‘Dat kunnen leerlingen met dyslexie zijn of leerlingen die opvallen door achterblijvende of juist bovengemiddelde prestaties in een bepaald leerdomein. Eerst houdt een leraar zo’n leerling in de gaten. Regelmatig volgt doorverwijzing naar een onderwijspsycholoog of orthopedagoog voor een intelligentietest. Er komt een testuitslag en dat is het dan. Het handelen van de leraar blijkt vaak nauwelijks te veranderen.’ Waar ligt dat aan? ‘Allereerst biedt een intelligentietest leraren geen duidelijke aanknopingspunten voor hun handelen. “Uw leerling heeft een IQ van 90. Punt.” Vaak vertelt de onderwijsprofessional nog wel of de leerproblemen vooral talig (verbaal) of niet-talig (perfomaal) zijn. Maar om daar als leraar wat mee te kunnen doen, is een interpretatieslag nodig. En die blijkt af...
Benieuwd naar de rest van het artikel?
Word nu abonnee en krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen op Didactief, inclusief persoonlijk profiel om artikelen makkelijk te selecteren, delen en bewaren.