Artikelen

Individu én klas centraal bij mensgericht onderwijs

Tekst Annemarie Looijenga
Gepubliceerd op 12-01-2026 Gewijzigd op 22-01-2026
Hoe pas je mensgericht onderwijs toe? Door het onderwijs af te stemmen op elke leerling in de klas, terwijl die leerlingen allemaal van elkaar mogen verschillen, betoogt Annemarie Looijenga. Maar ook van belang is de klas als gemeenschap, waarin elke leerling verschillende rollen kan oefenen.

Mensgericht onderwijs draagt bij aan de individuele en de sociale vorming van de leerlingen in de klas. Leerkrachten geven mensgericht onderwijs door hun onderwijs af te stemmen op elke leerling in de klas, terwijl die leerlingen allemaal van elkaar mogen verschillen. 

Inrichting van de klas

De inrichting van de leeromgeving is een ander belangrijk punt om elke leerling actief aan de slag te laten gaan. Een inrichting die uitnodigt tot samenwerken, maar ook helpt voorkomen dat leerlingen elkaar onbedoeld in de weg zitten, geeft rust in de klas.


Elke leerling is anders. Sommigen zijn goed in het waarnemen van details, anderen goed in het waarnemen van het grote geheel. Sommigen zijn goed in beelden omzetten naar producten, anderen in beelden omzetten naar woorden. De thuisachtergrond heeft enorm veel invloed op de leerlingen. Broers en zussen, de achtergrond van de ouders, familie, de buurt; ze dragen ertoe bij dat sommige leerlingen zelfstandiger zijn, waardoor ze meer gericht zijn op zichzelf en hun eigen handelen. Andere leerlingen zijn meer gericht op bedienen en gehoorzamen. Niet elke leerling heeft geleerd om vrij te mogen denken. Doelen stellen geeft leerlingen duidelijkheid, maar de weg naar het doel moet passen bij de leerling en haar/zijn mogelijkheden, zodat iedere leerling zich optimaal kan en wil ontwikkelen. 

Door naar het onderwijs te kijken als de plek waar leerlingen zich, samen met andere leerlingen, optimaal kunnen en mogen ontwikkelen, wordt de schoolklas ook als gemeenschap belangrijk. Voor een goed functioneren van de klas als geheel is het belangrijk dat alle klasgenoten meedoen, ongeacht hun individuele sterke en zwakke eigenschappen. Werken met een klas vraagt creativiteit van de leraar, maar levert ook voldoening en bevrediging op. Er moet dan wel ruimte zijn voor de leraar om zichzelf te zijn met haar/zijn mogelijkheden en beperkingen.

Lesontwerp

Mensgericht onderwijs begint met het ontwerpen van verschillende leerpaden voor een les, zodat elke leerling in de klas de leerdoelen kan behalen. Bij een effectief leerpad verbinden leerlingen nieuwe kennis met eerder opgedane kennis. Dat zorgt ervoor dat de nieuwe kennis wordt geïnternaliseerd.

Bij het lesontwerp moet de leraar reflecteren. Kan elke leerling deze les uitvoeren? Wil elke leerling deze les uitvoeren? Mag elke leerling deze les uitvoeren? Hierbij zegt ‘kunnen’ iets over kennis en vaardigheden, ‘willen’ iets over interesse en ‘mogen’ iets over de eisen die aan de leerling gesteld worden door zichzelf, door de ouders en door de omgeving. 

Zo ontstaat een les met keuzemogelijkheden voor de leerlingen. Ze kunnen kiezen waar ze mee willen beginnen, of ze eerst iets willen uitproberen en of ze willen samenwerken met andere leerlingen. Het leerresultaat is een optelsom van individueel leren, van elkaar leren en van leren samenwerken. 

Rol leraar

De rol van de leraar tijdens uitleg en demonstratie van materiaal is actief, als de leerling uitprobeert begeleidend, en als de leerling geconcentreerd werkt passief. De leraar moet zich er tijdens de les bewust van zijn dat de afstemming op de hele klas natuurlijk niet altijd even goed lukt als verwacht. Dat is belangrijk omdat leerlingen waarbij afstemming niet gelukt is, niet aan het werk kunnen. Dat is niet goed voor die leerling, maar ook niet voor de klas; passieve leerlingen storen actieve leerlingen. Door een passieve leerling te bevragen en samen met die leerling een sub-opdracht of oplossing te bedenken als overbrugging naar actieve uitvoering van de opdracht, kan ook deze leerling aan het werk. 

Meerdaagse klasprojecten kunnen ook voor diverse leerpaden zorgen. Door leerlingen de keuze te bieden uit meerdere werkvormen, zoals oefeningen, werkstukken of spreekbeurten, kunnen ze beginnen met een verwerking die hun het meeste aanspreekt. Daarna kunnen ze andere verwerkingen kiezen. De verschillende werkvormen bieden leerlingen de mogelijkheid om een volgorde te kiezen die bij hen past. Zo’n project zorgt voor verbreding en verdieping van kennis, omdat leerlingen ook van elkaar leren. 

Aan het einde van een project kan de leraar eventueel een toets afnemen om vast te stellen of er aanvullend onderwijs nodig is om het leerdoel te bereiken. Het resultaat van deze toetsen kan eventueel aantonen dat de klas de leerdoelen heeft bereikt, maar is ook een middel voor de leerlingen om vast te stellen wat ze al kunnen en wat ze nog moeten leren. Zo ontwikkelen zij bovendien hun reflectieve vermogen.

Samenwerken

Als bij een les de klas het uitgangspunt is, kunnen leerlingen ook het creatief afstemmen op de ander oefenen. Samen aan dezelfde opdracht werken, en de werkwijze van andere leerlingen zien en ervaren, maakt de individueel opgedane kennis diverser en breder. De leerlingen beginnen met een gedeelde waarneming van hetzelfde object. Daarna voeren ze een opdracht uit op een manier die ze zelf kiezen. Als laatste vertellen alle kinderen over hun resultaten. Zo krijgen leerlingen het inzicht dat er verschillende manieren van beleven en uitvoeren zijn. Bovendien leren ze breder en dieper, ook van elkaar. Dat vraagt echter wel om denkruimte in de les. Ook nuttig is het klassikaal oefenen van executieve functies in allerlei situaties, zoals doelgericht en aangepast gedrag in de omgang met jezelf en met de ander. 

Drieluik

Dit is het derde van drie artikelen van Annemarie Looijenga over problemen in het (basis)onderwijs en mogelijke oplossingen. De eerdere bijdragen over mensgericht boven taakgericht onderwijs en de filosofische wortels van mensgericht onderwijs stonden in Didactief van oktober en november 2025.

 

 

 

 

 

Click here to revoke the Cookie consent