Onderzoek

Mbo = basisonderwijs

Tekst Monique Marreveld
Gepubliceerd op 25-07-2016 Gewijzigd op 04-11-2016
Beeld Human Touch Photography
In een samenleving die steeds hoger is opgeleid, wordt het mbo steeds meer onderdeel van het funderend onderwijs. Dat zegt Renée van Schoonhoven, bijzonder hoogleraar onderwijsrecht met betrekking tot het beroepsonderwijs.


Een voorbeeld: nog niet zo lang geleden werden 17 regionale kenniscentra onderwijs en bedrijfsleven opgeheven en vervangen door één landelijke samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven. Op papier heeft het bedrijfsleven daarmee – werkgevers en werknemers – nog steeds een vinger in de pap van het beroepsonderwijs, maar in de praktijk richten docenten zich niet naar het SBB. Dat zegt Renée van Schoonhoven, bijzonder hoogleraar onderwijsrecht met betrekking tot het beroepsonderwijs. Begin april hield zij haar oratie aan de VU en die was behoorlijk kritisch, ook ten aanzien van OCW. Didactief las de oratie nog eens door.

portret renee van schoonhovenHalf miljoen
De cijfers zijn allereerst imponerend. Meer dan een half miljoen jongeren volgt mbo-onderwijs, circa 520.000 studenten. Het zijn er procentueel wel elk jaar minder: In 2000 49% van de totale onderwijspopulatie, in 2012 44%. Steeds minder jongeren volgen daarbij duaal onderwijs (deels werkend en deels naar school, de bbl-variant), de meerderheid gaat de hele week naar school (de bol-variant).
De beroepsgerichte leerwegen, en daarvan dan vooral de basisberoepsgerichte leerweg, in het vmbo zakken weg: in 2005 zit nog 56% van de vmbo‐leerlingen in zo'n leerweg, in 2015 is dat gedaald tot 48%. In het mbo zet die trend door: de entree- en niveau 2-opleidingen (minst theoretisch) trekken steeds minder studenten.
Op zowel het mbo als het vmbo draait het bovendien steeds meer om avo-vakken. Nederlands raakt steeds hoger opgeleid, en het beroepsonderwijs lijkt op zijn retour. Kan een land zich dat veroorloven?

Gilden
Eeuwenlang bemoeide de overheid zich helemaal niet met het beroepsonderwijs. Dat constateerde onze columnist Sjoerd Karsten al eens. Slechts langzaam mengde de overheid zich in wat voordien meestal een familiezaak was. In 1818 werden de gilden verboden, in 1860 volgde de wet op het middelbaar onderwijs. Er kwam algemeen vormend onderwijs voor wie niet naar de universiteit ging.
Beroepsvorming bleef iets van 'de bazen', tot 1921, toen de wet op het nijverheidsonderwijs in werking trad. Beroepsonderwijs werd voortaan betaald door de overheid en in handen gegeven van bijzondere en openbare instellingen. In die volgorde. De redenering was dat er al zoveel 'bijzondere' vakscholen waren, dat het stichten van openbaar beroepsonderwijs niet meer overal nodig was. Tot welke problemen dat zelfs decennia later nog leidde, beschreef Jos Leenhouts hier.
Dagscholen en avondonderwijs werden in één wet geregeld. Jongeren die overdag bij een baas werkten en ʻs avonds naar school gingen, werden daarmee financieel gelijk gesteld met leerlingen in het reguliere onderwijs. Tijdelijk, want later komt deze duale categorie terecht in de wet op het cursorisch beroepsonderwijs; het mbo zoals we dat nu kennen, werd uiteindelijk onderdeel van de WEB (1996), na een kort intermezzo binnen de reguliere Mammoetwet.

