Interview

‘Hun doel is een diploma halen’

Tekst Bea Ros
Gepubliceerd op 05-12-2017 Gewijzigd op 05-12-2017
Vmbo-leerlingen raken gemotiveerder van leerlinggerichte lessen, met een leraar in de rol van coach. Op dit punt zag onderwijskundige en lerarenopleider Karin Smit de theorie van Deci en Ryan in de schoolpraktijk bevestigd. Alleen op prestaties zag ze geen invloed.  

Je hebt een leerling- en een docentgerichte leeromgeving met elkaar vergeleken. Hoe deed je dat?
‘Ik had het geluk dat ik onderzoek kon doen op een school die bezig was met de overstap van traditioneel naar leerlinggericht onderwijs. Zo kon ik in één en dezelfde school beide vormen goed vergelijken. Bij de leerlinggerichte lessen kregen leerlingen levensechte opdrachten, werkten ze veel samen en was de leraar coach in plaats van louter kennisoverdrager. Mijn hypothese was dat dit onderwijs motiverend werkt, omdat het meer tegemoetkomt aan de drie basisbehoeften van leerlingen zoals beschreven in de zelfdeterminatietheorie van Deci en Ryan: autonomie, competentie en verbondenheid.’

Dat wordt wel altijd geroepen, maar daar is ook kritiek op.
‘Dat zeg je goed: het wordt geroepen. Soms lijkt het zelfs een soort geloof. Maar ik heb het in de praktijk ook kunnen aantonen. Ik heb 230 leerlingen uit 3 en 4 vmbo bevraagd en in de leerlinggerichte lessen waren de scores op die drie behoeften significant hoger. Datzelfde gold voor plezier, interesse en inzet voor schoolwerk. Bovendien was het verzuim onder jongens lager. Alleen in cijfers was er geen verschil.’

Dat is wat Paul Kirschner in een Didactief-column afdingt op de claim van Deci en Ryan. Er zijn studies waarin de cijfers bij leerlinggericht onderwijs zelfs lager waren.
‘Dat averechtse effect heb ik niet gevonden. Voor mij zijn de cijfers overigens niet het belangrijkste, maar draait het om de vraag hoe we leerlingen kunnen vasthouden in het onderwijs. Als ze niet gemotiveerd zijn, kun je het wel vergeten.’

Moeten we dus afstappen van het adagium dat motivatie leidt tot betere prestaties?
‘Nee. Maar we moeten ons wel afvragen of we met cijfers echt meten wat er in de klas gebeurt. De school in mijn onderzoek gebruikte bijvoorbeeld standaardtoetsen en die toetsen zeker niet alles wat er in leerlinggericht onderwijs geleerd wordt. Achteraf bezien had ik bijvoorbeeld beter naar de kwaliteit van werkstukken, brieven en gesprekken kunnen kijken dan naar reguliere toetsen. Als de toets niet meet wat er in de klas gebeurt, vind je die link tussen motivatie en prestatie ook niet.’

Behalve naar leeromgeving heb je ook gekeken naar wat leerlingen zelf zeggen over motivatie. Wat hoorde je?
‘Ik heb ze gevraagd naar hun doelen voor school. 99 van de 100 leerlingen die ik heb geïnterviewd, zeiden dat ze een diploma willen halen. Dat ze niet of niet altijd gemotiveerd zijn, wil dus niet zeggen dat ze dat niet belangrijk vinden. Verder willen ze zich veilig en prettig voelen op school. Als die sociale doelen gefrustreerd raken, gaat het leren ook minder. Daarnaast wilde ik weten hoe leerlingen zichzelf oppeppen als ze geen zin in leren hebben. Want hoe goed je leeromgeving ook is, er blijven altijd vakken of leraren die je niet leuk vindt of dingen die je afleiden, zoals liefdesverdriet of ruzie thuis. Veelgenoemde strategieën waren je omgeving controleren, zoals op een rustige plek gaan zitten of iets lekkers eten tijdens het leren. En tegen jezelf zeggen: als ik de stof wil begrijpen of dKarin Smitit proefwerk wil halen, moet ik nu echt gaan leren. Alle leerlingen gebruikten wel een strategie, maar jammer genoeg nog te weinig. Daar zit dus ruimte voor verbetering.’

Heb je tips voor leraren?
‘Het inrichten van een leerlinggerichte leeromgeving vraagt inzet van de schoolleiding en de andere lesaanpak moet je oefenen, het liefst als team. Besteed daarbij aandacht aan alle drie basisbehoeften. Als je leerlingen alleen autonomie geeft, gaan ze zwemmen. Ze hebben ook een heldere structuur nodig. En als leerlingen zich veilig en prettig voelen, durven ze meer en zijn ze ook niet bang fouten te maken. Daarnaast is het goed om leerlingen duidelijk te maken dat iedereen wel eens geen zin in werken heeft, maar dat er manieren zijn om jezelf op te peppen.’

Karin Smit, Exploring Perspectives for Improving Students’ Motivation in Pre-Vocational Secondary Education. Proefschrift Universiteit Leiden, 2017.

Dit artikel verscheen in de rubriek 'Onderzoek kort' in Didactief, december 2017.