Nieuws

Lerarenopleider centraal

Tekst Masja Lebouille
Gepubliceerd op 25-11-2020 Gewijzigd op 25-11-2020
De jarige Velon heeft de stand van zaken in opleidersland in kaart gebracht. De Staat van de Lerarenopleider stemt positief, maar er zijn verbeterpunten, zoals de begeleiding van startende opleiders.

Om een sterke leraar te worden, heb je een goede opleiding nodig. Maar wie is de lerarenopleider in Nederland precies? Een simpel antwoord op die vraag is er niet, stelt de Vereniging van Lerarenopleiders (Velon) in de Staat van de Lerarenopleider, een eenmalige uitgave ter gelegenheid van haar 45-jarige bestaan. Doel: ‘een foto’ tonen van de lerarenopleider anno 2020 en hem of haar eens in de schijnwerpers zetten. Lerarenopleiders zijn er in alle soorten en maten en dat is maar goed ook: een student die in het mbo lesgeeft, heeft een ander type opleider nodig dan een aankomend kleuterleerkracht. Ze werken vanuit verschillende disciplines en domeinen, bijvoorbeeld als vakdidacticus, vakexpert of onderwijskundige.

Tot een aantal jaren terug zou je lerarenopleiders grofweg in twee groepen kunnen verdelen: ‘schoolopleiders’ begeleiden aanstaande leraren tijdens hun stages, ‘instituutsopleiders’ reiken theorie aan binnen een hogeschool of universiteit. Maar deze grens begint steeds meer te vervagen: een schoolopleider verbindt bijvoorbeeld onderzoek aan zijn lesobservaties, of de instituutsopleider geeft praktische handvatten bij de theorie. Het streven van OCW is dat beiden de komende jaren nog meer gaan samenwerken. Het ministerie wil dat in 2025 alle studenten worden opgeleid binnen zogenoemde opleidingsscholen: samenwerkingsverbanden tussen po- vo- of mbo-scholen en lerarenopleidingen waar studenten minimaal 40% van het programma in de praktijk volgen (zie kader Platform Samen Opleiden en lees ook Meesterkwekers) Hier vloeien nieuwe taken en rollen voor lerarenopleiders uit voort (zie kader ‘Verschillende rollen’), en dan vraag je je af: wie leidt de lerarenopleider op?
 

Woelig veld

De Vereniging van Lerarenopleiders beweegt zich in een woelig maatschappelijk veld. Lerarenopleidingen krijgen al jaren te maken met kritiek; ze zouden ondermaats presteren en te lage eisen stellen aan studenten. Mede hierdoor kreeg de pabo in 2015 strengere toelatingseisen. Dit leidde tot minder aanmeldingen: slecht nieuws in tijden van het lerarentekort (lees hierover ook deze column van Sietske Waslander). Recent ontstond opschudding rondom plannen voor een nieuw bevoegdhedenstelsel voor leraren. De vraag is wat dat zal betekenen voor de rol van de lerarenopleider. Aan Velon straks de taak om in deze kwestie het voortouw te nemen.

 

Voor ieder wat wils

‘Lerarenopleider word je terwijl je het formeel al bent’, stelt de Velon. Starters leren het vak al doende: er is geen duidelijke opleiding voor (met uitzondering van een opleidingstraject dat de VU aanbiedt). De meeste opleiders leren het vak op informele wijze door met anderen ervaringen te delen, te discussiëren en ideeën uit te wisselen met een ervaren collega. Ook doen ze zelf onderzoek of lezen literatuur. Maar dat kan beter, stelt de Velon met de hand in eigen boezem. Ze oppert voorbeelden van inductieprogramma’s voor opleiders: een professionele leergemeenschap, reflectie, intervisie of beeldcoaching. Universiteiten en hogescholen bieden dit nog beperkt aan.

Ook de professionalisering van opleiders schiet er soms bij in. In het personeelsbeleid is hier niet altijd ruimte voor, waardoor ze soms noodgedwongen nascholing volgen in hun vrije tijd. Onwenselijk, vindt de Velon. In Meesterkwekers schreef Didactief al dat lerarenopleiders veel bordjes in de lucht moeten houden: ze bekommeren zich om het leren van leerlingen, van studenten, en hun eigen ontwikkeling als opleider. En dan heeft dat laatste– zeker als je er geen officiële uren voor krijgt – misschien wel de minste prioriteit.

Toch gaat het wat betreft het professionaliseringsaanbod de goede kant op, schrijft de Velon. Lerarenopleidingen en opleidingsscholen ontwikkelen steeds vaker huisacademies en werkplaatsen, waar opleiders met verschillende achtergronden van elkaar leren. Het aanbod wordt ook diverser en dat is nodig ook, want zoals hierboven geconstateerd: wensen lopen sterk uiteen. Een opleider met academische ervaring wil bijvoorbeeld leren hoe hij studenten begeleidt, terwijl een schoolopleider zich liever verdiept in wetenschappelijk onderzoek. Als richtlijn voor collectieve professionalisering vraagt de Velon in deze Staat aandacht voor haar beroepsstandaard en bijbehorend beroepsregister (BRLO).