Status aparte
In de WEB kreeg het mbo de facto een status aparte, samen met leerlingwezen, vormingswerk en volwasseneneducatie. Deze uitzonderingspositie in het onderwijsbestel geldt nog steeds. En een deel van de studenten die mbo volgen, gaat overigens niet naar de mbo-scholen die de overheid betaalt, maar bezoekt private onderwijsinstellingen die wel van overheidserkenning afhankelijk zijn zoals LOI en Schroevers.
De positie van het beroepsonderwijs staat nu ter discussie. Want als het steeds algemener wordt, moet het dan ook niet worden gezien als een vorm van funderend onderwijs?
Een van de redenen voor de status aparte was de noodzakelijke bemoeienis van het bedrijfsleven met het mbo.
In de praktijk blijft er van die bemoeienis niet zoveel over, volgens Van Schoonhoven. Voorheen waren er zo'n zeventien branche‐ en sectorgerelateerde kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven (kbb's). Na hun opheffing in 2015 en samenvoeging in één Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) is er van daadwerkelijke invloed weinig over. De SBB is betrokken bij de totstandkoming van de kwalificatiedossiers (laten we zeggen: het curriculum), maar de afstand tussen onderwijs en bedrijfsleven is toch flink vergroot en de invloed minder direct.
De invulling van het onderwijs zelf wordt algemener. Zowel in het vmbo, de leverancier van studenten, waar inhoudelijk meer wordt geclusterd, als in het mbo waar het aantal kwalificatiedossiers wordt verkleind van 230 dossiers met 600 kwalificaties naar respectievelijk 175 met 480. Algemenere curricula dus waar bovendien avo-vakken als Nederlands, rekenen en moderne vreemde talen zwaarder tellen.
Feilloos wijst Van Schoonhoven op inconsistent beleid van OCW dat niet lijkt te kunnen kiezen tussen een avo-mbo en een meer beroepsgerichte variant. Rekentoets en bredere kwalificatiedossiers wijzen de avo-kant op; initiatieven als Techniekpact en vakmanschaps- en technologieroutes stimuleren juist op de beroepsvoorbereidende kant van het mbo. Was will das Weib, minister Bussemaker?

Kwalificatieplicht
Maar de wal keert het schip. Van Schoonhoven wijst op de invloed van de wet Passend Onderwijs en op alle maatregelen tegen voortijdig schoolverlaten. Sinds de wijziging van de Leerplichtwet in 2007 is de partiële leerplicht tot 18 jaar vervangen door de kwalificatieplicht. Jongeren die nog geen startkwalificatie hebben, zijn verplicht deel te nemen aan een onderwijstraject dat gericht is op het toewerken naar dat minimumniveau, mbo 1 of 2. Regelmatig zijn er zelfs pleidooien om dat te verlengen tot 23 jaar. Tot die leeftijd geldt je als voortijdig schoolverlater als je de startkwalificatie niet hebt gehaald.
Consequentie is dat we eens zouden moeten overdenken, aldus Van Schoonhoven, of het mbo daarmee niet tot het funderend onderwijs moet behoren in plaats van een status aparte te hebben.
In dat geval zou de overheid – als ze consequent zou zijn – onder meer moeten zorgen voor voldoende (openbaar) mbo in alle gemeenten. En daarmee oppert Van Schoonhoven wel een revolutionair idee. Het mbo zou minder op afstand komen, immers binnen iedere gemeentegrens een kleinschalig mbo op entree of niveau 2. 'We moeten misschien eens nadenken of we bijvoorbeeld de entree‐ en niveau 2 opleidingen voortaan niet moeten plannen zoals we dat met basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs doen.' Een kleinschaliger en nabijer mbo dus.
Het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) zou in de toekomst ondergebracht kunnen worden in de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO), net als de havo en het vwo dus. De winst lijkt hem er in te zitten dat mbo dichterbij de leerling-student komt, het nadeel zou kunnen zijn dat de invloed van het bedrijfsleven daarmee wel definitief tot het verleden behoort.
Er is één ding wat Van Schoonhoven niet met zoveel woorden zegt, maar wat tussen de regels door wel eens van belang zou kunnen zijn bij het bepalen van beleid in de toekomst . Tot nu toe is het de overheid noch bedrijven gelukt het opleidingsaanbod goed te sturen.
Mbo-instellingen concurreren (ongezond) met elkaar, studenten worden verleid tot opleidingen met weinig of geen loopbaanperspectief. Dat zou veranderen als ze onder de WVO vallen. Een ander probleem is het toelatingsrecht: studenten waar het mbo geen zin in heeft, kan het nu weigeren, een obstakel voor passend onderwijs. Een wetsvoorstel vrije toelatingsrecht tot het mbo ligt bij de Tweede Kamer. Het in elkaar schuiven van middelbaar onderwijs en mbo1 en 2 zou in al deze dossiers wel eens een opsteker kunnen zijn.

Tekst Monique Marreveld, hoofdredacteur van Didactief.

De volledige oratie van Renee van Schoonhoven kun je hier lezen.

Meer mbo? Win een gratis exemplaar van het nieuwe boek van Sjoerd Karsten: 'De hoofdstroom in de Nederlandse onderwijsdelta, een nuchtere balans van het mbo'. Mail je abonneenummer, naam en adres aan [email protected] We hebben er 3 klaar liggen!

 

Click here to revoke the Cookie consent