Freek

Tekst René Kneyber
Gepubliceerd op 25-01-2013
René Kneyber - Als ik aan het vmbo denk, denk ik aan Freek. Mijn eerste echte adhd’er ontmoette ik toen ik voor mijn vierde jaar voor de klas stond.

Hij zat in het examenjaar: Freek had de zijkant van zijn hoofd geschoren met een kuif op zijn hoofd, hij was smal en breed van postuur met een leren lange jas die hij vaak aan had als hij het lokaal in wandelde. Over het algemeen kwam hij al hardcore housend ‒ oftewel hakkend ‒ het lokaal binnen. Alsof zijn stoornis niet erg genoeg was, had hij voor de eerste les begon al twee blikjes Red Bull achter de kiezen. In de loop van de dag dronk hij er gemiddeld twaalf.

Lessen waren dan ook zware kost voor hem. Hij kon van het ene op het andere moment, waarschijnlijk aangewakkerd door een combinatie van adhd- en blinde suikerwoede, volledig uit de band springen. Bij mijn collega’s danste hij op tafels, deed voor hoe hij zijn vriendin Celine geneukt had, of vrat zijn opgaven op. De vijf minuten zelfstandig stil werken in mijn lessen waren voor hem een soort martelgang, het veronderstelde een vorm van uitgestelde aandacht voor hem die voor mij vergelijkbaar was met drie maanden glutendieet. Terwijl de seconden in stilte wegtikten, zag je zijn ogen schichtig heen en weer schieten, de aders in zijn nek en op zijn voorhoofd begonnen te kloppen. Het was dan de kunst om hem naar buiten te krijgen voordat er iets mis ging, dan maakte hij op de gang de rest van het uur af.

Straffen heeft pas zin als de mogelijkheid reëel is dat een leerling zich beter kan gedragen. Dat was bij Freek natuurlijk niet het geval. Voor de vorm, en vooral tegen beter weten in, ben ik er wel mee begonnen. Jezelf zo organiseren dat je spullen mee kan nemen was voor hem een hele opgave. Rekening houden met een eventuele straf, en die ook nog inleveren, dat was toch echt teveel van het goede. Zijn moeder reageerde vriendelijk en gelaten op deze pogingen om beter gedrag af te dwingen. Als we telefonisch contact hadden gehad ging het een of twee lessen beter, en daarna was het al weer snel als vanouds. Precies zoals zijn moeder voorspelde.

Na een tijdje ontwikkelde ik een manier van omgaan met hem die de situatie in ieder geval een beetje hanteerbaarder maakte. Tenminste, het werd niet erger. Dat was al een hele winst. Daarbij was deals sluiten aan de orde van de dag. ‘Je mag van mij best Guus Meeuwis zingen, op je hardst, als je ook maar met je opdrachten bezig bent.’ Veel praatjes maken en af en toe wat door de vingers zien. Hem voor me winnen was op de langere termijn een succesvolle strategie. Omdat hij het alfa-mannetje van de klas was en langzaam respect voor me opbouwde, begon de rest van de klas ‒ die verder ook niet heel gemakkelijk was ‒ me ook te respecteren en werden ze wat gemakkelijker in de omgang.

De klas raakte ik in november kwijt nadat mijn vrouw, die enige tijd ernstig ziek was geweest, toe was aan een nieuwe serie operaties. De gedachte aan die verantwoordelijkheid en de verantwoordelijkheid voor een examenklas was teveel van het goede. Ik stootte de klas af nadat een collega bereid was ze over te nemen. Toen merkte ik pas hoe zeer Freek aan mij gehecht was geweest. Aan het einde van de laatste les omhelsde hij me uit het niets en met zijn hoofd tegen mijn borstkas, groter was hij niet, zei hij. ‘Jij bent echt de beste leraar.’

We ontmoetten elkaar later weer op de schoolreis naar Berlijn begin mei voor de examenleerlingen die daar geld voor over hadden. Vanaf het begin van de busreis was duidelijk dat er niets veranderd was. Mijn collega Dick en ik gingen strategisch halverwege de bus zitten met Freek een paar rijen achter ons.

De eerste twee uur had hij het volledig op Dick gemunt, die hem nog steeds les gaf. Hij zong: ‘Dicky, ik ga je slopen, ik ga je slopen, Dicky!’ De eerste anderhalf uur van de busrit zong hij dit steeds maar weer totdat hij in slaap viel. Mijn collega, die al beter wist, had besloten om Freek gewoon te negeren. Dat was eigenlijk de beste manier om hem te laten ophouden. En we merkten dat hij in slaap was gevallen doordat we van het een op het andere moment niks meer hoorden. Zo merkten we ook dat hij weer wakker werd. Hij werd wakker en begon direct weer met zingen als een Ipod die van de pauze-stand werd gehaald.