Beroepsregister

In de beroepsstandaard die tot stand kwam samen met een groep lerarenopleiders lees je wat het beroep inhoudt en over welke bekwaamheden je moet beschikken. De beschrijving is redelijk algemeen, om alle soorten en maten lerarenopleiders te kunnen omvatten; de vaardigheden die je nodig hebt, hangen immers sterk af van je rol, werkzaamheden en werkplek. In het po spelen andere vraagstukken dan in het mbo. Het beroepsregister telt momenteel bijna 1500 leden. Niet iedereen wordt zomaar toegelaten, zoals bleek toen Didactief in september een lerarenopleider sprak aan de HvA die na de procedure doorlopen te hebben, geweigerd was. Opname in het register is ook niet voor eeuwig: wie niet deelneemt aan een prolongatieprocedure, ook wel herregistratie genoemd, wordt na vier jaar uitgeschreven.
 

Platform Samen Opleiden

Met het platform ‘Samen opleiden’ bundelen schoolbesturen, scholen en lerarenopleidingen hun krachten bij het opleiden van leraren in het po, vo en mbo. Idealiter loopt straks ook de begeleiding van starters en ervaren leraren via het platform. Dat het initiatief voor OCW hoog op het prioriteitenlijstje staat, blijkt uit de grote financiële injectie: afgelopen schooljaar al 30 miljoen. Ook dit en volgend schooljaar is er 4,5 miljoen begroot voor erkende en aspirant- opleidingsscholen.



Verschillende rollen

Met het beroepsregister wil de Velon laten zien dat zij de maatschappelijke onrust over en kritiek op lerarenopleiders serieus neemt. Want net zoals de leraar meer maatschappelijke waardering kan gebruiken kampt ook de opleider met een imagoprobleem. Zelfs in eigen huis in hogescholen of universiteiten worden lerarenopleiders lang niet altijd gezien als collega’s met status, schrijft de Velon. Voor universitaire docenten is het vaak eervoller om voor de wetenschap te kiezen dan voor de praktijk. Door de aandacht te vestigen op ‘het brede beroepsbeeld’ hoopt de Velon het beroep interessanter te maken. Als lerarenopleider ben je meer dan alleen de ‘leraar van de leraar’; je bent ook begeleider, curriculumontwikkelaar, poortwachter, bruggenbouwer en onderzoeker (zie kader 'Verschillende rollen').


Uitdagingen

De Staat laat ook maar weer eens zien dat veel uitdagingen waar ‘gewone’ leraren mee kampen ook voor opleiders gelden. Het lerarentekort drukt bijvoorbeeld ook zijn stempel op hun werk, schrijft de Velon. En hoe hoger de nood, hoe verleidelijker het wordt om in sneltreintempo leraren op te leiden. Half oktober werd bekend dat er voor zij-instromers een flexibele opleiding komt, die meer rekening houdt met hun ervaring en vrijstellingen geeft als dat kan. En door de coronacrisis mochten nieuwe pabo-studenten zonder toelatingstesten aan de opleiding beginnen. Zij krijgen tot januari 2021 de tijd om aan de instroomeisen te voldoen.
Ook het omgooien van het bevoegdhedenstelsel zal impact op de opleider hebben, schrijft de Velon. Onlangs constateerde de Inspectie van het Onderwijs dat er maar liefst 384 routes zijn naar leraarschap. De Commissie Onderwijsbevoegdheden onderzoekt hoe dat beter kan, maar het is goed mogelijk dat leraren straks breder inzetbaar worden, zoals de Onderwijsraad adviseert. De commissie komt eind december met een tussenrapport en in maart met een definitief advies. Wat dat precies zal betekenen voor de staat van de lerarenopleider is nog onduidelijk.

 

Verschillende rollen

Lunenberg, Dengerink en Korthagen (2013) onderscheiden zes verschillende rollen van de lerarenopleider:

  • Als leraar van leraren maakt de opleider eigen pedagogisch en didactisch handelen expliciet; het streven is dat hij zowel aspirant-leraren als starters en ervaren collega’s begeleidt;

  • Als begeleider stimuleert de opleider studenten om kritisch te reflecteren en biedt hij emotionele steun;

  • In de rol van curriculumontwikkelaar denkt de opleider mee over het opleidingsprogramma, ontwikkelt hij materialen en vertaalt leerdoelen naar opdrachten en lessen;

  • Als poortwachter bewaakt hij de toegang tot het beroep van leraar en beslist hij wie wel en niet startbekwaam is;

  • In de onderzoeksrol zoekt de opleider naar relevant wetenschappelijk onderzoek en begeleidt in sommige gevallen onderzoek dat studenten verrichten;

  • Als bruggenbouwer probeert de opleider opleiders en andere betrokkenen aan elkaar te verbinden. Hij onderhoudt bijvoorbeeld het partnerschap tussen de universiteit en de school.

 

Meer weten? Velon organiseert de komende periode drie webinars over De Staat van de Lerarenopleider. Het eerste is gepland op 30 november. Je kunt je aanmelden via deze link.

 

Bronnen
Vereniging van Lerarenopleiders (2020). De staat van de lerarenopleider. https://velon.nl/wp-content/uploads/2020/11/De-Staat-van-de-Lerarenopleider-definitief.pdf Ter gelegenheid van het 45-jarige jubileum van de Velon: www.velon.nl

Lunenberg, M., Dengerink, J., & Korthagen, F. (2013). Het beroep van lerarenopleider. Professionele rollen, professioneel handelen en professionele ontwikkeling van lerarenopleiders. Reviewstudie in opdracht van NWO/PROO. Amsterdam: Vrije Universiteit. https://onderwijsdatabank.s3.amazonaws.com/downloads/Hetberoepvanlerarenopleider.pdf

Verder lezen

1 Meesterkwekers

Click here to revoke the Cookie consent