uiteindelijk toch kunnen geven. Hierdoor was mijn doel op een andere manier toch bereikt. Uiteraard heb ik ook met hem besproken dat het kunnen volgen van een groepsinstructie wel belangrijk is, zeker met het oog op de middelbare school. Hij realiseerde zich wel dat dit niet kan op de manier waarop hij zich gedroeg. Zo is het een waardevol leermoment geweest. Hij is meer intrinsiek gemotiveerd geraakt om de volgende keer wel constructief aan te sluiten bij een groepsinstructie.’


Het onderzoeksproject Passend leren omgaan met uitdagend gedrag: benutten van good practices wordt gefinancierd door NRO (projectnummer: 405-18-642). Ga ook aan de slag met de gratis leeromgeving: fontys.nl/passend-leren-omgaan-met-uitdagend-gedrag

Bronnen:
- Van Veen, Zwart en Meirink, 2010 > Professionele ontwikkeling van leraren

- Gast, Schildkamp en Van der Veen, 2017 > Team-Based Professional Development Interventions in Higher Education

Dit artikel verscheen in Didactief, september 2019. Lees ook het tweede artikel in de serie. 

Verder lezen

1 Rolmodel helpt bij uitdagend gedrag (2)

Click here to revoke the Cookie consent