Interview

Digitale geletterdheid: een nieuwe basisvaardigheid voor de leerling óf voor de leraar?

Tekst Winnifred Jelier
Gepubliceerd op 10-11-2022 Gewijzigd op 09-11-2022
Digitale geletterdheid wordt op termijn een basisvaardigheid in het nationale curriculum, maakte minister Wiersma deze zomer bekend. Daarmee komt dit vakgebied op gelijke voet met rekenen, taal en burgerschap. Wat betekent deze verandering voor scholen en leerlingen?

Arnout Koornneef, onderzoeker bij de Universiteit Leiden: ‘Veel scholen werken al systematisch aan digitale geletterdheid, maar nog niet allemaal. Om die laatste scholen over de streep te trekken is een besluit van de Kamer denk ik heel belangrijk. Dat betekent niet dat het voornemen zonder uitdagingen zal zijn. Ik hoor soms van mijn pabo-studenten dat zij tijdens hun stage de lessen in digitale geletterdheid voor hun rekening moeten nemen, omdat de vaste leerkrachten er zich onzeker over voelen. Om digitale geletterdheid structureel in het curriculum onder te brengen zullen (aanstaande) leraren de ruimte moeten krijgen om hun technische en didactische vaardigheden verder te ontwikkelen. Ik snap heel goed dat dit niet eenvoudig is als je naar je gevoel al met een overladen curriculum werkt. Hoe maak je ook hier dan ook nog eens tijd voor?

‘Tijd voor bijscholing
cruciaal’

Maar die praktische belemmering maakt het belang van digitale geletterdheid niet kleiner. In vrijwel alle beroepen werken mensen tegenwoordig met computers, of ze nu hulpverlener of elektricien zijn. Zonder digitale vaardigheden heb je het in deze samenleving heel lastig.

Digitale geletterdheid wordt gewoonlijk opgedeeld in vier componenten: ict-basisvaardigheden, informatievaardigheden, mediawijsheid en computationeel denken. Vooral dat laatste verdient in mijn ogen extra aandacht: het basisbegrip van hoe digitale systemen ontworpen zijn en functioneren is belangrijk om in te zien hoe deze systemen ons gedrag beïnvloeden en hoe we ons daartoe kunnen verhouden.

Van mijn pabostudenten hoor ik soms over scholen die al heel systematisch werken en digitale geletterdheid geïntegreerd hebben in andere vakken. Voor hen is het een vanzelfsprekend onderdeel van het onderwijsaanbod geworden.

Een risico van een Kamerbesluit is dat het draagvlak binnen de scholen te klein blijft. Dan gaan de besturen en teams er wel mee aan de slag, maar wordt het programma onvoldoende uitgewerkt en brengt het niet echt iets teweeg bij de leerlingen. Dit risico is vooral aanwezig als leraren onder druk staan en alles tegelijk moeten doen. Geef ze dus voldoende tijd om hun digitale vaardigheden en kennis te ontwikkelen.’

 

Angela Depondt, leerkracht, ict-coördinator & iCoach, Prinses Marijkeschool, Den Haag:

 ‘Je kunt digitale geletterdheid niet meer wegdenken uit het alledaagse leven. Maar het onderwijs daarin is nu nog best vrijblijvend en vooral een kwestie van zelf het wiel uitvinden. Goed idee dus om het landelijk te verplichten en alle kinderen voor te bereiden op digitaal burgerschap. Als je weet dat het moet en waarom, ga je er gemakkelijker mee aan de slag.

Op onze school hebben we een ict-kwaliteitsteam. Geregeld houden deze collega’s ons onderwijs in digitale geletterdheid tegen het licht. Sluit alles nog goed op elkaar aan? Komen alle kinderen goed mee? In principe geven alle groepsleerkrachten les in digitale vaardigheden. Daarnaast hebben we vakleerkrachten die elke week langskomen voor de meer uitdagende onderdelen. Sommige collega’s zijn onzeker over hun kunnen. Dat is nergens voor nodig, druk ik hen vaak op het hart.