Vlak voor de eerste stop besloot Esther, onze collega Duits, om de kinderen vijftig euro cash te geven. De dag ervoor was ze erachter gekomen dat er een rekenfout was gemaakt en de kinderen vijftig euro teveel hadden overgemaakt. Met excuses gaf ze alle kinderen het geld voor ze een tankstation vlak over de Duitse grens in gingen. De meeste kinderen besloten de vijftig euro in eigen zak te houden, maar na terugkomst in de bus bleek Freek een slof sigaretten te hebben gekocht. Hij smaalde: ‘Als ik mijn ouders niets vertel over de fout met dat geld, dan is deze nog gratis ook.’ Maar de pret was van korte duur. Na een binnenkomend telefoontje van de administratie bleek er toch helemaal geen fout gemaakt te zijn, de vijftig euro moest weer teruggevorderd worden. Die had hij natuurlijk niet meer. Hij zou het geld moeten pinnen bij aankomst in Berlijn. De teleurstelling maakte hem in ieder geval een stuk rustiger. Hij krulde zich als een baby op in zijn stoel. ‘Ik mis Celine’, mompelde hij, terwijl hij uit het raam keek. ‘We zijn al bijna een jaar bij elkaar.’

Buschauffeurs en jongens als Freek gaan moeizaam samen. De tirannie richting Dick kon de buschauffeur nog wel negeren door de muziek voorin wat harder te zetten. Maar elke keer als hij zijn microfoon aanzette om iets te vertellen kon hij rekenen op commentaar vanaf de achterbank. En dan het gelach van de bus. Een tijdje leek het erop dat het niets zou worden tussen de twee, maar met enig gevoel voor tactiek gaf Freek de buschauffeur een sigaret tijdens de plaspauzes en maakte hij een praatje. En dan maakte hij foute grappen. Daar houden buschauffeurs wel van.

Freek was in de hele groep de uitzondering op de regel. Met vooral tl-leerlingen, kbl-leerlingen en een verdwaalde bbl-leerling. De rest van de groep was eigenlijk uitzonderlijk braaf. Op een jongen na die de eerste avond in Berlijn een pilsje met hem meedronk, was hij de enige die dronk. Tijdens de vrije momenten zette hij het op een vreselijk zuipen, daarbij luid scanderend door het jeugdhotel hoe dronken hij wel niet was. Een uur later vonden we hem kotsend in de douche met zijn hoofd onder een veel te koude kraan.

De tweede dag in Berlijn gingen we naar het nabijgelegen concentratiekamp. Eervol respect opbrengen voor de gruweldaden die er hadden plaatsgevonden was op de lange wandeling naar het kamp al verdwenen. Op de hoek van de plek waar joden een nekschot kregen, was een klein plaatsje met gras. We vonden Freek daar luid hakkend op aan. La la la. Mijn collega Dick en ik trokken hem ervan af. ‘Kan je niet lezen!’ schreeuwde Dick hem in zijn oor. Over het grasveld was as van de joden uitgestrooid.

‘Ik had niet gegeten.’ Was zijn theorie over de avond ervoor. Want hij voelde zich een beetje beschaamd over zijn gebrek aan weerstand voor alcohol. Demonstratief staken er 3 pakken koeken en 2 zakken chips uit zijn jas. ‘Maar dat gebeurt me niet nog een keer.’

Bij aankomst in het hotel bleken er klachten te zijn geweest over het lawaai van, natuurlijk, Freek zijn kamer. In de kamer ernaast lag een Finse leraar, met sandalen, die daar lag met vier autistische jongens. Zij konden niet slapen vanwege de helse duivel die verblijf had naast hun.

Natuurlijk wil je als leraar niet dat de jongens eruit worden geschopt. Dus we besloten een aanpak volgens het boekje. Ik zou de jongens op de kamer opwachten, mijn collega zou de vier leerlingen om beurten iedere twintig minuten naar boven sturen. Ze zouden begroet worden door een kleine toespraak van mij, waarna ze zich zouden omkleden en direct gaan slapen zonder te praten. De eerste die we hadden gekozen, was natuurlijk het makkelijkste en die lag al braaf te slapen terwijl de volgende binnenkwam. Ook Freek liet zich van zijn beste kant zien. Hij had alle begrip voor de situatie. Ook zag hij al drie andere jongens in bed liggen te slapen. ‘Excuseer me meneer’ zei hij, ‘maar ik slaap altijd naakt.’ En met een beweging trok hij zijn broek naar beneden! Terwijl ik mijn gezicht zo snel mogelijk probeerde weg te draaien, bleef toch het beeld hangen van een penis van epische proporties. Sommige dingen wil je als leraar niet weten. Maar dan zit je er mee.

Op de terugweg in de bus bleek Freek een grote teddybeer te hebben gekocht. Hij was bijna zo groot als hij zelf. Karel had hij hem genoemd en hij zou hem aan Celine geven. Bijna de hele reis was Karel zijn grootste maatje. Maar acht uur stil zitten werd Freek te veel. Bijna over de Nederlandse grenzen begon hij Karel open te snijden met een mes. De inhoud, een soort sponsige korrels, rolde door de hele bus. De buschauffeur kon er bij de inspectie alleen nog maar om lachen.

‘Ach, dat wordt een uurtje extra stofzuigen. Maar het is geen verkeerde jongen.’

Toen we ’s ochtends aankwamen, duurde het meer dan een uur voordat Freek werd opgehaald. De laatste leerling was al een half uur eerder vertrokken. Zijn vader kwam aanrijden met een zwarte Audi, vroeg aan Freek hoe het geweest was terwijl hij de koffer inlaadde en reed daarna met 120 km per uur de bebouwde kom weer in. Geen woord van dank of medelijden.

Naast ons lag Karel met een opengesneden maag op de stoep.

Daarom moet ik bij het vmbo altijd denken aan Freek.

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent