Onderzoek

Eindtoets en gelijke kansen. Een vergelijking voor en na

Tekst Anne van Leest e.a.
Gepubliceerd op 25-06-2020 Gewijzigd op 25-06-2020
Beeld Human Touch Photography
Heeft de sociaaleconomische status van een leerling invloed op het schooladvies? En is die invloed veranderd, nu de eindtoetsresultaten niet meer worden meegenomen? Immers, sinds de eindtoets later wordt afgenomen, is het oordeel van de leerkracht leidend.

De overgang van basisschool naar voortgezet onderwijs speelt een cruciale rol bij het creëren van gelijke onderwijskansen, met name in landen zoals Nederland waar het onderwijssysteem gebaseerd is op ‘tracking’. ‘Tracking’ houdt in dat leerlingen in het voortgezet onderwijs worden ingedeeld in verschillende niveaus (bijvoorbeeld vmbo, havo, vwo in plaats van brede brugklassen). Van die indeling hangt veel af, omdat uit onderzoek blijkt dat hogere niveaus vaak meer kansen bieden.

Hoe wordt het niveau van een leerling bepaald? Leerlingen krijgen aan het einde van het basisonderwijs een basisschooladvies: een advies voor het meest passende onderwijsniveau in het voortgezet onderwijs. In sommige landen worden ze voornamelijk ingedeeld op basis van hun schoolprestaties, zoals een eindtoets in het laatste jaar van het basisonderwijs. In andere landen wordt (mede) gebruikgemaakt van een leerkrachtoordeel. Leerkrachten kunnen daarin cognitieve factoren meewegen, zoals de prestaties van leerlingen, maar ook niet-cognitieve factoren, zoals motivatie, werkhouding, sociaaleconomische status (SES). Enerzijds is dit wenselijk, immers, er zijn niet-cognitieve factoren die belangrijk zijn voor het schoolsucces van een leerling (bijvoorbeeld motivatie). Anderzijds bestaan er ook zorgen dat er niet-cognitieve factoren mee worden genomen die niet van invloed zijn op het schoolsucces van leerling, zoals SES. Vooroordelen van leerkrachten ten aanzien van SES van leerlingen kunnen (onbewust) meespelen. Wanneer een basisschooladvies gebaseerd wordt op de resultaten van een eindtoets, spelen deze niet-cognitieve factoren een kleinere rol.

 

Beleidsverandering

In het Nederlandse onderwijssysteem is sinds schooljaar 2014-2015 niet meer de eindtoets, maar het leerkrachtoordeel leidend bij het opstellen van het basisschooladvies. De eindtoets is verplaatst naar een later moment in het jaar, waardoor leerkrachten de resultaten van deze eindtoets niet meer tot hun beschikking hebben bij het opstellen van een advies.

Onder andere de OESO en Nederlandse onderzoekers als Herman van de Werfhorst en Louise Elffers hebben nu hun zorgen geuit dat leerkrachten zonder die informatie minder objectieve schooladviezen zouden formuleren en achtergrondkenmerken zoals SES zwaarder zouden meewegen.

Juist de beleidsverandering leent zich echter uitstekend om dit uit te zoeken en een vergelijking te maken tussen de twee typen schooladviezen, die van vóórdat de eindtoets uitgeschakeld werd als factor en van daarna. Leerkrachten hebben in de nieuwe situatie geen toegang tot de eindtoetsresultaten, maar wel tot eerdere schoolprestaties van leerlingen. Is de invloed van SES nu toe- of afgenomen in deze situatie? Om deze onderzoeksvraag te beantwoorden hebben we gegevens gebruikt van 8639 leerlingen, afkomstig uit een grote stad in Nederland. Voor 4.391 van deze groep 8’ers geldt dat de resultaten van hun eindtoets nog meegewogen werden bij de totstandkoming van het basisschooladvies, voor de resterende 4.248 gold dat hun leerkrachten die resultaten niet hadden.

 

Invloed SES

De resultaten van het onderzoek laten zien dat in beide situaties het advies voornamelijk wordt gebaseerd op eerdere prestaties van leerlingen. Enerzijds is de invloed van SES op het advies indirect: leerlingen met een hogere SES kregen en krijgen een hoger schooladvies, maar dit wordt grotendeels verklaard doordat leerlingen met een hogere SES ook hogere schoolprestaties op begrijpend lezen en rekenen hadden en hebben. Aan de andere kant lijkt het dat de invloed van SES ook direct is: bij adviezen gebaseerd op leerkrachtoordelen is er een klein negatief effect van SES op het advies. Leerlingen met een lage SES krijgen een lager advies dan leerlingen met een hogere SES met gelijkwaardige prestaties. Bij adviezen gebaseerd op eindtoetsresultaten lijkt dit directe effect niet aanwezig. Echter, het gaat om een klein effect, en wanneer het effect van SES in de twee situaties (de twee typen adviezen) met elkaar wordt vergeleken, lijkt er eigenlijk geen verschil tussen de twee situaties te zijn als we kijken naar de directe invloed van SES op het advies.

Echter, op sommige scholen krijgen leerlingen met een hogere SES als de eindtoetsresultaten worden meegewogen een hoger basisschooladvies, zelfs bij gelijkwaardige schoolprestaties. Dit is bij adviezen gebaseerd op leerkrachtoordelen niet zo. Uit dit onderzoek blijkt dus dat het voor de beleidsverandering wel uitmaakte op welke school een leerling zat: op sommige scholen werd SES meer meegewogen dan op andere scholen. Echter, het gaat hier ook om een klein effect, en wanneer het effect van SES in de twee situaties (de twee typen adviezen) met elkaar wordt vergeleken, lijkt er eigenlijk geen verschil tussen de twee situaties te zijn als we kijken naar de invloed van SES op schoolniveau.

Al met al suggereren de resultaten uit dit onderzoek wel dat leerkrachten in staat zijn om passende schooladviezen voor leerlingen te formuleren, met name doordat ze zich grotendeels baseren op de eerdere schoolprestaties van leerlingen. Het kleine effect van SES op de adviezen is vergelijkbaar met de periode voordat de eindtoets afgeschaft werd als factor.

 

Meer informatie: Anne van Leest, a.m.c.vanleest@uu.nl, Lisette Hornstra, T.E.Hornstra@uu.nl, Jan van Tartwijk, j.vantartwijk@uu.nl, Janneke van de Pol,  J.E.vandePol@uu.nl.

Anne van Leest volgt het PromoDoc-traject: een (pilot)traject van de Universiteit Utrecht voor startende leraren die hun lesgevende taken willen combineren met promoveren.

Verder lezen

1 ORD 2020/2021

Click here to revoke the Cookie consent