‘Niet langer zelf het
wiel uitvinden’

Als iCoach begeleid ik collega’s in de ontwikkeling van hun ict-vaardigheden. Leerkrachten hebben zoveel te doen en de aandacht voor digitale geletterdheid schiet er soms bij in. Onze ambitie is om het volledig te integreren in de rest van het schoolcurriculum. Nu is dat nog niet realistisch. De onderlinge verschillen tussen leerkrachten zijn nog te groot. Onze eerste prioriteit is een doorlopende leerlijn. Op basis van de SLO-doelen hebben we een selectie gemaakt van wat we belangrijk vinden. We evalueren elk schooljaar hoe het gaat.

Het niveau van digitale geletterdheid onder onze leerlingen verschilt ook, maar we hebben de leerdoelen zo geformuleerd dat iedereen kan meekomen. Soms hoor je mensen zeggen dat kinderen al zoveel kunnen. En inderdaad zijn leerlingen op veel punten vaak al heel behendig. Maar op andere vlakken zijn ze nog niet sterk genoeg, zoals online bronnen checken of omgaan met sociale media.

We proberen elke oefening betekenisvol te maken door een link te leggen met de praktijk. Niet alleen maar op een iPad een sommetje maken, maar met een online kassa aan de slag. Zo leren kinderen dat digitale geletterdheid niet alleen iets is van school, maar onderdeel is van het leven.’

 

Remco Pijpers, strategisch adviseur digitale geletterdheid, Kennisnet: ‘Na jaren praten over digitale geletterdheid is het goed dat de overheid nu laat zien dat scholen er serieuzer mee aan de slag moeten. Kinderen hebben digitale vaardigheden nodig in onze samenleving, zowel nu als in de toekomst.

Digitale geletterdheid straks als basisvaardigheid in het curriculum draagt bij aan duidelijkheid: wat verwachten we nu eigenlijk precies van scholen? Die duidelijkheid ontbreekt tot nu toe. 

‘Scholen staan er
niet alleen voor’

Digitale geletterdheid is een breed begrip. De vier domeinen ict-basisvaardigheden, informatievaardigheden, mediawijsheid en computationeel denken zijn niet scherp afgebakend, maar geven een algemene richting aan. Daardoor is er veel verantwoordelijkheid bij de scholen komen te liggen. In de praktijk schieten die alle kanten uit. Veel scholen werken actief aan digitale geletterdheid, maar de onderbouwing laat vaak te wensen over: ze weten niet waarom ze bepaalde zaken prioriteren en hoe je digitale vaardigheden goed aanleert. Ik hoor bijvoorbeeld van scholen die in de onderbouw met robotjes aan de slag gaan. Het kan vast geen kwaad, maar is programmeren met robotjes echt de belangrijkste vaardigheid die je kunt bedenken, als veel kinderen nog niet eens een sterk wachtwoord kunnen bedenken? We moeten scholen helpen om verstandige keuzes te maken in de beperkte tijd die ze hebben.

Belangrijk is dat scholen beseffen dat ze er niet alleen voor staan. Vanuit Kennisnet heb ik het Handboek Digitale Geletterdheid gemaakt. Hierin staan tips van onderzoekers en praktijkverhalen. De komende jaren hopen we meer informatie uit onderzoek beschikbaar te kunnen stellen en scholen specifiekere handreikingen te kunnen bieden. Prioriteit ligt bij de vraag hoe je digitale geletterdheid goed onderbrengt in het bestaande curriculum. Het is een misverstand dat digitale geletterdheid een volledig nieuw onderwijsaanbod vergt. Vaak kun je met kleine aanpassingen in bestaande vakken al een groot verschil maken. Denk aan een online zoekopdracht of kritische bronnenevaluatie tijdens een geschiedenisles. Sommige leraren zullen misschien bijscholing nodig hebben, maar ze hoeven geen technologie-experts te zijn om kinderen te helpen. Laat onzekerheid over je eigen kunnen en kennis niet in de weg staan van de ontwikkeling van je leerlingen.’

 

Dit artikel verscheen in de Edux-special van Didactief, november 2022.

Click here to revoke the Cookie consent