Interview

In de biotoop van Jaimy van den Broeke

Tekst Paulien de Jong
Gepubliceerd op 31-10-2017 Gewijzigd op 03-11-2017
Met je uiterlijk bezig zijn voor de klas: veel leraren vinden dit not done. Maar met een lerarentekort én een groeiend imagoprobleem wordt (kleding)stijl wel degelijk belangrijker, zegt locatieleider Jaimy van den Broeke (39).

We snijden een best gevaarlijk onderwerp aan. Want mag het in de klas wel gaan over kledingkeuze? Doen we er juist niet alles aan om kinderen te leren dat het niet uitmaakt of je wel of geen merkkleding draagt? Toch durft Jaimy van den Broeke de (kleding)stijl van leraren ter discussie te stellen. ‘Op de Nationale Onderwijstentoonstelling (NOT, red.) sprak ik aankomende en startende leraren. Ze gaven aan dat ze zich wel stijlvoller wilden kleden op school, maar zich hierbij ongemakkelijk voelden. Ze vielen op en andere teamleden reageerden met: “Hebben we iets speciaals vandaag?” Of: “Is het feest?” Ze werden afgeschrikt door hordes leraren met fleecevesten en degelijke schoenen. Of dat beeld nu wel of niet klopt, het bevestigt het huidige onderwijsimago.’
Van den Broeke – vader financieel adviseur, moeder huisvrouw – werkt bijna tien jaar op De Piloot in Rotterdam, een openbare cluster 4-school voor speciaal basis- en voortgezet onderwijs. Ze is onder aan de ladder begonnen en heeft het vak grotendeels in de praktijk geleerd. Juf worden was nooit een droom. Als kind vond ze er op school niet veel aan. Tijdens de instructie keek ze vaak naar buiten. ‘Niet handig, want in rekenen was ik ronduit zwak.’ Aan groep 5 heeft ze wel goede herinneringen. ‘Juf Marja was ontzettend leuk. Ze was zacht en lief, vertelde over de buurman op wie ze verliefd was. En als je jarig was, kwam ze bij je thuis op bezoek.’
Toen haar beste vriendin vertelde dat ze naar de pabo ging, dacht Van den Broeke aan juf Marja. Ze besloot mee te gaan. Maar ze strandde: ‘Ik leerde op de pabo álles uit mijn hoofd, dat was stressvol. Ik had nooit geleerd te leren. Het is zo fijn dat je nu een leren leren-leerlijn hebt.’ Ze werd klassenassistent op de Archipel, een cluster 4-school in Rotterdam, en maakte in deeltijd de pabo af. Die combinatie werkte en drieënhalf jaar later had ze haar diploma. Ze bleef op dezelfde school, als leerkracht. Speciaal onderwijs vond (en vindt) ze intrigerend. ‘Heerlijk, die onbevangenheid van kinderen die hun snotneus afvegend een kop koffie voor je maken, of als je bijna op het punt van bevallen staat, aan je vragen: “Juf, bent u zwanger?”’

'Kledingstijl is onderdeel van je presentatie'. 

EduEnVogue

Van den Broeke stond twee jaar voor de klas, toen ze de kans kreeg om naast haar werk een opleiding te gaan volgen: de kweekvijver management bij Stichting BOOR, gericht op persoonlijk leiderschap. ‘Toen ik bijna klaar was, werd ik gevraagd te solliciteren als locatieleider bij De Piloot. Ik heb geen dag spijt gehad van de switch van leraar naar manager.’
Tijdens de managementopleiding was Van den Broeke vaker buiten de school. ‘Heerlijk, omdat ik van het sparren met anderen veel ideeën kreeg.’ Zo besloot ze haar andere liefde, kleding en mode, te combineren met onderwijs. Er kwam een website: EduEnVogue, een onderwijsplatform voor leraren met ambitie en stijl. Een soort Vogue voor het onderwijs, met (boeken)tips, gadgets en blogs waarin leraren vertellen over school, wat ze daarbuiten doen en wat hun inspiratiebronnen zijn. Met de site wil ze bewustwording creëren: je bent een professional, je staat de hele dag te presenteren. De manier waarop je je kleedt, is een deel van je presentatie, vindt Van den Broeke. Ook dat moet je laten zien. Hoe? Met een dresscode voor leraren? ‘Nee hoor, juist niet,’ lacht ze. ‘Ik vind eigen stijl juist heel belangrijk.’

Veilige kleding

De persoonlijke stijl moet wel veilig zijn, vindt Van den Broeke. ‘Op De Piloot hebben we een projectgroep Veiligheid, die het team wijst op kleding die een belemmering kan zijn. Het komt weleens voor dat we achter leerlingen aan moeten rennen. Teenslippers zijn dan bijvoorbeeld niet veilig. En als de zomer in aantocht is, stuurt de projectgroep een mail rond: teenslippers, te korte rokjes of tops met inkijk hoeven leerlingen niet te zien. Dat kan met een knipoog, dus bijvoorbeeld met een grappige foto.’ Wat er dan aan kleding over blijft? ‘Oh, meer dan genoeg: jurkjes en rokjes tot net boven de knie, luchtig vallende shirts en sneakers of steviger open schoenen. Stijlvol of hip moet je niet verwarren met zo bloot mogelijk. Maar ik ben een bofferd hoor, ik heb veel modieuze collega’s.’
Nadat ze haar website had gelanceerd, volgden EduEnVogue-inspiratiesessies voor leraren. Op de Onderwijsparade in Rotterdam, de NOT en het Lerarencongres. Vandaag heeft de Hogeschool van Rotterdam Van den Broeke gevraagd pabo-studenten te inspireren. Samen met collega-leraar Renée van Eijk, die ook blogt op EduEnVogue, en een styliste vertelt ze studenten over de laatste modetrends. De ‘Boijmansstijl’ bijvoorbeeld, waarvoor EduEnVogue zich heeft laten inspireren door kunst in het gelijknamige Rotterdamse museum: kant, roesjes, fluwelen jasjes met dubbele knopen, natuurtinten en okergeel.

Donkergroen broekpak

De studenten vinden de stijl die EduEnVogue laat zien heel mooi, maar ze vragen zich af of ze daarmee kunnen aankomen op hun stageschool. ‘Als ik me zo kleed, voel ik me bekeken. Het is zo anders dan wat de rest van het team draagt,’ valt er te horen. En: ‘Ik ben best modebewust, maar naar school trek ik onopvallende kleding aan.’ Waarop Van den Broeke roept: ‘Nee! Wat zonde!’ en wijst op haar eigen outfit; een donkergroen broekpak met zwarte bloemen, zwarte, platte lakschoenen met kwastjes en daarop een kort suèdejasje. ‘Stijlvol en tegelijkertijd praktisch in draagcomfort. Je kunt er zonder gêne op school mee aankomen.’ Want het spreekt voor zich dat je je makkelijk kleedt in een beroep waarin je veel beweegt, loopt en bukt. Maar praktisch kan er ook stijlvol uitzien. ‘Die link zouden we meer moeten leggen.’

De onderwijs- en (life)style-tips van Jaimy van den Broeke vind je op EduEnVogue.nl

Dit artikel vershceen in de rubriek 'Biotoop' in Didactief, november 2017.